PlusInterview

Van Muiswinkel vertaalt De kleine prins opnieuw - relevanter dan ooit

Na de Bijbel is De kleine prins het meest vertaalde verhaal ter wereld, vol levenslessen. Cabaretier Erik van Muiswinkel (58) is bezig met een nieuwe vertaling ervan en koppelt er alvast actuele overpeinzingen aan.

‘We zijn het verleerd om vragen te stellen als het onbevooroordeelde kind dat we allemaal zijn geweest.’Beeld Kwennie Cheng

Een jaar of zestien moet hij zijn geweest, toen Erik van Muiswinkel het voor het eerst las: De kleine prins (1943), na de Bijbel het meest vertaalde verhaal ter wereld. Over, ja, waarover eigenlijk? Een prinsje, afkomstig van een ­andere planeet, in gesprek met de schrijver – piloot Antoine de Saint-Exupéry – die daar is neergestort en zijn vliegtuig weer aan de praat probeert te krijgen.

Dat is het verhaal in het kort, maar het omvat veel meer. Het boekje mag dun zijn en de illustraties kinderlijk, maar het vergaarde wereldwijde roem met de grote levenslessen die erin vervlochten zijn, verpakt in een dromerig, wat richtingloos sprookje.

Niet dat Van Muiswinkel die grote thema’s er nu meteen uithaalde. Het viel hem eerst een beetje tegen, eerlijk ­gezegd. Maar hij las het nog eens, en later nog eens. Het ging hem dagen, het pakte hem en het liet hem niet meer los. Nu is hij voor Uitgeverij Ad. Donker – sinds 1951 de uitgever van De kleine prins in Nederland – bezig met een nieuwe, getrouwe vertaling van het verhaal.

Geen wonder dus, dat hij er nu ook uit put. Júist nu, in een tijd waarin we allemaal behoefte hebben aan sturing en wijsheid. Soms lijken de citaten bijna té ­toevallig goed te passen. ‘Voor het oog is het wezenlijke onzichtbaar’, dat zou zo over het virus kunnen gaan.

Maar de meest wijze lessen zitten wat dieper verscholen. Het is de schoonheid van dit verhaal dat elke lezer hem ­anders interpreteert. Maar hoe je het ook leest, we zouden naar dat kleine prinsje moeten luisteren nu, vindt Van Muiswinkel. Daarom: een paar actuele overpeinzingen aan de hand van vijf thema’s, naar aanleiding van dat ­kleine maar grote boekje uit 1943 – relevanter dan ooit.

1. Kennis

“De kleine prins stelt vragen. Simpele, logische, kinder­lijke vragen, die zo voor de hand lijken te liggen dat we ze vergeten te stellen, of we durven niet. Maar dát zijn nu juist de vragen waarvan de antwoorden ertoe doen. Die vraag bij de persconferentie van laatst, waar iedereen over viel: was dat wel zo’n domme vraag?”

“Hij klonk kortzichtig en ongepast en raakte dus de verkeerde snaar, maar het was wel degelijk een diepgevoelde emotie bij een groot deel van de Nederlanders: wat krijgen we voor onze ­inspanningen terug? We zijn het verleerd om toch zulke vragen te stellen, als het onbevooroordeelde kind dat we allemaal zijn geweest. Met zulke vragen ontmaskert de kleine prins de ijdeltuit, de zakenman, de lantaarnopsteker – al die figuren bij wie hij langsgaat op hun kleine planeetjes.”

“En nu zijn we meer dan ooit in de gelegenheid om zulke vragen te stellen bij hoe we dingen georganiseerd hebben. Het onderwijs bijvoorbeeld. Waarom is dat op een bijna bedrijfsmatige manier op meetbaar ‘resultaat’ gericht? Wat is in onderwijs en opvoeding überhaupt ‘resultaat’? Waarom is het belangrijk dat een kind het goede antwoord geeft, en niet hoe een kind gedacht heeft om tot een ­antwoord te komen? Is er genoeg ruimte voor échte dwarsdenkers?”

“Toen ik in 2017 op een congres van onderwijsbe­stuurders een stukje uit De kleine prins voorlas en daaruit concludeerde dat het systeem allicht in de verre toekomst weleens radicaal anders zou kunnen worden, kreeg ik – vooral van de mannen met stropdassen in de zaal – meteen een ‘cold shoulder’: dat vonden ze tijdverlies. Ik vond het kleingeestig. Het klonk als: het is nu eenmaal zo. Maar laten we opmerkzaam blijven, vragen blijven stellen. En beseffen: het antwoord is vaak minder belangrijk dan de weg ernaartoe.”

2. Verantwoordelijkheid

“Je kunt je pas verantwoordelijk voor iets of iemand voelen als je er zorg, aandacht en tijd aan hebt besteed. Op de planeet van de kleine prins staat een roos die heel veel van dat alles vraagt van de kleine prins, maar god, wat houdt ie van haar. Juist omdát hij zo veel doet om haar te behagen. Dat maakt het juist de moeite waard.”

“Nu we allemaal zijn teruggevallen op de basis van onze levens, valt het me op dat we onze knopen zijn gaat tellen. Wie ben ik, wat ben ik waard voor de ander en wie zijn dat voor mij. We hebben allemaal wel links of rechts een paar rozen staan, en nu – meer dan ooit – komen we erachter wie dat zijn en wat ze voor ons betekenen. Én wat het betekent om daar de aandacht aan te besteden die ze eigenlijk verdienen. Ik kom zelf nu een keer of drie per week bij mijn moeder over de vloer – dat was voorheen weleens twee ­weken niet.”

“Maar het kan ook een hobby zijn, een verzameling, of werk – als je jezelf er met een nieuw soort toewijding en aandacht op stort, gaat het meer betekenen. Of beter nog: de ware betekenis ervan wordt opeens duidelijk.”

Beeld Kwennie Cheng

3. Vriendschap

“Een van de opmerkelijkste delen van het verhaal is het ­filosofische gesprek dat de kleine prins voert met de vos. Daar komt ook de meest geciteerde wijsheid uit het boek vandaan: ‘Het wezenlijke is voor de ogen onzichtbaar, ­alleen met je hart kun je goed zien.’ Dat is er eentje voor op een tegeltje, maar interessanter lijkt mij wat de vos zegt over vriendschap: hij wil dat de prins hem temt, omdat er alleen dan een vertrouwelijke band tussen twee wezens kan ontstaan.”

“Dat deed me denken aan het boek Sapiens van Yuval Hariri, waarin beschreven staat hoe het graan de mens ooit heeft getemd omdat het ons ‘verplichtte’ om op een plek te blijven. En nu worden we wéér getemd, door een ­virus. We kunnen nergens meer heen, allerlei dingen zijn dicht of liggen stil, we maken gedwongen pas op de plaats.”

“Ellendig natuurlijk, door de aanleiding en alle nega­tieve gevolgen. Maar ook een geweldige kans. Getemd worden, dat kan tot veel goede dingen leiden. Zoals de vos het zag: pas als hij getemd zou zijn, kon ie vrienden ­worden met de kleine prins. Misschien dat wij nu – getemd als we zijn – ook een diepere vertrouwensband krijgen met ­elkaar.”

4. Gezag en autoriteit

“Een van de figuren die de kleine prins tegenkomt, is een koning die het heerlijk vindt om de baas te spelen. Hij heeft alleen geen onderdanen en als je hem tegenspreekt, verandert hij zijn verboden gewoon in bevelen. Lachwekkend natuurlijk: autoriteit zonder doel en zonder gezag. De koning zonder onderdanen doet me sterk aan bepaalde incompetente, loze windbuilen van dit moment denken.”

“We leggen ons lot in deze tijd in de handen van autoriteiten. Nu zou ik niet willen oproepen om ze bij voorbaat te wantrouwen – ze zijn vaak ook heel belangrijk en deskundig – maar laten we nooit vergeten om ze altijd op de proef te stellen en zich te laten legitimeren. Grote autoriteiten laten zich bevragen en adviseren, kijk maar naar Louis van Gaal en Johan Cruijff. Allebei verschrikkelijk eigenwijs ­natuurlijk, maar ze omringden zich met de beste mensen op vakgebieden waar zij zelf minder van wisten. Mensen die zij dan weer konden bevragen, zoals de kleine prins zou doen: vanuit een kinderlijke logica. Is dat nou wel écht zo? Waarom dan?”

5. Hebzucht

“De kleine prins komt in het verhaal een zakenman tegen, een soort Scrooge die ijverig de sterren aan de hemel zit te tellen, en ze meteen tot zijn bezit rekent. Waarom? Omdat hij als eerste had bedacht dat dat kón! Als een kind: ikke eerst! Dat is natuurlijk de minder rooskleurige kant van de kinderziel. En wat wil hij met die sterren? Meer sterren ­kopen. Dom, zinloos en hebzuchtig. Maar ook huiveringwekkend. Ik moest meteen aan die Jeff Bezos van Amazon denken. Ook iemand die zichzelf via andermans inspanningen de halve wereld toe-eigent, en blind van hebzucht alleen nog maar meer wil. Het grove verzamelen van bezit om het bezit is een van de grote bedreigingen van onze ­beschaving.”

“Niet dat dit nu allemaal nieuw is: de verontwaardiging over de Croesussen, Rockefellers en Bezossen is eeuwenoud. De afgelopen paar decennia hadden we het er dan over, maakten ons kwaad en dat was het alweer – veran­deren deed het niet. Of het nu over de bonussen voor ­topmannen gaat of over de kwetsbaren die altijd de klappen lijken op te moeten vangen.”

“Maar alles wordt nu een beetje duidelijker, dus ook die doorgeslagen hebzucht. En nu zulke dingen nog zo veel duidelijker worden, kunnen we er misschien eens iets aan dóén.”

De kleine prins in de vertaling van Erik van Muiswinkel verschijnt in oktober dit jaar bij uitgeverij Ad. Donker.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden