PlusInterview

Vliegen kweken voor vleesvervangers: ‘Ook andere zoogdieren eten insecten’

Kees Aarts (39) ziet toekomst in de zwarte soldatenvlieg. Zijn bedrijf Protix kweekt duurzame grondstoffen voor veevoer en vleesvervangers uit diens larven. ‘Laatst heeft een bakkerij de boter vervangen door onze vliegenolie.’

Beeld Kristel Steenbergen

Een hagelnieuwe fabriekshal op een Brabants industrieterrein heeft wel heel speciaal personeel. Miljoenen vliegen zetten hier voor het snel groeiende bedrijf Protix groenafval uit de voedingsindustrie om in eetbare eiwitten. Die zijn een duurzame grondstof voor diervoeder en zelfs voor vleesvervangers die binnenkort te vinden zijn in het supermarktschap.

En dat allemaal dankzij de zwarte soldatenvlieg. “We houden hier eigenlijk maar een kleine kolonie waarmee we alle eitjes produceren,” vertelt Kees Aarts, die het bedrijf elf jaar geleden op een zolder in Amsterdam begon met zijn compagnon Tarique Arsiwalla. De jonge larven doen zich tegoed aan reststromen uit de voedingsindustrie die met vrachtwagens tegelijk worden binnengereden. “Maar ook avocado’s en meloenen die net een vlekje te veel hebben.”

Als ze na zeven dagen vetgemest en uitgegroeid zijn tot volwassen vliegen worden ze gedroogd en verwerkt tot eiwitpoeder, olie en andere grondstoffen. Verschillende fabrikanten van diervoeder verwerken die in hun producten. Via Protix’ eigen eierenmerk Oerei, van kippen die de vliegenlarven in hun voederbak vinden, belandden ze al in heel wat huishoudens op het bord.

Protix groeit zelf het laatste jaar bijna net zo snel als zijn vliegen. Op het industrieterrein in Bergen op Zoom werken inmiddels 120 mensen. Plannen voor nieuwe vliegenkwekerijen in Europa en Noord-Amerika zijn in de maak. Maar Aarts denkt al een stapje verder. “Laatst hebben we in een bakkerij de boter vervangen door onze olie.” Dat was een experiment, want de vliegenolie moet nog gecertificeerd worden. Maar de smaak is veelbelovend, als je het Aarts vraagt. “Boter kan nu dierlijk of plantaardig zijn, maar dan zit er meestal palmolie in. Met onze boter sla je nog een slag van 70 procent minder CO2 dan met plantaardige olie.”

Het laat goed zien wat de gedachte is achter Protix. Als duiker was overbevissing Aarts een doorn in het oog, schrijft hij in het vorige maand verschenen boek De voetprintariër. Een groot deel van de vangst is bestemd voor vismeel, een eiwitpoeder dat wordt gebruikt als voer voor vee en vis. Insecten kunnen een alternatief worden voor eiwitbronnen als soja, vismeel en palmolie. “En dat met 70 tot 90 procent minder water en energie.”

In zijn boek heeft hij dat uitgewerkt tot een andere manier om naar duurzaamheid te kijken. Want dat vindt hij maar een vaag containerbegrip, zoals hij ook vindt dat leefstijlen als vegetarisme en veganisme negatief en beklemmend kunnen werken. “Zeg niet wat niet meer kan, zoals: ik eet geen vlees. Kijk naar wat je wél wilt: een lekker eiwit met een zo klein mogelijke voetafdruk.”

Zo moeten we ieder voor zich onze ‘voetprint’ omlaag brengen. Dat geeft duidelijkheid?

“Dat denk ik wel. Nu heb je mensen die zeggen: ik ben vegetarisch en dus duurzaam bezig. Weer iemand anders zegt: ik ben duurzaam, want ik vlieg minder. Het staat vaak haaks op elkaar en dan doen we ook nog aan hielen zagen. Als jij zegt: ik eet minder vlees, is er altijd wel iemand die vraagt: ben je nou wel of niet met het vliegtuig op vakantie geweest? En als ze dan zoiets hebben gevonden, is het meteen: zie je wel!”

Consequent vasthouden aan duurzaam gedrag vergt veel discipline, schrijft u. Het kan zelfs belemmerend of belerend worden?

“Als je vraagt: wie eet vegetarisch, steken veel mensen trots hun handen omhoog. Maar als je vervolgens vraagt: wie ergert zich aan de manier waarop vegetariërs daarover praten, gaan ook veel handen omhoog. Dus mensen met een goede intentie ergeren zich aan mensen met dezelfde goede intentie. Verspilde energie.”

Een voetprintariër is iemand die probeert alle producten, diensten en ervaringen in te kopen met een zo laag mogelijke milieu-impact. Daarom staat als het aan u ligt de ‘voetprint’ van elk product straks op het etiket. Dat geeft richting, maar dan heb je wel altijd een excuus. Oké, ik eet een beetje vlees, maar dat maak ik goed met een minder verre vakantie.

“Dat zie ik niet echt als een gevaar. Die interne strijd heb je toch al wel en ergens voor honderd procent rekening mee houden is maar voor weinigen weggelegd. De idealist en de pragmaticus in jou vechten om voorrang en aan het winkelschap of aan het einde van de maand wil de pragmaticus nog wel­eens de overhand krijgen. Maar voor de totale voetprint maakt een keertje weinig verschil.

U schrijft: ‘duurzaamheid staat voor mij niet voor limieten, uitputting, vernietiging, maar voor oneindig, onbeperkt, creatief. Een duurzame toekomst is iets waar ik zin in heb.’ Dat klinkt wel heel optimistisch na alle rampzalige berichten over de toekomst die ons boven het hoofd hangt vanwege klimaatverandering.

“Het klimaatdebat is best wel abstract en zwaarmoedig. Ik geloof niet in mobilisatie door alarmbellen maar harder en harder te laten rinkelen. In het bedrijf werkt dat ook niet: als een probleem groter wordt kun je best een grotere bel laten rinkelen, maar er komt een punt dat mensen er doof voor worden of er verlamd door raken. Het probleem licht, luchtig en positief maken door bij elke aankoop na te denken over de voetprint kan dan voor een ommekeer zorgen.”

Er moet druk op de ketel, toch? Anders gaat de ommekeer niet snel genoeg.

“De planeet heeft haast, dat klopt. Daarom heb ik dit boek ook geschreven. Maar die doemscenarioboeken… ik heb ze allemaal gelezen, maar de gedachte dat we op zo’n zwart scenario uitkomen terwijl we als mens zo veel kunnen, is gewoon niet te verenigen. Dan moet toch uiteindelijk zegevieren wat we individueel en als maatschappij kunnen doen om een oplossing te vinden. Daar is best energie uit te putten.”

Een beter milieu begint bij jezelf?

“Die slogan blijft keigoed.”

Daar wordt toevallig in een ander nieuw boek, van Jaap Tielbeke, heel anders over gedacht. Als de overheid en grote bedrijven niet snel bijdraaien staan we machteloos met ons vegetarische eten en het beetje afval dat we scheiden.

“Dat vind ik een drogredenering. Als ik een warme trui aan doe in plaats van de verwarming hoger te zetten, de trein neem of een keer minder vlees eet, dan is dat per definitie marginaal. Maar met dat soort dingen vul je ook maar een paar uur per dag. Op het werk ben je wel acht uur op een dag, dus daar kan je een veel groter verschil maken. Bij de overheid en de grote bedrijven werken ook voetprintariërs. Die kunnen daar voor een versnelling zorgen. Ook waar je werkt, bij de HR-afdeling, bij de researchafdeling, is ruimte om het verschil te maken. En dan moet je misschien een keer een baan accepteren die minder verdient dan in de petrochemische industrie. Dat zie je trouwens al gebeuren. Wij kunnen bij elke sollicitatie kiezen uit 45 kandidaten, toptalent.”

Groen is sexy, schrijft u. Dat merken jullie bij Protix?

“Absoluut. Toen Tarique en ik op het dieptepunt van de crisis ontslag namen bij McKinsey waren we wel een beetje de geitenwollensokken. De gedachte was: duurzaamheid, best belangrijk, maar er moet wel geld verdiend worden. Dat is wel anders nu. Er wordt geld mee verdiend en je hebt gewoon een leuker gesprek aan de bar. Mensen vertellen nu met minder trots dat ze met een helikopter naar een boorplatform zijn gevlogen, terwijl dat vijftien jaar geleden nog een goed verhaal was op een feestje. Uiteindelijk is het simpel: iedereen wil met plezier naar een verjaardagsfeestje.”

De vraag blijft wel of de massa insecten wil eten?

“Eetgedrag heeft altijd een doorlooptijd. Kijk maar naar wat mensen in het begin van rauwe garnalen vonden of van sushi. En het klopt dat we hier niet gewend zijn aan het eten van insecten, maar daarom worden ze ook verwerkt in boter of een vleesvervanger. In het maken van een plantaardige burger met andere eiwitten zit veel werk. Er zit weinig smaak aan die eiwitten en geen textuur. Bij insecten kom je met heel weinig extra toevoegingen tot een lekkere vleesvervanger.”

“In diervoer is het helemaal logisch. In de natuur gaat een kip ook op zoek naar insecten. Een insect is een heel hoogwaardig pakketje van eiwitten en andere grondstoffen. Alle vogels, reptielen en vissen, maar ook bijna alle zoogdieren eten ze als ze jong zijn, snel moeten groeien en hun immuunsysteem opbouwen. Groen wordt sexy, en insecten ook.”

Kees Aarts, De voetprintariër, Prometheus, €19,99

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden