PlusInterview

Vrouwen en kinderen eerst? Schrijver Maarten Huygens neemt het op voor de man

Schrijver Maarten Huygen (67) neemt het op voor de man. Blijft er in deze tijden nog iets over van zijn mannelijkheid? En is die aangeleerd? Biologisch? Doet dat er überhaupt toe? ‘Het is seksistisch om vrouwen op een voetstuk te plaatsen.’

Het boek Het nut van de man opent met de gezonken Costa Concordia. Beeld shutterstock
Het boek Het nut van de man opent met de gezonken Costa Concordia.Beeld shutterstock

Maarten Huygen, gepensioneerd verslaggever, commentator en chef opinie van NRC Handelsblad, neemt de ­telefoon op. “U bent er over een half uur? Prima. Dan zorg ik vast voor thee. Welke thee wilt u? Er zijn zo veel soorten. Ik heb gember, darjeeling, rooibos. Rooibos? Ga ik dat zetten. Tot zo.”

Bij aankomst heeft Huygen een flinke pot gezet, waarvan we samen drinken. Hij serveert er ook een plak cake bij. Het doet niet direct denken aan de ‘typische mannelijkheid’ die hij omschrijft in zijn boek Het nut van de man. Huygen is naar eigen zeggen ook geen machoman. “Ik ben geen branieschopper, niet van de enorme mannengroepen, zoals voetbalteams. Ik zit aan de vriendelijke kant van het spectrum en ben extravert. Wel stap ik makkelijk over dingen heen. Dat is vrij mannelijk. Vrouwen hebben vaker dan mannen de neiging zichzelf tekort te doen tijdens het solliciteren, ze treden minder naar voren. Daar heb ik, volgens mij, nooit last van gehad.”

Waarom wilde u een boek over de man schrijven?

“De laatste tijd ligt het accent heel erg op de negatieve kanten van de man. Na #MeToo is dat in een stroomversnelling geraakt. ‘Onthoud als je een man bent, dat je het uiterlijk van een dader draagt,’ schreef Philip Huff in NRC. Dat is onzin. Alsof elke man zich schuldig maakt aan seksueel wangedrag. Het is maar een klein percentage dat dat doet. Ik bestrijd niet dat mannen negatieve eigenschappen hebben. Maar er zijn ook positieve ­kanten.”

U opent het boek met een verhaal over twee mannen op de Costa Concordia, het cruiseschip dat in 2012 ­kapseisde en zonk voor de Italiaanse kust.

“Ja, die mannen zijn uitersten van elkaar. Kapitein ­Francesco Schettino was een paradepaardje. Toen het schip zonk, vluchtte hij van boord om zichzelf te redden. Hij was bang. Er overleden 32 mensen. Francis Servel, een Franse luchtmachtpiloot in ruste, was een van de aanwezigen op dat schip. Een traditionele man. Hij bleef als laatste aan boord, gaf een zwemvest aan zijn vrouw en sprong zelf zonder vest het water in. Hij overschatte zichzelf, dacht dat hij het wel zou redden, en overleed. Een ouderwetse vorm van ridderlijkheid, net als tassen ­dragen en deuren openhouden.”

“Dat heet nu ‘welwillend seksisme’. Volgens de Amerikaanse vereniging van psychologen behoort dat gedrag tot de verderfelijke ‘traditionele mannelijke ideologie’, ook wel ‘giftige mannelijkheid’. Het is seksistisch om de vrouw op een voetstuk te plaatsen.”

U vergelijkt het met de Titanic, ruim honderd jaar eerder. 

“Ja, in mijn boek schrijf ik dat de meeste mannen op de Costa Concordia geen last hadden van welwillend seksisme. Meer dan de helft van de overledenen was vrouw. Mannen gebruikten hun kracht om voor te dringen. ­Terwijl op de Titanic driekwart van de vrouwelijke opvarenden de ramp overleefde. Van de mannen slechts één vijfde. Het waren types als Servel. Ze bleven achter, halfvolle reddingsboten met alleen maar vrouwen voeren terug naar het vasteland.”

Recent onderzoek toont aan dat veel verschillen tussen man en vrouw niet biologisch, maar sociaal-cultureel bepaald zijn. 

“Het biologische aspect bestaat gewoon, dat kan niemand ontkennen. Een vrouw met borstkanker die testosteron moet slikken, ondervindt daar gevolgen van. Het ruimtelijk inzicht wordt vergroot, tranen geremd. Het is wel zo dat in het verleden werd aangenomen dat vrouwen om biologische redenen allerlei dingen niet konden, zoals een wetenschappelijke of politieke functie bekleden. Dat blijkt allemaal grote onzin te zijn. Vrouwen kunnen wat mannen kunnen. Maar ze willen vaak iets anders.”

Vrouwen worden vanaf dat ze kind zijn geprezen om hun zorgzaamheid, mannen niet. Daarom werken er waarschijnlijk zoveel vrouwen in de zorg.

“Maar is dat erg? Het gaat goed met de emancipatie. Steeds meer vrouwen hebben een eigen inkomen. En natuurlijk, mannelijkheid en vrouwelijkheid zijn niet alleen biologisch bepaald, maar ook aangeleerde constructies. Maar hoe belangrijk is het om die verhouding precies te weten? Er bestaan nu eenmaal verschillen. En als mensen zich prettig voelen bij bepaalde verhoudingen, bijvoorbeeld dat vrouwen vaker de zorg ingaan dan mannen, dan is dat toch prima?”

Maar is het in het kader van gelijkheid niet belangrijk dat vrouwen ook horen dat ze geschikt zijn voor, om maar wat te noemen, bètavakken?

“Het is belangrijk om vrouwen daarvoor te interesseren. Alleen vind ik niet dat je een te groot fanatisme moet tentoonspreiden om mensen bepaalde vormen van gedrag op te leggen. Zeker niet als ze redelijk tevreden zijn met hoe het gaat. Je ziet nu dat scholen in IJsland jongens nagels laten lakken en meisjes dwingen om buiten door de bossen te rennen. Ik denk niet dat zoiets werkt. Je ziet het hier in de buurt al in de speeltuin: de jongens zijn schreeuwend aan het rondrennen, de meisjes zitten in een groepje bij elkaar te kletsen.”

U schrijft dat de gelijke verdeling van werk en huishouden tussen mannen en vrouwen vooral een kwestie is voor hogeropgeleiden. 

“Ja, bij hogeropgeleide stellen zie je dat het werk steeds eerlijker wordt verdeeld. Dat is een mooie ontwikkeling. Maar wanneer je alles gelijk wilt trekken, besef dan dat er een grote groep mannen en vrouwen is die dat helemaal niet wil. Van de laagopgeleide vrouwen werkt minder dan de helft. Vaak hoeven ze geen carrière te maken, of zien ze het niet voor zich. Ze ontlenen meer status aan het zorgen voor de kinderen dan aan een baantje als ­caissière.”

“Er is nooit opwinding over het feit dat er vooral mannelijke vuilnismannen of bouwvakkers zijn. Er is weinig animo om daar vrouwenquota in te stellen. Dat is het dubbele: er zijn inderdaad veel meer mannen dan vrouwen in topfuncties. Dat is niet eerlijk. Alleen, er zijn ook veel meer mannen die fysiek zwaar werk doen, en daar serieuze lichamelijke klachten aan overhouden.”

“Daarom heb ik soms moeite met de stereotypering van de witte, geprivilegieerde man. Dat zou betekenen dat de Kamerbode van Kamervoorzitter Khadija Arib meer geprivilegieerd is dan zijzelf. Dat is absurd.”

U zegt: vrouwen kunnen ook leren van mannen. 

“Mannen bezitten vaak eigenschappen die ze verder brengen in hun carrière. Sheryl Sandberg, topvrouw bij Facebook, schrijft in haar boek Lean In dat vrouwen daarvan kunnen leren. Zij is gedurende haar carrière onder hoede genomen door de topeconoom Larry Summers, voormalig minister van Financiën in de VS. Ze schrijft dat ze van hem en andere mannen leerde hoe je mannelijke branie kunt laten zien. Niet te bescheiden zijn. Bij de stafvergadering van de minister niet op de tweede rij zitten, maar direct aan tafel. De concurrentie aangaan, verlegenheid en onzekerheid opzijzetten, ondernemen, agressiever en duidelijker communiceren. Dat is allemaal winst als vrouwen hogerop willen komen.”

Wat is uw belangrijkste inzicht over het nut van de man?

“Dat mannen zich vaak aan de extreme kanten van de ­statistiek bevinden. Mannen zijn vaker fout, maar hebben ook een belangrijke functie gehad in de menselijke evolutie en samenleving. Er zijn meer mannelijke genieën, ­leiders, soldaten, zeevaarders, ondernemers en wetenschappers. En inderdaad, ook meer moordenaars, schurken, mislukkingen, zedendelinquenten en zwakbegaafden.”

“Mannen domineren de maatschappelijke topposities, maar ook daklozen, suïcideplegers en geweldsslachtoffers zijn overwegend man. Mannen hebben vaak een extreem talent dat gepaard gaat met een extreme zwakte.”

Met de notie dat mannen vroeger een stevige ­machtspositie hadden.

“Dat klopt. Mannen konden gaan studeren, vrouwen meestal niet. Maar moet je het Einstein historisch kwalijk nemen dat hij het in een ongelijke situatie zo ver heeft gebracht?”

De man heeft dus wel degelijk nut?

“Natuurlijk. Ik kreeg tijdens het schrijven van dit boek vaak de reactie: ‘Het nut van de man? Dat wordt een kort boek. Dat is er niet.’ De man zou ten einde zijn, de vrouw in opmars. Maar de man is geen achterhaald wezen. Zo zie ik de toekomst in ieder geval niet.”

U schrijft in uw boek dat mannen geneigd zijn altijd maar te werken. U heeft zich direct na uw pensioen gestort op het schrijven van een boek. Typisch mannelijk?

“Ja, dat is een echt mannenprobleem. Mannen van mijn generatie hebben vaak hard gewerkt, ik werkte ook altijd meer dan veertig uur in de week. Het schrijven van dit boek voelde logisch, want vrouwenemancipatie en wat dat betekent voor mannen, heeft me heel lang tijdens mijn werk beziggehouden. Ik ben ook nog van plan een boek te schrijven over onderwijs, daarvan is een deel al af. En misschien ga ik ook wel heel andere dingen doen. Anders dan werk, bedoel ik.”

Maarten Huygen, Het nut van de man, Atlas Contact, €22,99

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden