PlusExclusief

Volcmar deed al aan mindfulness voordat dat woord bestond, nu is hij personal trainer

Twintig jaar geleden stelde Hans van der Beek grote vragen aan 18-jarige Amsterdammers. De zin van het leven, liefde en seks, god en de dood, vaders en moeders. Tien jaar later vroeg hij hen weer. En nu weer. Aflevering 3: Volcmar, die al mindful was voordat dat woord bestond.

Volcmar Hellendoorn met zijn oudste zoon, Ntiyani. Beeld Raimond Wouda
Volcmar Hellendoorn met zijn oudste zoon, Ntiyani.Beeld Raimond Wouda

Op zijn 18de was Volcmar Hellendoorn een volbloed romanticus. Hij had vwo kunnen doen, maar een carrière interesseerde hem niet. Liever zou hij veel lezen en nog meer films kijken. Boven alles: niet weten wat er volgende week te gebeuren stond. Tien jaar later had hij nog altijd geen carrière, en was hij volmaakt gelukkig. Volcmar deed al aan mindfulness voordat dat woord bestond. Nu is hij personal trainer.

Het leven

18: “Ik ben niet iemand die een vijfjarenplan heeft. Ik kijk bijna niet verder dan een week vooruit. Ik zag de film Chocolat, over zigeuners. Die wonen overal. Dat lijkt me een mooi leven. Je bent vrij. Niemand zegt: ‘Je moet dit doen’.”

Volcmar in 2001. Beeld raimond wouda
Volcmar in 2001.Beeld raimond wouda

“Mijn motto zou kunnen zijn: leef voor jezelf. Vrij zijn. Genieten van het leven. Nadenken, misschien. Filosoferen over het leven. En bewust proberen te leven. Niet met vakantie gaan en dan al weten: oooo, volgende week moet ik weer werken. Dat is wel mijn streven.”

28: “Ik heb nog altijd geen carrière. Ik streef naar tevredenheid, dat is mijn ambitie. Ik word al gelukkig als vrienden me een roos geven. In het begin heb ik me nog weleens schuldig gevoeld, ook naar mijn familie toe. Die zeiden ook: je best doen op school, een goede baan, maar nu zien ze ook: het gaat supergoed met me. Ik merk juist dat steeds meer mensen mijn kant opgaan.”

“Je kunt geluk niet opsparen, je moet het elke dag een beetje gebruiken. Toestaan. Laten gebeuren.”

“Ik werk bij Fame, op de afdeling wereldmuziek, soul en jazz, en ik geef online trainingen met een voedingsprogramma plus leuke, gekke bewegingen. Klimmen, klauteren, springen. Bewegingen die meer aanvoelen als spelen.”

“Ik heb het weleens druk, maar zodra het enigszins begint te voelen als té druk, zeg ik: terugschakelen, ontspannen. Af en toe een dag niks doen – niks heerlijkers.”

38: “Ik heb twee jaar in Mozambique gewoond, ik was daar huisvader, en terug in Nederland dacht ik: waar kan ik centjes mee verdienen én wat vind ik leuk? Ik ben nu crossfittrainer, maar wel met mijn eigen kijk op sport en bewegen en levensstijl. Ik draai driemaandentrajecten waarin we mensen begeleiden. Zowel sport als mindset, voeding, slaap, gewoontes, routines.”

“Het belangrijkste is stress buitenboord houden, en dat lukt nog steeds. Ik ben begonnen met dagelijks mediteren. Ik had een periode waarin ik als groenteboer bij Marqt werkte, ergens anders in de stad sportlessen gaf, en een kind en opvoeding en een eigen huis zoeken en een nieuwe vriendin krijgen – allemaal samen. Dat was een tijdje leuk, vooral die diversiteit, omdat ik toch altijd alles leuk heb gevonden en niet één passie heb gehad, maar toen de rust daarmee in het gedrang kwam, dacht ik: dan moeten er nu dingen wegvallen. Ik blijf niet de hele week heen en weer rennen. Dat is de basisrust: thuis zijn, geen andere dingen willen of hoeven of moeten.”

“Ik heb Daisy onlangs de vorige twee interviews laten lezen. ‘Ik snap je nu beter,’ zei ze. We zijn nu drie jaar samen en hebben net ons eerste kindje gekregen, Indy. Wat me heel leuk lijkt om te delen is dat er nog twee andere kinderen zijn, bij een lesbisch stel waar ik bevriend mee ben. Als donor. Ze hebben allebei een dochter van mij, van negen en zes, ze komen wel eens logeren. Bijna iedereen in de familie weet het, behalve mijn opa en oma. ‘Mam,’ zei ik. ‘Straks komt die kerel van Het Parool en dan wil ik het graag vertellen.’ ‘Weet je het zeker?’ zei ze. Indo’s, hè, we houden dingen altijd een beetje voor onszelf.”

Familie

18: “Ik ben trots op mijn vader. Hij was sportleraar en daarna twaalf jaar werkloos. Zes jaar geleden is hij een krantenwijk begonnen. Op topsnelheid, en dat wil hij weten ook. Hij vindt het leuk om anders te zijn. Dat heb ik van hem, denk ik. Mijn moeder is heel lief. Grapjes maken en wilde gebaren. Net als ik.”

“Ik weet nog: als jongetje van 5, 6 was ik boos op mijn vader. Ik pakte een atletiekspeer en deed alsof ik ging gooien. Een paar jaar geleden vertelde mijn vader me dat ze toen erg trots op me waren. Dat ik dat durfde. Ik moet soms een beetje lachen om dat soort vrijheid. Het is toch wel een rare familie.”

28: “Toen mijn vriendin zwanger raakte, begon mijn vader toch wel last te krijgen. Hij raakte depressief en is ook even gestopt met de krant rondbrengen. Hij was er nog niet klaar voor om opa te worden. Totdat mijn zoon werd geboren: Ntiyani, maar je kunt gewoon Tiani zeggen. Toen hield hij meteen van hem. In die tijd vroeg hij me of ik niet bang was dat ik over dertig jaar spijt zou krijgen dat ik bepaalde dingen niet heb gedaan. Maar ik denk het niet. Ik ben oprecht tevreden.”

“Mijn moeder is nog steeds het kind van de familie. Ze is zo lief. Ze doet alsof ze moeder is van Tiani. Ze is bijna nog gekker met hem dan ik en mijn vriendin. Je krijgt een blik in het verleden, hoe ze met jou waren. Dan denk je: wat mooi, het zet zich voort. Dan ben je tevreden.”

38: “Mijn vader is nog steeds heel erg met sport bezig. Hij is 71 en heeft thuis een complete gym gemaakt. Als hij een record heeft met bankdrukken, krijg ik meteen een mailtje van hem: ‘Vandaag zoveel kilo! En vannacht heb ik nog twee uur op de fiets gezeten.’ Hij doet de gekste dingen. Ik zie mezelf dat ook doen op die leeftijd. Als mensen dan in een kinderspeeltuin een hele rare, oude kerel van tachtig zien die pull-ups doet – dat ben ik dan.”

“Mijn vader is van de prestaties en records, ik helemaal niet. Ik wil fit en gezond oud worden. Niet alleen nog kunnen sporten, maar ook over de grond rollen met mijn achterkleinkinderen.

“Mijn moeder en ik zijn echt wel vrienden. Ze heet Parad, dat is Sanskriet voor ‘voorbij het denken’, al blijft haar familie haar Pia noemen. Laatst zei ze: ‘Je mag me ook Pia noemen.’ Niet dat ze die naam of periode afstoot, maar ze heeft het wel achter zich gelaten. Ze is ook weer helemaal blij dat ze nog een keer oma is.”

“Ik denk wel dat ze zich zorgen over mij hebben gemaakt. Mijn vader meer dan mijn moeder. Ik denk dat mijn moeder meer zichzelf zag: hij vindt wel iets, hij is snugger genoeg om er iets van te maken. Mijn vader maakte zich meer zorgen, maar dat is ook omdat hij misschien niet zo tevreden over zijn eigen leven is als hij had willen zijn.”

De liefde

18: “Ik denk dat ik één keer verliefd ben geweest, want alleen aan haar denk ik nog weleens. Ik vind het stom, maar ik ben een beetje bang om verliefd te worden sinds dat ene meisje. Als ik eraan dacht dat ze was vreemdgegaan, ging ik echt hyperventileren. Terwijl, bij andere vriendinnetjes, als die zeiden: ‘Ik heb met die en die gezoend,’ zei ik: ‘Oké’.”

“Ik hou van seks, ik ben een schorpioen. Maar ik heb een keer acht maanden geen vriendin gehad en dat vond ik ook niet erg. Ik bedoel: ik vind het heerlijk, ik kan niet zonder, maar meer is het niet.”

28: “Tot mijn 25ste vond ik nooit iets langer dan drie maanden leuk, zowel werk als meisjes. Andersom ook, hoor. Meisjes vinden mij na drie maanden ook niet meer leuk. Behalve met Elsa, een Mozambikaanse. Na vier jaar ging het uit, ze wilde een tijd bij haar familie in Mozambique wonen. Ze zei: dit is mijn droom, dit wil ik alleen doen. Knap dat ze dat durfde te zeggen. Ik houd van sterke vrouwen die voor zichzelf durven te kiezen. Al snel werd het een relatie op afstand.”

Volcmar in 2011. Beeld Raimond Wouda
Volcmar in 2011.Beeld Raimond Wouda

“Ze woont nu weer in Nederland en samen hebben we Ntiyani, wat ‘de sterke’ in haar dialect betekent. Ik voel me niet echt vader, ik voel me meer de verantwoordelijke grote broer.”

“Seks is nog steeds belangrijk. Toen we apart waren, schakelde ik dat uit. Anders kun je gek worden, als man. Ik kan heel goed met, maar ook heel goed zonder.”

38: “Ik dacht niet dat ik nog een keer een grote liefde zou vinden. In de paar maanden voordat ik Daisy ontmoette, heb ik heel duidelijk en bewust tegen mezelf uitgesproken: ja, nu sta ik weer open om iemand tegen te komen. Met Daisy was het alsof het bijna voor het eerst was, al die eerste momenten.”

“Ik hou nog onwijs veel van de moeder. We hebben nu goed contact, ik zou ook niet anders willen. Ook Daisy en zij hebben goed contact, we hebben dat echt goed gedaan.”

“Natuurlijk is liefde ontzettend belangrijk. En niet alleen voor mezelf, ik wil mijn zoon ook liefde laten zien. Dat ging niet meer samen met zijn moeder. Nu wel. Gewoon, genegenheid, zoenen, dat kan ik laten zien. Hij is ook dol op haar. Dan zie je ook hoe brutaal hij soms kan doen. Dat is een goed teken, hij houdt zich niet meer in.”

“Seks is belangrijk, maar net zo belangrijk als praten met elkaar. Als je een relatie pijlers zou moeten geven – communicatie, lachen, seks en tijd met elkaar doorbrengen – dan is dat er gewoon een van. We zouden niet kunnen lachen samen of goede gesprekken hebben, als we niet ook heerlijke seks samen hadden. Maar andersom ook.”

God

18: “Ik heb niks met God. Ik word op straat altijd benaderd. Homo’s, christenen. Misschien omdat ik een lieve uitstraling heb. En dan vragen ze: ‘Wat vind je van God?’ Maar ik ben er niet mee bezig, nog niet.”

“Ik ben niet bang voor de dood. Ik denk: je moet vrede hebben om te sterven. Trouwens: alleen het lichaam sterft, je ziel sterft toch niet. Je gaat dood, je ziel blijft drie dagen in je lichaam, en dan verlaat hij het. Zo staat het in de Tibetaanse boeken. De ziel zwerft rond en zoekt een nieuw lichaam uit.”

28: “Daar denk ik nog steeds niet aan. Kijk, áls er een God is, zit hij in alles. In alle kleine dingen waar ik van probeer te genieten. Gewoon, de simpelheid van dingen. God leeft totaal niet voor me. Ik heb een keer een comedian gehoord, die zei: ‘De bijbel zou eigenlijk uit één pagina moeten bestaan: try not to be a cunt every day’.”

“Ik ben nog altijd niet bang voor de dood, maar ik ben wel voorzichtiger geworden. Als je een kindje hebt, denk je snel: dit kan fout gaan. Ik reed altijd al rustig, maar nu helemaal. Leven na de dood... Zeg jij het maar. Het is leuk om over een hemel te fantaseren of dat je reïncarneert en je ziel blijft voortbestaan, maar het is te ver vooruitkijken voor me. Ik wil ook niet dat alles grijpbaar is.”

38: “Niet anders dan tien, twintig jaar geleden. Hij heeft nooit geleefd in mijn leven. Dat wil natuurlijk niet zeggen dat er geen mysterie is. Er is genoeg energie en materie die niet uit te leggen valt. Als het al begrepen moet worden, wat ik me ook al afvraag, vind ik ook niet dat het gevat moeten worden in termen en plaatjes die we kennen en begrijpen. Zoals een god en een boek en rituelen en blablabla. Ik vind rituelen belangrijk, maar niet om iets te bevatten wat ongrijpbaar moet blijven.”

“Het is net als zuurstof en CO2. Ik begrijp er niks van, maar ik weet dat ik er wel wat aan heb, en ik hoef het ook niet te begrijpen. En dan is dat nog een slecht voorbeeld, want zuurstof en CO2 zijn natuurkundig onwijs goed uit te leggen.”

“Als ik aan de dood denk, denk ik meer aan de bereidheid om op aards niveau alles los te kunnen laten. Wat het moeilijkste is. Ik wil me altijd vasthouden aan mijn familie en dit of dat kunnen blijven doen. Je moet dat met vol genot vastgrijpen zolang het nog kan, en ook al bereid zijn dat niet meer te willen. De laatste jaren oefen ik daarin.”

“Je moet nog steeds vrolijk bezig kunnen blijven in de wetenschap dat het op het eind allemaal voor niks is, voor jou tenminste, want jij bent er niet meer. En dan toch de keuze maken om met een glimlach en goede zin bezig te blijven, dat is de mooiste weg. Dat gaat redelijk goed.”

De ideale dag

18: “Ik sta op om twaalf, één uur. En dan nog even lekker blijven liggen. Dan sta ik op en drink ik koffie. Daarna ga ik met twee vrienden naar de film en daarna gaan we poolen, lekker kletsen, koffie en een broodje.”

“Ik eet thuis. Mijn moeder heeft Indisch gekookt. Daarna zit ik achter de computer, gewoon wat aankloten, en tegen een uur of tien ga ik naar een vriend. We kijken tv of hangen gewoon een beetje. Om een uur of één ga ik naar huis en zet ik nog een videoband op. Tegen een uur of drie ga ik slapen.”

“Zo ziet mijn ideale dag eruit. Zo ziet mijn dag er trouwens ook echt uit, meestal.”

28: “De wekker gaat om zeven uur, dus dat is veranderd. Eerst een koude douche, dat maakt je wakker en geeft je een sterk gevoel. Het is lekker weer en ik ga buikspieroefeningen doen. Yoga of wat lichte gymnastiek, heerlijk. Dan maak ik een vers sapje van avocado, banaan, selderij – heb je dat? – spinazie en meloen. En vervolgens een lekker bord pap, met veel noten en kaneel. Dan kan mijn dag niet meer stuk.”

“Ik hoef natuurlijk niet te werken. Ik ga wandelen, lekker buiten, met mijn zoontje. Bij de Gaasperplas of naar het strand, als ik in Mozambique ben.”

“’s Middags ga ik lunchen met mijn moeder en vader en daarna hardlopen met mijn vriendin. ’s Avonds ben ik thuis, samen eten met mijn vrouw en kind. Met mooie muziek, flamenco. En sowieso op tijd naar bed, een uurtje of elf, en dan heerlijk in slaap vallen.”

“Deze dagen heb ik. Zo vaak mogelijk.”

38: “Ik sta wel op tijd op, na een goede nachtrust, dat is wel veranderd. ’s Ochtends tijd en aandacht hebben voor het gezin, en daarna mijn zoon naar school brengen. Die doet dan zijn eigen ding. Dan ga ik online mensen begeleiden. Natuurlijk, ik wil wel lesgeven, een paar uur per dag mensen helpen om beter te bewegen, beter te eten, beter wat dan ook. Op mijn ideale dag doe ik dat vanuit huis. Zodat ik thuis zelf mijn lunch kan maken, en naar buiten kan om te wandelen. We wonen op IJburg aan het water en we gaan dagelijks het water in, ook in de winter.”

“Eind van de middag druppelt iedereen weer thuis en zijn we samen hier met het avondeten. Of dan komen mijn ouders langs, of mijn opa en oma – ik heb een beetje de taak op me genomen de familie bij elkaar te houden. Een nestgevoel is heel belangrijk voor me.”

“Die dagen heb ik, zeker. Zoals vandaag en gisteren, dan is dat helemaal zo’n dag. Ik heb vanmorgen nog twee kerels van in de zestig getraind. Om tien uur stonden we aan de Gaasperplas. Ik vind dat echt te gek, vooral ook met oudere kerels. Als jij iets wilt, Hans, je zegt het maar.”

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden