PlusAchtergond

Voor het te laat is: regel je geldzaken voor je overlijden

Wanneer iemand op jonge leeftijd overlijdt, zorgt dit naast veel verdriet ook vaak voor plotselinge geldzorgen bij de nabestaanden. Hoe is dit te ondervangen?

Beeld Ted Struwer

We hopen allemaal lang en gelukkig te leven, maar de kans om op relatief jonge leeftijd te overlijden valt niet uit te vlakken. Jaarlijks sterven in Nederland ruim 150.000 mensen; vorig jaar waren 21.000 overledenen jonger dan 65 jaar. Door het coronavirus lieten dit jaar tussen maart en begin mei meer jonge mensen het leven dan normaal. Volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek was dat in de leeftijdscategorie tussen de 20 en 49 jaar 7 procent meer, in de leeftijd van 50-59 jaar zelfs ruim een kwart.

Als iemand vrij jong overlijdt, komen de nabestaanden vaak in financiële problemen, signaleert de Rabobank die hier onderzoek naar deed. Bijna de helft van de Nederlanders kan bij het overlijden van de partner de huur of ­hypotheek van het huis niet meer betalen, 60 procent gaat er financieel flink op achteruit en een derde van de achterblijvers moet de manier van leven drastisch aanpassen.

“Mensen komen vaak voor verrassingen te staan,” zegt Olaf Simonse, directeur van Wijzer in geldzaken, een ­initiatief van het Ministerie van Financiën. “Opeens sta je er, ook op financieel vlak, alleen voor. Daarom is het goed om voorbereid te zijn en er nu al met je partner over te ­praten, ook al is het geen leuk gesprek.”

1. Verdiep je in de geldzaken

Vaak regelt een van de partners de geldzaken. “De problemen ontstaan als de achterblijver niet weet hoe die zaken zijn geregeld,” legt Simonse uit. “Die moet dan opeens ­alles uitzoeken. Zorg daarom dat je allebei weet wat er is geregeld aan bijvoorbeeld pensioen, verzekering en hypotheek. Weet daarnaast in welke map of waar op de computer je alles kunt vinden. Het scheelt veel stress als je weet wat er is bepaald met betrekking tot je huis, bezittingen, inkomen en kinderen.”

Voor mensen met weinig inkomen biedt de overheid nog een bescheiden vangnet. “Vroeger kregen weduwen en wezen een nabestaandenpensioen van de overheid,” zegt Simonse. “Maar die regeling is behoorlijk versoberd.” Alleen weduwen en weduwnaars met minderjarige kinderen die leven van een minimuminkomen kunnen nog een nabestaandenuitkering (Anw-uitkering) krijgen. Ook ­nabestaanden die voor minimaal 45 procent arbeidsongeschikt zijn, kunnen daar aanspraak op ­maken.

De uitkering bedraagt maximaal 70 procent van het ­minimumloon. Hoeveel precies wordt toegekend, hangt af van het overige inkomen. Particulier pensioen en eigen vermogen tellen daarbij niet mee. De uitkering stopt bij hertrouwen of samenwonen, het bereiken van de AOW-leeftijd of als het jongste kind 18 jaar wordt.

Ook goed om te weten: “Als het inkomen na overlijden van een partner daalt, kan de achterblijver in aanmerking komen voor toeslagen als huurtoeslag, zorgtoeslag en een kindgebonden budget,” zegt Simonse. “De voorwaarden verschillen per toeslag.”

Via www.berekenuwrecht.nl kun je berekenen of je recht hebt op toeslagen en andere voorzieningen.

2. Check pensioen voor je nabestaanden

Bouw je pensioen op via je werk, dan hebben jouw ­nabestaanden, zowel je achterblijvende partner als ­minderjarige kinderen, meestal recht op een nabestaandenpensioen. “Ook als je de AOW-leeftijd nog niet hebt ­bereikt,” benadrukt Simonse. “Het verschilt per pensioenfonds hoe dat is geregeld. Als je samenwoont is het zaak te controleren of jouw partner is aangemeld bij het pensioenfonds. Als je ooit bent gescheiden, gaat een deel van het nabestaandenpensioen naar de ex-partner. Zzp’ers en flexibele werknemers moeten over het algemeen zelf voor een pensioenvoorziening zorgen.”

Via www.mijnpensioenoverzicht.nl kun je, na inloggen met Digid, zien waar jouw nabestaanden recht op hebben.

3. Sluit een overlijdensrisicoverzekering af

Een andere mogelijkheid om nabestaanden financieel te helpen is het afsluiten van een overlijdensrisicoverzekering. Die keert eenmalig een bedrag uit aan een begunstigde als de verzekerde overlijdt. Hiermee kunnen nabestaanden bijvoorbeeld de hypotheekschuld aflossen, of het bedrag gebruiken als aanvulling op het inkomen ­omdat één inkomen wegvalt. Maar de uitkering is ook in te zetten voor kinderopvang, hulp in het huishouden, onbetaald verlof, studie van de kinderen, of simpelweg om te blijven leven zoals je dat bent gewend.

Je kunt zelf aangeven wie de eenmalige uitkering na je overlijden moet ontvangen. Dat kunnen je partner, kinderen of andere nabestaanden zijn, maar bijvoorbeeld ook een zakelijke partner of een goed doel. De looptijd van de verzekering bepaal je zelf. Dat kan bijvoorbeeld de looptijd van je hypotheek zijn. Of het moment dat je kinderen volwassen worden.

Mensen met een koophuis hebben vaak – al dan niet ­verplicht – een overlijdensrisicoverzekering waarmee de hypotheekschuld kan worden afgelost. Huurders hebben zo’n verzekering minder vaak. Toch kan het ook voor hen soms een uitkomst zijn, omdat de huur anders opeens met één inkomen moet worden opgehoest.

4. Leg wat geld opzij

De kosten van de verzekering zijn onder meer afhankelijk van de hoogte van het te verzekeren bedrag, de looptijd, en het risico op overlijden. Een niet-roker van 35 jaar betaalt voor een overlijdensrisicoverzekering met een looptijd van dertig jaar en een uit te keren bedrag van 200.000 euro rond de 13 euro per maand, blijkt uit gegevens van vergelijkingssite Independer. Als je de looptijd hebt ‘overleefd’, wordt er niets uitgekeerd.

Mensen die een groter risico lopen op overlijden betalen meer premie. Zo betalen rokers meer premie dan niet-­rokers, omdat zij gemiddeld jonger overlijden. Ook mensen met een chronische ziekte betalen soms meer. Niet ­iedereen kan zich verzekeren; je moet medisch geaccepteerd worden door de verzekeraar. Als je overlijdt ­binnen een jaar na het afsluiten van de polis, schakelt een ­verzekeraar de onafhankelijke toetsingscommissie ­gezondheidsgegevens in. Die controleert of je geen medische gegevens hebt verzwegen of onjuist gerapporteerd bij het afsluiten van de verzekering.

Simonse beveelt een overlijdensrisicoverzekering niet voor iedereen aan. “Het kost geld, dus doe het alleen als het nodig is. Inventariseer eerst wat er verder is geregeld en hoeveel eigen vermogen er is. Gebruik je geld anders liever om te sparen. Ook een klein bedrag per maand levert op termijn een mooi potje op voor onverwachte gebeurtenissen.”

Overstappen

Veel mensen sluiten een overlijdensrisicoverzekering af en kijken er nooit meer naar om. Toch kan dat de moeite waard zijn, bijvoorbeeld als je kunt overstappen naar een andere aanbieder die voor eenzelfde bedrag een lagere premie rekent. Hoewel je meestal meer voor de verzekering betaalt als je ouder bent, is de premie de afgelopen jaren over de hele linie wel lager geworden. Als de verzekering is verpand door de bank voor uw hypotheek, mag oversluiten alleen met toestemming van de bank.

De verzekering aanpassen kan ook, als jouw situatie in de tussentijd is veranderd. Bijvoorbeeld door een lager bedrag te verzekeren als je inmiddels een deel van de hypotheek hebt afgelost. Of als je de looptijd wilt veranderen. En als je twee jaar bent gestopt met roken betaal je het niet-rokerstarief. Dat moet je dan wel doorgeven.

Geldwijzer Nabestaanden

Budgetinstituut Nibud, de Sociale ­Verzekeringsbank en de Pensioenfederatie hebben gezamenlijk een ­rekentool ontwikkeld, die is te vinden via www.geldwijzernabestaanden.nl. De Geldwijzer Nabestaanden beoogt een startpunt te zijn voor mensen die meer inzicht willen in de financiële gevolgen na overlijden.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden