PlusReportage

Vrijwilligers speuren naar verloren voorwerpen: ‘90 procent kans dat we je ring vinden’

Vaak gaat het om ringen: ze zijn in het water geplonsd tijdens het eendjes voeren of van een strandlaken gerold. De vrijwilligers van Gevonden-Verloren speuren naar allerhande geliefde voorwerpen. Opgeven is geen optie.

Martijn Hendriks van Gevonden-Verloren begint zijn zoektocht in de Herengracht. Beeld Dingena Mol
Martijn Hendriks van Gevonden-Verloren begint zijn zoektocht in de Herengracht.Beeld Dingena Mol

Er zijn soms van die zaken die blijven knagen. Zoals dat gouden medaillon, een paar weken geleden in Soest, dat was verloren tijdens het uitmesten van de paardenstallen. Twee lange dagen werd in de stallen gezocht. De mesthoop werd volledig doorgespit en zelfs de paarden werden gescand: zou het dierbare medaillon misschien zijn opgegeten? Het is nog steeds een mysterie.

Gelukkig is er veel vaker wel een bevredigend einde. “Ik denk dat we in Amsterdam al een stuk of vijfhonderd zoektochten hebben gedaan, en slechts een keer of vier is het niet gelukt,” zegt Martin van Hees (42), de voorzitter van stichting Gevonden-Verloren, terwijl hij zijn duik­spullen over de Herengracht sleept.

Tot een jaar of vijf geleden was Van Hees nog nooit in het centrum van Amsterdam geweest, en dat wilde hij graag zo houden. Want: fan van Feyenoord. Maar toen hij een keer hoorde dat iemand die ongeneeslijk ziek was een ring had laten vallen in de gracht, zette hij zijn principes opzij. Sindsdien doet hij er niet zo moeilijk meer over.

Vanochtend vertrok hij om tien voor half acht voor de zoveelste keer samen met Stephan van Uden (47) vanuit Spijkenisse. Eerst naar Velsen-Noord om duiker Martijn Hendriks (49) op te halen, en daarna met zijn drieën richting Herengracht.

Daar staat Viktoriya Shumakova (25) al te wachten. Ze komt uit Los Angeles, deed ruim twee jaar geleden een studiejaar in Maastricht en werd verliefd op Neven uit Wenen. Het jaar ging voorbij, de liefde bleef, en zeven maanden later kwam Neven haar opzoeken in Los Angeles. En daar, toen ze eindelijk weer samen waren, ­besloten ze ringen voor elkaar te kopen.

Zit de ring ertussen? Viktoriya Shumakova wacht op de achtergrond hoopvol af.  Beeld Dingena Mol
Zit de ring ertussen? Viktoriya Shumakova wacht op de achtergrond hoopvol af.Beeld Dingena Mol

Alleen ligt die van Neven, een zilverkleurige duimring met drie steentjes, sinds twee weken op de bodem van de Herengracht. “Dit gaat een zoektocht tussen het afval worden,” zegt Van Hees.

“Het spijt me” zegt Shumakova.

“Geen probleem. We zijn eraan gewend in Amsterdam,” zegt Van Hees.

Voetbal

Ooit raakte Van Hees zelf een keer een ketting kwijt. Een met een voetbal eraan, die hij op zijn 12de had gekregen van een tante die op sterven lag. Hij had er zelf al vier jaar naar lopen zoeken, tot hij zeven jaar geleden zijn zoon Mitchell meenam naar de waterplas waar hij hem was kwijtgeraakt. Zijn zoon dook de bosjes in met zijn metaaldetector en kwam er even later met een ketting met een voetbal eraan weer uit. “Is dit hem?”

Van Hees: “Dat gaf me zo’n goed gevoel. Dat je mensen dus blijkbaar zo gelukkig kunt maken met behulp van een metaaldetector. En dat je op zo’n manier iets kunt terugdoen voor de maatschappij. Dat wilde ik doen.”

Sinds hij in 2014 begon met het helpen van mensen die sieraden zijn verloren, is zijn stichting uitgegroeid tot een groep van 46 vrijwilligers. Overal in Nederland, en zelfs daarbuiten, staan ze met hun metaaldetectoren en duikspullen klaar om mensen te helpen in geval van nood. In totaal hebben ze al 1251 trouwringen, 932 andere ringen en 1826 overige items teruggevonden. Het gaat volgens Van Hees opvallend vaak mis bij het voeren van eenden, waarbij met het brood ook een ring in het water verdwijnt. In de winter zijn handschoenen vaak de oorzaak, doordat ze aan en uit worden gedaan. In de zomer gaat het mis op het strand, als mensen hun ring even op hun handdoek leggen. Regelmatig raken mensen daarna nóg een ring kwijt, doordat ze proberen na te bootsen wat er met de eerste ring is gebeurd nadat hij in het zand was gevallen.

Tissue

Als er een emotionele waarde aan het verloren item zit, is er geen zaak die de vrijwilligers van Gevonden-Verloren uit de weg gaan, hoe kansloos een zoektocht ook lijkt. Vind bijvoorbeeld maar eens de ring die iemand ‘ergens’ tijdens het zwemmen in zee is kwijtgeraakt (Wijk aan Zee, 2019) of ‘ergens’ in een tuin van 9600 vierkante meter (Groningen, 2020). Die ringen ­werden allebei gevonden, dus daardoor lijkt de zaak van vandaag niet heel in­gewikkeld.

Van Hees in de gracht. Beeld Dingena Mol
Van Hees in de gracht.Beeld Dingena Mol

Het was twee weken geleden. Viktoriya Shumakova, die tegenwoordig een researchmaster aan de VU doet, had die dag Neven op bezoek, overgekomen uit Wenen. Ze hadden net een broodje gegeten en wandelden langs de Herengracht. Daar, bij het bankje, zaten twee mensen te roken. En hier, bij de derde boom vanaf de brug, maakte Neven met een tissue zijn handen schoon. Toen vloog plotseling de ring van zijn rechterduim. Tergend langzaam rolde de zilverkleurige ring over de klinkers richting de gracht, terwijl Viktoriya en Neven aan de grond genageld stonden. De ring kantelde ruim voor de kademuur op zijn zijde, maar hij lag precies onder het busje dat daar geparkeerd stond.

Nu kwam Shumakova in actie. Met haar arm kon ze er net niet bij, maar gelukkig lag er een tak. Het lukte haar om, geknield naast de gracht, de ring op het uiteinde van de tak te krijgen. Heel even was er weer die opluchting. Maar wat er daarna gebeurde kan ze, als ze haar ogen sluit, nog steeds in slow motion zien: de tak komt onder de auto vandaan, de ring vliegt van de tak, stuitert op de grond, gaat over in rollen. En nu met genoeg vaart. Plons. Ze zag hem niet in het water verdwijnen, maar kan ongeveer de plek aanwijzen waar de ring ongeveer gevallen moet zijn.

“Ik wil het niet te optimistisch maken, maar laten we zeggen dat er negentig ­procent kans is dat we de ring vinden,” zegt Van Hees.

“Ja, dat denk ik ook,” zegt Martijn Hendriks, de duiker die vandaag als eerste het water ingaat. “Maar dat hebben we wel vaker gedacht.”

“Ja, je weet het nooit,” zegt Van Hees.

Bij de gemeente is een vergunning aangevraagd om vandaag te mogen duiken. Vlaggen worden neergezet en felgekleurde boeien opgeblazen, zodat het scheeps­verkeer kan zien dat er mogelijk iemand onder water is.

Troep

Een ladder wordt in het water gezet. “Een meter of twee diep,” zegt Hendriks als hij afdaalt in het water. Hij laat de lucht uit zijn duikpak lopen en zakt daarna langzaam naar beneden, tot je hem niet meer ziet. Af en toe komen wat grote luchtbellen naar boven in het groenige, troebele water.

“Ik hoop niet dat ze hem binnen de ­eerste vijf minuten vinden, dan zou ik me toch een beetje schuldig voelen dat ze daarvoor zo lang hebben moeten reizen,” zegt Shumakova.

“Hebben jullie mijn Rolex al gevonden?” roept een man die langsfietst. Dat niet, maar een paar minuten later komt Hendriks wel naar boven met een iPhone in zijn hand. Een oud model, helemaal opengebarsten. Hij moet er al jaren hebben gelegen.

De vrijwilligers van Gevonden-Verloren aan het werk in Amsterdam. Van links af: Martin van Hees, Martijn Hendriks en Stephan van Uden. Beeld Dingena Mol
De vrijwilligers van Gevonden-Verloren aan het werk in Amsterdam. Van links af: Martin van Hees, Martijn Hendriks en Stephan van Uden.Beeld Dingena Mol

“De grachten liggen echt vol met ­telefoons,” zegt Stephan van Uden, die vandaag als kadewacht zorgt dat de duik veilig verloopt. “Bij de Waterkant, dat café onder de parkeergarage langs de Singelgracht, ­vonden we eens binnen anderhalf uur 22 telefoons.” “En vijftien zonnebrillen,” zegt Van Hees.

Beugelfles, bierdop, spijker, schelp, stuk glas, scooterstuur, levende krab – na de telefoon volgt er nog meer troep. “Er ligt een hele brommer hier,” zegt Hendriks als hij even boven water komt. Even dacht hij dat hij beet had, maar dat bleek een lipje van een deels vergaan blikje te zijn. Er ligt zoveel troep dat zijn pinpointer – een kleine metaaldetector die onder water gebruikt – bijna non-stop piept en trilt.

Hij ligt al een uur in het water en begint het langzaam koud te krijgen. Steen, hangslot, metalen buis, gulden uit 1968.

Het is ook niet zo dat hij hiervoor betaald krijgt. Shumakova betaalt alleen een kilometervergoeding, de kosten van het vullen van de duikflessen en een vrijwillige donatie van vijf euro om de stichting te kunnen laten voortbestaan. Hendriks heeft er zelfs een vrije dag voor opgenomen. Dus waarom doet hij dit? “Het is dat moment dat je de ring vindt,” zegt Hendriks, als hij even op de ladder uitrust. “Dat begint als je onder water bent, en de rest boven water er nog geen weet van heeft. Als je dan naar boven komt en de ring laat zien, gebeurt er iets. Dat is echt magie.”

Ook Van Hees gaat het water in om te ­helpen. Het zoekgebied wordt vergroot, want bij een meter of twee van de plek waar Shumakova denkt dat de ring moet ­liggen kreeg Van Hees kippenvel op zijn linkerarm. (“Ik kan het ook niet uitleggen. Mensen verklaren me voor gek, en dat mag. Maar ik heb al zo vaak iets gevonden op een niet logische plek doordat mijn ­kippenvel afgaat.”)

Uit de gracht werd ook nog een brommer opgedoken. Beeld Dingena Mol
Uit de gracht werd ook nog een brommer opgedoken.Beeld Dingena Mol

Fietsslot, fietstrapper, kleipijp, blikje. Weer een uur verder. De Minelab CTX 3030 wordt er bijgehaald, een onderwater­metaaldetector uit het topsegment. Even denkt Van Hees dat hij de ring heeft, maar het is een koperen lasring.

Het is drie uur geleden dat ze zijn begonnen met zoeken. Tijd voor koffie, chocolademelk, patat, broodjes kroket. Het is koud en Van Hees voelt zijn voeten niet meer. Hij huppelt een paar keer heen en weer langs de gracht. Van Uden zoekt ondertussen tussen het vuil dat uit het water is gehaald: soms blijkt bij een tweede keer kijken de ring er toch tussen te zitten. Dit keer niet.

Onwennig

“Je ziet op de bodem van de gracht helemaal niets,” zegt Hendriks. Vervelend vindt hij dat niet. “Eerst is het onwennig en vooral koud, maar na een tijdje begint het te wennen en leer je het landschap kennen. Die steen ligt daar, die steen ligt daar. Zo kan je alles afzoeken.”

Weer een uur verder. Shumakova weet dat ze het zeker weet, maar begint nu toch te twijfelen. Was het bij deze boom, bij dit parkeervlak, langs deze gracht? Ze heeft haar vriend niet verteld van deze missie. Hij zou haar voor gek verklaren, en misschien heeft hij ook gelijk. Ze vindt het vervelend voor Van Hees, Hendriks en Van Uden dat het allemaal zo lang duurt. Die blijven echter geduldig zoeken, en lijken er nog steeds plezier in te hebben.

Crackpijp, vork, koptelefoon, fietswiel. “Ik begrijp de vraag,” zegt Van Hees, als het weer een uur later gaat over wanneer hij eigenlijk opgeeft.

Twaalf jaar geleden werd hij ziek. “Binnen een jaar zou ik in een rolstoel zitten, zeiden ze in het ziekenhuis. De eerste twee, drie jaar was echt een hel. Ik mankeerde nooit wat en nu was ik opeens alleen maar ziek. Overal ontstekingen.

Gevonden voorwerpen. Beeld Dingena Mol
Gevonden voorwerpen.Beeld Dingena Mol

Op een gegeven moment had ik geen zin meer in het leven. Echt. Want was ik nog waard? Een paar jaar later kwam er voorzichtig een omslag. Ik was dan ziek, maar kon wel mijn kinderen zien opgroeien en ze helpen met hun schoolwerk.”

Dus op­geven? Nee, ook al heeft hij het nog steeds soms zwaar. Zijn auto-immuun­ziekte heeft onder andere ontstekingsreuma en de ziekte van Crohn veroorzaakt, de medicijnen hebben soms zware bijwerkingen.

Voordat hij ziek werd, deed had hij verschillende carrières. Cv-ketels, geldwaardetransport, fraudeonderzoek, proces­industrie. Nadat hij ziek was geworden, kwam hij nergens meer aan de bak, ook al liet hij zich omscholen. Hij begrijpt het wel: wie ziet er te wachten op iemand die de ene dag nergens last van heeft en de volgende dag helemaal niets kan?

Toen zijn zoon zeven jaar geleden zijn ­verloren ketting met de voetbal terugvond, wist hij opeens wat hij wél kon doen. “Het is soms lastig te begrijpen,” zegt Van Hees. “Vanbuiten kan je niet zien dat ik ziek ben. Mensen zeggen: hoezo arbeidsongeschikt, je kunt vandaag toch ook de hele dag ­duiken? Maar ze weten niet dat ik, om me hierop voor te bereiden, twee dagen plat op bed heb gelegen. Niets heb gedaan. En morgen kan ik ook niets. Soms kan ik niet eens een colafles openen. Eigenlijk is dit misschien ook te veel vandaag, maar het koude water doet me ook goed. Ik heb veel minder last van spierkrampen. Als ik drie weken niet heb kunnen zoeken omdat ik te veel last heb, ben ik echt zo chagrijnig. Niet te harden. ‘Ga alsjeblieft zoeken,’ zegt mijn vrouw dan.” En: “Als die ring straks bovenkomt, en je ziet het gezicht van ­Viktoriya, dan weet je waarom ik dit doe.”

Bibberen

Maar toch, even later, zes uur nadat de zoektocht begon, moeten ze de missie van vandaag staken. De duikflessen zijn bijna leeg, Martin en Martijn zijn aan het bibberen van de kou. Het hele gebied langs de kade is leeggehaald, maar de ring is nog steeds kwijt.

Shumakova heeft er wel vrede mee: ze hebben alles geprobeerd, ze is onder de indruk. Een nieuwe ring kopen kan ook nog. Maar voor Van Hees, Hendriks en Van Uden is het nog niet klaar. Net iets verderop is een soort bak onder water, misschien van een oude kademuur, waar ze net niet onder kunnen. Wellicht is de ring daar terechtgekomen? Misschien, als het beter weer is en lichter, kunnen ze met behulp van een camera daar gaan ­zoeken.

De zaak van de zilverkleurige ring uit Los Angeles, van iemand uit Wenen, ­symbool voor een liefde die is ontstaan in Maastricht, is zo’n zaak die nog even blijft knagen. Tot de dag dat de vrijwilligers van Gevonden-Verloren hem alsnog vinden.

Hebbes!

De moeder van Tessa Harte vertelde het een beetje terloops: ze was haar ringen kwijt. Een paar dagen geleden had ze in de tuin gewerkt en daarna haar handen gewassen. Bij het wapperen van haar handen waren haar trouwring en de gouden ring van haar overleden vader van haar vingers gevlogen. Zo het slootje in, achter hun huis in Ouderkerk aan de Amstel. Met een hark had ze nog proberen te zoeken, maar zonder resultaat.

Wacht, dacht Tessa, die zag dat haar moeder emotioneel werd toen ze het vertelde. Dit moet toch vaker gebeuren?

Zo belandde ze bij stichting ­Gevonden-Verloren. De vrijwilligers kwamen een paar weken later zoeken. Haar moeder zag er een beetje tegenop: als het niet zou lukken, zou ze weer die teleur­stelling hebben. Maar na een uur en een kwartier zoeken kwam de eerste ring boven water. “Mijn ­moeder was vol ongeloof en zei iets van: ‘Nee, heb je hem, heb je hem, nee!’ Iedereen helemaal ­euforisch, en huilen natuurlijk. Het is echt fantastisch.”

Drie uur later werd ook de andere ring gevonden. Beide ringen zijn ­inmiddels kleiner gemaakt.

Bijvangst

Bij de zoekacties van Gevonden-Verloren is er regelmatig bijvangst: waardevolle items waarnaar ze ­eigenlijk niet op zoek waren. Er wordt geprobeerd om die vondsten bij de eigenaren te krijgen, met bijvoorbeeld een digitale zoektocht. Daarna worden ze aangemeld bij de twee landelijke platforms voor verloren bezittingen.

Zo is er verlorenofgevonden.nl, een overheidswebsite waar de politie, fietsendepots en Nederlandse ­gemeenten hun gevonden voorwerpen plaatsen. Spullen die door de gemeente Amsterdam zijn gevonden, of daar zijn ingeleverd, worden geplaatst op iLost.co. Ook vervoersbedrijf GVB en andere ­organisaties plaatsen daar vaak gevonden voorwerpen. Op beide sites is het ook mogelijk om een zoekgeraakt item aan te melden.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden