Verder na een week zonder vlees

Samuel Levie staat op de bres voor goed voedsel en zoekt de verhalen achter ons dagelijks eten.

Samuel Levie Beeld Mark van der Zouw

Vorige week was het de week zonder vlees. Kennissen vroegen of ik, als worstmaker, wilde meedoen. Ik geloof dat ze verbaasd waren over hoe snel ik ja zei. Misschien verdachten ze mij ervan dagelijks drie worsten bij het ontbijt te eten, te lunchen met een broodje bal, te dineren met een flinke biefstuk en chocolade-ijs met stukjes spek als dessert.

Vrouw en dochter zijn helemaal geen vleeseters. Om eerlijk te zijn, kan ik me de dag dat wij thuis een biefstuk bakten niet eens heugen maar afgelopen week hadden we dus ook geen plakje spek of kip door de curry. De eieren die ik bakte, kregen een snuf gerookt paprikapoeder en in de steak tartare verving ik vlees voor prei. Zo vloog de vleesloze week voorbij.

Waterkersstamppot met balletjes

Ingrediënten

500 gram half-om-halfgehakt

3 beschuiten

3 el kappertjes

2 sjalotjes

10 blaadjes salie

1 ei

rasp van ½ citroen

klont boter

½ el bloem

½ glas witte wijn

½ glas bouillon

1 kilo kruimige aardappelen

2 bosjes waterkers

150 ml volle melk

1 el boter

Bereiding

Doe het gehakt in een mengkom. Verkruimel beschuit, snijd kappertjes en salie fijn, snipper de sjalotjes en kneed samen met citroenrasp en ei goed door. Breng op smaak met zout en peper. Maak kleine balletjes met vochtige handen en bak ze in de boter rondom bruin. Doe de bloem in de pan en bak even mee. Blus de ballen met wijn en bouillon en er ontstaat een lekkere saus waarin ze kunnen nagaren.

Schil de aardappelen, snijd in stukken en kook in vijftien ­minuten gaar. Verwijder de grove stelen van de waterkers en verhit melk met de klont boter en snuf zout erin. Als de aardappelen gaar zijn, giet je ze af. Stamp ze met het melk- en ­botermengsel en de waterkers tot een mooie stamppot. Breng eventueel verder op smaak met zout en peper. ­Serveer met de balletjes en een schep saus.

Op een Instagrampost kreeg ik gemengde reacties: slagers beschuldigden mij per bericht van verraad, veganisten stuurden mij liefdesbetuigingen. Vooral reageerden veel mensen met vragen over hoe het verder moest na die week zonder vlees. Want een week zonder vlees is makkelijk, uiteindelijk moeten we structureel ons eetpatroon veranderen.

Daarom hier een paar tips voor de vleeseters die ook de rest van het jaar iets willen doen. Om te beginnen: je hoeft niet elke dag vlees te eten. Probeer eens drie of vier dagen per week vleesloos door te komen – je zult zien dat je het overleeft. 

Vlees als smaakmaker

Als je dan vlees koopt, kun je ook wat meer besteden. Het beste vlees koop je bij een slager of winkel die jou precies kan vertellen waar het vlees vandaan komt. Als je biologisch vlees koopt, weet je dat het dier een beter leven heeft gehad. Koop je natuurvlees, dan weet je dat de dieren echt vrij hebben rondgelopen en ook als grazers zijn ingezet.

Vlees kun je ook gebruiken als smaakmaker. Je hoeft geen 250 gram biefstuk weg te beuken; gebruik een beetje spek of pancetta om gerechten smaak te geven. Gehakt wordt vaak van de minder courante delen gemaakt. Ook de wangen, staart en schouder zijn lekker. Te veel moeite? Je kunt altijd nog vegetariër worden.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden