PlusInterview

Veertig jaar fysiotherapeut in Amsterdam: ‘Die gebroken arm was een bedrijfsongevalletje, zei die crimineel’

Tino Corver: ‘Het lichaam vertelt waar het spanning vasthoudt.’ Beeld Daphne Lucker
Tino Corver: ‘Het lichaam vertelt waar het spanning vasthoudt.’Beeld Daphne Lucker

Tino Corver (63) werkte veertig jaar als fysiotherapeut in de Spaarndammerbuurt. Hij zag de cliënten en de ziektebeelden in de loop der tijd veranderen. ‘Vroeger moest de fysio jouw probleem oplossen, nu helpt die je om het zelf te doen.’

Jop van Kempen

Een dag na het feest hangen de ballonnen nog. De mobiele bar is naar een hoek gereden en de vloer is keurig geboend. “Het was gisteravond heel gezellig,” zegt Corver. “Amsterdams zangertje erbij, veel oude cliënten en collega’s, pilsje.”

De uit de kluiten gewassen Corver begon in 1983 als fysiotherapeut in de Spaarndammerstraat. De geboren en getogen Amsterdammer – ‘ik ben een jongen uit De Baarsjes’ – was jarenlang de vaste fysiotherapeut van voetbalclub DWV, maar hij behandelde ook professionele marathonschaatsers en hij was bedrijfsfysio bij PricewaterhouseCoopers.

Corver lijkt goed te gedijen in de sport- en corporale cultuur, maar hij zocht ook verdieping in meer holistische kanten van zijn vakgebied. Zo richtte hij zich op de manuele therapie (‘het beïnvloeden van de banden die de gewrichten aansturen’) en de craniosacraal therapie, een alternatieve stroming die lichamelijke en mentale spanning verbindt, waarover later meer.

U stopt na veertig jaar. Hoe zag uw vak er veertig jaar geleden uit?

“Fysiotherapie was toen veel meer een verzorgend vak. Cliënten werden gemasseerd, aangesloten op elektrische apparaten, of ze kregen paraffineplakken. Dat waren een soort grote, warme koeken die je op het lichaam legde. Ze moesten pijn verlichten. In de keuken van de praktijk stond een pan met paraffine te pruttelen, er was voor iedereen koffie en veel cliënten namen gebak mee van de banketbakker uit de straat. Er werd veel gepraat en gelachen, het was heel gezellig. Verzorging en aandacht stond centraal.”

Wie waren die cliënten toen?

“Huisvrouwen, loodgieters, havenarbeiders, marktkooplui. Mensen uit de buurt. Ik herinner me bijvoorbeeld tante Toet. Zij nam altijd garnalenkroketjes mee. Ze klaagde op z’n Amsterdams ook graag over haar schoonzoon. Toen er weer een kleinkind bij was gekomen zei ze in plat Amsterdams dat ze hoopte dat die man ‘met dat ding eens tussen de deur zou komen’, zodat tante Toet op haar oude dag niet meer voor al die kleinkinderen hoefde te zorgen.”

Tante Toet, dat klinkt gezellig volks.

Dat was ze ook. Tante Toet kon ook goed tegen een geintje. Ik masseerde ooit haar spierwitte onderrug. Ze lag op haar zij onder wit tl-licht. Haar witte huid gaf zodoende bijna licht. Voor de grap had ik de zonnebril opgezet die hoorde bij een laserapparaat dat ook in de behandelruimte stond. Ik toonde die zonnebril aan een collega die aan de andere kant van het gordijn zat. Maar tante Toet had in de gaten dat ik het gordijn opzij had geschoven. Ze gaf me eerst een uitbrander, zo van ‘wat flik jij me nou?’. Maar ze kon er hartelijk om lachen.”

Welke cliënten herinnert u zich nog meer?

“We hadden kickboksers van Chakuriki uit de Van Hallstraat. Een van hen heeft later nog in de krant gestaan, omdat ie in een vat met cement werd teruggevonden op de bodem van de Waal.” (André Brilleman, red.)

“Ik behandelde ooit iemand uit het criminele milieu voor een tenniselleboog, maar die bleef ineens een paar weken weg en kwam toen terug met een gebroken een arm. Hij had een partij drugs moeten leveren, maar dat was misgegaan. ‘Een bedrijfsongevalletje’, zo zei hij zelf.”

Hoe ziet het vak er tegenwoordig uit?

“Vroeger kwam je met een probleem bij de fysio en moest die het voor je oplossen. Nu moet je het meer zelf oplossen. De fysio helpt, ondersteunt en faciliteert. Er wordt meer geoefend, minder gemasseerd en minder warmte toegediend. Het inzicht is sinds de jaren negentig veranderd.”

Is dat een vooruitgang?

“Ja, al vind ik dat we niet moeten doorslaan. Masseren, het lichaam van de cliënt aanraken blijft heel belangrijk. Daar wordt soms te weinig tijd voor genomen. Het lichaam vertelt veel.”

Hoe bedoelt u?

“Het lichaam vertelt waar het spanning vasthoudt. Ik heb veel gewerkt met mensen die spanning vasthielden. In het begin van mijn loopbaan deed ik dat bij hartpatiënten in het Sint Joannes de Deoziekenhuis in Haarlem, dat later is opgegaan in het Spaarne Gasthuis. Arts Jan van Dixhoorn zag dat hartpatiënten baat hadden bij adem- en ontspanningsoefeningen.”

“Daarom ben ik me gaan verdiepen in craniosacraal therapie, waarbij je cliënten met langdurige spanningsklachten helpt. Voortdurende kortademigheid of kaak- en hoofdpijn kunnen bijvoorbeeld te maken hebben met spanning in het spier- en bindweefsel in die regio. Door een gesprek met de persoon en het onderzoeken van het lichaam kijk je dan waar de spanning vandaan kan komen. Tijdens het lichamelijk onderzoek voer je als het ware een gesprek met het lichaam. Hoe reageert het? Waar zit de spanning? Waarom kan het lichaam die spanning niet zelf kwijtraken?”

Kunt u een voorbeeld geven?”

“Twee mensen krijgen een auto-ongeluk, ze maken allebei dezelfde klapper met het hoofd. De een krijgt dat ongeluk tijdens een ontspannen vakantierit naar Zuid-Frankrijk en houdt geen restklachten. De ander krijgt het ongeluk op weg naar z’n stervende moeder en blijft jarenlang last houden van hoofdpijn, slapeloosheid en concentratieverlies.”

“In dat laatste geval is het centrale zenuwstelsel anders geactiveerd, waardoor het lichaam anders op dat trauma reageert en de spanning niet kwijtraakt. Het lijf is op sommige plekken verhard. De klachten gaan niet over. Sterker, het lichaam staat in een ongunstige aanpassingsstand. Bij meer inspanning verergeren de klachten dan juist. Het is een vicieuze cirkel.”

Wat doet u dan?

“Ik vraag cliënten terug te gaan naar de emotionele staat ten tijde van het trauma, en met mijn aanraking en ademhalingsoefeningen probeer ik de spanning te laten verminderen. Cliënten leren die spanning zelf op te zoeken om vervolgens te ontspannen. Zo wordt het op den duur minder. Het lijkt een beetje op yoga: je leert loslaten in de spanning.”

“De klachten van een cliënt kunnen van een auto-ongeluk komen, maar je ziet het ook bij mensen die zijn misbruikt. Het lichaam slaat dat trauma op. Ik beschouw mezelf als behoorlijk aards, maar ik heb veel voorbeelden gezien waarbij lichaam en geest op elkaar inwerkten. Ze dragen energie aan elkaar over en zijn niet uit elkaar te halen.”

Hoe wetenschappelijk onderlegd is de craniosacraal therapie?

“Het valt bij de zorgverzekering onder de alternatieve therapie, dat zegt genoeg. Maar het is moeilijk te onderzoeken. De fysiotherapie zelf is ook geen heel harde wetenschap. Er zijn wel standaarden, maar elke fysio doet het ook een beetje op zijn eigen wijze. Het is een paramedische discipline.”

“In die zin vind ik het terecht dat de vergoeding voor de meeste mensen niet onbeperkt is. In het verleden werd alles vergoed en groeide het tot in de hemel. Als een aanpak binnen drie sessies geen gunstig effect heeft, moet je stoppen.”

Zijn de ziektebeelden in veertig jaar tijd veranderd?

“Er zijn permanente klachten, zoals knie-, heup- of rugproblemen. Maar er zijn ook ziektebeelden geweest die ineens heel veel voorkwamen, maar daarna overwaaiden. RSI bijvoorbeeld. Ik kom dat nauwelijks nog tegen. Bekkeninstabiliteit kwam een bepaalde periode ook veel voor. Tegenwoordig is burn-out erg in zwang, waar soms ook lichamelijke componenten aan kleven.”

Zijn dat dan ‘modeziekten’?

“Dat voor een aandoening ineens veel aandacht is, zal een rol spelen. Maar bij RSI geldt bijvoorbeeld dat nek-, arm- en schouderklachten door de opkomst van computers sowieso vaker voorkomen dan veertig jaar geleden. Wanner er dan een naam voor is, kan zo’n aandoening een vlucht nemen.”

“Maar vanuit de craniosacrale leer vermoed ik dat achter veel zogenaamde modeziekten een gedeelde oorzaak schuilt. Als iemand aanhoudende klachten heeft, blijkt vaak sprake te zijn van belastende omstandigheden, mentaal of fysiek, in de periode dat de klacht begon en zich ontwikkelde.”

Paste u die craniosacrale inzichten toe bij veel cliënten?

“Het moet passen bij de klachten en ook bij de cliënt. Iemand moet ervoor openstaan. Bij een voetballer met een hamstringblessure deed ik dat niet standaard, nee. Dan zette ik een elleboog erin en kletsten we over Ajax. Voetballers piepen bij zo’n elleboog overigens wel meer dan marathonschaatsers.”

Hoe kijkt u terug op uw loopbaan?

“Ik stop niet helemaal, ik blijf een dag per week werken in Assendelft, waar ik woon. Maar terugkijkend heb ik een prachtige tijd gehad. Ik heb genoten van alle facetten van het vak en ik voelde de waardering van cliënten. Ik heb brieven met dankwoorden gekregen waar ik stil van werd.”


Cv Tino Corver

Geboren in 1959, te Amsterdam

1978-1982 Stichting Akademie voor Fysiotherapie Amsterdam

1983-1986 School voor Manuele Therapie Utrecht, methode Van der Bijl

1983-1988 certificatietraject Lichaamsbewustzijn en Adem, methode Van Dixhoorn

1983-2000 verbonden aan Sport Medisch Adviescentrum Amsterdam

1983-1987 fysiotherapeut A.S.V. Arsenal

1987-1989 fysiotherapeut F.C. de Sloterplas

1990-2013 fysiotherapeut A.S.V. D.W.V.

1990-2003 certificatietraject Craniosacraal Therapie, Upledger Institute

1991-2014 praktijkdocent Ademtherapie, Nederlands Paramedisch Instituut

1993-1994 opleiding orofaciaal fysiotherapeut, VU/UMC

1995-2022 praktijkeigenaar Corver Fysio- en Manuele Therapie

1999-2022 In-house fysiotherapeut PricewaterhouseCoopers (PwC)

2013-2013 opleiding dry needling DNS

2015-2022 begeleiding marathonschaatsers Aware, DHW, Skate4Air

2021-heden docent Upledger Institute

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden