PlusInterview

Vastgoedbelegger Victor van Bommel: ‘Wij zijn geen huisjesmelkers’

Als grote vastgoedbelegger moet Victor van Bommel (50) op feestjes weleens verantwoorden wat hij doet. Zijn bedrijf Orange Capital Partners is eigenaar van onder andere 1200 huizen in Amsterdam. ‘Het stoort me dat we over één kam worden geschoren met huisjesmelkers.’

Victor van Bommel.Beeld Friso Keuris

Jarenlang werkte Victor van Bommel in Londen, The City – niet alleen het belangrijkste financiële hart van Europa, maar ook het walhalla voor jonge, ambitieuze bankiers, zoals hij. Hard werken, veel verdienen.

Toch zat Van Bommel met zijn gedachten in Amsterdam. Zijn vrouw en vier kinderen waren teruggegaan, vanwege de scholen. En bij Goldman Sachs, de pres­tigieuze Amerikaanse bank waarvoor hij werkte, was de glamour na de financiële crisis ook wel verdwenen. Feitelijk zat hij daar op dood spoor.

Altijd wilde hij al ondernemen, maar hij durfde de knoop niet door te hakken. Hij zat met gouden kettingen vast aan Goldman Sachs; moest hij die doorknippen om een ongewis avontuur aan te gaan? Wie zorgde dan voor zijn gezin?

Eind 2013 volgden twee heftige en verdrietige gebeurtenissen elkaar op, die hem deden besluiten zijn hart te volgen. In oktober overleed zijn jeugdvriend, onverwacht en veel te jong. In al zijn verdriet zag hij dit verlies ook als een teken. “Morgen kan het allemaal voorbij zijn. Gooi alle onzekerheid overboord, volg je hart en doe het.”

In december volgde het bericht dat zijn vrouw ziek was en behandeling nodig had. Een langer verblijf in Londen was nu niet meer aan de orde. Hij moest direct terug naar Amsterdam, naar zijn gezin.

Terwijl hij voor zijn kinderen zorgde en zijn vrouw met succes een behandeling onderging, zette Van Bommel zijn bedrijf op: Orange Capital Partners. Investeerder in vastgoed, gevestigd aan de Minervalaan.

En nu, zes jaar later, is dat bedrijf uitgegroeid tot een grote beleggingsmaatschappij in Amsterdam en ver daarbuiten. Orange Capital bezit voor twee miljard euro aan winkels en woningen. Het bedrijf is eigenaar van zesduizend huizen in Nederland en Dublin. In Amsterdam, waar het allemaal begon, heeft het bedrijf 1200 huizen.

Van Bommel is hiermee een grote vastgoedbelegger in Amsterdam, een beroepsgroep die in de stad veel discussie oproept. Beleggers zouden de huizenprijzen opstuwen, Amsterdamse woningzoekenden uit de markt prijzen en huurders uitmelken.

Heeft u veel uit te leggen op verjaardagsfeestjes?

“Het komt weleens aan de orde, ja. Dat vind ik niet erg, want ik kan het prima uitleggen. Wat mij wel stoort, is dat wij over één kam worden geschoren met huisjesmelkers en pandjesbazen die huurders uitbuiten. Kijk om je heen; we zijn professionals en investeren geld van pensioenfondsen. Als ik dat vertel, begrijpen de meeste mensen het verschil.”

Drijven beleggers de huur- en huizenprijzen op in Amsterdam?

“We kunnen de huren echt niet zomaar verhogen, als we dat al zouden willen. Huurders hebben in Nederland goede bescherming en wij houden ons aan alle regels. De belangrijkste reden dat de verkooprijzen zo hard zijn gestegen, is het tekort aan woningen. Amsterdam bouwt te weinig en als ze bouwt dan zijn het de verkeerde huizen. Te weinig kleinere woningen voor starters, studenten en alleenstaanden, bijvoorbeeld. Amsterdam is erg in trek. We moeten echt veel meer huizen bouwen.”

Maar beleggers kunnen toch prijzen betalen die Amsterdamse woning­zoekenden nooit kunnen opbrengen?

“In Amsterdam zijn inderdaad beleggers actief die woningen opkopen om te verhuren, het zogenoemde buy-to-let. Dat doen wij niet. Ons kom je echt niet tegen in dat segment. We kopen geen losse pandjes, maar pakketten huurwoningen van andere partijen, zoals pensioenfondsen. Onze transacties betreffen minimaal 150 woningen. Voor minder hoeven ze bij ons niet aan te kloppen.”

Wat doet u zoal op een werkdag?

“We investeren in huizen en winkelcentra, dragen zorg voor onderhoud, renovaties en vergunningen en daarnaast regelen we de financiële zaken. Het geld komt van investeerders, dat zijn pensioenfondsen en vermogende families. Zij beleggen hun geld met ons in huizen en winkels.”

U koopt pakketten huizen op van andere partijen. Welk maatschappelijk nut heeft dat?

“Wij investeren het geld van pensioenfondsen en zorgen er zo voor dat Nederlanders, maar ook mensen in andere landen, een goed pensioen krijgen.”

Waar komt uw interesse in vastgoed en financiën vandaan?

“Ik heb economie gestudeerd aan de Universiteit van Amsterdam. Daarna ging ik een jaar naar Amerika om een studie vastgoed en financiën te volgen in Wisconsin. Ik vond het een interessante studie en hield van de dynamiek van de vastgoedsector.”

Dus terwijl anderen van het studentenleven genoten, verdiepte u zich in de vastgoedmarkt?

“Als student was ik inderdaad gefocust. Veel van mijn studiegenoten wilden graag bij een groot bedrijf werken, denk aan­ ­Unilever of een grote bank. Ik wilde liever ondernemen. Mijn moeder zegt vaak dat ik als kind al bezig was met handeltjes. Als student zette ik een bedrijfje op, Sweet Box. Wij leverden dozen snoep aan bedrijven op de Zuidas. Nu bestellen ze dozen fruit, toen was het nog snoep. Als iemand iets uit de doos nam, moest ie een gulden betalen. Dat ging in goed vertrouwen.”

Komt u uit een ondernemersfamilie?

“Indirect. Ik groeide op in Bunschoten-Spakenburg en Amersfoort. Mijn vader was werkzaam bij Ahold, mijn moeder was verpleegkundige. Mijn opa en overgrootvader waren echte ondernemers en bierbrouwers in Limburg. In 1915 hebben ze de Arcense Stoombierbrouwerij opgericht, waar vandaag de dag Hertog Jan wordt gebrouwen. Mijn opa was directeur totdat het bedrijf werd verkocht.”

Toch bent u bij een groot bedrijf terechtgekomen, ABN Amro.

“Gek genoeg wel. Mijn scriptie ging over vastgoedinvesteringen in het buitenland. Dat was toen een trend. Nederland is een bijzonder land, met grote pensioenfondsen. Die beleggen ons pensioen in aandelen, obligaties en vastgoed. In die tijd gingen ze ook investeren in beursgenoteerde vastgoedbedrijven in het buitenland. Ik vroeg me af of daar nadelen aan kleven. Het onderwerp interesseerde me enorm. Zo kwam ik, via een pensioenfonds, bij ABN Amro terecht als aandelen­analist.”

Hoe oud was u toen?

“28.”

Is dat niet jong?

“Ik vond het enorm dynamisch. Ik heb alles meegemaakt, de ineenstorting van de internetmarkt, nine-eleven, de huizen­crisis. Ongelooflijke ervaringen, die mij hielpen de psychologie van de markten beter te begrijpen.”

En toen ging u naar The City. Wat de Premier League is voor voetballers, dat is Londen voor bankiers, of niet?

“Zeg dat wel. Het was dynamisch, ­ op-en-top professioneel. Ik wilde altijd al graag naar het buitenland. Op het moment dat Goldman Sachs bij mij aanklopte, woonde ik net samen met mijn vrouw in Amsterdam. Zij reisde net een halfjaar over de wereld. Ik belde haar toen ze in Australië zat: ‘Ik heb goed nieuws, schat, we gaan naar Londen. Ga je mee?’ Ze twijfelde geen moment: ‘Ja, ik ga mee.’ Ze is lerares en ging in Engeland op een basisschool werken.”

Lekker dan, net bij elkaar en dan zulke werkdagen?

“We hebben werk en privé in die tijd altijd gescheiden gehouden. Ik ging niet elke avond naar de pub om met mijn collega’s deals te vieren. We hebben samen echt genoten van Engeland, gingen vrijwel elk weekend op pad om het land te ontdekken. Mijn kinderen zijn daar geboren. Een prachtige tijd en ervaring.”

‘We kunnen de huren echt niet zomaar verhogen.’Beeld Friso Keuris

U heeft de vastgoedcrisis meegemaakt, waarbij in 2007 Lehman Brothers omviel en veel andere banken in grote problemen raakten. Hoe was dat bij een grote bank?

“Een enerverende en chaotische tijd. Heel bijzonder. Elke dag ging een bank failliet en niemand wist of hij de volgende dag nog een baan had. Tegelijkertijd was ik een klein radartje in het geheel en wist ik ook niet wat er allemaal precies speelde. Dat las ik later terug in de boeken die zijn geschreven over die tijd.”

De vastgoedmarkt lag op zijn gat.

“Ja, de gevolgen waren enorm. De Amsterdamse huizenmarkt was lange tijd gezond geweest. Ook in de jaren voor de crisis was een huurhuis lastig te vinden. Maar na de val van Lehman financierden de banken niets meer, het geld stroomde uit de markt. En dat hield lang aan, vooral in Nederland. Ik volgde alle huizenmarkten in Europa en zag dat in 2011 en 2012 overal herstel optrad, behalve in Ierland, Spanje en Nederland. Niemand deed hier wat.”

“In Nederland maken drie partijen de dienst uit op de huizenmarkt: beleggers, corporaties en pensioenfondsen. Beleggers moesten lenen bij de bank, maar die financiering droogde op. Corporaties konden niets doen na de schandalen bij Vestia en pensioenfondsen moesten eerst verkopen om weer te kunnen investeren. Alles lag stil. Dus daar lagen kansen. Die zag ik.”

U wilde altijd al ondernemen, nu kon u toeslaan.

“Ja, maar ik twijfelde. Best gek, want bij Goldman Sachs zat ik op dood spoor en mijn gezin woonde al in Nederland, omdat mijn kinderen naar school gingen. Gelukkig werkte ik niet vijf dagen per week in Londen en was ik ook veel in Amsterdam. Maar toch, het was zwaar.”

Waarom twijfelde u?

“Tja. Ik stond voor een fundamentele vraag, waarop ik het antwoord nog niet wist: wat ga ik de laatste dertig jaar van mijn carrière doen? Houd ik voldoende tijd over voor mijn gezin? Ik had één jonge collega bij de bank, die mij bijna elke dag zei dat ik naar de Nederlandse huizenmarkt moest kijken. Hij zag die kans. Toen zijn we in de avonduren in alle cijfers gedoken. We keken naar de dertig grootste huizencrises door de jaren heen en ontdekten dat tussen het hoogte- en dieptepunt een waardedaling van 30 procent zat. De markt in Amsterdam was 25 procent gedaald in 2013. Dit was het moment om te beginnen. Uiteindelijk gaven het overlijden van mijn vriend en de ziekte van mijn vrouw me de beslissende duw in de rug. Toen was ik in staat om de twijfel te doorbreken en het avontuur aan te gaan.”

Hoe begin je dan?

“Ik moest eerst zorgen dat ik aan een portefeuille woningen kwam. Dus ben ik langs alle pensioenfondsen uit mijn netwerk gegaan en heb ik gevraagd of ze misschien van een portefeuille af wilden. ­Uiteindelijk had ik beet. Een Nederlandse institutionele belegger wilde een pakket verkopen van 150 woningen aan de Westerdoksdijk, op IJburg en in Oost. Mensen verklaarden me voor gek: de prijzen op IJburg waren de jaren ervoor ingestort.”

Had u geld om dat pakket te kopen?

“Nee, dus ik moest met dat pakket onder mijn arm op zoek naar kapitaal. Daarvoor had ik zes maanden de tijd. Dat was lastig, want het kapitaal vloeide nog altijd niet rijkelijk in Nederland. Uiteindelijk vond ik een bekende, succesvolle zakenman – ik kan je zijn naam niet vertellen – die wilde investeren, maar hij haakte vlak voor de deadline af. Mijn fiscalist opperde toen een van zijn klanten: een rijke ondernemersfamilie uit Zeeland. Het was mijn laatste kans. Ik stapte in mijn auto, hield in Zeeland mijn verhaal en wist hen te overtuigen. Die mensen wilden hun vermogen beleggen voor de generaties daarna. Zij zitten er nog steeds in. Ik moest zelf ook meedoen, om het risico te delen. Dus al mijn spaargeld ging in het fonds.”

En nu heeft uw bedrijf twee miljard aan vastgoed.

“Ja, we zijn enorm gegroeid. Ik had van mijn geld ook drie panden in Amsterdam kunnen kopen en verhuren, maar ik wilde een bedrijf opbouwen en dat is gelukt.”

Onlangs ging de documentaire Push in première op het documentairefestival Idfa. De film is een aanklacht tegen grote beleggingsfirma’s die huizen beschouwen als handelswaar en niet als een plek om te wonen. Huurders worden uit hun huis gezet. Hoe kijkt u daar naar?

“Wat moet ik daarvan zeggen? Als beleggingsfirma’s zich niet gedragen, worden ze aangepakt. De regels in Nederland zijn heel duidelijk. We zijn echt niet te ­vergelijken met andere landen waarover de documentaire gaat. Huurders zijn goed beschermd. Wij hebben het beheer van de huurwoningen uitbesteed, dus we gaan niet zelf op pad als ergens een kraan lekt. We houden de tevredenheid van de huurders goed in de gaten, want natuurlijk zijn wij verantwoordelijk.”

“Ik denk echt dat wij de markt professioneler hebben gemaakt. We hebben vergunningen van financieel toezichthouder AFM (Autoriteit Financiële Markten, red.) en investeren aanzienlijke bedragen in onderhoud van onze woningen, energielabels, zonnepanelen. Natuurlijk zal ergens een huurder ontevreden zijn, dat kan niet anders met zesduizend woningen in beheer. Maar we doen ons best.”

In Amsterdam is discussie over de nieuwe regels voor woningdelen, waarbij huiseigenaren een huis verhuren aan drie of meer bewoners. Jonge huurders zijn bang dat ze door de nieuwe regels op straat komen te staan. U verhuurt ook aan groepen. Hoe staat u hierin?

“Ik snap dat de gemeente wil reguleren en ook wil weten wie waar woont. Door de nieuwe regels moeten wij alle huurders een individueel contract geven. Dit betekent dat zij lagere huren kunnen afdwingen via het puntensysteem. Wij hebben voor al onze 180 huizen die we verhuren aan groepen, een vergunning aangevraagd. Maar we gaan geen nieuwe woningen meer aanbieden aan groepen, daar stoppen we mee. We doen graag aan woningdelen, maar onder deze voorwaarden is het niet meer lucratief. Dan verhuren we onze woningen aan anderen.”

U geeft leiding aan een bedrijf van ­veertig mensen. Bent u nog wel ondernemer, of vooral manager?

“Ondernemer. Althans, zo voel ik me. Ik heb mezelf vrijgespeeld van de dagelijkse gang van zaken en kan me bezighouden met het ontwikkelen van nieuwe activiteiten. Zo gaan we nu kantoren openen in Dublin en Kopenhagen. Dat geeft me energie. We zijn nog lang niet klaar.”

Ook niet in Amsterdam?

“De Amsterdamse huizenmarkt is niet interessant meer. De prijzen zijn de afgelopen jaren hard gestegen en daarnaast bestaat veel onzekerheid over nieuwe regels. Wij investeren nu ook in andere Nederlandse steden. Hierbij kijken wij ook naar kleine buurtwinkelcentra, die een belangrijke sociale functie kunnen hebben in de wijken waar we ook woningen bezitten.”

Is uw werk nog te combineren met een gezin van vier kinderen?

“Gelukkig wonen we dicht bij de zaak. Onze kinderen komen hier vaak binnenvallen en lopen hier dan rond, toevallig zijn ze er nu niet. Ik hoef ook niet elke dag op kantoor te zijn en werk overal, ook thuis of op reis. Werk en privé lopen bij mij door elkaar heen en dat gaat prima.”

U bent net vijftig geworden, weet u wat u de komende twintig jaar gaat doen?

“Dit is wat het is. We hebben grote plannen, ik loop hier elke dag met veel plezier en energie rond en voel me verantwoordelijk. Zolang ik dat houd, heb ik geen twijfels over mijn toekomst. Ik heb een prima leven, daar hoeft niets meer bij.” 

‘banken gingen failliet. niemand wist of ie de volgende dag nog werk had.’Beeld Friso Keuris

Victor van Bommel

18 december 1969, Zevenaar

1976-1982 
Lagere school, Bunschoten-Spakenburg
1982-1989 
Atheneum, Eemland College, Amersfoort
1989-1995 
Economische wetenschappen, Universiteit van Amsterdam
1994 
Real Estate Finance, University of Wisconsin
1995-1997
Vastgoedadviseur CBRE in Amsterdam
1997-1998
Pensioenfonds Mn Services, Rijswijk
1998-2000
ABN Amro, Amsterdam
2000-2014
Goldman Sachs, Londen
2014-heden
Oprichter en directeur Orange Capital Partners, Amsterdam

Van Bommel woont met ­zijn vrouw, hun vier kinderen (16, 13, 12 en 9) en twee ­honden in Amsterdam.

Victor van Bommel als kind.
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden