PlusAchtergrond

Verpleegkundigen intensive care over hun salaris: ‘Wij hebben al zeven collega’s zien vertrekken’

Verpleegkundigen protesteren landelijk tegen nul procent loonsverhoging. Drie Amsterdamse ic-verpleegkundigen vertellen over de uitputtende impact van gebrek aan waardering. ‘Wij zorgen voor jullie, maar er is niemand die voor ons zorgt.’

Vanaf links:  Thomas Smits, Marijn Vriends en Andrea Esmeijer, ic-verpleegkundigen van Amsterdam UMC. Beeld Dingena Mol
Vanaf links: Thomas Smits, Marijn Vriends en Andrea Esmeijer, ic-verpleegkundigen van Amsterdam UMC.Beeld Dingena Mol

Vooroordelen over verpleegkundigen? Ja, die zijn er ­genoeg. Misverstanden ook. Waar te beginnen? Marijn Vriends (42), Andrea Esmeijer (30) en Thomas Smits (28) – ic-verpleegkundigen van Amsterdam UMC – zitten in een vergaderruimte op de afdeling. Verderop in de gang is de covid-ic, waar ze zich sinds het uitbreken van corona het schompes hebben gewerkt. Esmeijer komt net uit de nachtdienst, na het interview stapt Vriends erin.

Corona maakte helden van ze. Frontsoldaten. Redders in nood. Hoewel ze alle drie dachten dat de verpleegkundige zorg eindelijk de waardering zou gaan krijgen die het verdient, verstomde het applaus, verdwenen de aanmoedigende spandoeken en bleken de al bestaande vooroordelen hardnekkiger dan de tijdelijke heldenstatus.

“Ze onderschatten het werk,” zegt Vriends. “Een klassieker is patiënten wassen, billen vegen,” zegt Esmeijer. “Veel mensen denken dat de dokter orders opschrijft en dat wij die lijstjes vervolgens afwerken. Maar in de praktijk werkt de dokter veel meer samen met de verpleegkundige. Je hebt allebei je eigen domein. En soms begeef je je op het terrein van de arts, bijvoorbeeld in een noodgeval, wat we dagelijks meemaken. Als een patiënt met spoed bloeddrukmedicatie nodig heeft, kun je daarmee niet wachten tot de dokter is gebeld en bij ons binnen is, want dan gaat de patiënt dood. Dan moet je meteen handelen.”

Andrea Esmeijer: ‘In een noodgeval begeef je je op het terrein van de arts.’ Beeld Dingena Mol
Andrea Esmeijer: ‘In een noodgeval begeef je je op het terrein van de arts.’Beeld Dingena Mol

Het vak draagt een enorme verantwoordelijkheid in zich, zeggen de verpleegkundigen. “Een verpleegkundige staat de hele dag aan het bed bij de patiënt. Jij leest de ­monitor, jij voelt de huid van de patiënt. Is hij klam, is hij koud? Hoe zien de ogen eruit? Wat lees ik nog meer uit alle metingen die ik doe?”

Het is juist de verpleegkundige die de subtiele veranderingen bij de patiënt ziet, zegt Vriends. Om dat goed te kunnen doen, heb je behalve een bak ­ervaring ook een stevige opleiding nodig. “Je bent gemiddeld zeven jaar onderweg. Vier jaar hbo-v, minimaal één jaar werkervaring en dan heb je nog twee jaar nodig om je te specialiseren tot ic-verpleegkundige.”

Hoewel het ongemakkelijk voelt – ‘alsof je geen goede zorgverlener bent als je over loon begint’ – willen deze drie het gebrek aan waardering onder de aandacht brengen. Ook omdat er een nijpend tekort is aan verpleegkundigen. Uit een rapport van de Sociaal-Economische Raad (SER) bleek eerder deze maand dat het loon voor verpleegkundigen is achtergebleven bij de groei van veel andere ­lonen in de zorg (zie kader). Om te voorkomen dat medewerkers hun heil in ander, beter ­betaald werk zoeken, moeten deze salarissen structureel omhoog, stelt de SER.

Geen doorgroeimogelijkheden

“Je ziet nu al mensen weggaan,” zegt Smits. “Op onze ­eigen ic hebben we sinds het begin van de coronacrisis ­zeven collega’s zien vertrekken. Dat zijn mensen die zeggen: het werk wordt me te zwaar; ik kan het niet combineren met kinderen; het vergt te veel van mijn sociale leven. Ze gaan bijvoorbeeld naar een functie in het bedrijfsleven, weg van het bed van de patiënt.”

Kan je het hen kwalijk nemen? Nee, zeggen de drie. Ook het gebrek aan doorgroeimogelijkheden helpt niet om collega’s te behouden. Na zes jaar zit een ic-verpleegkundige aan zijn loonplafond van 3911 bruto per maand. “Dat is als je fulltime werkt, maar het is een heel zware baan, dus de meeste verpleegkundigen willen of kunnen dat niet,” zegt Smits. Groeien kan niet meer, zegt hij. “Dat systeem zit muurvast. Als je meer opleiding hebt of je hebt een extra cursus gedaan, die je overigens zelf moet betalen, kan de leidinggevende niet zeggen: hé, jij gaat een treetje ­omhoog. Onze leidinggevenden willen het wel en proberen het ook, maar het normfunctiesysteem van de salarissen laat het niet toe. Doodzonde.”

Esmeijer: “De ambitie wordt ermee platgeslagen.”

Thomas Smits: ‘Ons vak wordt gewoon niet serieus genomen.’ Beeld Dingena Mol
Thomas Smits: ‘Ons vak wordt gewoon niet serieus genomen.’Beeld Dingena Mol

Daar komt volgens Smits bij dat anderen in het ziekenhuis, met kantoorbanen met termen als ‘strategie, budget of beleid’ in het profiel, veel meer verdienen. “Dat kan wel duizend euro bruto schelen.” Ook dat geeft scheve gezichten.

Als dieptepunt ziet Vriends het moment in ­augustus ­vorig jaar toen Kamerleden van de coalitiepartijen de Tweede Kamer verlieten, waardoor er niet kon worden ­gestemd over een structurele loonsverhoging in de zorg. “Ik voelde me in de steek gelaten. Je verwacht dat de overheid goed voor ons zorgt, maar dat blijkt niet zo te zijn. Wij zorgen voor jullie, maar er is niemand die voor ons zorgt.”

Smits: “In het begin van de pandemie kregen we chocolaatjes, spandoeken en lekker eten. Ik dacht: oké, de mensen zien ons. Eindelijk. Maar toen dat applaus voor de zorg moest worden vertaald naar iets concreets, zag ik Kamerleden weglopen. Dat voelde als een invalidatie van de prestatie die we hadden geleverd. Ons vak wordt gewoon niet serieus genomen, of er wordt gedacht: je doet dat wel vanuit je zorghart. Vanuit een bijna religieus altruïsme.”

Maar los daarvan vindt Smits het onbegrijpelijk. “Het ­afgelopen jaar heeft de overheid gekoerst op ic-capaciteit. Wat hadden al die maatregelen tot doel? De ic-bedden leeg houden. Waarom is er dan niks gedaan aan het aantrekken of behoud van personeel om die ic-capaciteit te verhogen?”

Let wel: de drie vinden het vak mooi en uitdagend. Smits spreekt zelfs van het mooiste vak ter wereld. Het wordt ook steeds complexer, door de patiënten die steeds meer ­onderliggende ziektes hebben, maar ook door alle medische ontwikkelingen en innovaties.

Specifieke kennis

Het vak is volgens Vriends in de veertien jaar dat hij op de ic werkt veel inhoudelijker geworden. Een paar voorbeelden, van de vele: de ic-verpleegkundige is tegenwoordig verantwoordelijk voor de suiker- en zoutregulatie van de patiënt, hij moet het dialyseapparaat van voor tot achter kennen; hij moet bijblijven op het gebied van de laatste ­beademingstechnieken en de werking van nieuwe medicijnen.

De heel specifieke kennis van de ic-verpleegkundigen was bij het overlopen van de afdelingen met coronapatiënten zo waardevol dat ze andere zorgmedewerkers moesten aansturen, iets waar ze niet voor gekozen hebben. Bovendien zijn ze er niet voor opgeleid. “Een van de dingen die ons verpleegkundigen drijft is dat we een zorghart hebben,” zegt Vriends.

“Dus als een patiënt het spannend vindt om te ontwennen van de beademing, dan wil ik naast iemand zitten, een hand op de schouder leggen en zeggen: ‘Je kan dit. Ik ben er voor je.’ Dat wordt je bijna ­onmogelijk gemaakt als je nog drie patiënten en een ­hele bak aan administratie ernaast moet doen. Maar als ik patiënten niet meer die persoonlijke aandacht kan geven, dan verdwijn ik uit dit vak.”

Marijn Vriends: ‘Je verwacht dat de overheid goed voor ons zorgt.’ Beeld Dingena Mol
Marijn Vriends: ‘Je verwacht dat de overheid goed voor ons zorgt.’Beeld Dingena Mol

Esmeijer: “Het is jammer genoeg een van de eerste dingen die bij hoge werkdruk wegvalt. Ook voor corona was dat al zo.”

Smits: “Als ik aan dat deel niet goed kan voldoen, dan zit ik na een dienst op de fiets naar huis en denk ik: shit, ik heb het niet goed gedaan. Ik kan daar echt van balen.”

Esmeijer: “Dan denk je: al mijn lijstjes zijn ingevuld en al mijn apparaten zijn geijkt, maar toen ik zag dat mijn ­patiënt bang was, had ik geen tijd om bij hem te gaan zitten. Je voelt je daarin tekortschieten.”

Toch verwachten de drie ic-verpleegkundigen niet dat hier op korte termijn verandering in komt. Ja, er zijn minder coronapatiënten, maar veel collega’s zijn ziek, overwerkt of staan op omvallen, en ondertussen blijft het druk op de ic omdat nu de hoos aan reguliere patiënten hun uitgestelde operaties moeten krijgen.

Vriends: “Straks is corona voorbij en staat iedereen op een festival te feesten, maar wij zijn nog heel hard reguliere zorg aan het inhalen. Het is voor ons nog lang niet over.”

Achtergebleven lonen

In het land werd vorige week gedemonstreerd door zorgmedewerkers van universitaire medische centra tegen nul procent loonsverhoging. De cao-onderhandelingen met de werkgevers in de Nederlandse Federatie van Universitair Medische Centra (NFU) lopen vast, zo stelt FNV, ook omdat ze weigeren goede afspraken te maken over de verlaging van de werkdruk en een regeling die moet zorgen dat oudere collega’s gezond hun pensioen kunnen halen.

Eerder deze maand stelde de SER in een advies aan demissionair minister Tamara van Ark dat lonen van bepaalde groepen in de zorg zijn achtergebleven. Die salarissen moeten structureel omhoog om te voorkomen dat deze zorgmedewerkers er de brui aan geven, stelt de SER. Ter illustratie: de ic-verpleegkundigen lopen volgens de SER 9 procent achter in loon.

De discussie over de loonsverhogingen in de zorg is een heet hangijzer. De oppositiepartijen probeerden er een salarisverhoging uit te slepen, maar Van Ark schuift de beslissing door naar een volgend kabinet.

Het vooruitzicht van uitloop van zorgpersoneel, zoals de SER schetst, is onheilspellend, zeker omdat uit ­ramingen die in opdracht van het ­ministerie van VWS zijn gedaan, al eerder bleek dat er in het ergste geval in 2022 een tekort aan 74.000 medewerkers in de zorg en welzijn zal zijn.

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden