PlusAchtergrond

Vijftig paartjes in de stad: ‘De vos eet hier graag een zak patat’

Vosje in de stad - Lynne Brouwer Beeld Lynne Brouwer
Vosje in de stad - Lynne BrouwerBeeld Lynne Brouwer

De vos is een vaste gast geworden in Amsterdam. In en om de stad wonen wel vijftig paartjes van de soort die de kunst van de onzichtbaarheid tot in de puntjes beheerst. Een vos die zich laat zien, moet nog veel leren.

Kuikens, muizen, ratten en af en toe een appeltje: met een uitgebalanceerd dieet worden drie jonge vossen op krachten gebracht in De Toevlucht in de Bijlmerweide. Eén vos herstelt in de dierenopvang van een aanrijding in Zandvoort, een ander van een beet door een hond in het Westerpark. Vos nummer drie werd twee weken ­geleden aangetroffen op de Keizersgracht, in het hartje van de stad, en door een klusser in de kladden gegrepen. “Hij heeft een flinke klap gekregen van zijn tocht door de stad,” zegt Roxina van Eck van de opvang. “Hij kwam totaal uitgeput binnen. Hij slaapt nog steeds ontzettend veel.”

Het is elke keer weer een kleine sensatie: een vos in de stad. Een dier dat zich maar zelden laat zien, waagt zich in het territorium van de mens. Toch komt het elk jaar wel een paar keer voor, zegt stadsecoloog Geert Timmermans. “In de jaren tachtig heb ik met Martin Melchers voor het eerst een uitgebreide inventarisatie gemaakt van alle dieren van de stad, en ook toen kwamen er al meldingen binnen van een vos die door de stad liep. Het zijn bijna altijd jonge dieren die door hun ouders de wijde wereld zijn ­ingestuurd. Die vossen staan steeds weer voor de keuze: ga ik linksaf of rechtsaf?”

De vos is niet alleen een verdwaalde toerist in de stad. In en om Amsterdam wonen naar schatting vijftig paartjes. Timmermans: “Vorig jaar heeft er nog een vos in het Vondelpark gezeten. Heel slim, op de Koeienweide en de Schapenweide, precies de plekken waar geen mensen en honden mogen komen. Ook van het Amsterdamse Bos, het Westerpark, het Flevopark en het Diemerpark weten we dat er vossen wonen, net als in het Westelijk Havengebied en in de buurt van de Ring A10. In Amsterdam hanteren we de zogeheten bosmuisgrens. De vos is een muizeneter. Dus waar muizen te vinden zijn, is de kans groot dat er ook een vos zit.”

Volledig voedselgestuurd

Het leven in de buurt van de stad verschaft de vos de ­mogelijkheid van een culinair uitstapje. Het normale dieet van muizen, konijnen, insecten en fruit kan worden uitgebreid met bijvoorbeeld een meerkoet of een zak patat.

“De vos is een echte opportunist,” zegt Timmermans vol ­bewondering. “Hij is van origine een dier dat overdag ­actief is, maar heeft dat ritme helemaal omgegooid om zich te kunnen handhaven in een drukbevolkte omgeving. Ook de voortplanting is volledig voedselgestuurd. Een goed konijnenjaar is ook een goed vossenjaar. Als weinig voedsel voorhanden is, worden minder vossen geboren.”

Het is een succesverhaal, stelt ook Jaap Mulder over de opmars van de vos. De bioloog houdt zich al veertig jaar bezig met het zoogdier, en geldt als dé deskundige in het land. “In de eerste helft van de vorige eeuw was de vos vrijwel uitgestorven in Nederland als gevolg van een intensieve bestrijding met gif, klemmen en de kogel. Met de ­opkomst van de natuurbescherming is daar een eind aan gekomen. Sinds 1960 heeft de vos vanaf de zandgronden in het oosten en het zuiden zich in een gestaag tempo weer over het land verspreid. Hij beschikt over een fantastisch aanpassingsvermogen.”

Hoeveel vossen er zijn in Nederland, daar kan enkel een slag naar worden geslagen. De vos beheerst de kunst van de onzichtbaarheid tot in de perfectie: de weinige dieren die zich aan de mens laten zien, zoals de dwaalgasten op de Keizersgracht en bij het Centraal Station, zijn onervaren en moeten duidelijk nog een hoop leren. Een doorgewinterde vos blijft behoedzaam buiten beeld.

Mulder: “Een uitzondering vormen de vossen in het duingebied bij Zandvoort. Daar leggen bewoners eten voor hen neer, met als resultaat dat de dieren vrijwel tam zijn geworden. Als je een mooie foto van een vos ziet, is hij daar in de buurt ­genomen.”

Lynne Brouwer - vos in de stad Beeld Lynne Brouwer
Lynne Brouwer - vos in de stadBeeld Lynne Brouwer

Centraal Station

Uit de telling blijkt dat de vossen al enkele tientallen jaren een stabiele populatie vormen. Er worden jaarlijkse duizenden dieren geschoten, maar de voortplanting zorgt ervoor dat alle beschikbare plekken bezet blijven.

“De vos is territoriaal. Een paartje leeft in een gebied dat afhankelijk van het beschikbare voedsel varieert van één tot drie vierkante kilometer. Het jaarlijkse nest bestaat gemiddeld uit vijf jongen, dus er komen elk jaar veel vossen bij. Die gaan zwervend op zoek naar een eigen territorium en belanden soms op vreemde plekken, zoals het Centraal Station in de hoofdstad.”

Die zoektocht naar een eigen thuis is meteen de spannendste periode in een vossenleven, aldus Mulder. “Vossen leven in een wereld van geuren. Daarmee bakenen ze hun territorium af. Een zoekende vos loopt dus nerveus rond van het ene territorium naar het andere. Dat geeft ­onderweg veel stress. Als de zwerftocht lang duurt, raakt hij in een steeds slechtere conditie. De kans is groot dat hij sneuvelt in gevecht met een andere vos.”

“Maar er zijn ook voorbeelden van dieren die zich lang gedeisd houden op de kruising van een paar territoria, en daar rustig wachten tot een van de vossen dood gaat om die plek in te kunnen nemen.”

De afgelopen jaren heeft ook de wolf zijn intrede gedaan in de Nederlandse natuur. Gaat de vos last krijgen van de nieuwkomer? Niet van die paar exemplaren, verwacht Mulder. “De vos en de wolf zijn twee soorten die zich met veel succes hebben verspreid over de wereld. Ze komen voor in heel Noord-Amerika, Europa en Azië. Uit ecologische studies weten we dat de vos in koude streken profiteert van de wolf. Als de wolf een prooi heeft gevangen, voedt de vos zich met de resten. Aan de andere kant: ze moeten elkaar niet tegenkomen. De wolf zal zeker proberen de vos te pakken. Niet eens om hem op te eten, maar dat is voor de vos een schrale troost.”

Pesthekel

De natuurlijke vijand van de vos in ons land is de mens, en dan met name de jager, de boer en de liefhebber van de weidevogel. “Er zijn veel bewonderaars van de vos, maar de beschermers van weidevogels hebben een pesthekel aan hem,” zegt vossenman Mulder.

“De vos is een concurrent. Daar zijn veel kanttekeningen bij te plaatsen, hoor. Een optimale weidevogelpopulatie van enige omvang heeft geen last van een vos. Wij proberen in piepkleine ­reservaatjes een aantal vogelsoorten te beschermen die vooral door ontwikkelingen in de landbouw geen toekomst hebben in ons land. Het is gemakkelijker om de vos daar de schuld van te geven dan de boer.”

Kogel of schrikdraad?

Op Amsterdams grondgebied wordt alleen gejaagd als het echt niet anders kan. De hoofdstad is wat dat betreft een veilige haven voor de vos. Uit een rapportage van de Faunabeheereenheid Noord-Holland blijkt dat in 2019 in de hele provincie 621 vossen zijn geschoten, waaronder 34 in de Zaanstreek en 6 in Amstelland. De ­bescherming van de weidevogels is doorgaans de aanleiding voor het ­afschot. Stadsecoloog Geert Timmermans: “Amsterdam wil de weidevogel ook beschermen, maar wij kiezen voor een andere aanpak. Op verschillende plekken lopen experimenten met rasters die onder stroom staan. Daarmee kunnen weidevogelgebieden ook worden beschermd. Er zitten wel wat haken en ogen aan. Je kunt geen heel grote gebieden omrasteren, het kost behoorlijk wat geld en het raster moet goed worden ­beheerd: een vos heeft aan een gaatje genoeg om erdoorheen te kruipen.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden