PlusAchtergond

Verzetsvrouw Henriëtte Pimentel liet ‘haar kinderen’ niet in de steek

Beeld collectie Joods Historisch Centrum

Joodse kinderen werden in de oorlog vlak voor deportatie opgevangen in de crèche tegenover de Hollandsche Schouwburg. Deze week verschijnt een boek over Henriëtte Pimentel, de directrice van de crèche.

Vijfduizend Joodse kinderen hebben in de crèche zitten wachten op hun deportatie. Het overgrote deel van hen werd in een concentratiekamp vermoord. Zo’n zeshonderd kinderen konden uit de crèche worden gered door een groep verzetsmensen. Henriëtte Pimentel speelde daarbij een belangrijke rol.

“Maar haar rol is er nooit uitgelicht. Aandacht voor de positie van verzetsvrouwen is lang onderbelicht gebleven,” zegt ­Esther Shaya (54), die samen met Frank Hemminga (67) op basis van intensief onderzoek en vele interviews over haar het boek Wacht maar schreef.

Henriëtte Henriquez Pimentel (1876-1943) was het tiende kind in een diamantairsfamilie. Ze wilde van jongs af aan met kinderen werken en volgde op haar zestiende een opleiding tot bewaarschoolhoudster. De bewaarschool was een kinderdagverblijf voor peuters vanaf twee jaar. Vanaf 1902 werkte ze op de Amsterdamse fröbelschool Cornelia in de Sarphatistraat, om vervolgens als gouvernante bij gezinnen in het Gooi aan de slag te gaan.

In 1926 werd ze directrice op de crèche van de Vereeni­ging Zuigelingen-Inrichting op de Plantage Middenlaan. De crèche, die aanvankelijk in de Rapenburgerstraat was gevestigd, was opgericht voor Joodse moeders die moesten werken. De ongetrouwde 50-jarige Pimentel betrok ­samen met haar hondje de kleine dienstwoning in het pand.

Henriëtte Pimentel, 1941Beeld Privécollectie erven G. Hemminga-Venema

Hemminga: “De crèche zat in een onrustige periode en er waren personeelsproblemen. Pimentel was uiterst geschikt voor deze baan. Ze had veel ervaring opgedaan met het werken met kinderen en had een natuurlijk overwicht.”

De directrice besloot al snel haar toekomstige medewerksters zelf op te leiden. ‘Dan weten ze precies hoe ik het wil hebben,’ zei ze in 1930 tegen een journalist van de Bussumsche Courant.

Shaya dook een aantekenschrift van een leerling-kinderverzorgster van de crèche op waarin het lesrooster uit 1942-1943 stond. Achter vakken als kleutergymnastiek, hygiëne, biologie, anatomie en kinderspelen en muziek, stonden de namen van docenten.

Shaya: “Het geeft een prachtige inkijk in de opleiding. Leerling-kinderverzorgsters leerden over kinderziektes, hygiënemaatregelen, kinderliedjes en -spelletjes. Pimentel nam het laatste vak voor haar rekening. Een arts gaf de anatomielessen. De lessen gingen in de oorlog door.”

Directrice Pimentel met enkele collega’s op een volle slaapzaal aan het werkBeeld Beeldbank WO2 – NIOD

Uitjes naar het strand

Het personeel droeg zijn directrice op handen. Hemminga: “Ze was goed voor de medewerkers. Pimentel was heel zorgzaam en organiseerde uitjes naar het strand als beloning voor het harde werken.” Het personeel, dat elke aanleiding aangreep voor een feestje, vierde het tienjarig jubileum van Pimentel met een gekostumeerd bal.

Artsen waren vanaf de oprichting als bestuurslid betrokken bij de dagelijkse leiding in het kinderdagverblijf. De auteurs beschrijven hoe vooruitstrevend er werd gedacht. Hygiëne en gezondheid stonden voorop. Elke ochtend ­inspecteerde Pimentel hoogstpersoonlijk de kinderen op besmettelijke ziektes. Ze kende alle 100 tot 130 kinderen bij naam. De verzorgsters controleerden of er geen luizen en neten op de kinderhoofdjes zaten. Voor elk kind was er een persoonlijk genummerde borstel en kam.

De kinderen werden een tot twee keer per week in bad ­gestopt. Er lagen handdoekjes klaar, een voor het bovenlijfje, een voor het onderlijfje. Katoenen zakdoeken ­waren vervangen door zachte vloeipapiertjes.

Baby’s kregen schone kleertjes van de crèche aan. Voor de ‘kruipkinderen’ en kleuters was er drie keer per dag eten. Een kok verzorgde de warme maaltijden.

De leidsters gaven zuigelingengymnastiek in de strijd ­tegen lichamelijke afwijkingen. Veel kinderen leden aan de Engelse ziekte door te weinig zonlicht in de smalle donkere straten van de Jodenbuurt.

Henriëtte PimentelBeeld Collectie Joods Historisch Museum

In krantenartikelen werd de loftrompet gestoken over het vooruitstrevende regime. De school kreeg bekendheid in binnen- en buitenland. Duitse academici van de faculteit Sociale Wetenschappen in Frankfurt am Main, politiefunctionarissen en regeringsleiders bezochten de crèche in 1928.

Koningin Wilhelmina, haar man prins Hendrik en dochter prinses Juliana brachten in 1930 een bezoek aan het kinderdagverblijf. In het gastenboek dat bewaard is gebleven, staan de handtekeningen van de koninklijke familie.

Recht voor zijn raap

Pimentel was een betrokken directrice. Ze lunchte met haar personeel en zorgde voor een warme sfeer. Ze richtte de crèche in met grote planten. In de huiskamer van het personeel stond een grammofoonspeler en in een speelzaal stond een piano waarop Pimentel vaak kinderliedjes speelde. “Henriëtte was recht voor zijn raap, sterk en standvastig, maar ook bescheiden,” zeggen Shaya en Hemminga. ”Ze haalde het beste uit de mensen.”

De moeder van Frank Hemminga, Gea Venema, volgde er een opleiding tot kinderverzorgster en was daar werkzaam van 1938 tot september 1942. Ze moest van de Duitsers, net als andere niet-Joodse medewerksters, in 1942 stoppen met haar werk in de Joodse crèche. In een fotoboek van zijn moeder zitten foto’s van de kinderen die er in haar tijd verbleven. Op de achterkant heeft ze hun namen geschreven.

Hemminga: “Ze heeft slechts flarden over de crèche verteld. We wisten dat ze er gewerkt had en er vriendinnen aan had overgehouden. Ook was ze vol respect over Henriëtte Pimentel. Maar van verdriet kon ze dan niet verder spreken.”

Zijn moeder heeft haar eigen verjaardag op 17 september nooit willen vieren. “Dat was namelijk de vermoedelijke sterfdatum van Pimentel.”

Henriëtte Pimentel in haar werkkamer, 1932Beeld Collectie Joods Historisch Museum

Verstopt in dozen en tassen

Toen vanaf juli 1942 de Hollandsche Schouwburg werd gebruikt als deportatieplaats, kwam de directeur van de schouwburg, Walter Süskind, in oktober 1942 op het idee om kinderen tot dertien jaar op te vangen in de tegenovergelegen crèche. De leidsters zagen hoe de kinderen dag na dag, veelal met hun ouders, richting de kampen vertrokken. Verzetsmensen, onder wie Piet Meerburg, Walter Süskind, Johan van Hulst van de naast de crèche gelegen Hervormde Kweekschool en Pimentel lieten vele kinderen via de kweekschool ontvluchten. Ze werden, verstopt in dozen en tassen, uit de crèche gesmokkeld en ondergebracht bij gezinnen elders in het land.

Maar op 23 juli 1943 stonden de overvalwagens voor de deur. Die nacht werden 70 kinderen en 36 collega’s naar Westerbork afgevoerd. Ook Pimentel moest mee. ‘Het kwam als een volkomen slag voor haar,’ tekenen de auteurs op bij monde van kinderverzorgster Sieny Cohen-Kattenburg.

Pimentel, die begin jaren veertig met pensioen zou gaan, stuurde vanuit het kamp een schema van aanwijzingen hoe een nieuwe crèche zou moeten worden opgezet. “De brief heeft ze vermoedelijk naar haar niet-Joodse opvolgster, Jeanne Burghoorn, gestuurd,” aldus de auteurs, die de bewuste brief niet hebben gevonden.

Op 14 september 1943 ging Pimentel op transport naar Auschwitz, waar ze kort daarop werd vermoord. De auteurs ontdekten dat Pimentel diverse ‘duikadressen’ aangeboden had gekregen. Ze maakte daar geen gebruik van. Hemminga: “Ze liet haar kinderen niet in de steek. Ze had een enorm verantwoordelijkheidsgevoel.”

In de crèche werd stomerij Excelsior gevestigd. Na de oorlog werd door de ‘Vereeniging’ een nieuwe crèche ­geopend in de Sarphatistraat, vlak bij de plek waar Pimentel ooit haar fröbelschool begon. Het verblijf kreeg de naam Huize Henriëtte.

Het boek eindigt met een citaat uit de rubriek Amsterdams dagboek van Henri Knap in Het Parool in 1950. De medewerkers van de crèche gebruikten de vereniging voor het doel, schreef Knap, waarvoor zij was opgericht: ‘Het redden van kinderlevens’.

Beeld Het Parool

Esther Shaya en Frank Hemminga: Wacht maar, Amphora Books, €22,50­

Henk Dijkman en Fokko Weerstra: 1943. Het lot van de familie Pimentel, Amphora Books, €22,50

Postume erkenning

Henriëtte Pimentel krijgt binnenkort de Jewish Rescuers Citation, een oorkonde waarmee ze als Joodse verzetsvrouw postuum wordt erkend. Ook ligt er een voorstel om brug 232 in het Hortusplantsoen naar haar te vernoemen. In deze buurt zijn al bruggen vernoemd naar Piet Meerburg, Walter Süskind en Johan van Hulst. “Pimentel kon de rol van verzetsvrouw vervullen door de hulp van deze drie mannen. Zonder elkaar hadden ze niet zo veel kinderen kunnen redden,” zegt initiatiefnemer Frank Hemminga.

Deze week verschijnt ook het boek 1943. Het lot van de familie Pimentel van Henk Dijkman en Fokko Weerstra over een tiental familieleden van Henriëtte Pimentel. Een aantal van hen had vooraanstaande posities in de maatschappij, onder wie een van haar broers, de beroemde arts Mau Pimentel.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden