PlusAchtergrond

Voor clown Hoky Poky is het leven érg stil geworden

Beeld Dingena Mol

Jan Wilhelmis (78) is al meer dan een halve eeuw clown Hoky Poky. Het coronavirus staat zijn hobby in de weg. ‘Een drama in de clownswereld.’

Rond zijn mond en ogen ontbreken de witte kransen. Geen rode clownsneus. Zijn haar is niet sluik en oranje, maar kort en grijs. Maar hij is het – óók zonder vermomming. In de kleine werkkamer staat clown Hoky Poky. Grote, ­expressieve ogen. Opwinding in die blik. Een vervormde stem die de toeschouwer meesleept in een betoverende wereld van dubbele bodems, zwaaiende toverstokken, verdwijnende konijnen en pratende honden.

Tussendoor is daar, vlug vanuit een mondhoek, soms ineens Jan Wilhelmis: “Allemaal flauwekul hoor.” Een haastig wegwerpgebaar, terughoudend lachje. “Gewoon gekkigheid.” En meteen keert Hoky Poky met een brede grijns terug en is het voor even geen gewone maandag­middag meer in een seniorenflat in Amstelveen.

Hij doet het met overgave, want het is alweer een tijd ­geleden dat Wilhelmis in de huid van Hoky Poky kon kruipen. Sinds het coronavirus Nederland binnenkwam, is het érg stil geworden. Optredens zijn afgelast en boekingen komen nauwelijks binnen.

“Markten, braderieën, feesten en partijen gaan niet meer door. Heel jammer, want daar moet ik het juist van hebben. Ik vind het vooral zuur voor mijn jongere collega’s. Ik hoef er niet meer van te leven, maar voor hen is het echt een drama. Zij verdienen niks meer.”

Amstelveen 2 september 2020 - HOKY POKY. Jan Wilhelmis (77) treedt op als clown Hoky Poky. Door de coronacrisis zijn alle optredens afgezegd. Jan wil een lans breken voor zijn jongere collega's om de beroepsgroep door deze moeilijke tijd heen te helpen. Foto Dingena MolBeeld Dingena Mol

Koekjes vanuit een plastic zak

Hoewel Wilhelmis de laatste jaren al niet meer elk weekend op het podium stond, zou hij niets liever doen dan weer optreden. Hij heeft zijn act aangepast aan de coronamaatregelen. “Ik deel koekjes nu bijvoorbeeld uit vanuit een plastic zak in plaats van ze in de mond van kinderen te doen. Zo heb ik meer aanpassingen gedaan. Maar ik heb het nog niet kunnen uitproberen. Ook de toekomst is ­onzeker. Zal ik met de Sinterklaasintocht nog kunnen ­optreden? Ik weet het niet. Geen ramp, maar ik mis het wel, want dit blijft mijn lust en mijn leven.”

Hij toont zijn magische kist vol zelfgemaakte trucs. En even later verandert hij weer in Hoky Poky. Hij laat zijn goocheltoeren zien, haalt komische streken uit en doet een rondedansje op het Hokey-Cokeylied: “In, uit, in, uit, gooi het er maar uit, we doen de hokey cokey!”

In een oogwenk blaast hij twee ballonnen op en fabriceert daar met veel gepiep van rubber een rood hart met twee tortelduifjes van.

“Jan, ik ga even naar het Kruidvat…”

Zijn vrouw Gerda Wilhelmis (76) staat in de deuropening. Ze houdt een lege pot omhoog, bedoeld voor pillen. Met een wat vermoeid lachje beziet ze de worstvormige ballon, de halfgeopende kist met verkleedspullen en goochelspullen.

Nee, ze zat niet bij elke voorstelling vooraan. “Ik moest ook gewoon werken,” verklaart ze nuchter. En bovendien is ze niet getrouwd met Hoky Poky, maar met Jan Wilhelmis, een aardige vent, die anders dan zijn alter ego niet de hele dag grappen maakt, rondedansjes maakt en goocheltrucs uithaalt. “Gelukkig niet,”zegt Gerda en lacht.

Regenjas vol ruiten

Zij was wel degene die op 2 mei 1967 haar oude ­regenjas ­afstond, toen haar geliefde, met wie ze nog maar net was getrouwd, plotseling de clown moest spelen. De Amstelveense winkeliersvereniging had Wilhelmis ­gevraagd om kinderen te vermaken tijdens een dagtocht naar Diergaarde Blijdorp. “Ik trad regelmatig op met goochelen, dus zo kwamen ze bij mij terecht. Pas op het laatste moment kreeg ik in de gaten dat ze om een clown vroegen. Ik kon niet meer terug!”

Wilhelmis tekende de regenjas vol met ruiten. Hij knipte een oude werkbroek af, maakte grote schoenen van ­papier-maché en schminkte zijn gezicht. De goochelende clown Hoky Poky was geboren.

“Ik trok het pak aan en ik voelde het meteen: ik ben clown. Hoky Poky verwijst naar een liedje dat mijn vader thuis ­altijd zong.”

Als jongen van acht speelde hij poppenkast voor de kinderen uit de buurt. Later richtte hij met vriendjes een kindercircus op. “We gaven voorstellingen in de garage van de overbuurman.” Net dertien was Wilhelmis toen hij voor het eerst op de televisie kwam met zijn goocheltrucs. “Ik schreef een brief naar de NCRV en mocht meedoen aan het programma Agenda.”

Uit een doos diept hij krantenartikelen op, die getuigen van zijn hoogtijdagen als clown Hoky Poky. Optredens bij de intocht van Sinterklaas, op Koninginnedag, op scholen, verjaardagen en voor goede doelen, zoals weeskinderen in Roemenië en Stichting Opkikker.

Amstelveense kinderen reden soms door zijn straat, in de hoop iets van de magie terug te vinden, een glimp op te vangen van die gekke clown. Vaak zagen ze dan ­alleen een meneer in een pak, die in zijn auto stapte om badkamer­artikelen te verkopen, want dat deed Wilhelmis in die tijd.

“Het is ook weleens gebeurd dat een meisje me juichend voorbij rende en riep: ‘Ik heb vrijkaartjes voor Hoky Poky!’ Dat ben ik, dacht ik dan,” zegt Wilhelmis, lachend.

Als kind googelde Jan al. Beeld Dingena Mol

Overbelast

Hoky Poky sleepte Wilhelmis meer dan eens door moeilijke tijden. Zat het tegen, dan was Hoky Poky er altijd nog. Hoezeer Wilhelmis zich als chef verkoop ook vastbeet in hogere omzetten, van binnen verlangde hij naar de clown die hij in het weekend kon zijn. “Hoky Poky was een uitlaatklep. Mijn werk viel me steeds zwaarder. ‘Moet jij niet eens naar de dokter?’ vroeg mijn vrouw op een dag. Ze merkte dat het niet goed met me ging. En dat bleek te kloppen. Ik was overbelast. Burn-out, zouden ze nu zeggen.”

Wilhelmis stortte zich vanaf dat moment alleen nog op zijn optredens als clown. “Zodra ik dat pakkie aantrek, ben ik een ander mens. Het is een metamorfose die niet alleen voortkomt uit een beetje schmink en een verkleedpartij. Hoky Poky zit in mijn ziel. Ik hoop daarom op optredens. En dat kan écht met mijn corona-aanpassingen.”

Met een half oog naar de kist: “Mag het nog even? De act met het konijntje?”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden