PlusAchtergrond

Voskuils boek is géén Amsterdamse wandelgids, maar wat dan wel?

In geen literair oeuvre wordt zo veel gewandeld als in dat van J.J. Voskuil. Die wandelingen zijn nu samengebracht in een boek. Maar, vraagt Paroolcolumnist en boekenrecensent Maarten Moll zich af: gaat het daarin wel over wandelen?

J.J. Voskuil: Had je nog willen wandelen? – Mieterse wandelingen met ­Maarten Koning, samengesteld door Wim Huijser, Van Oorschot, €20. Beeld
J.J. Voskuil: Had je nog willen wandelen? – Mieterse wandelingen met ­Maarten Koning, samengesteld door Wim Huijser, Van Oorschot, €20.

Voskuil, dat was er een. Over hem zo meer.

Zelf ben ik niet zo’n wandelaar. Ja, met de hond. Steeds hetzelfde rondje, schitterend. In Praag heb ik eens een wandeling gemaakt langs alle huizen waar Kafka had gewoond. Ik vond er niet veel aan. De huizen zwegen, en Kafka was al heel lang dood. Gelukkig waren er de bierkelders.

Wandelen. Het is niet eens meer een hype in deze coronatijd. Iedereen trekt om de dichte musea, concertzalen en cafés heen, om dan maar in de buitenlucht ‘iets’ te ervaren. Tussen weilanden door, de bossen in, of gewoon over de grachten.

Er zijn de afgelopen tijd dan ook veel wandelgidsen uitgekomen. Ik blijf het een merkwaardig gezicht vinden, wandelen met een boek in je hand.

Wandelen met zo’n Kafkagidsje is eigenlijk ook niet leuk. Er zijn nogal wat van die boekjes. ‘Loop van het plein naar de hoek met de Amstel, naar het begin van de Blauwbrug.’ En dan sta je op de Blauwbrug, met Labyrintische genoegens – Een literaire wandeling door het Amsterdam van A.F.Th. van der Heijden in je handen toch een beetje in het niets te staren. Want van de rellen op de Blauwbrug in 1980, zoals beschreven in A.F.Th. van der Heijdens De slag om de Blauwbrug (1983), is niets meer te zien. En ook niet van het fictieve personage Albert Egberts, dat midden op de brug staat met een steen in zijn handen.

Literaire wandelingen zijn voor mensen die te lui zijn om het werk van de schrijver te lezen.

Maar goed. Lezen over wandelen, dat is wat anders. Bill Bryson die de Appalachian trail loopt. Heerlijk boek (A walk in the woods). Koos van Zomeren die de natuur intrekt en daarover schrijft. Lekker in je stoel, glaasje bij de hand.

Bijvoorbeeld met Had je nog willen wandelen? Met als ondertitel: ‘Mieterse wandelingen met Maarten Koning’. Als auteur staat op het omslag J.J. Voskuil vermeld. Maar het is geen nieuw werk van Voskuil, die in 2008 stierf. Het zijn wandelingen van Voskuils alter ego Maarten Koning, het hoofdpersonage uit zijn roman Bij nader inzien uit 1963, en zijn magnum opus Het Bureau, die ­zevendelige, ruim vijfduizend bladzijden tellende romancyclus, verschenen in de periode 1996-2000. Uit die twee sterk autobiografische werken selecteerde Wim Huijser voor ­uitgeverij Van Oorschot, waar alles van Voskuil verscheen, de wandelingen die Maarten Koning in die boeken maakt.

Geen routeboek

Even een waarschuwing: het is, als u dat zou denken, géén klassieke wandelgids in die zin dat precies staat uitgeschreven hoe u moet lopen. Het is geen routeboek, zogezegd. Als u Voskuil aan de hand van Had je nog willen wandelen? wilt nalopen, zult u zelf het een en ander moeten uitzoeken. (Het voert u door de binnenstad van Amsterdam, maar ook door de buitengebieden en ook naar het buitenland. In drie delen Voettochten (Terloops, Buiten schot en Gaandeweg), ook uitgekomen bij Van Oorschot, vertelt hij uitgebreid over die ­wandelvakanties, en zijn er ook kaartjes toegevoegd.)

Nog een waarschuwing: het is ook géén verzameling literaire wandelingen. Sterker: het gaat helemaal niet over wandelen. Er wordt gewandeld, er wordt veel gewandeld, er wordt alleen maar gewandeld in Had je nog willen wandelen?

‘Er is waarschijnlijk geen oeuvre waarin zo veel wordt gewandeld als in dat van J.J. Voskuil. Niet zo vreemd, want het enige wat volgens de schrijver zin heeft is ‘wandelen en een borrel drinken,’ schrijft Huijser in de inleiding. (Ik denk meteen aan schrijver Willem Kloos, die zei: ‘Ik hou erg van een mooi ­uitzicht buiten, maar ik moet er iets te drinken bij hebben.’)

Waar die zin in wandelen vandaan komt, dat levensmotto, wordt niet echt duidelijk. Waarom trekt Maarten steeds de deur achter zich dicht. Waarom trekken Maarten met zijn vrouw Nicolien er maar telkens op uit?

Het is die vraag: had je nog willen wandelen?

‘“Of had je thuis willen blijven,” vroeg ze, terwijl hij de deur achter zich dicht trok. Hij overwon een aarzeling. “Nee, we gaan wandelen.” Hij sloeg zonder verder na te denken rechtsaf. “Verdomd mieters stil,” zei hij opgewekt.’

Het lijkt een dwangmatige bezigheid, al die stappen die gezet worden.

Of… als ik naar mijn aantekeningen kijk die ik tijdens het lezen heb gemaakt, valt er wel iets op (ik laat de paginanummers even weg): ‘Geen uitweg. Uitzichtloos. Ongelukkig. Geluksgevoel. Angst. Auto verpest het. Dreiging & vijandelijkheid. In afwachting van betere tijden. Mensen die van mensen houden. Schuilplaats. Loonslaaf. Bedreigd. Gespannen. Geïrriteerd. Misantropie. Heimwee. Geluk. Veilig. Dood en ontroering. Woede. Weemoed. Niemandsland. Eenzame mensen. Wereld naar de bliksem.’

Steekwoorden die voor het overgrote deel ook in het boek voorkomen. De wandelingen zijn een uitlaatklep voor Maarten. Het wandelen is een vehikel. Je hoort hem nooit over blaren of kapotte schoenen, al loopt er weleens een laars vol met water. Een keer gaat hij, in een regenpak, op weg naar zijn werk. Een enkele keer wordt een lok nat haar weggeveegd.

Die wandelingen zijn een soort sessies op de sofa. Maarten ventileert zijn ­gevoelens, gehinderd als hij is door de omgang met anderen. Terwijl hij tegelijkertijd de omgeving scherp in zich opneemt. Al is het, waarschuwing drie, ook géén Amsterdamse stadgids. Voskuil beschrijft, vanuit Maarten, wat hij ziet, meer is het eigenlijk niet.

Een citaat, het is 1957: ‘Hij opende de deur en trok hem hard achter zich dicht. De bel rinkelde. Zonder na te denken sloeg hij rechtsaf, de hoek om, de Egelantiersstraat in. Zodra hij alleen was, zakte zijn woede, maar nu hij eenmaal ­buiten was, was hij te koppig om terug te keren. (…) Bij de hoek van een zijstraat ­zaten een paar mensen op stoelen naast hun deur en verderop speelden wat ­kinderen. Het was dezelfde weg als hij ’s ochtends naar zijn werk liep, maar aan het eind van de straat sloeg hij linksaf. Hij hoorde zichzelf lopen en voelde zich eenzaam. Het leven leek uitzichtloos. Je zou boer moeten zijn. Met niemand iets te maken hebben.’

Legendarische ruzies

We zijn dan inmiddels naadloos aanbeland in het tweede deel van het boek, dat de wandelingen uit Het Bureau bevat, en meneer Beerta wordt opgevoerd. ­(Meneer Beerta is ook de titel van het eerste deel van Het Bureau.) Dat tweede deel is luchtiger dan het Bij nader inzien-deel, en humoristischer, ook omdat hier een paar van de legendarische ruzies tussen Maarten en Nicolien worden beschreven. (Al wordt in het eerste deel het woord ‘mieters’ een keer of vijftig genoemd, en in het tweede deel slechts een keer of vijf.)

Maar dat tweede deel laat ook veel meer zien hoe het Maarten vergaat na zijn studententijd die in Bij nader inzien wordt beschreven. Die lijst met steekwoorden hierboven vangt aan op bladzijde 111, vlak voor Maarten op Het Bureau gaat werken (gemodelleerd naar het Meertens Instituut voor onderzoek en ­documentatie van de Nederlandse taal en cultuur). Dat wandelen is dan ondergeschikt aan hoe hij met de wereld moet omgaan.

Maar als het geen wandelgids is, en geen verzameling literaire wandelingen, of een Amsterdamse stadsgids, wat is Had je nog willen wandelen? dan wel?

Had je nog willen wandelen? is een karakterstudie van Maarten Koning. En voor degenen die Het Bureau hebben gelezen, is het een feest der herkenning en een enorme aansporing weer aan die cyclus te beginnen. Voor degenen die Het Bureau niet kennen, en die soms de context missen, is het een teaser. (Wat een geluk, die vijfduizend nog te lezen bladzijden!)

Toch nog terug naar dat wandelen. Naar de grote wandelaar Maarten Koning die mij tot slot een recept geeft ter aansporing.

Ergens in 1989, Maarten heeft al afscheid genomen van Het Bureau, loopt hij op de dijk van Enkhuizen naar Hoorn. ‘Omsloten door de regen met alleen het ­geluid van zijn voetstappen, had hij het gevoel te zijn opgenomen in de ruimte.

Er stopt een automobilist die hem een lift aanbiedt.
“Dat is heel vriendelijk van u,” zei hij, “maar ik loop liever.”
“Dus u bent een gelukkig man?”
Maarten glimlachte. “Ja, ik ben een gelukkig man.”’

J.J. Voskuil: Had je nog willen wandelen? – Mieterse wandelingen met ­Maarten Koning, samengesteld door Wim Huijser, Van Oorschot, €20.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden