PlusReportage

‘Vroeger hoorde klaverjassen bij de opvoeding, net als zwemmen’

Wil Klaver: 'Het is een reden om eruit te gaan.'Beeld Marjolein van Damme

Klaverjassen was het favoriete kaartspel van vele Amsterdammers, maar de klaverjasclubs vergrijzen en sterven uit. ‘Er wordt al zo weinig voor de oudjes georganiseerd. Als ik negentig ben, hoop ik dat iemand dit ook voor mij regelt, maar ik vrees van niet.’

Op maandagmiddag is het druk bij buurthuis De Sooj (Stichting Ontmoetingscentrum Ouderen Jordaan) in de Tichelstraat. De geur van vers gemaakte kippensoep vult de ruimte, er is pils, wijn, advocaat met slagroom en fris. Schalen met leverworst, kaasblokjes en Amsterdams zuur gaan rond. Een groepje dames zit te eenendertigen, maar de leden van de klaverjasclub zijn in de meerderheid.

Toch is de klaverjasclub in de stad aan het uitsterven. Naast diverse kleine clubs in buurthuizen is er nog een tiental geregistreerde klaverjasclubs in de stad. “Als er ­iemand overlijdt, komt er niemand voor in de plaats. Jonge mensen kaarten niet meer,” zegt bardame Jopie Soolsma (72). Zelf klaverjast ze bij buurthuis De Horizon in de Spaarndammerbuurt. “Daar hadden we eerst acht tafels vol, nu zijn het er nog maar vier.” Dat de gemeente de barprijzen heeft verhoogd (een pilsje kost nu 1,50 in plaats van 1 euro) helpt ook niet mee.

Soolsma is geboren en getogen in de Westerstraat en groot geworden met klaverjassen. “Met oud en nieuw ­zaten we met de hele familie bij mijn opa en oma. Klokslag middernacht kregen wij als kinderen een oliebol en een beker warme chocolademelk en dan moesten we in een zijkamertje op de grond spelen, zodat de volwassenen konden klaverjassen. Met een borreltje, worst en kaas en glazen gevuld met sigaretten op tafel.”

‘Jongeren zitten op hun tablet. Tijdens klaverjassen kun je tenminste met elkaar lachen.’Beeld Marjolein van Damme

Tegen een dolletje kunnen

Joke Bertelkamp (73) en Ciska de Heuvel (71) organiseren de kaartclub. Bertelkamp leerde op haar achtste klaverjassen op camping Bakkum. “Jongeren zitten op hun tablet. Met dat gestaar op dat ding missen ze een hoop lol; tijdens een potje klaverjassen kun je tenminste met elkaar ­lachen.” De sfeer vanmiddag is inderdaad gezellig, tegelijk wordt niemand gespaard. “Dit is de Jordaan, daar moet je tegen een dolletje kunnen,” zegt een man.

“Hij daar, dat is de Jankerd alias De Huilebalk!” roept ­iemand. ‘De Jankerd’ heet eigenlijk Evert Jansen (77) en blijkt een neef van Tante Leen. “Ze noemen me zo omdat ik nogal een felle ben. Als ik geen prijs win, heb ik hier niks meer te zoeken, dan ga ik meteen naar huis.”

Hij komt uit een familie van kaarters. “Toen Tante Leen uitschee met zingen, ging mijn moeder vaak bij haar kaarten.” Voor Jansen is klaverjassen veel meer dan alleen een spelletje.“Het leven is niet altijd rozengeur en maneschijn. Kaarten is mijn afleiding.”

Stanley Lo-a-Njo (85) is nieuw bij de club. “Ik liep hier langs en heb gevraagd of ik mee mocht doen. Het is ontspannend.” Nog geen kwartier later lopen de gemoederen aan zijn tafeltje hoog op. Lo-a-Njo trekt zijn jas aan, klaar om te vertrekken. Als zijn medespeler aan een andere tafel wordt geplaatst, trekt hij zijn jas weer uit en wordt er verder gespeeld. Mede-organisator Ciska de Heuvel moet weleens vaker een brandje blussen: “‘We zijn allemaal ouwe van dagen, iedereen kan een foutje maken,’ zeg ik dan. Soms loopt er iemand boos weg, maar de week erna zijn ze er gewoon weer.”

De eerste mars (alle slagen behalen) tijdens het spel wordt beloond met een Mars. De repen liggen klaar in een tupperwarebakje op het biljart, waar ook de prijzen staan uitgestald: een Perla koffiepakket, een waardebon van tien euro voor café De Kat in de Wijngaert en de Poedelprijs of Schlemielenprijs, voor degene met de minste punten: een pak chocoladekoekjes. Eric van Stipriaan (71) wint de derde prijs, een fles wijn. Hij lacht en zegt: “Klaverjassen is dé manier om mijn vrouw te ontvluchten. Nee hoor, maar het houdt me wél van de straat.”

Stanley Lo-a-Njo (85) is nieuw bij de club.Beeld Marjolein van Damme

Gestifte lippen en gelakte nagels

Josje Teunissen (66) en haar man Ed (74) organiseren op zondagmiddag klaverjasclub Harten 8 in woonzorgcentrum Nieuw Vredenburgh op de Postjesweg. Zodra het kerkgenootschap is vertrokken, richten zij de zaal in voor de klaverjassers. Flesjes bier en cola gaan in de koelkast, een bloemetje en tombolaprijzen op tafel.

Ed Teunissen: “Vroeger hoorde klaverjassen bij de opvoeding, net als zwemmen. We hebben veel tachtigjarigen bij de club, er is zelfs een dame van achter in de negentig. Het spel houdt mensen jong van geest.” Josje Teunissen steekt veel tijd en energie in de club: “Er wordt al zo weinig voor de oudjes georganiseerd. Als ik negentig ben, hoop ik dat iemand dit ook voor mij regelt, maar ik vrees van niet.”

Om kwart over een druppelen de klaverjassers binnen, gebracht door een familielid of door het ouderenvervoer van RMC. Een groepje vriendinnen wacht in de hal. Ze zien er tiptop uit: gestifte lippen, gelakte nagels en in glitter of dierenprint. Bep Scheltema (90): “Dit is ons wekelijkse uitje, we houden ervan om ons dan mooi aan te kleden.” Een kaartje maken is gezellig, zegt Corrie Staals (83): “En het is iets wat je als vrouw ook gewoon ­alleen kunt doen.” Jopie Kapoen Buhl (81): “Klaverjassen betekent alles voor ons, ik moet er niet aan denken dat het ophoudt.”

Greet Lageman (86), ‘geboren in de bedstee in de Lindenstraat’, woont al jaren aan de Sloterplas. Vier jaar klaverjast ze nu bij de club. “Ik zag deze vrouwen kaarten, maar ik dorste niet te vragen of ik mee mocht doen. Stel je voor, ik vergooi me eigen? Dan word ik vermoord! Maar mijn man moedigde me aan: ‘Ga nou maar!’ Sindsdien speel ik mee, en als ik het soms niet goed doe, hebben ze medelijden.”

René Froger schalt uit de speaker en huiskat Marco ­bedelt om een plakje leverworst. Wil Klaver (89), hoog ­gehakt, met opgestoken blond haar, komt uit Bos en Lommer en is pianiste. Vroeger speelde ze in De Kruik in de Kerkstraat, tegenwoordig in verzorgingstehuizen. “Toen er nog geen tv was en geen tablet, was klaverjassen ons vermaak. Het is een reden om eruit te gaan, ook als het er geen weer voor is, zoals vandaag.”

Twee tafels verderop zit Jan Busker (78), strak in het pak, zegelring om zijn rechterringvinger. Hij woont in Nieuw Vredenburgh: “Klaverjassen is mijn verzetje. Vorige week liet iemand zijn kaarten aan me zien: dat doe je niet! Ik had er flink de kolere in. Zo erg dat ik bijna niet wilde komen vandaag.” Tafelgenoot Gemma Visser (75) plaagt hem: “Wat doe je dan, Jan? De hele dag met je porem voor de tv zitten? Klaverjassen met ons is toch veel leuker!” 

De snacks liggen klaar.Beeld Marjolein van Damme

Amsterdams klaverjassen: de regels in het kort

Er zijn verschillende vormen van klaverjassen. Bij Amsterdams klaverjassen ben je niet verplicht om te troeven, zoals bij Rotterdams klaverjassen. Je speelt het met zijn vieren, verdeeld over twee teams die tegenover elkaar zitten, ieder krijgt acht kaarten. Bij het eerste spel is de klaver troef. Daarna wordt de troef bepaald door een draaikaart van de overige speelkaarten. Je moet altijd kleur bekennen, heb je de kleur niet, dan mag er getroefd worden. In totaal zijn er 162 punten in het spel, je moet op zijn minst 82 punten halen. Als je een pit of mars haalt (alle slagen), krijg je 100 roem extra aan punten. Het spel wordt met 32 kaarten gespeeld: aas, heer, vrouw, boer en de kaarten tien tot en met zeven.  

Ed Teunissen. Beeld Marjolein van Damme
Jopie Kapoen Buhl.Beeld Marjolein van Damme
De prijzentafel.Beeld Marjolein van Damme
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden