Plus Portret

Voormalig ziekenhuis wordt ‘clubhuis voor ondernemers’

De zolder van het voormalige Prinsengracht-ziekenhuis. Vroeger werd hier de gegoede burgerij geopereerd vanwege de lichtinval, nu is het een goede horecaplek. Beeld Jakob Van Vliet

Johan Cruijff werd er vader, Simon Carmiggelt overleed er. Maar deze herfst wordt het voormalige Prinsengrachtziekenhuis een ‘ondernemersambassade’ – noem het vooral geen flexkantoor.

Nee, het voormalige Prinsengrachtziekenhuis wordt niet het zoveelste slachtoffer van de flexwerkmanie die de ­Amsterdamse kantorenmarkt nu al een tijdje in zijn greep houdt. Niet helemaal, althans.

Eind deze herfst gaat in het hospitaalcomplex Fosbury & Sons open, een plek waar ondernemers tijdelijke kantoorruimte kunnen huren – of dat nu een aparte ruimte is of een plekje aan een werktafel. Maar met flexconcurrenten als WeWork, Spaces of Tribes hebben ze naar eigen zeggen slechts zijdelings van doen. “Mooi hoor. Maar niet heel erg spannend, te corporate, weinig inspirerend. Dat is zonde bij een pand als dit.”

Het was Maarten Beucker Andreae die de aanzet gaf. Met de verkoop van het in de pioniersjaren van internet opgezette 2dehands.nl en (en .be) aan eBay, gooide de serie-entrepeneur het roer om. Beucker Andreae werd een van de geldschieters van start-upcouveuse Rockstart, stapte zelf in de techfinanciering met Million Monkeys, en bedacht een toevluchtsoord voor ondernemers. “Niet zoals Soho House, daar gaat het wel heel erg om vrije tijd met die clubverdieping en de gym. Ik wil een plek om te ondernemen die een huiselijke sfeer biedt. Die is er niet in de stad.”

Hij hield het aanvankelijk dicht bij huis. “Het begon met internetondernemers – mijn wereld. Maar er gebeurde toen al veel voor techbedrijven in de stad.” En een tech­enclave wilde Beucker Andreae juist niet. “Ik wilde iets doen voor ondernemerschap in Amsterdam, een clubhuis waar je steeds andere ondernemers tegenkomt. Creativiteit krijg je niet door mensen uit de creatieve sector bij elkaar te zetten maar door creatieve entrepreneurs samen te brengen. We zoeken leuke ondernemers; al maak je worsten of fietsen; alles kan. Niet alleen uit Amsterdam. En ze hoeven vooral niet met hun hele bedrijf te komen – voor je het weet groeien ze weer uit het pand.”

“Ik had er weleens met Foppe en Lennart (Eshuis en Rottier – red.) van Millten over gepraat en we waren al een beetje op zoek naar kleinere panden. Totdat Foppe belde en zei: ‘Het Prinsengrachtziekenhuis staat te koop.’”

Millten is de Amsterdamse projectontwikkelaar en vastgoedinvesteerder die zich samen met Duncan Stutterheim over de Westergasfabriek heeft ontfermd en ­onlangs Karl Lagerfeld in het verderop gelegen grachtencomplex De Zonnewijser heeft geholpen.

Moeilijke momenten

Maar toen ze zich in 2014 inschreven op het achter 45 meter grachtengevel verscholen complex waar het Prinsengrachtziekenhuis 162 jaar was gevestigd, was Millten nog vooral een vastgoedstart-up. Midden in de kantorencrisis wilden ze specialiseren in kantoren in moeilijke ­monumenten. Eshuis: “Niemand zag ons echt staan. We waren een nieuwe partij. En iedereen keek naar dit project. We begonnen de biedingen met veertig partijen, elke ronde verder was voor ons een pure overwinning.”

Maar ze hadden een streepje voor. “Het OLVG had het ­gebouw ooit voor een gulden gekregen,” zegt Beucker ­Andreae, “de eigenaar wilde dat het een maatschappelijke rol hield. Daar paste ons plan voor jonge bedrijven en ondernemerschap wel bij.”

Ze kochten het complex met de Amsterdamse projectontwikkelaar COD, die inmiddels in de voormalige kraamvleugel van het ziekenhuis en nieuwbouw aan de Kerkstraat elf kapitale appartementen heeft gebouwd. Millten en Beucker Andreae’s Million Monkeys doen de rest.

Tegenslag was ingecalculeerd. “Van een monumentaal gebouw een comfortabel kantoor maken is heel erg moeilijk,” zegt Rottier. “Het pand was echt in een bizar slechte staat, met aluminiumfolie op de vensterbanken. Er was twintig jaar niks aan gedaan. In zo’n pand kun je niet werken. Maar gelukkig weten we een beetje wat we doen. We hebben al vaker kantoren gebouwd in slechte panden. ­Alles is nu hightech, alle installaties zijn weggewerkt.”

Maar eens een ziekenhuis, altijd een ziekenhuis. Ook als het bijna 6000 vierkante meter grote complex dit najaar het nieuwste flexkantoor in de binnenstad wordt, zal de historie onvermijdelijk zijn. Want, rijksmonument, er mocht nauwelijks iets aan het gebouw veranderen.

“Alles wat niet monumentaal was, hebben we weg­gehaald,” zegt Eshuis, die niet nalaat zichzelf daarvoor op de borst te roffelen. “Waar zie je dat nog: een projectontwikkelaar die in hartje stad kostbare vierkante meters wéghaalt.” Gekomen zijn balkons en omlopen van architecten Roberto Meyer en André van Stigt, zodat kantoorruimtes en de lounge onder het dak nu ook buitenruimte krijgen.

Initiatiefnemers Maarten Beucker Andreae, Lennart Rottier, Foppe Eshuis. Beeld Jakob Van Vliet

Dichtgewit

Veel te ontdekken was er ook. Dat er glas-in-lood in het pand zat, dat wisten ze. Maar dat het ook bovenop in de lichthoven, op de bovenverdieping zat – weggetimmerd door het ziekenhuis? “We hebben veel weer tevoorschijn moeten halen.”

Zo ook in de voormalige operatiekamers. Van oudsher ­lagen die onder de nok, zodat in de beginjaren van het hospitaal gegoede burgers bij het binnenvallende zonlicht konden worden geopereerd. Maar al decennia waren die ramen dichtgewit. Nu zijn het de zo gewilde vloer-tot-plafond-panoramaramen, met uitzicht over de grachten­gevels.

Dat de voormalige kamers voor eersteklaspatiënten vergaderzalen moesten worden, dat was onvermijdelijk. “Die hebben patiodeuren en een balkon,” zegt Eshuis, “zodat de patiënten in de zomer naar buiten konden worden ­gereden. Zonde om daar kantoren van te maken, want dan wordt het weer zo’n privéding.” Dus zitten de kantoren vooral in de voormalige zusterkamers en de zalen voor de tweedeklaspatiënten.

De lange bouwjaren brachten ook bezinning. “We hadden de exploitatie eerst zelf willen doen,” zegt Beucker ­Andreae. “Maar dan moet je een organisatie opzetten, ­bedrijven werven, huurders managen. Toen we begonnen, kende ik niemand die het kon zoals wij het willen.” Die bleek er toch te zijn; drie Vlamingen die in Brussel hun eigen draai hadden gegeven aan flexkantoren.

Elf maanden geleden, op de dag af, ging het eerste mailtje uit naar hun Fosbury & Sons. “We waren net druk met de opening van onze tweede vestiging,” zegt Maarten Van Gool van Fosbury. “We dachten wel aan het buitenland, maar plannen hadden we nog niet.”

In zee gaan met een start-up lijkt best een risico in een flexwereld, waar vooral grootmachten als Office Partners, Regus of WeWork, dat binnenkort via de beurs vier miljard dollar wil ophalen, de dienst uitmaken. Beucker Andreae: “Maar als je bij hun vestiging in Antwerpen binnenloopt, wil je er blijven. Bij die anderen wil ik best zijn, maar na een tijdje toch weer weg. En het gaat niet om het bedrijf, het gaat om de mensen erachter.”

De lat ligt hoog

Een beetje pronken met andermans veren is het wel. Want hoe Angelsaksisch ‘Fosbury & Sons’ ook klinkt, de drie oprichters zijn ras-Vlamingen en geen familie.

‘Fosbury’ is een wat omslachtige ­manier om hun missie te benadrukken. Want het was de Amerikaanse atleet Dick Fosbury die eind jaren zestig met zijn achterwaartse ‘flop’ in het polsstokhoogspringen voor een revolutie zorgde. Trek dat maar door naar een kantooruitbater die latten hoger legt en ingedutte ­gewoontes omgooit.

Er is contact met dé Fosbury (72), maar die vraagt, inmiddels motivatiespreker, voor verbale ondersteuning een bedrag dat het marketingbudget van zijn naamgenoten te boven gaat. “Maar we blijven proberen.”

Fosbury & Sons heeft drie vestigingen in België, nummer vier volgt in september. Amsterdam is het eerste buitenlandse avontuur – een tweede vestiging in de hoofdstad komt in het voormalige Y-Point-pakhuis in de Van Diemenstraat. “En we willen er zeker nog eentje in de stad.”

Eerst Spanje, waar in Valencia volgend jaar een vestiging opent. “Over drie jaar willen we zo’n vijftien vestigingen hebben,” zegt Maarten Van Gool.

O ja: die ‘sons’ zijn niet de oprichters, maar volgens de marketingblurb alle gebruikers van de vestigingen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden