Kaj van Sintemaartensdijk (l) en Christiaan de Jong van Tarzan Boomspecialisten in een tuin op de Prinsengracht. Alles gebeurt uit liefde voor de boom.

Plus Reportage

Voor de boomverzorgers van Tarzan is klimmen pure noodzaak

Kaj van Sintemaartensdijk (l) en Christiaan de Jong van Tarzan Boomspecialisten in een tuin op de Prinsengracht. Alles gebeurt uit liefde voor de boom. Beeld Ivo van der Bent

Boombeheer gaat over bomen, maar net zo veel over mensen. Vraag dat maar aan de boomspecialisten van Tarzan. ‘Het is geen paal met groen eraan.’

Vasthouden. Wat ik ook doe, blijven vasthouden. Dat was de enige gedachte die Kaj van Sintemaartensdijk (21) in zijn hoofd had toen hij anderhalf jaar geleden op zijn eerste werkdag op dertig meter hoogte in een Amsterdamse populier hing. Een oude populier ook nog eens, terwijl er grote stukken tak van gesnoeid werden door zijn toen al ­ervaren collega Christiaan de Jong (30).

Het was zijn eerste werkdag bij Tarzan Boomspecialisten. Waar ben ik aan begonnen, dacht hij toen nog. Tegenwoordig weet hij dat precies en klimt hij lachend zo’n populier in. Of een kastanje, of een iep. Prachtig, vindt hij dat. Het uitzicht dat verder niemand heeft, maar vooral: met die boom bezig zijn.

Want natuurlijk, dat klimmen spreekt tot de verbeelding. Maar eigenlijk is het alleen maar een míddel om te doen waar het bij Tarzan echt om gaat: boomverzorging. Soms komen er sollicitaties binnen van mensen die op de sportacademie zitten en gek zijn op klimmen. Dat is de verkeerde volgorde. Gek zijn op bomen, daar begint het mee. Dat klimmen komt later wel.

Dat deed Frans van Vugt-Schmitz (43) in 2003 nog zelf, toen hij in z’n eentje begon met een bakfiets, een motorkettingzaag en een klimset. Zestien jaar later heeft hij een team van boomverzorgers en een uitgebreid machinepark, met onder meer een keur aan motorkettingzagen. Zelf gaat hij zelden meer de boom in, dat laat hij aan de jonge garde.

Tarzanbandana

Van Vugt-Schmitz bestiert zijn zaak vanuit zijn kantoortje, gelegen naast de boerderij waar hij woont in Nes aan de Amstel. Stel jezelf een landelijke idylle voor, denk er dan nog een pipowagen en – vooruit – nog eens twee loslopende kippen bij, en dat is het: zijn domein. En dat van zijn vrouw Marijke, die hier een zorgboerderij heeft. Het liefst slaapt hij met zijn Marijke in die pipowagen, zoals hij ook al deed in zijn vrijgezelle jaren.

Vroeg in de ochtend verzamelt Team Tarzan hier voor de boomklus van die dag. Met munt uit eigen tuin in de thee en de stad die veel verder weg voelt dan hij is. Van Vught-Schmitz – blootsvoets en getooid met gele Tarzanbedrijfsbandana – wilde vroeger boswachter worden, maar toen hij erachter kwam dat je dan een soort ­manager bent, besloot hij zich op één boom per keer te richten. Dat doet hij sindsdien, in en om Amsterdam.

Tarzan is gespecialiseerd in stadstuinen waar je met een hoogwerker niet bij komt. Dat verklaart het klimmen: pure noodzaak. Het werk is divers: als het maar met bomen te maken heeft, doen ze het. Maar alles uit liefde voor de boom, harmonieus verenigd met kennis van zaken.

“Je raakt er nooit over uitgeleerd,” zegt Van Vugt-Schmitz, zittend in een kruiwagen en omringd door zijn team dat vandaag bestaat Kaj en Christiaan die we kennen van de oude populier, en verder uit Frank Koggel (28) en Annemiek van Vugt (49). “Het is geen paal met groen eraan, maar een complex systeem dat wordt geregeld door diverse hormonen en schimmels die met de boom samenwerken of juist zijn vijand zijn. Te veel mensen die er te weinig van weten, werken met bomen. Er zijn misschien wel 100.000 mensen die professioneel aan bomen komen. 10.000 daarvan noemen zich boomverzorgers. En dan zijn er misschien 500 die hun vak ook echt bijhouden en weten waarover ze het hebben. Maar iedereen die denkt dat ie een kettingzaag kan gebruiken en in een boom kan hangen, noemt zich boomverzorger. Kolder is het!”

De beste boomoplossing vinden, daar gaat het om. Dat gaat over bomen, maar net zo veel over mensen. Zo was er die vrouw uit de Spuistraat met een knoeperd van een knotwilg in de tuin, haar grote trots. De boom was te groot voor de stad. Weg moest ie, hoe zeer het haar ook speet. Maar Van Vught voelde met haar mee en broedde op een oplossing. Die vond ze. Jaren later werd ze aangeklampt door een onbedaarlijk enthousiaste vrouw die vertelde, met vochtige ogen, dat het stekje van de wilg nu twee meter mat. Toen wist ze weer waarom ze doet wat ze doet.

Buren die last hebben van schaduw of vogelpoep vanwege een boom, of er juist aan gehecht zijn. Elke boomklus is een kwestie van balans tussen het eigen vakmanschap, de regels van de stadsdelen en de wensen van de eigenaar en – zo goed als dat gaat – die van de buren. Gelukkige mensen, gelukkige bomen.

De Jong: “Wij zijn heel blij met de duidelijke regels die er in Amsterdam gelden. Voor kappen of rigoureus snoeien is een vergunning nodig. Daar kunnen we altijd op wijzen als omwonenden of de boomeigenaar zelf ongezond veel van een boom willen snoeien of hem zelfs helemaal willen kappen.”

Wie overigens denkt dat Tarzan na een codeoranje-storm spitsuur heeft, heeft het mis. Dan leunt men bij Tarzan juist achterover terwijl de brandweer het acute ­bomenwerk opknapt. Een andere tak van sport. “Daarbij,” zegt De Jong, “de bomen die wij verzorgen, staan er zo goed bij dat ze wel een stormpje kunnen hebben.”

Bolletje op een stokje

Over het algemeen zou het boombewustzijn wel wat beter kunnen. Te beginnen bij de bodem en beworteling. De eerste vraag als iemand bij Tarzan komt met een boom die doodgaat, is: heeft u ergens in de afgelopen jaren uw tuin opnieuw laten doen? Vaak wel. Van Vugt-Schmitz: “Dan heeft een hovenier de hele tuin omgegooid, met machines de bodem kapotgereden, opgehoogd en daarna veel ­bestrating gelegd. Een jaar later krijgt de boom het moeilijk, drie jaar later is ie bijna dood. En dan kunnen we meestal niks meer doen.”

Hoe dat komt? Van dat ondoordachte tuinverbouwen gaat het hele bodemleven naar de ratsmodee. Pijnlijk, vooral als de bomenliefde zo groot is als bij Tarzan. Maar is die liefde wel altijd te verenigen met de wensen van klanten? “De klant is koning,” zegt Van Vugt-Schmitz, “in principe dan. Het is hun boom, dus als ze hem weg willen hebben en er is een kapvergunning verleend, kappen we de boom. Of snoeien, of we doen niks – net wat de beste boomoplossing is. Maar wat we absoluut níét doen, nooit: een boom verknallen. We maken er geen armetierig ding van dat nooit overleeft. Wat we doen, doen we goed.”

Maar soms doet het toch pijn. Van Vugt: “Ik baal nog steeds van een klus die we in Noord hadden. Een hele rij bomen inventariseren voor de kap, terwijl ze daar zo prachtig stonden. Ze moesten wijken voor nieuwbouw. Ik kan me ook een prachtige magnolia herinneren die te dicht bij een huis stond, die moest weg van de klant. ­Inderdaad, hij groeide een beetje scheef. Maar kom op zeg, dat mag toch? Mensen willen vaak een bolletje op een stokje maar van dat idee moeten we af.”

Van Vugt-Schmitz: “Dat is vaak de Nederlandse mentaliteit: ik heb een boom, dat is een probleem, kunnen jullie dat komen oplossen? Wij hebben ook best veel expats als klanten en die hebben vaak de invalshoek: we hebben een boom, hoe zorgen we daar goed voor?”

Van Vugt: “Dat is heel anders dan de Nederlandse harkcultuur. Die is funest voor de Nederlandse natuur. Overal tegels en kunstgras en maar vegen, alles strak moeten trekken. Altijd de baas willen zijn over de natuur.”

De Jong: “Nu moet gezegd: die mentaliteit slaat wel om. Mensen worden bewuster, geïnteresseerder in de natuur.”

Van Vugt: “Gelukkig. Wij proberen te kijken naar wat een boom zou doen als wij er niet aan zouden komen. De natuurlijke levensloop. In Nederland zijn er amper écht oude bomen dus we zijn met het hele team op een bomenreis naar Engeland gegaan om de echte natuurlijke boomprocessen zien. Een linde met maar één grote tak van anderhalve meter lang, 1500 jaar oud. Prachtig! Geen bollen op stokjes maar levende dingen met een eigen wil.”

“Wij kunnen bomen wel bijsturen, dat is ook ons werk en zeker in een stad is dat nodig, maar laat de boom de boom zijn. Alleen met die instelling kom je tot de beste boomoplossingen.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden