PlusInterview

Viroloog: ‘Agressieve virussen waaraan mensen snel doodgaan, sterven snel uit’

‘Nog nooit in mijn carrière heb ik zo concreet het idee gehad dat ik levens zou kunnen redden’Beeld Sanne Zurne

Viroloog Lia van der Hoek (55) doet volop onderzoek naar een antiviraal middel tegen Covid-19 – een race tegen de klok. Schamel lichtpuntje: ‘Extreem agressieve virussen sterven snel uit.’ 

Op de januaridag dat bekend werd dat een aantal mensen in China een gekke infectie had, zei viroloog Lia van der Hoek, verbonden aan Amsterdam UMC, meteen ­tegen haar vriend: er staat iets te gebeuren. Ook iedereen in haar omgeving ging meteen aan de slag. Met omgeving bedoelt ze in dit geval het Europese netwerk, gefinancierd door de EU, dat vijftien promovendi opleidt om paraat te staan als een gevaarlijk virus toeslaat.

Van der Hoek is coördinator van dit netwerk. Zij werkte jaren als een soort ontdekkingsreiziger die nieuwe ­vi­russen zocht. In 2003 kwam ze een coronavirus op het spoor: NL-63, een van de vier bestaande verkoudheids­coronavirussen die we nu kennen. Van der Hoek deed er lang onderzoek naar en stapte daarna over naar nieuwe virussen. Tot Sars-Cov-2 (zo heet het virus, Covid-19 is de ziekte) opdook.

“Ik ben meteen teruggeschakeld naar de coronavirussen natuurlijk, dat is het enige waar virologen zich nu mee bezig moeten houden. Al voordat ergens in Europa gevallen bekend waren, begon men het virus synthetisch na te maken. Dat synthetische virus bevindt zich in Zwitserland, maar elke viroloog in Europa kan er iets laten testen. We delen alles wat we te weten komen. Dat moet ook, internationale samenwerking is hard nodig. In andere tijden kun je als wetenschapper iets even voor jezelf houden wat je misschien een voorsprong oplevert. Dat doet nu niemand, het is alle schouders eronder.”

Wat valt u op aan dit virus?

“Het verspreidt zich opvallend snel en als je het kweekt in een laboratorium is het zeer agressief om mee te werken. De cellen waarop je het loslaat zijn in een dag of twee, drie dood. Je kunt het makkelijk kweken. Niet zo gek, want het gedraagt zich behoorlijk promiscue en totaal niet selectief: het komt van vleermuizen, zit zomaar in een dierenmarkt, gaat mak­kelijk van mens tot mens, de tijgers van een New Yorkse dierentuin zijn ook al geïnfecteerd… ­Terwijl de verkoudheidscoronavirussen helemaal niet makkelijk te kweken zijn. Die moet je bijna smeken iets te doen met een cel.”

Dat Sars-Cov-2 zich agressief gedraagt in de kweek betekent neem ik aan dat het dit ook doet in een mens?

“Dat kan zijn, maar de mens is geen kweekvaatje. Wij hebben een afweersysteem en een immuniteitsgeheugen. Worden wij ziek omdat het virus agressief is en cellen kapotmaakt, of omdat ons lichaam het nog nooit heeft gezien? Dat is een van de vragen die ons bezighoudt.”

Wat je veel hoort onder de 17 miljoen amateurvirologen die Nederland ineens telt, is dat we niet weten hoe immuun we zijn na een infectie, en voor hoelang.

“Dat klopt. Als je een infectie hebt doorgemaakt, kan het gebeuren dat de antistoffen na een tijd niet meer meetbaar zijn. Gelukkig heb je dan altijd nog je geheugencellen als je opnieuw wordt geïnfecteerd: je afweersysteem weet meteen wat het te doen staat. Daardoor zal je de ziekte waarschijnlijk in een milde vorm krijgen of misschien zelfs helemaal geen symptomen hebben.”

Maar je bent dan wel weer besmettelijk?

“Zou kunnen, en dat is een probleem, want tegen die tijd ga je wel weer naar je oma of je ouders, zonder bewust te zijn van de besmettelijkheid.”

Hoe gaan we dat bevechten?

“Ik hoop op antivirale geneesmiddelen, zodat er iets op de plank ligt dat werkt als degenen die de ziekte hebben gehad, over twee jaar weer verspreiders worden omdat de immuniteit is afgezwakt. Als een kortademig iemand dan in het ziekenhuis komt doe je meteen een test, en als het Covid-19 blijkt te zijn is er een potje dat diegene erdoorheen helpt.”

Ziet u meer in antivirale middelen dan in een vaccin als oplossing?

“Ja. Er verstrijken vele jaren voor je een vaccin op de markt hebt. En dan is maar de vraag hoe goed het beschermt, want daar kom je pas achter als een ziekte flink woekert; alleen dan kun je een vaccin testen met een groep die het krijgt en een controlegroep die je het niet geeft. Als we straks een vaccin hebben, woekert er misschien wel helemaal niets. Als je dan ziet hoe succesvol we zijn met antivirale therapie voor infectieziektes als hiv en hepatitis C, vestig ik mijn hoop toch daarop.”

Schiet het op?

“Er wordt keihard aan gewerkt. Na de Sars-uitbraak in 2003 is veel onderzoek gedaan, daar zijn wat hoopvolle antivirale middelen uitgekomen. Alleen waren er geen patiënten toen ze klaar waren. Dat is het probleem: je kunt niet werken aan een middel als er niet tegelijkertijd ook een ziekte heerst. Daarom lopen we nu een half jaar achter. We doen ons best dat in te halen. Wetenschappers testen alles wat op de plank ligt en zou kunnen helpen.”

Zoals het malariamiddel hydroxychloroquine waar Donald Trump steeds over twittert?

“Onder meer. Hydroxychloroquine remt het virus enigszins, maar het is de vraag hoe goed het werkt in de kliniek bij mensen die erg ziek zijn. Daar zijn nu studies naar.

Het zou fijn zijn als het antivirale medicijn dat we vinden zo krachtig is dat het werkt tegen alle coronavirussen.

NL-63, het virus dat ik ontdekte in 2003, lijkt erg op Sars-Cov-2, alleen is het minder schadelijk. Daar werk ik nu weer mee om te kijken of we middelen kunnen vinden die NL-63 remmen. Dan kunnen ze vervolgens in Zwitserland testen of ze ook effectief zijn bij Sars-Cov-2.”

Kan het helemaal verdwijnen?

“Ik vermoed dat we Covid-19 nooit meer kwijtraken. Wel denk ik dat het zijn agressiviteit zal verliezen omdat vrijwel iedereen er de komende jaren mee in aanraking komt en wij onze geheugenimmuniteit hebben. Mede daardoor kan het mogelijk even mild worden als de vier verkoudheidscoronavirussen die we al kennen.”

Waaruit valt het vertrouwen te halen dat het zo zal gaan?

“Het meeste vertrouwen valt te halen uit de evolutieleer, de survival of the fittest van Darwin. Extreem agressieve virussen waaraan mensen snel doodgaan, zijn niet de fittest, want die sterven snel uit. De sterkste virussen zijn zij die hun gastheer zo mild behandelen dat hij kan blijven rondlopen en verspreiden. Onder druk van de leer van Darwin is de kans groot dat Sars-Cov-2 een verkoudheidsvirus wordt. Ik acht dat veel aannemelijker dan dat het zich ontwikkelt tot iets zeer agressiefs.”

Gaat zomerweer ons helpen?

“Dat zou goed kunnen, gebaseerd op wat ik weet van verkoudheidscoronavirussen. Die zien we niet of nauwelijks in de zomer. Typisch is dat ze opkomen in december, flink huishouden in januari en februari, afzwakken in maart en verdwijnen in april, mei.”

En dat komt niet omdat mensen in de winter binnen dicht op elkaar zitten?

“Dat betwijfel ik. In de zomer heb je elke week wel een ­festival waar een paar duizend man hutjemutje op elkaar staat te dansen. Toch zie je dan geen massale infecties door verkoudheidscoronavirussen. Die zien we echt alleen in de winter. Of dat nou komt omdat we lager in onze weerstand zitten door weinig vitamine D en minder verse groentes, of dat een virus beter kan overleven op oppervlaktes wanneer het koud is… niemand weet het. Dat is jammer, want als je weet waarom een virus zwak is in de zomer heb je iets om aan te pakken.”

Maar dat is toch wetenschap, dat je zoiets uitzoekt?

“In verkoudheden is nooit veel geïnvesteerd omdat er niemand aan doodgaat. Wellicht verandert dat in de nabije toekomst, met deze pandemie als aanleiding. Nu is het niet aan de orde, want we zitten nu in een race tegen de klok met de zoektocht naar een antiviraal middel. Nog nooit in mijn carrière heb ik zo concreet het idee gehad dat ik levens zou kunnen redden, er is geen tijd om te denken wat ik eens leuk zal gaan onderzoeken.”

Nog een heikel punt waarover iedereen een mening heeft: mondkapjes.

“Ik ben er niet voor. Ze geven een vals gevoel van veiligheid. Als je zelf besmet bent, zit na een dag dragen het mondkapje vol met virus en bedenk dan eens hoe vaak je een mondkapje aanraakt en vervolgens iets anders. Infectie via deurklinken en andere oppervlaktes is een belangrijke transmissieroute. Als je een mondkapje draagt om jezelf te beschermen – voor het geval de ‘lucht’ besmet is, wat onwaarschijnlijk is voor coronavirussen, maar onder discussie omdat men het voor dit virus niet zeker weet – moet het een professioneel mondkapje zijn waarbij de lucht niet via de zijkanten naar binnen kan. Dat type kapje is zeer oncomfortabel om te dragen, ik zou het niemand aanraden. Bovendien lopen we het risico dat de gezondheidszorg er een tekort aan krijgt.”

Hoe zal de opheffing van onze intelligente lockdown verlopen, denkt u?

“Geleidelijk. Eerst weer wat mogelijkheden om naar je werk te kunnen, misschien de scholen en bepaalde winkels open – iedereen blij. Kroegen niet meteen. Ik vermoed zoiets, in combinatie met veel testen en de apps waar de minister het over had. Constant in de gaten houden wie zijn geïnfecteerd. En ondertussen werken wij hard aan de ontwikkeling en het testen van antivirale middelen.”

U bent vanochtend om vijf uur begonnen.

“Ik begin elke dag tussen vijf en zes, zolang het nodig is. We hebben geen tijd te verliezen.” 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden