PlusReportage

Vijftig jaar hutten bouwen, ponyrijden en je hart luchten bij Het Landje in het Rembrandtpark

Elke dag komen er tientallen kinderen naar Het Landje, dat in 1972 begon op gekraakt braakliggend terrein. Beeld Daphne Lucker
Elke dag komen er tientallen kinderen naar Het Landje, dat in 1972 begon op gekraakt braakliggend terrein.Beeld Daphne Lucker

Al een halve eeuw bouwen Amsterdamse kinderen hutten bij bouwspeelplaats Het Landje in het Rembrandtpark. Een traditie die van generatie op generatie wordt doorgegeven. ‘Er zijn wel regels, maar we laten de kinderen ook vrij.’

Marloes de Moor

‘Stoat in lichterloaie, jonguh! Oh, wat is het heet, kolere. Moeie kèèkuh man!’ Hese jongensstemmen, met een plat Amsterdamse tongval die je binnen de Ring tegenwoordig bijna niet meer bij kinderen hoort. Opgewonden rennen ze heen en weer met planken. Ze stoken een fikkie op bouwspeelplaats Het Landje in het Rembrandtpark.

De jongens zijn te zien in een documentaire van de NOS uit 1975. De beelden worden begeleid door een onderkoelde commentaarstem: ‘Vuren stoken is hier toegestaan. De leiders houden het binnen de perken door van tijd tot tijd geen lucifers uit te delen.’

Op de achtergrond zijn de flats aan de Staalmeesterslaan in aanbouw. Het Rembrandtpark, voorheen een niemandsland, bestaat enkel nog uit iele beplanting en lage boompjes. In de zomer van 1972 besluiten buurtbewoners Rob Aling, Theo van den Hoven en jongerenwerker Piet de Bake een braakliggend terrein in het park te kraken om daar iets voor kinderen te ontwikkelen. Speelgelegenheid is er voor hen nauwelijks in de buurt.

De drie mannen sprokkelen hout en oude spullen bij elkaar, zodat de kinderen daarvan hutten kunnen bouwen. Ze noemen de bouwspeelplaats ‘Het Landje’. “Al gauw speelden er dagelijks zo’n tweehonderd kinderen en kwamen er ook andere activiteiten bij, zoals bootje varen, fikkie stoken, ponyrijden en knutselen.

Het Landje kreeg vanaf dat moment ook subsidie. Piet de Bake was tot zijn pensioen in 2016 de drijvende kracht achter de speelplaats. Nog steeds voelt hij zich nauw betrokken. “Ik bel regelmatig met hem,” vertelt Petra Buhrer Tavenier (55), de huidige beheerder.

Kinderen komen vaak een praatje maken met beheerder Petra Buhrer Tavenier (midden), die zelf op haar achtste voor het eerst bij de bouwspeelplaats ging kijken. Beeld Daphne Lucker
Kinderen komen vaak een praatje maken met beheerder Petra Buhrer Tavenier (midden), die zelf op haar achtste voor het eerst bij de bouwspeelplaats ging kijken.Beeld Daphne Lucker

Niet bovenop zitten

Ze groeide op in de Van Spilbergenstraat en was acht jaar toen ze voor het eerst bij de bouwspeelplaats ging kijken. “Er waren veel stoere kinderen, grote jongens en meiden op brommers. Hoewel ik een beetje bang voor ze was, durfde ik toch naar binnen te gaan. Sindsdien ben ik gebleven, eerst als ponyleidster, toen als vrijwilliger en nu als betaalde kracht. Destijds woonden de beheerders, Jaap Blom en Marga Bohnen, op het terrein. Zij waren als een tweede vader en moeder voor me.”

Vijftig jaar later is Het Landje nog altijd een succes. Kinderen kunnen er hutten bouwen, tafeltennissen, glijden op de kabelbaan, spelletjes doen, kanovaren, koken of knutselen en tegen een kleine vergoeding ponyrijden. “Gemiddeld komen er tussen de vijftig en vijfenzeventig kinderen per dag. In de zomer is dat het dubbele. Dik, dun, klein, groot, blauw, paars of groen: iedereen gaat hier leuk met elkaar om. Dat is onze sterke kant. ‘Overal waar hij speelt, heeft hij problemen, maar bij jullie gaat het altijd goed,’ zei een moeder laatst tegen me over haar zoon.”

“Ik denk dat het komt doordat wij er niet zo bovenop zitten. Natuurlijk zijn er regels, maar we laten de kinderen ook vrij. Ze mogen doen wat ze willen, want ze moeten op school al zoveel. Niet voor niets hebben we een bordje ‘ouders zijn gedoogd’ hangen. Laat de kinderen hun gang gaan. Het is niet de bedoeling dat ouders prachtige hutten voor hun kroost gaan bouwen, terwijl dat zelf allang iets anders is gaan doen.”

Tientallen meisjes en één jongen verdringen zich op een grauwe woensdagmiddag rondom de pony’s. Zorgvuldig borstelen ze de flanken en kammen ze de manen. Kippen scharrelen eromheen. Over de halsstarrige pony Sponky ontfermt zich alleen Mo El Harrak (12). “Het is een pittig paard, lastig om op te rijden. Daarom is het mijn favoriet, want dat maakt het extra uitdagend,” verklaart Mo.

Jazzmin Zilder (9) en Juna van Poppel (10) zijn bijna elke dag na schooltijd te vinden bij Het Landje. Vooral vanwege de pony’s. “We verzorgen ze graag. Laatst hadden we hier een talentenjacht: My Pony’s Got Talent. Dat was zo grappig. We maakten de pony’s heel mooi voor de wedstrijd,” vertelt Jazzmin.

“We hebben ook onze eigen Ponyclub-hut gebouwd,” vult Juna aan.

‘Ponyclub Het Landje. De beste plek van Nederland,’ hebben ze met zwarte viltstift en veel hartjes op hun hut geschreven.

(Tekst loopt door onder de foto)

Sommige kinderen komen bijna dagelijks na school naar Het Landje vanwege de pony’s. Beeld Daphne Lucker
Sommige kinderen komen bijna dagelijks na school naar Het Landje vanwege de pony’s.Beeld Daphne Lucker

Pannenkoeken

Xandra de Groot (58) geeft vandaag les op de ponyclub. ‘Kippensoep!’ hoort ze nog wel eens roepen. Die kreet heeft ze vijfentwintig jaar geleden zelf geïntroduceerd. “Als de kippen in de hoefslag liepen, moesten de kinderen ze ontwijken en dan riep ik ‘kippensoep!’”

De Groot sloot Het Landje van jongs af aan in haar hart. Vanuit haar huis aan de Orteliuskade was het maar een klein eindje lopen. Verlegen stond ze als negenjarige voor het hek. “Een vrijwilligster lokte me met gekromde vinger. ‘Kom maar, je hoeft niet bang te zijn,’ zei ze. Eenmaal binnen voelde ik me meteen op mijn gemak. Ik rook de geur van pannenkoeken. Thuis had ik het niet zo fijn, maar bij Het Landje was het gezellig. We gingen die middag pottenbakken. Het potje dat ik toen maakte, heb ik nog steeds.”

In de loop der jaren veranderde er mondjesmaat iets bij Het Landje, dat sinds 1990 onderdeel is van welzijnsorganisatie Impuls, die zich in de loop der jaren meer op kinderopvang ging richten. In 2019 ging ook de buitenschoolse opvang gebruik maken van de speelplaats. De dierenloods met vogels, cavia’s en konijnen maakte plaats voor een nieuw gebouw waar de kinderen nu knutselen, koken en spelen. Het wat rommelige karakter van het huttendorp verdween. “De hutten zijn nu centraal geplaatst, zodat de situatie overzichtelijker is,” verklaart Buhrer Tavenier.

Luisterend oor

De deur van haar kantoor staat open, ook als het koud is. “Dan weten ze dat er iemand is.” Soms verschijnt een koppie om de hoek om haar gedag te zeggen. Of er klinkt van buiten: ‘Dat moet je aan de baas vragen!’ De kinderen kennen haar allemaal en voor hen is ze ‘de baas’. Zo even nog heeft ze krachtig laten weten dat ze niet met zich laat sollen: “Die pony is niet goed gepoetst. Zijn hoofd zit nog helemaal onder de modder! Die gaan we dus niet opzadelen.”

Maar kinderen kennen ook die andere, lieve kant van haar. Op een onbewaakt ogenblik kruipen ze plotseling dichterbij en beginnen ze te praten. Over thuis, waar het niet altijd veilig is, over dingen die hen dwars zitten. “Hartverscheurende verhalen, waarvan de tranen me in de ogen springen. Wij runnen een speelplaats en zijn geen hulpverleners, waardoor we vaak niet meer kunnen doen dan een luisterend oor en een geborgen plek bieden. Maar je neemt zulke verhalen wel mee naar huis; ze raken me echt.”

Gered van de ondergang

Eén ding veranderde volgens Buhrer Tavenier nooit bij Het Landje. Het bleef altijd een veilige basis voor kinderen in de buurt. “Amsterdam is inmiddels een stad met rijke mensen, maar er wonen ook nog steeds veel gezinnen die dat geld niet hebben. Dat wordt nog weleens vergeten en daar maken wij ons hard voor.”

Buhrer Tavenier blijft zich met een team van tien vrijwilligers dan ook onvermoeibaar inzetten voor Het Landje. Ze doen al het onderhoud zelf. Dankzij inspanningen en donaties van de stichting Vrienden van Het Landje werd de bouwspeelplaats vijf jaar geleden nog van de ondergang gered en konden nieuwe gebouwen worden geplaatst.

Het Landje is van dinsdag tot en met vrijdag na schooltijd en op zaterdag geopend, maar Buhrer Tavenier is ook buiten die tijden elke dag op de speelplaats te vinden, al was het maar om de pony’s te verzorgen. “Ik ben nu druk met cadeautjes verzamelen voor de kinderen in verband met het vijftigjarig jubileum. Dat gaan we op 11 juni groot vieren.”

Ook Mo El Harrak is daarbij. Hij komt al vijf jaar bij Het Landje en zou er later graag als vrijwilliger willen werken: “En dan kan ik terugkijken en zeggen: ‘Hier speelde ik als kleine jongen.’ Dat lijkt me mooi.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden