Priscilla (10) en vader Stefan.

PlusAchtergrond

Vissen is in als coronahobby: ‘Aan de waterkant maak je je hoofd leeg’

Priscilla (10) en vader Stefan.Beeld Nosh Neneh

Vissen is populair in coronatijd; bij oudgedienden, maar ook bij jongeren. ‘Mijn vader heeft me geleerd hoe je de werphengel gebruikt.’

Wandelen, fietsen, vogels kijken. Nederlanders zochten tijdens de lockdown verschillende manieren om toch naar buiten te kunnen. Vissen bleek een hobby die prima paste binnen de coronamaatregelen. Anderhalve meter afstand houden is immers een basisvoorwaarde voor sportvissers, anders zit je elkaars vissen te vangen. Het mooie voorjaarsweer was bovendien een stimulans om naar buiten te gaan. De Amsterdamse Hengelsport­vereniging zag in ­februari en maart nog een lichte daling van het aantal ­leden. In april begon de piek en kreeg de club er 3100 leden bij. Dat zijn er 1000 meer ten opzichte van het jaar daarvoor.

Ook landelijk is die trend zichtbaar. Sportvisserij ­Nederland kreeg vorig jaar tussen maart en juni 48.000 nieuwe aanmeldingen. In diezelfde periode van dit jaar waren dat er al 105.000. Bij Sportvisserij Nederland, de belangen­organisatie van vissers, zijn bijna achthonderd hengelsportverenigingen in Nederland aan­gesloten.

Onno Terlouw, hoofd communicatie van Sportvisserij Nederland, tekent daarbij aan dat ook veel mensen weer stoppen of er een jaar tussenuit gaan. “Maar al met al zien wij een duidelijk stijgende lijn.” Het gaat volgens Terlouw niet alleen om nieuwe vissers, maar ook om mensen die hun oude hobby weer oppakken of het leuk vinden om met hun kinderen of kleinkinderen te vissen. “Dat veroorzaakt het knikkereffect: mensen zien anderen vissen en komen op het idee het ook te gaan doen.”

Vooral onder kinderen is een enorme stijging te zien, met 12.000 extra leden. Terlouw: “We denken dat dit nog maar het topje van de ijsberg is. Kinderen onder de veertien zijn niet verplicht een VISpas aan te schaffen, zolang zij met een volwassene meegaan en geen eigen visset hebben. Er zullen er veel zijn die met vader of opa mee gaan vissen.”

Terlouw verwacht dat deze lijn doorzet. “Als het zo doorgaat, voorzien wij dit jaar een groei van 80.000 tot 85.000 leden. Maar het kan ook lager uitpakken als het slecht weer wordt of er in het najaar een tweede coronagolf volgt, waardoor mensen toch binnen blijven. Al verwachten we ook dan nog een stijging van 50.000 leden.”

‘Ik doe het voor de rust en ontspanning’ 

Max Bal (27) vist sinds dit voorjaar met vrienden bij de Bosbaan in het Amsterdamse Bos.

“In de coronatijd ben ik extra veel gaan vissen. Door de maat­regelen kon ik niet op vakantie naar Frankrijk en vissen bij de Bosbaan leek mij een mooi alternatief. Ik doe het vooral voor de rust en ontspanning. Aan de waterkant maak je je hoofd leeg. Vrienden van mij vissen ook. Ik spreek steeds met een ander af. Een paar weken geleden heb ik met een vriend een week bij de Bosbaan overnacht om op karpers te vissen. Kookstelletje en tentje mee en afwachten tot ze bijten. Een pieper waarschuwt je en dan moet je soms vier uur ’s nachts je bed uit. Bij de Bosbaan vang je er elke nacht wel een. Af en toe zit er een brasem of voorn tussen, maar die wil ik liever niet. Een karper is het mooist; daar kom ik voor. Als ik een grote vis heb gevangen, fotografeer ik hem ook altijd.

Je leert steeds weer wat bij. Bijvoorbeeld over het aas. Je hebt allerlei soorten, zoals boilies of pop-ups. Ze hebben verschillende smaken. Bij mooi weer kun je beter kiezen voor zoeter aas en in de winter is vismeel beter. Ik volg ook alle ontwikkelingen op visgebied. Er zijn alleen al duizenden onderlijnen. Ik probeer weleens wat nieuws uit, maar het gaat er uiteindelijk om dat je een mooie vis vangt en een ontspannen dag hebt.”

Max Bel.Beeld Nosh Neneh

‘Ook als ik niks vang, heb ik een plezierige dag gehad’

Lloyd Reiziger (58) vist al sinds zijn tiende. Hij stopte een tijd en pakte zijn hobby weer op. Hij vist onder andere in Lelystad en in het Noordzeekanaal.

“De hengelsport is mijn passie. Ik begon ermee toen ik een jaar of tien was. Amstelveen, waar ik mijn jeugd doorbracht, was daar een mooie plek voor. Veel groen en overal sloten en singels om te kunnen vissen. Ik hield ervan aan het water te zijn en werd algauw een fanatieke hengelaar. Zoals de meesten begon ik met een bamboehengeltje. Daarna werd het een werphengel en nog later ging ik gerichter vissen op verschillende soorten als snoek en karpers.

Toen ik ging trouwen en kinderen kreeg, stopte ik een tijd. Ik had een drukke baan en hielp mee met de opvoeding. Het was schipperen met de vrije tijd.

Sinds enige tijd heb ik mijn oude passie weer opgepakt. Ik zit nu op het oude niveau van één à twee keer per week vissen. Dat doe ik als ik vrij ben van mijn werk.

De ene keer vis ik op karpers of snoekbaars, de andere keer op tong in het Noordzeekanaal of op forel bij een forelvisvijver in Lelystad.

Vaak ga ik met vismaten die ik nog uit mijn jeugd ken. Ook dat is bijzonder. Met deze vrienden heb ik een band voor het leven. Ik trek alleen met ze op om te kunnen vissen en we praten uitsluitend over visgerelateerde dingen.

Vangen is natuurlijk het mooist, maar toch ervaar ik dat vooral als een prettige bijkomstigheid. Ook als ik niks vang, heb ik een plezierige dag gehad. Zolang mijn gezondheid dat toestaat, zal ik nooit stoppen.”

Lloyd Reiziger.Beeld Dennis Schmitt

‘Als we beet hebben, gaat een alarm af’ 

Priscilla Booi (10) vist met haar vader in het Noordsterpark in Wormerveer en bij de Bijlmerweide.

“Het leukste aan vissen vind ik het vangen, de vis los­maken en weer teruggooien. Van elke vis die ik vang, maakt mijn vader een foto. Die stuurt hij dan naar de oma’s, die zelf ook vissen. Dit voorjaar heb ik mijn eigen VISpas gekregen en ben ik lid geworden van de Amsterdamse Hengelsportvereniging. Als je jonger bent dan veertien heb je eigenlijk geen visvergunning nodig, maar je moet hem wel hebben als je met een eigen hengel vist en meerdere soorten aas wilt gebruiken. Met mijn VISpas mag ik ook ’s nachts met mijn vader mee om te karper­vissen bij de Bijlmerweide. We zetten dan een tentje op en maken wat te eten. Ik kan gewoon gaan slapen, want als we beet hebben, gaat een alarm af. Meestal word ik dan niet wakker, maar hoor ik de volgende ochtend van mijn vader wat we gevangen hebben.

Mijn vader heeft me veel geleerd over vissen. Bijvoorbeeld hoe je een vis van de haak afhaalt, hoe je de werp-hengel gebruikt en wat voor aas je moet gebruiken.

De grootste karper die ik tot nu toe heb gevangen was 78 centimeter en woog 8,5 kilo. In de weekenden gaan we vaak in Amsterdam vissen en doordeweeks in het Noordsterpark in Wormerveer. Het weer maakt mij niet uit. Ook als het regent of koud is, ga ik vissen. Ik doe het zo graag dat we deze vakantie op een camping aan het water staan. Dan kan ik elke dag vissen.”

‘Je weet nooit wat je gaat vangen’

Sybren Scheepsma (14) doet aan roofvissen op verschillende plekken in de stad.

“Vroeger viste ik weleens met mijn vader. Een hele tijd ben ik ermee gestopt, maar in coronatijd pakte ik het weer op. Ik had veel vrije tijd om te vissen en ben meteen lid geworden van de Amsterdamse Hengelsportvereniging. Je krijgt dan meteen ook een VISpas voor de wateren in Amsterdam. Stilzitten is niet echt iets voor mij. Daarom doe ik aan roofvissen met kunstaas. Je gooit steeds je hengel uit, wacht even af en haalt dan weer binnen. Het is heel dynamisch, want je loopt steeds naar andere plekken. Onderweg kom je allerlei mensen tegen met wie je in gesprek raakt over vissen.

Het leuke is dat je nooit weet wat je gaat vangen. De ene keer is het een baars, dan weer een snoek of snoekbaars. Dat maakt het spannend. Ik probeer allerlei aasjes uit om te kijken wat het beste werkt.

Samen met mijn vrienden vis ik bij IJburg, achter het Centraal Station, in Muiden of Diemen.

De grootste vis die ik tot nu toe heb gevangen, was tachtig centimeter. Het moeten geen brasems of voorns zijn, dat vind ik geen leuke vissen. Het liefst vang ik een snoekbaars. Die is mooi om te zien en moeilijk te vangen. Ik hou ook van zijn gedrag; het is echt een roofvis.

Op een plek die we nog niet kenden, vingen mijn vrienden en ik een keer zeker twintig snoekbaarzen. Dat was geweldig, want we hadden het daar nooit verwacht. Nee, ik verklap niet waar het was. Het is onze geheime roofvisstek.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden