PlusAchtergrond

Veertig jaar wonen en werken in gekraakt monument Tetterode

Tetterode, de grootste woon-werkgemeenschap van Amsterdam in Oud-West, jubileert. Volgens de bewoners is deze woonvorm dé oplossing voor de overspannen woning­markt. ‘Zo valt de stad niet uit elkaar.’

Een microkosmos. Een dorp binnen de stad. Een creatief bolwerk. Of toch gewoon een vrijplaats. De bewoners van Tetterode komen er niet helemaal uit welke typering het best past bij de verzameling met elkaar verbonden panden die ­ingeklemd ligt tussen de Bilderdijkstraat en de Da Costakade. Waar ze het wel over eens zijn: Tetterode is uniek. In 2021 is het veertig jaar geleden dat het monument werd gekraakt en de basis werd gelegd voor het grootste woon-werkcomplex van Amsterdam.

Op de elfduizend vierkante meter wonen en werken 150 Tetterodianen – veelal kunstenaars, handwerkslieden, architecten en ontwerpers – en hun aanhang. Op de binnenplaats en aan de gemeenschappelijke tuin grenzen werkplaatsen voor metaal, keramiek en hout.

Op de begane grond aan de straatzijde zitten onder andere een ambachtelijke schoenmaker, een galerie, ontwerpplatform Fanfare, de kantoren van het Eddie the Eagle Museum, een repetitieruimte voor theatergezelschappen en een riso- en stencildrukkerij. Overal in de wirwar aan gangen, trappenhuizen en atriums staan planten. Bij de lift wacht afgedankt meubilair op een nieuwe ­eigenaar.

Bewoners renoveerden hun eigen huis.

De titel van het boek dat ter gelegenheid van het jubileum is uitgegeven, Zeggenschap zonder bezit, geeft kernachtig weer wat Tetterode nog het meest onderscheidt van wat in gemeentelijk jargon ­tegenwoordig ‘broedplaatsen’ worden genoemd. “Wij zijn geen eigenaar van het gebouw,” verklaart architect Mikel van Gelderen, die in de redactie van de ­publicatie zat. “De gemeente heeft het complex 38 jaar geleden ­gekocht en het casco in erfpacht gegeven aan ­woningcorporatie Stadgenoot. Die brengt aan huur de erfpacht in rekening plus de kosten voor het onderhoud van de buitenkant. De bewoners zijn eigenaar van de inbouw, die ze eigenhandig hebben gemaakt. Daardoor hebben we voor relatief weinig geld een woon- en werkplek en veel zeggenschap. Dat is een veel duurzamer model dan de huidige broedplaatsen, waar alleen tijdelijke huurcontracten van ten hoogste vijf jaar worden gegeven en de wil om zelf te investeren een stuk kleiner is.”

Niet twee woningen hetzelfde

Tetterode werd gekraakt op 17 oktober 1981. De voormalige lettergieterij en fabriek voor drukkerijmachines waar vanaf 1903 honderden Amsterdammers hadden gewerkt, stond op de nominatie om gesloopt te worden. Het complex van drie hoge gebouwen die de breedte van een compleet huizenblok beslaan, was zwaar verwaarloosd.

“Amsterdam was een arme stad toen, er was veel verkrotting terwijl de woningnood groot was,” vertelt kunstenaar en redactielid Marianne Theunissen. “Tetterode stond nog vol oude machines en er lagen bergen ­afval van wel zes meter hoog. In de winter was het er steenkoud en er liepen overal ratten. Om junks en knokploegen buiten de deur te houden, hadden we alle ingangen gebarricadeerd en hielden we ’s nachts beurtelings de wacht.”

De voormalige lettergieterij en fabriek voor drukkerij­machines Tetterode werd op 17 oktober 1981 gekraakt. Beeld Martijn de Jonge

Met man en macht werd gewerkt aan het leefbaar maken van de voormalige fabriekshallen. Asbest moest eruit en met steun van de gemeente werden dak en gevel wind- en waterdicht gemaakt. Dit was overigens de enige keer dat er subsidie aan te pas kwam. De kosten voor het transformeren van de ruim vier meter hoge open ruimtes tot volwaardige woningen werden door de bewoners zelf opgebracht. Op het skelet van ­kolommen en dwarsbalken werden wanden gemetseld en kamers met entresols. Niet twee zijn er hetzelfde. Sommige hebben een eigen badkamer, andere zijn deels atelier. Chris Baaten heeft zelfs een geluidsdichte muziekstudio in zijn woning.

“We zijn langzaam in het gebouw gegroeid,” constateert de kunstenaar. “Met vallen en opstaan hebben we leren stuken en elektra aanleggen. Maar ook organisatorisch is er ontwikkeling geweest. In het begin moesten alle beslissingen unaniem zijn en duurden vergaderingen soms tot diep in de nacht. Tegenwoordig huren we een professionele voorzitter in en is een besluit bij meerderheid van stemmen geen taboe meer. Tetterode heeft zeker een idealistische grondslag, maar er wordt pragmatisch naar oplossingen gezocht.”

Dat zelf bouwen schept een bijzondere band met de leefomgeving. Er is ook opvallend weinig verloop onder de Tetterodepopulatie, mede doordat er bij gezinsuitbreiding of de behoefte aan een groter atelier mogelijkheid bestaat te schuiven binnen het pand. “Je kunt je afvragen of wij het gebouw hebben gemaakt of dat het gebouw ons heeft gemaakt,” zegt Yvonne Dröge Wendel, kunstenaar, hoofddocent aan de Rietveld Academie en in 2016 de winnaar van de prestigieuze Dr A.H. Heinekenprijs. “Ik ben hier gaan samenwonen en heb er twee kinderen gekregen. Allemaal zonder geld. Dat ik toch een kunstcarrière kon opbouwen, heb ik aan dit pand te danken.”

Potten- en flikkersdiscotheek

Hoewel buurtbewoners de krakers aanvankelijk een beetje eng vonden, kon Tetterode meteen rekenen op goodwill en steun. In ruil werden en worden exposities, lezingen en buurtwandelingen georganiseerd. Mede door acties van Tetterodianen werd de sloop van de Vinkzichtpanden in de Kinkerstraat en de kap van bomen in de Bilderdijkstraat voorkomen. Buren die problemen hebben met hun uitkering kunnen aankloppen bij de Bijstand Bond. Er is een kamer gereserveerd voor vluchtelingen. En Rietveldstudenten zijn jaarlijks welkom in het gastatelier.

“In de beginjaren waren we een culturele oase in een ­afbraakbuurt,” aldus Teunissen. “Maar gaandeweg heeft de gentrificatie toegeslagen en zijn wij een van de weinige plekken die niet afgesloten privébezit zijn. Tetterode heeft veel semipublieke ruimte.”

Het interieur van homodiscotheek De Trut, gevestigd in Tetterode.

Buiten coronatijd staat op zondagavond altijd de deur open bij discotheek De Trut op de begane grond. “Die hebben we in 1985 met een paar potten en flikkers opgericht,” zegt Jacques Wijnen. “Homoseksualiteit was toen nog niet erg geaccepteerd in Amsterdam. Als je in een café een man zoende, liep je het risico van omstanders een klap voor je kop te krijgen. Wij wilden een plek waar we onszelf konden zijn. Omdat wij lang de enige disco in de stad waren met een strikt antitelefoonbeleid, waren we ook populair bij groepen die minder makkelijk naar een homokroeg gaan.”

Vanwege het coronavirus is De Trut tijdelijk een café met maximaal dertig bezoekers, maar normaliter staat er buiten tot om de hoek een rij wachtenden. De undergrounddiscotheek geniet bekendheid tot in het verre buitenland – Wijnen kwam zelfs op het Australische platteland fans ­tegen. “En in Ghana heeft lang een Aids-ambulance rondgereden met het opschrift ‘Potten- en flikkersdiscotheek De Trut’. Al onze winst gaat naar goede doelen en dit was de invulling daarvan bij het 25-jarig jubileum.”

Risicoloos model

De 28-jarige Tomas Kocsis groeide op in Tetterode maar realiseerde zich pas hoe uitzonderlijk dat was toen hij ­lagereschoolvriendjes mee naar huis nam. “Hier kon altijd meer. Het vertrouwen tussen bewoners en het gevoel van verantwoordelijkheid voor de eigen leefomgeving is ook bijzonder. Daar draagt het borgsysteem aan bij. Iedereen betaalt een maandelijks bedrag of levert een dienst door bijvoorbeeld de tuin te onderhouden. Ik woon nu in een studentenwoning in de Marnixstraat. Mijn buren daar heb ik noch nooit langer dan drie minuten gesproken.”

Kunstenaars wonen en werken in gebouwen-complex Tetterode.Beeld Dominique Panhuysen

“En waar moet Tomas naartoe als hij over drie jaar uit zijn woning moet?” vraagt Van Gelderen zich hardop af. “Voor starters zonder geld is geen plek meer in de stad. Naast eengezinswoningen en studentenstudio’s zouden er meer woon-werkcomplexen als Tetterode moeten worden gebouwd. Met de Woningwet 2015 is het makkelijker geworden wooncorporaties op te richten. Maar anders dan in bijvoorbeeld Duitsland zijn Nederlandse banken en beleggers niet bereid bouw of aankoop te financieren. Terwijl het toch een vrij risicoloze investering is.”

Het jubileumboek is dan ook bedoeld als pleidooi voor een nieuwe visie op volkshuisvesting. Wonen en werken à la Tetterode is goedkoop, milieuvriendelijk omdat er niet bij elke nieuwe levensfase wordt verhuisd, en levert de stad ook wat op. “Amsterdam valt uit elkaar met alleen maar tijdelijke inwoners en expats,” zegt Dröge Wendel. “Maar wij hebben een solide sociaal weefsel – dat hebben we nog eens goed gemerkt tijdens de lockdown. Dit model kan verregaande impact hebben en is wellicht nog interessanter dan het idee van een basisinkomen. Nederland zou er heel anders uitzien met een paar honderd Tetterodes.”

Het jubileumboek Zeggenschap zonder bezit (redactie: Klaske Oenema, Monica Aerden, Marianne Theunissen, Mikel van Gelderen), €15, verkrijgbaar bij de betere boekwinkels in ­Amsterdam en via deze link.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden