PlusInterview

Voor de meeste kinderen is gamen iets positiefs, nu de ouders nog

Beeld Jip van den Toorn

Lang niet alle gamers zitten als een zombie achter de computer. Kijk eens wat je kind precies doet in plaats van meteen de strijd aan te gaan over schermgebruik, betogen de schrijvers van het boek Mijn gamende kind.

Het was een eigenaardige coalitie, tussen e-sporter Koen Schobbers (28) en journalist Deirdre Enthoven (51). Zij had eigenlijk niets met gamen en lag vaak in de clinch met haar fanatiek gamende zoon, hij verdiende zijn geld met de racegame Trackmania. Vorig jaar ontmoetten Schobbers en Enthoven elkaar, en begonnen ze aan hun boek Mijn gamende kind, dat donderdag verschijnt.

Het is een lijvig werk met de vijftig belangrijkste vragen over gamen en opvoeden. Geen overbodige luxe, als je bedenkt dat negen op de tien ouders weleens ruzie maakt over het schermgebruik van hun kind, en ruim de helft hierdoor geen vat meer op ze heeft. Maar, betogen Enthoven en Schobbers, verdiep je eens in wat je kind echt doet en probeer oog te hebben voor de positieve kanten.

Als ik jullie boek lees, krijg ik vooral het gevoel dat ouders veel te moeilijk doen over gamen.

Enthoven: “Dat denk ik wel. Ik had een aversie tegen schermgebruik in het algemeen, en tegen gamen in het bijzonder. Ik heb drie pubers, mijn jongste, Tygo, van net twaalf, is de gamer. Die zit dan op zijn console, met een koptelefoon op te schreeuwen. Vroeger werd ik bij voorbaat treurig van het idee dat hij weer op zo’n scherm ging, maar voor het boek heb ik me erin verdiept. Dan kom je erachter dat er heel veel onderzoek is gedaan naar de effecten van gamen en dat er ook veel positiefs te melden is. Dat is lang onderbelicht gebleven. De grootste aandacht gaat altijd naar gameverslaving, en dat is ook een serieus probleem, maar voor de meeste kinderen is gamen gewoon iets positiefs.”

Schobbers: “Gamen is natuurlijk goed voor je oog-­handcoördinatie, maar je leert ook strategisch en oplossingsgericht denken, omgaan met winst en verlies, communiceren met heel veel mensen, soms in verschillende talen. Reken maar uit: toen de opvoeders van deze kinderen zelf jong waren, was er nog geen internet. In dat opzicht is het generatieverschil heel groot: die ouders komen uit de tijd van de kapotte broeken en de speeltuin. Wat toen offline gebeurde, gebeurt nu vaak online. Die speeltuin is de game en daar zie je ook je vrienden.”

Mijn zoon gamet veel. Toen ik hem vroeg wat hij er het leukst aan vindt, zei hij: het contact met anderen.

Schobbers: “Dat komt in elk onderzoek terug: gamers ­spelen vooral voor de sociale contacten.”

Enthoven: “Wij zijn twee jaar geleden verhuisd van Haarlem naar Rotterdam, en dit is voor mijn zoon de manier om contact te houden met zijn oude vriendjes. Nu ik eens goed ben gaan kijken wat hij doet, is mijn beeld ook veranderd. Ik dacht dat hij altijd wat indolent achter een scherm hing, maar hij is juist heel actief en opgewonden bezig met anderen. Hij heeft er enorm veel lol in.”

Heeft dit boek uw relatie met uw zoon veranderd?

Enthoven: “Ik vind van wel, al zullen mijn kinderen bij dit onderwerp vooral met hun ogen rollen. Maar weet je: een kind maakt nog geen onderscheid tussen wat hij doet en wie hij is. Dus als ik negatief reageer op wat mijn zoon leuk vindt, voelt het voor hem alsof ik hem afwijs.”

Schobbers: “Tussen mij en mijn moeder liep het vroeger niet. Ze begreep niet wat ik deed en legde me alleen maar regels op, in plaats van gezamenlijk afspraken te maken. Toen ik professioneel gamer werd, op mijn vijftiende, reageerde haar omgeving heel negatief. De kloof werd steeds groter, tot ik op een gegeven moment nauwelijks nog met haar praatte. Het keerpunt kwam toen ik in 2014 door de NOS werd geïnterviewd over gamen en mijn moeder dacht: wat gebeurt hier? Mijn zoon komt op de nationale televisie over iets waarover wij steeds ruzie hebben.”

Ik vind het ook extreem irritant als wij gaan eten en mijn zoon niet komt omdat hij nog een potje moet afmaken.

Enthoven: “Tygo mocht van mij altijd tot acht uur gamen. Om vijf voor acht zei ik dan: je moet zo stoppen. Dat vond ik heel goed van mezelf, want dan werd hij niet meer verrast. Maar dat is net zoiets als tegen iemand zeggen: over vijf minuten moet je die serie uitzetten, terwijl de aflevering nog tien minuten duurt. Dus nu vraag ik hem: wat is een goed moment om te stoppen?”

Ik wil gewoon om half zeven eten.

Schobbers: “Dat kan ook, maar spreek dan op tijd af wat hij nog kan doen. Als je één blik op zijn scherm werpt, zie je hoe lang zijn potje nog duurt. Het helpt als je je een beetje in de game verdiept. Een spelletje Fortnite, bijvoorbeeld, duurt maximaal 20 minuten. Zeg, als hij dat speelt, dan een half uur voor het eten dat hij nog één volledig potje mag spelen. Dan is hij echt op tijd aan tafel.”

Je kunt ook zeggen: ga buitenspelen. Veel gezonder.

Schobbers: “Dat is waar. Het draait allemaal om de balans: spel, sport, school, slaap, sociaal, wat ik de Spel Schijf van Vijf noem. Als die vijf elementen met elkaar in verhouding blijven, zit je goed. Je kind moet wel blijven sporten en buitenspelen.”

Enthoven: “Wij zeggen niet: laat het los. Help je kind de balans goed te houden. Daar geven we in ons boek ook allerlei tips voor. Als je kind genoeg slaapt, het goed doet op school, zijn vriendjes ook nog ziet buiten het gamen en sport of buitenspeelt, blijft er ruimte over om te gamen.”

Deirdre Enthoven en Koen Schobbers: Mijn gamende kind, Maven Publishing, €23,50

Problematisch gamen

De gemiddelde leeftijd van gameverslaafden is 25 jaar, maar het komt ook bij kinderen voor. Bijna één op de tien jongens tussen de 12 en 15 jaar is echt verslaafd; problematisch gamen speelt bij 5 procent van de jongens in het basisonderwijs en bij 7 procent van de jongens in het middelbaar onderwijs; bij meisjes zijn die percentages aanmerkelijk kleiner. Verslaving ontstaat meestal doordat in de game behoeftes worden bevredigd die de speler in het dagelijks leven mist: het gevoel ergens bij te horen, ergens goed in te zijn of regie te hebben over je leven. Ook zorgt het bij vrijwel alle games ingebouwde gokmechanisme voor de aanmaak van het gelukshormoon dopamine. Dat hormoon komt vrij bij de verwachting dat er iets leuks gaat gebeuren – en als dat uitblijft (je verliest, bijvoorbeeld) wordt de drang om opnieuw te beginnen en weer op zoek te gaan naar geluksgevoel alleen maar sterker.

Hoe zie je of je kind verslaafd is:
- Het gamen staat altijd op de voorgrond in zijn dagelijks leven.
- Hij heeft last van ontwenningsverschijnselen als hij niet kan gamen: hij is prikkelbaar, angstig of verdrietig.
- Hij wil steeds meer tijd besteden aan gamen.
- Hij heeft geen belangstelling meer voor andere activiteiten.
- Hij liegt over hoeveel tijd hij eraan besteedt.
- Hij gebruikt gamen om negatieve gevoelens te verlichten.
- Hij mist kansen op school, werk of relaties.

De acht bekendste gamegenres

1. Moba: multiplayer online battle arena, waarbij je de basis van je tegenstander probeert kapot te maken. Voorbeelden: League of legends, Dota 2.

2. Shooters: online schietspellen die een beroep doen op inzicht, behendigheid en coördinatie. Voorbeelden: Call of Duty, Battlefield, Valorant, Counterstrike.

3. Battle Royale: survivalspellen waarbij je als laatste over moet blijven, een subgenre van de shooters. Bekendste voorbeeld: Fortnite.

4. Adventure games: spellen met een sterke verhaallijn en karakters, hier draait het vooral om logisch nadenken en raadsels oplossen. Voorbeelden: Luigi’s Mansion, The Legend of Zelda, Pokémon.

5. Sport en simulatie: on- en offline sportspellen, zoals Fifa en Formule 1.

6. Location based games: waarbij je eigen omgeving je speelveld wordt. Vooral bekend van Pokémon Go, maar andere voorbeelden zijn Minecraft Earth en Harry Potter: Wizards Unite.

7. Puzzels: kortdurende spelletjes, vooral populair op de telefoon. Voorbeelden: Candy Crush, Two Dots en Wordfeud.

8. MMORPG: massively multiplayer online role-playing game. In dit genre ben je een karakter en werk je samen met anderen in een online wereld. Bekendste voorbeeld: World of Warcraft.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden