PlusReportage

Vlinderwalhalla in Noord biedt precies wat vlinders nodig hebben

Beeld Jakob Van Vliet

De openbare vlindertuin Mot in Mokum in Noord stimuleert vlindervriendelijk tuinieren. ‘Als tien procent van de mensen iets doet, maakt dat al een heel verschil.’

Een houten bordje met een pijl wijst naar links: ‘Mot in Mokum’. Langs het pad op het terrein van NoordOogst, een experimenteel gebied voor stadslandbouw in het ­uiterste Noordwesten van de stad, doemt een bloemenzee op vol paarse koekoeksbloemen, ooievaarsbek, raapzaad, margrieten en valeriaan. Het gonst er van de hommels en bijen. Hier en daar vliegt een koolwitje.

“Twee bruine blauwtjes,” wijst Nicky Castricum (32), ­oprichter van de tuin, op twee om elkaar heen dartelende vlinders boven de bloemenweide. “Dat is een soort die op de rode lijst met bedreigde vlinders staat.” Castricum kijkt ze na tot ze uit het zicht verdwenen zijn.

Vijf jaar geleden nam hij het initiatief tot deze tuin. Met zijn zongebruinde voeten in slippers loopt hij over het ­gemaaide pad. Het idee voor een vlindertuin zat al jaren in zijn hoofd. Vijf jaar geleden wees iemand hem op deze plek, waar ruimte is voor dit soort experimenten.

“Als klein jongetje was ik altijd met rupsen bezig,” vertelt hij vanaf de picknicktafel naast de tot observatorium ­omgebouwde trailer. In zijn handen heeft hij een koffiemok, bedrukt met vlinders. “Ik stopte ze in bakjes en keek hoe ze zich verpopten. Sommige rupsen zijn net een soort Pokémons, met felle kleuren en een staartje.”

Tijdens zijn middelbare school en studie raakte Castricum zijn aandacht voor de natuur kwijt. Na zijn studie ­industrieel ontwerp aan de TU Delft stelde hij als zzp’er museumtentoonstellingen samen. “Ik hopte van klus naar klus en er was eigenlijk altijd te weinig tijd en geld om me echt in een onderwerp te verdiepen. Als ik ooit geld heb, richt ik een vlindertuin op, dacht ik. Toen dit op mijn pad kwam, moest ik de kans grijpen.”

Het idee achter de openbare vlindertuin Mot in Mokum is om mensen bij te brengen hoe ze vlinders en rupsen in hun eigen tuin of op hun balkon kunnen helpen. Het is een demonstratietuin waar Castricum schoolklassen ontvangt, ‘nachtvlindernachten’ organiseert en cursussen geeft. “Op het moment dat ik begon, werd net duidelijk dat het ontzettend slecht gaat met de insecten: in dertig jaar zijn ze met 70 procent in aantal afgenomen. Ik ben gaan uitzoeken waar dat aan ligt en ontdekte veel wat ik niet wist. Als ik dat al niet weet, hoe kunnen mensen met een tuintje dat dan weten, vroeg ik me af. Daarom zijn de cursussen zo waardevol.”

Nicky Castricum, ­oprichter van Mot in Mokum: ‘Als klein jongetje was ik altijd met rupsen bezig.’Beeld Jakob Van Vliet

Ontbijten tussen de bloemen

Als je alle tuintjes van Nederland optelt, heb je een heel groot oppervlak, redeneert Castricum. “Je zou het niet verwachten, maar in de stad heb je de grootste diversiteit aan plantensoorten. Alleen zijn er nu te weinig waardplanten voor rupsen, planten waar ze van eten. Er staan te veel exoten, niet-inheemse planten. Als nou 10 procent van de mensen iets gaat doen voor vlinders en rupsen, zal dat al een heel verschil maken.”

Toen Castricum het stuk land in beheer kreeg, groeide er nauwelijks iets waardevols voor vlinders. Hij nam grondmonsters en kocht passende zadenmengsels. De tuin biedt nu alles wat vlinders nodig hebben: nectar, voedsel voor rupsen en overwintermogelijkheden.

De afgelopen jaren ontving Castricum elke twee weken zo’n twintig personen voor een cursus. Soms bedrijven of verenigingen van volkstuincomplexen, maar ook veel koppels, of vriendinnen. Tijdens de ‘nachtvlindernachten’ laat Castricum een felle lamp op een wit doek schijnen om nachtvlinders te lokken. Deelnemers mogen in tentjes kamperen op het terrein. “De volgende ochtend ontbijten we tussen de bloemen.”

Het ‘Observatorium’, waar Castricum twee jaar aan bouwde, dient als knusse logeerplek en is in de weekenden te huur voor maximaal twee personen die meer over vlinders willen weten. Binnen ligt naast een microscoop een aantal petrischaaltjes met dode vlinders erin: citroenvlinders, kleine witjes, dagpauwogen. “Die tref je ook weleens in de tuin aan,” verklaart Castricum. Hij wijst op een schaaltje met losse vleugels: “Dan is de vlinder meestal door een vogel of een wesp gegrepen.”

Het ‘Poppenhuis’ iets verderop op het terrein, bouwde Castricum ook zelf, van gerecyclede materialen. Een ­gebouwtje waarvan het regenwater van het dak wordt ­opgeslagen in een bassin, zodat het kan worden gebruikt voor het besproeien van de tuin. Op een doorzichtige schaal ligt een aantal donkere poppen van nachtvlinders, die normaal gesproken in de grond zitten. Uit een ander kastje haalt Castricum een schaaltje met vier grijsbehaarde rupsen. “De rups van de hageheld.” Het gebeurt geregeld dat hij het Poppenhuis binnenkomt en een vlinder moet uitlaten.

Dode vlinders in het Observatorium.Beeld Jakob Van Vliet

Vlindervriendelijke planten

In de lente en zomer werkt Castricum dag in dag uit in de tuin. Hij kweekt vlindervriendelijke planten die hij op markten verkoopt, verzorgt de rupsen in het Poppenhuis, klust aan het Observatorium en organiseert cursussen. In de winter heeft de tuin weinig onderhoud nodig en werkt hij als zzp’er aan exposities.

De vlindertuin Mot in Mokum staat doorlopend in bloei zodat vlinders het hele seizoen genoeg nectar kunnen vinden. “Er zijn 50 dagvlinders in Nederland, 800 nachtvlinders en dan nog zo’n 1500 microvlinders. Zij stellen allemaal andere eisen aan hun omgeving.” Castricum wijst op het veldje naast hem, waar veel koekoeksbloemen groeien. “Als de koekoeksbloemen straks zijn uitgebloeid, komt de wilde marjolein in bloei.” Hij buigt zich naar de grond om het plantje aan te wijzen. “En de kattenstaart. Zo gaat het door tot in het najaar.” Over het veld fladdert een bont zandoogje. Castricum kijkt hem na om te zien of hij ergens stil gaat zitten.

Ook rupsen hebben een grote variatie aan planten nodig. “Rupsen eten vaak bladeren van maar één specifieke plantengroep. De rups van het koolwitje eet bijvoorbeeld vooral kool, die van de distelvlinder vooral distels, en die van de sint-jacobsvlinder zit vooral op ­jacobskruiskruid.” Even later vliegt een sint-jacobsvlinder door de tuin, herkenbaar aan zijn fel rood met zwarte vleugels.

Schaaltje met rupsen uit het Poppenhuis.Beeld Jakob Van Vliet

Rommelig

Terwijl veel Nederlanders een winterschoonmaak houden in de tuin, zijn juist rommelige tuinen belangrijk voor vlinders. “Op het moment dat wij lekker binnen gaan zitten, gaan ook de insecten op zoek naar een overwinterplek,” vertelt Castricum. Om die reden maait hij de bloemenweides pas in het voorjaar. Ook schoffelen is volgens hem geen goed idee. “Nachtvlinders verpoppen zich vaak in de grond.”

Speciaal voor de vlinders heeft Castricum een grasweide aangelegd met verschillende soorten grassen, zoals pijpestrootje, zegge, ruwe smele en rood zwenkgras. “Niet veel mensen weten dat grassen heel belangrijk zijn voor rupsen. Vlinders zoals dikkopjes en zandoogjes leggen daar hun eitjes op en bepaalde rupsen overwinteren in de stengels ervan.”

Een vetpot zal de vlindertuin nooit worden, denkt Castricum. Toch kan hij er in de lente en zomer van leven. “Ik ben heel gelukkig en het werk geeft me heel veel voldoening.”

Volg Vlindertuin Mot in Mokum op Facebook of Instagram voor meer tips. Kijk voor cursussen op www.vlindertuinmotinmokum.nl

Overnachten in het Observatorium kost 130 euro per nacht. 

Zelf iets doen voor vlinders?

- Koop inheemse, biologische planten.

- Kies planten die bloeien en waar rupsen van eten, zoals judaspenning, pinksterbloem, klaversoorten, ooievaarsbek, kattenstaart of struikklimop.

- Zet in plaats van een schutting een gevarieerde haag neer.

- Bomen als wilg, berk, eik, grove den, vuilboom, wegedoorn of meidoorn geven nectar en dienen als schuilplaats.

- Laat een hoekje met onkruid staan. Rupsen eten graag van brandnetels.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden