PlusLijstje

Van de Laatkomer tot de Aftaaier en alles ertussenin: tien soorten feestgangers (en hoe ermee om te gaan)

De Drinker. Beeld Magda Rinkema
De Drinker.Beeld Magda Rinkema

De een komt altijd te laat, de ander gaat nog voor de tweede ronde naar huis. Deze gast ontpopt zich tot feeder, die daar pakt je hele hand als je een vinger geeft. Tien archetypes feestgangers, met hoogstnoodzakelijke tips om met ze om te gaan.

Hans van der Beek

De Afzegger

Hij/zij zit er altijd tussen, hoe klein het feestgezelschap ook. Degene die op het aller-, allerlaatste moment toch echt niet kan komen, alles geprobeerd, echt zijn/haar best gedaan, maar er kwam toch nog iets tussen, vele malen excuus. Afsluitend, want het gaat in de regel per appje: ‘Fijne avond!! Hartje, kusje, champagneglas.’

Dit kan tot een halfuur voor aanvang. De redenen kunnen variëren. De Afzegger met kleine kinderen thuis vindt sowieso dat er sprake is van carte blanche en de feestganger met een moeizame relatie met prikkels eveneens.

Hoe ermee om te gaan
Het voordeel van notoire Afzeggers: ze zijn met naam en toenaam bekend. De ervaren feestjesplanner houdt al rekening met hen tijdens de inkoop.

* * *

De Laatkomer

Over Laatkomers zijn boekenkasten vol geschreven. Er zijn nu eenmaal mensen voor wie het onmogelijk is op tijd te komen. Ze proberen het wel, het lukt gewoon niet. Daar bestaat een heel scala aan psychische mechanismen voor.

De een laat zich niet graag tijden opleggen. De ander heeft als basishouding: ach, dit of dat kan best nog even – en is dan oprecht verbaasd dat er tijd te kort was. Weer een ander is nu eenmaal snel afgeleid en de volgende is ervan overtuigd dat het telkens de schuld van een ander is: een onverwacht telefoontje, een haperend GVB, de muesli voor morgen was op. Ook de eeuwige twijfelaar is een klassieker in het genre, met niet zelden een kledingkast in de hoofdrol. En dan zijn er nog de mensen die graag een grande entrée maken. Als iedereen al aanwezig is, komen zij met een groots gebaar en veel bom­barie binnen. Ze hebben daar zelf een geuzenterm voor bedacht: fashionably late.

Normale mensen scheren al die verschillende types gewoon over één kam: irritant. Het leuke aan Laatkomers is dan wel weer dat iedereen precies weet wie ze zijn, alleen zelf hebben ze geen idee. “Wie? Ik!? Dat valt toch wel mee?”

Hoe ermee om te gaan
Het beste voor iedereen is het spelletje maar gewoon meespelen: “Héé, leuk dat je er bent!” En dan zonder de toevoeging: “Alsnog,” of iets van die strekking. Ze kunnen het niet helpen.

* * *

De Bankzitter

Komt altijd mee, maar nooit van harte. Neemt plaats en gaat op in het meubilair. Vraagt al vrij snel na binnenkomst naar het wifiwachtwoord. Vaak is de Bankzitter een plus-1 (Zie ook: de Drinker), maar sommige mensen zijn van nature een Bankzitter en daar is niets mis mee: ook muurbloempjes hebben recht op een feestje.

Bovendien staat helemaal niet vast dat de Bankzitter het niet naar zijn zin heeft. Sommigen worden simpelweg liever geamuseerd dan dat ze zelf actief meedoen. Mensen­kijken op een terras is ook leuk. Voetbal kijken ook. Niet iedereen houdt van rennen.

Hoe ermee om te gaan
Ga er eens naast zitten en begin een praatje. Laat je verrassen.

De Lapzwans. Beeld Magda Rinkema
De Lapzwans.Beeld Magda Rinkema

De Drinker

Een getraind oog herkent de Drinker meteen. Bij binnenkomst scant hij allereerst de drank­tafel. Toch niet alleen wijn en bier, hè? Pas daarna begroet hij de gastheer en -dame.

De Drinker komt wel voor het gezelschap, maar niet in de eerste plaats. Hij noemt zichzelf een sociale drinker (nog zo’n geuzennaam), maar is zonder drank toch niet echt sociaal. De Drinker is in een gezelschap de eerste die iets te hard praat en lacht, vooral om zijn eigen grappen. Daarna kan het een hoop kanten op.

Misschien valt het allemaal wel mee. De ­Drinker blijkt alleen een snelle starter, en al snel lacht iedereen te hard om zijn eigen grappen. De Drinker gaat op in het feest.

De andere route is vervelender. Die Drinker gaat zich eerst bemoeien met de playlist. Dit gaat met veel woord en gebaar. In de Drinker is een dj verloren gegaan en dat zal iedereen weten ook. Niet veel later beschouwt hij het feestje als een openbare Tinder. In gedachten naar links en rechts swipend begeeft hij zich door het gezelschap. Tijdje rondstruinen en dan een onvermijdelijk: “Zeg, heb ik jou eigenlijk wel al eens verteld dat...”

Het eind van de avond vindt de Drinker een uitstekend tijdstip om nog ergens oud zeer uit te praten met collega, familielid of – dat zijn de ergsten – een ex.

Hoe ermee om te gaan
Omzeilen, negeren, maar wel scherp in gaten blijven houden. En let op je jongste zus.

De Voeder. Beeld Magda Rinkema
De Voeder.Beeld Magda Rinkema

De Voeder

Voortdurend in de weer met nieuwe hapjes. Niemand zal na het feest huiswaarts keren met de gedachte: het eten was wel een beetje karig.

De Voeder staat de hele middag al in de keuken met de mise-en-place. Sashimi snijden, maki rollen, ceviche marineren, walnotenbrood voorbakken. De koelkast komt vol met plateaus te staan, afgedekt met huishoudfolie. De oven is voorverwarmd. Tijdens het feest continu een haviksoog. Is de schaal met burrata met balsamicosiroop leeg – of half leeg, dat kan ook niet – of moet de quiche lorraine (lekker retro) al in de oven?

Zoals de Drinker erg vaak een man is, is de Voeder vaak een vrouw. In de regel zelfs de gastvrouw – de gastheer zien we terug in een ander archetype (de Lapzwans).

Het feest zelf gaat grotendeels aan de Voeder voorbij. Ze is hier niet voor zichzelf, maar voor haar gasten. Ze kan pas rusten als de laatste schaal met tarte tatin is opgegeten. Het feest is dan al bijna voorbij en zelf is ze bekaf. Ze neemt zich voor het de volgende keer toch echt anders aan te pakken. Maar zodra ze elders te gast is op een feest, kijkt ze meteen of ze handje kan helpen.

Hoe ermee om te gaan
Zeg bij het afscheid tenminste twee keer “Nee, echt, het was héérlijk.” Liefst in de loop van de avond ook al een keer of drie, vier, acht.

* * *

De Lapzwans

Komt binnen, gaat zitten, en neemt alles tot zich. Steekt geen vinger uit, brengt nog geen bordje terug naar de keuken. De kans is groot dat hij de gastheer is en partner van de Voeder.

De Lapzwans is niet per se ver­velend gezelschap, hooguit voor de Voeder en haar vriendinnen, maar ook die zijn dat inmiddels gewend. Zo zijn ze, die moederskindjes.

Hoe ermee om te gaan
Niet voeren.

De Omzeilde Beeld Magda Rinkema
De OmzeildeBeeld Magda Rinkema

De Omzeilde

Niemand wil naast de Omzeilde staan. Zitten al helemaal niet. Aan tafel blijft de stoel naast de Omzeilde het langst leeg. Voor de arme sloeber die als laatste aanschuift en wel naast de Omzeilde móét gaan zitten, bestaat ook een naam. De Sjaak.

Een Omzeilde komt in vele variaties, maar vrolijk gezelschap is het nooit. Er komt geen woord uit, of nog erger: er komen heel veel woorden uit. Maar die gaan dan over de laatste ontwikkelingen op kantoor, een interessant essay dat toch vooral gelezen moet worden of de voordelen van GreenWheels.

Een Omzeilde kent het verschil niet tussen details en hoofdlijnen, daar begint het mee. Verder heeft de Omzeilde geen antenne voor het fenomeen aandachtsboog, De Omzeilde vertelt wat hij heel graag wíl vertellen. De Omzeilde heeft geen publiek, hij kan net zo goed tegen een muur praten. Wat hij welbeschouwd ook aan het doen is.

Berucht zijn ict’ers. Ict’ers zijn de groothertogen onder de Omzeilden. Ja, of je moet net een gecrashte MacBook hebben.

Tip: geef een notoir Omzeilde nooit een nieuwe kans.

Uit eigen hand, de openingsvraag aan een aangetrouwd familielid onlangs, jaren niet meer gezien: “Hoe gaat het op het werk?” Antwoord: “Werk? We zijn toch alleen nog maar voor die buitenlanders aan het werken.”

De ervaren feestganger ontwikkelt er een zesde zintuig voor. Scan de feestruimte en herken meteen: daar moet ik niet gaan staan. Maar feilloos is dit systeem niet. Elk feestje ontpopt iemand zich wel tot nieuwe Omzeilde. “Wat!? Heb jij je laten vaccineren!? HAHAHAHA!”

Hoe ermee om te gaan
Zorg voor een ontsnappingsplan. Maak daar vooraf duidelijk afspraken over met naasten. Bril af = kom me halen.

* * *

De Dramaqueen- of king

De Dramaqueen (m/v/x) lijkt sterk op de Omzeilde, maar er is een belangrijk verschil: er is geen ontkomen aan. Waar de Omzeilde nog weleens passief in een hoekje staat (dat is een valkuil), stapt de Dramaqueen uiterst effectief op de nieuwe gesprekspartner af en steekt meteen van wal.

Ziekteverloop in alle gradaties, toestand op het werk, ook in alle gradaties, gedoe in de familie. Dat laatste is wel altijd van het hoogste kaliber. Meest gevaarlijke vraag aan de Dramaqueen: “Hoe is het met je moeder?”

De Dramaqueen heeft het heel erg zwaar, in het leven in het algemeen, maar ook vanochtend nog, en op weg hierheen. Niets kan ook eens één keer meezitten. Al die tegenslag heeft ook een voordeel. Er kan uitgebreid over worden verteld, op een volume dat de buren het ook kunnen volgen.

Het is aandacht zuigen en spuien ineen. Want iedereen zal het weten ook. Dat de gesprekspartner een volslagen vreemde is, maakt weinig uit.

“Hoi, ik ben Eefje.”

“Hoi, ik ben echt ontzettend moe.”

Hoe ermee om te gaan
Niet. Ondergaan. Er zit niets anders op.

* * *

Het Orakel

Altijd het hoogste woord, blijft maar lullen, zuigt alle aandacht naar zich toe. Er zijn mensen die het Orakel een sfeermaker noemen, maar die zijn waarschijnlijk zelf Orakel.

Het is een glibberig pad, deze archetypes in m/v/x te verdelen. Maar zoals de Dramaqueen vaker wel dan niet een vrouw is, is het Orakel in zowat alle gevallen een man. Het valt zelfs niet uit te sluiten dat het Orakel de mannelijke versie is van de vrouwelijke Dramaqueen.

Klassiek Orakel. Hij komt bij een groepje staan, wacht in het beste geval een half glas bier af en neemt dan het gesprek over.

“Ik heb zoiets vergelijkbaars meegemaakt in Mozambique.”

“Ik kan me míjn eerste baas nog herinneren.”

“Sorry, nu moet ik je toch onderbreken. Het hele idee van...”

Daarna is er geen tussenkomen meer aan.

Het Orakel heeft altijd een fijnere anekdote, kent altijd een betere mop en wordt zenuwachtig zodra twee, drie anderen even het woord hebben. Dan moet hij overtoepen, hij kan niet anders. Het middelpunt, dat is hij.

Eerlijk is eerlijk: het Orakel is geliefd bij Bankzitters.

Het Orakel weet ook heel veel en dat legt hij graag uit. De Mansplainer is een volle neef van het Orakel.

Hoe ermee om te gaan
Zie Dramaqueen.

* * *

De Aftaaier

Je geeft een feest, je doet niet ingewikkeld over wie mag komen en wie eigenlijk liever niet, je staat de hele middag in de keuken malle Aziatische snacks te rollen en je vult de koelkast en berging met drank.

Natuurlijk, er komt er altijd eentje niet opdagen, een paar komen te laat, prima. En er is uiteindelijk ook altijd wel iemand vervelend en een paar lullen te veel en te hard, maar iedereen heeft lekker gegeten en je kunt langzaam spreken van een geslaagd feest.

Dan: “Hé, ik ga ervandoor.”

Variant: “Hé, wij moeten ervandoor.”

Er is er altijd eentje die als eerste vertrekt, en een paar te vroeg. De types: morgen bijtijds weer op.

Hoe ermee om te gaan
Niet. Je houdt het niet tegen. Je kunt alleen maar hopen dat het de Bankzitter is met haar Drinker.

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden