Plus Portretten

Vier fanatieke ex-sporters over stoppen: ‘Alsof ik in de rouw was’

Sporten is voor deze vier ex-sporters meer dan een hobby, het is een levensstijl. Na tientallen jaren komt stoppen bij je club dan hard aan. ‘Mijn wereld stortte in, ik belandde er zelfs door in een depressie.’ 

Paula Christina Schouten Beeld Marjolein van Damme

Paula Christina Schouten (33), is kandidaat-notaris. Ze speelde acht jaar rugby, als topsporter en amateur, en is gestopt vanwege haar carrière.

“Ik ben laat met rugby begonnen, pas toen ik rechten ging studeren. Ik deed altijd aan atletiek, maar wilde een teamsport proberen. Rugby sprak me aan, omdat het alles in zich heeft: snelheid, techniek, tactiek en het is lekker fysiek. Rugby Sevens, waarbij je in toernooivorm drie korte, explosieve wedstrijden van zeven minuten speelt, sprak mij het meest aan.

Al snel werd ik gescout voor de selectie van het nationale rugbyteam en ging ik in een huis wonen met andere topsporters. Alles draaide om mijn studie en sport. Ik trainde twee keer per dag, ook in het weekend en we speelden veel in het buitenland: Japan, Hongkong, Zuid-Afrika, de VS.

Rugby is een fysieke sport en ik ben nogal blessuregevoelig, na trainingen zat ik vaak onder de blauwe plekken en kneuzingen. Mijn knieën waren standaard beurs van de noppen en mijn schouder schoot regelmatig uit de kom. Ook brak ik een paar keer mijn sleutelbeen en moest ik uiteindelijk worden geopereerd aan mijn schouder. Voor andere mensen was dat heftiger dan voor mij. Ik voelde me juist ontzettend sterk in die tijd. Een blauwe plek meer of minder merkte ik nauwelijks.

Toen ik stage ging lopen bij een advocaten- en notarissenkantoor, merkte ik dat het toch wat ongemakkelijk was om op maandagochtend met een blauw oog of een blessure aan te komen. Toen we vervolgens met het team de Olympische Spelen én de World Series van dat jaar niet haalden, ik opnieuw mijn sleutelbeen brak én ik op het punt stond om aan mijn maatschappelijke carrière te beginnen, was het tijd om te stoppen. 

Ik bleef nog een tijd trainen en spelen als amateur, maar ik merkte dat ik niet meer goed voluit durfde te spelen. Ik was bang om opnieuw iets te breken. Vanwege mijn blessuregevoeligheid moest ik veel krachttraining blijven doen en daar had ik vanwege mijn baan te weinig tijd voor.

De eerste periode zonder rugby was erg wennen, het contrast met het kantoor­leven was enorm. Mijn lichaam had behoefte aan actie, soms trok ik tussen het werken door even een sprintje in de gang.

Laatst ben ik naar mijn oud-teamgenoten gaan kijken, toen begon het wel weer te kriebelen. Ik was altijd zielsgelukkig op dat veld met mijn maten.”

Dwight van West Beeld Marjolein van Damme

Dwight van West (59), buurtsportcoach bij Team Sportservice Amsterdam in opdracht van de gemeente Amsterdam. Hij speelde 22 jaar basketbal.

“Stoppen met basketbal voelde als afkicken: van de endorfine, dat gelukzalige stofje dat loskomt bij het sporten. Ik was 22 jaar lang zes dagen per week met mijn sport bezig. Als point guard bij diverse clubs, onder andere BS Leiden en Argus Den Haag, was ik de architect van het team. Ik liep vaker vrij, kreeg vaker een duw en was veel meer aan de bal dan de rest. 

De manier waarop ik mijn sport beoefende was een aanslag op mijn lichaam. Ik speelde ook nooit voor de gezelligheid, maar altijd om te winnen. Alleen op zondagmiddag speelde ik voor de lol een potje.

Ik kreeg allerlei blessures, maar bleef altijd doorgaan. Tot mijn knie steeds meer begon op te spelen en de pijn ondraaglijk werd. Daarbij had ik ook last van mijn achillespees en een zware duimblessure waar ik aan geopereerd moest worden. Inmiddels was ik ook vader geworden van twee kinderen voor wie ik als co-ouder regelmatig zorgde, en ik had een baan met onregelmatige tijden bij Holland Casino. Om dat alles te combineren met de sport werd steeds lastiger. Ik was genoodzaakt volledig te stoppen.

Een jaar lang hield ik me helemaal afzijdig van alles wat met basketbal te maken had. Het was té moeilijk om langs de zijlijn te staan en niet meer mee te kunnen doen. Het voelde alsof ik in de rouw was, ik liep voortdurend rond met een onbestemd gevoel.

Basketbal was echt een way of life. Na dat jaar besloot ik terug te keren als trainer en coach. Dat ging niet vanzelf, de transformatie van speler naar niet-speler en vervolgens van ex-speler naar trainer en coach was een langzaam proces. Ik moest wennen aan ogenschijnlijk kleine dingen, van het ontbreken van mijn dagelijkse routine tot nooit meer nieuwe basketbalschoenen, een mouwloos T-shirt of zweetbandjes aan te hoeven schaffen. Maar vooral: nóóit meer zelf dat veld op kunnen. In mijn begintijd als coach was dat heel confronterend.

Sinds 2009 werk ik als buurtsportcoach en ben ik ook via mijn werk weer dagelijks met basketbal bezig. Ik geef promotielessen en doe sportstimuleringsprojecten op verschillende scholen en in diverse buurten van Amsterdam, gericht op kinderen van ouders met weinig geld en op statushouders. Na kennismaking met basketbal tijdens de gymles kunnen kinderen zich aanmelden voor een naschoolse activiteit, om uiteindelijk door te stromen naar een van zes locaties van stichting Basketball’sCool Amsterdam.

Inmiddels is het alweer ruim vijftien jaar geleden dat ik moest stoppen, maar het voelt als de dag van gisteren. Het trainen en coachen bij mijn club Blue Stars in

Diemen en het lesgeven aan scholieren compenseert het gemis, maar toch is het een compleet ander gevoel dan zelf te kunnen spelen.”

Chantal Warnaar Beeld Marjolein van Damme

Chantal Warnaar (30), is kleuterjuf op de Tijl Uilenspiegelschool in Bos en Lommer. Ze speelde zeventien jaar voetbal bij SDZ, maar na een motorongeluk kan ze nooit meer voetballen.

“Vanaf mijn dertiende voetbal ik bij SDZ, de laatste jaren bij het eerste vrouwenelftal als verdediger. Ik was al eens geopereerd aan beide knieën, maar daarna kon ik altijd weer voetballen. Ze moeten mijn benen amputeren, wil ik ooit met voetbal stoppen, zo dacht ik. Vorig seizoen waren we net kampioen geworden toen het mis-ging. Het was een zonnige dag en ik ging een stukje toeren op de motor van mijn broer. Ik trok op bij het stoplicht en klapte plotseling achterover. Toen ik de val probeerde op te vangen, ben ik door mijn knie gegaan.

In het ziekenhuis bleek dat mijn voorste kruisband tijdens het ongeluk volledig is afgescheurd. De stabiliteit in mijn knie is helemaal weg. Rechtdoor sporten, zoals joggen, mag nog wel, maar voetbal, waarbij je veel zijwaartse bewegingen maakt, niet. Mijn wereld stortte in, ik belandde er zelfs door in een depressie.

Ik trainde altijd twee keer per week en speelde elke week een wedstrijd. Ik denk dat ik mij in al die jaren één keer ziek heb gemeld voor een training, en dat was toen ik net wist dat ik zwanger was. Ik heb vervolgens nog tot drie maanden in de zwangerschap doorgespeeld en na de bevalling was ik er ook gewoon weer bij.

Tegenwoordig moet ik altijd een drempel over om langs te gaan op de club, maar als ik er eenmaal ben, voelt het als thuiskomen. Het was altijd ontzettend gezellig met het team, daar ben ik nu geen onderdeel meer van. Ik mis de vechtlust, het gevoel van samen spelen en samen winnen. 

Ik ben nog wel een paar keer gaan kijken naar mijn team, maar dat vond ik heel lastig. Het is nu hun overwinning, niet per se meer die van mij. Mijn team coachen heb ik ook een keer gedaan, ik stond langs de lijn mee te schoppen. Juist op die momenten komt de werkelijkheid extra hard binnen.

Voetbal hoorde zo lang bij mij, er is nog niets wat dat gevoel kan vervangen, op mijn dochtertje na. Als zij er niet was geweest, was ik misschien voor nóg een operatie gegaan om daarna, heel eigenwijs, toch weer te gaan voetballen. Met het risico dat het dan wéér mis was gegaan en ik op jonge leeftijd al met een kunstknie had moeten lopen. Zoiets kan misschien als je alleen bent, maar niet als moeder. Dat wil ik mijn dochtertje niet aandoen, want zij betekent alles voor me. In plaats daarvan ben ik aan mezelf gaan werken, door therapie en fitness voel ik me steeds weer iets beter. Stapje voor stapje lukt het mij om het gemis een plek te geven.” 

Frederique Nienhuys-Lopes Cardozo Beeld Marjolein van Damme

Frederique Nienhuys-Lopes Cardozo (48), is werkzaam bij ABN Amro. Na veertig jaar moest ze stoppen met hockey.

“Mijn grote droom was om een keer off-piste te gaan skiën. Afgelopen maart was het eindelijk zover, samen met een vriendin reisde ik naar de Canadese sneeuw voor een helikopter-ski-avontuur. Op dag vijf maakte ik achtjes in de sporen van mijn vriendin. Ineens draaiden mijn ski’s naar boven en lag ik achterstevoren. Mijn knie klapte dubbel. Omdat ik nog wel kon staan, hoopte ik dat het wel mee zou vallen. Met een steunverband om ben ik de laatste dag toch nog een keer, heel voorzichtig, omhooggegaan. Het voelde niet goed, mijn knie ging alle kanten op. Na de vijfde afdaling ben ik gestopt, ik wist dat hij anders helemaal aan gort zou gaan.

Eenmaal thuis nam ik rust en werkte aan het herstel, tot ik bij de fysiotherapeut door mijn knie ging. Er werd een MRI-scan gemaakt, waaruit bleek dat mijn voorste kruisband gescheurd was. Ik bezocht een bekende orthopeed en hij zei dat ik misschien beter met hockey kon stoppen. Dat kwam heel hard aan.

Ik hockey al veertig jaar, sinds mijn achtste, bij verschillende clubs, altijd op hoog amateurniveau. Ik vind het de leukste sport die er bestaat, samen met skiën. Hockey heeft mij heel veel gebracht, naast het sportplezier en het fit blijven zijn er ook veel vriendschappen ontstaan. Het is altijd een groot onderdeel van mijn sociale leven geweest.

Negen jaar geleden heb ik het initiatief genomen om dames Veteranen A bij AH&BC naar een hoger plan te tillen. Inmiddels spelen ook voormalig internationals Kim Lammers en Naomi van As in het team. Het is uniek om met zulke wereldtoppers te kunnen hockeyen.

Mijn idee was om nog een jaar te spelen en dan te stoppen, vanwege mijn leeftijd. Door mijn ongeluk is die keuze nu voor mij gemaakt, anderhalf jaar eerder. Gelukkig was de laatste wedstrijd die ik speelde er eentje waaraan ik met plezier kan terugdenken: we wonnen met 2-0.

Ook nu ik niet meer kan spelen, kom ik nog steeds graag op de club. Ik ben een trouwe supporter van het team van mijn jongste dochter van zestien en kijk ook naar elke thuiswedstrijd van mijn eigen team.

Ik ben nu druk bezig met revalideren, ga drie keer per week naar de fysio en doe drie keer per dag oefeningen van twintig minuten. In september word ik aan mijn knie geopereerd, een jaar daarna mag ik alles weer, zelfs hockeyen.

Alleen vind ik mezelf, na een jaar revalideren, officieel te oud om nog mee te komen met al die toppers uit mijn team.

Ik vind het vreselijk, maar ik moet realistisch zijn, hockey is voor mij nu echt ­voorbij.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden