null

PlusExclusief

Valley-architect Winy Maas: ‘Zo zou hoogbouw er in de toekomst uit kunnen zien’

Beeld Maarten Kools

Valley, op de Zuidas, werd met enige reserve ontvangen, maar nu staan de woontorens er toch echt. Rotsachtig en vol planten. Architect Winy Maas (63), de M van bureau MVRDV, wil steden groener maken. ‘Als alle platte daken groen zijn, levert dat een graad koeling op.’

Kees Keijer

Tijdens een rondleiding in het kantoor van MVRDV in Rotterdam komen alle werelddelen voorbij. We staan bij een tafel met 3D-modellen voor nieuwe stedenbouwkundige plannen en gebouwen. Winy Maas: “Dit is allemaal China, daar kunnen we nu moeilijk heen. Maar we hebben een groot kantoor in Shanghai, dat hebben we nu flink uitgebreid.”

Sommige modellen zijn eerste schetsen, andere projecten zijn al in aanbouw. Woonwijken, een enorme universiteitscampus, musea, winkelcentra, grote amfitheaters. Er is ook een speciale afdeling Duitsland, waar onder andere plannen voor een nieuwe wijk in Mannheim worden uitgewerkt. Aanvankelijk wilde Maas er vier gebouwen maken in de vorm van koppen van staatshoofden (Merkel, Obama, Brandt en Kennedy). Vond Merkel wel geestig, maar de Duitse stedenbouwkundigen waren minder gecharmeerd. Nu komen er vier torens die samen het woord ‘HOME’ vormen.

Het Depot, Rotterdam, 2020. Beeld
Het Depot, Rotterdam, 2020.

Dan zijn er nog plannen om de binnensteden van Tilburg en Eindhoven aan te pakken en een nieuw ontwerp voor de Jaarbeurs in Utrecht, waarvan het dak wordt getransformeerd tot een stadspark. In Rotterdam verrees Depot Boijmans Van Beuningen. Dat kreeg, mede door de bomen op het dak, al snel de bijnaam De Pot. Het spiegelende gebouw reflecteert de skyline van Rotterdam en herbergt 151 duizend kunstwerken.

In Amsterdam verbouwt MVRDV nu Tripolis, het complex van Aldo van Eyck tussen het Olympisch Stadion en de A10. Op Oostenburg is De Oosterlingen ontworpen, dat volgens Maas ‘het groenste straatje van Amsterdam’ wordt.

Valley, Amsterdam, ontwerp uit 2015, opgeleverd in 2022. Beeld
Valley, Amsterdam, ontwerp uit 2015, opgeleverd in 2022.

Ook nieuw is Valley, een spectaculair gebouw op de Zuidas. Van sommige kanten doet Valley denken aan een klassiek Zuidas-kantoorgebouw met spiegelgevels. Maar het glimmende blok is aan de binnenkant als het ware afgebrokkeld. Hier verschijnt een kunstmatige vallei met drie grillige torens waaraan honderden plantenbakken en balkons hangen.

Toen de plannen voor de Valley bekendgemaakt werden, waren sommige reacties gereserveerd. Het gebouw zag er zo fabelachtig uit, dat kon in werkelijkheid nooit gebouwd worden. “Ik herinner me dat dat geschreven werd, maar het staat er nu toch echt. Ik heb er op dat moment ook niet op gereageerd.”

Maar werd u er niet door geprikkeld?

“Er zijn twee aspecten. De sculpturale kant van het gebouw is groot. Is dat technisch mogelijk? Zie nu ter plekke. Een tweede punt was de beplanting. Die moet nog groeien, dat is iets waar we moeite in stoppen. Dat doen we met landschapsarchitect Piet Oudolf, die ook zegt dat het enige tijd vergt voordat de planten weelderiger zijn.”

Het kan dus wel, weelderige planten op die balkons?

“Met name op de eerste twintig verdiepingen gaat het heel goed, daarboven wordt het door de wind wat minder. Maar we hebben luwe nissen en veel glazen schuttinkjes gemaakt die de wind tegenhouden. Op sommige plekken moet de beplanting wat oefenen, zoals Piet zegt. Het vereist aandacht maar dat is normaal met een tuin. Daar ben ik niet zo bang voor.”

Er werd ook gezegd dat er vast bespaard zou worden op materialen.

“Dat is dus niet gebeurd. De natuursteen aan de buitenkant valt natuurlijk het meeste op. De stenen komen uit een groeve in Catalonië. We hebben daar niet alleen de dure laag aangeboord. Er zitten ook veel zogenaamde B-stenen in. Die bevatten kwartsiet. Dat is niet alleen mooi, ze zijn ook een beetje poreus. Daardoor kunnen er plantjes en mossen in groeien. Dat hoort ook bij het gebouw.”

“Alle platen zijn van tevoren gescript en uitgetekend met computers. Het zijn duizenden verschillende platen, dus dat is echt vakmanschap. En het was niet echt goedkoop. We hadden ook een beetje mazzel. Door de vastgoedhausse was de opbrengst wat hoger dan verwacht. Er kon dus iets meer worden uitgegeven.”

Het is een gebouw met twee gezichten. Aan de ene kant een glimmend kantoorgebouw, aan de andere kant is het een soort apenrots. Maas: “Het laat zien hoe hoogbouw er in de toekomst uit zou kunnen zien. Ik vind niet dat de Zuidas een kakofonie zou moeten zijn. Het is begonnen met een gridstructuur met vaak spiegelende gebouwen. Daar zijn we ook niet aangekomen. Een aantal wanden is ook spiegelend uitgevoerd. Prima. Maar er zitten ook nadelen aan. Zo’n kantoorgevel is niet handig voor woningen. Daarvoor hebben we nu al die loggia’s met schuiframen. De spiegels openen zich als het ware. Het is een humaan gebouw, al is het heel groot. Je kunt er eigenlijk nooit diep vallen, dat levert minder hoogtevrees op. Je voelt je hier minder angstig dan in reguliere flats van honderd meter hoog.”

null Beeld Maarten Kools
Beeld Maarten Kools

Maas is de M van MVRDV, het bureau dat hij in 1993 oprichtte met Jacob van Rijs en Nathalie de Vries. De architecten maakten naam met een gebouw in Berlijn, de Villa VPRO in Hilversum en WoZoCo, een opvallend woonzorgcomplex voor ouderen in Osdorp. Cornelis van Eesteren (1897-1988) had de Westelijke Tuinsteden met strokenbouw en veel groen ontworpen. MVRDV maakte een nieuwe strook waarbij sommige woningen van de flat radicaal tegen de zijkant van het gebouw zijn geplakt.

Het gebouw was bij de oplevering een sensatie. Nog steeds zijn toevallige passanten verbaasd. “Ja, fijn,” zegt Maas. “Ik zoek als architect natuurlijk de grenzen op. Niet dat ik zeg dat elk gebouw moet opvallen, maar een deel van de gebouwen moet zich uitspreken over wat architectuur kan doen. In het geval van WoZoCo wilde de woningbouwvereniging op die plek meer woningen bouwen dan in een schijfje kon. Ze wilden extra woningen op de grond bouwen, maar wij zeiden: nee, Van Eesteren wilde stroken, dus we hangen die extra woningen er gewoon aan.”

“Ik herinner me ook een lieve mevrouw van 84. Ze had allemaal porseleinen hondjes met van die knikkende koppies. Dus ik kom binnen, kopje thee.” (Hij zet een Amsterdams accent op.) “‘Hé, moet je eens kijken!’ Ze loopt naar de hoek van het gebouw en ging staan stampen. De hele woning ging een beetje op neer en al die hondenkoppies gingen schudden. Dat deed ze altijd als ze bezoek kreeg. En ze ging er meer door bewegen, zei ze. ­Geweldig.”

Met een T-shirt, spijkerbroek en Dr. Martins voldoet u helemaal niet aan het traditionele beeld van een architect, als dat al bestaat.

“Ik vind het prettig dat we een cultuur hebben waarin het informele ook een plek heeft. Maar ik vind het ook mooi om af en toen een pak te dragen, hoor. Zelfs als je shabby bent, kun je toch een elegante shabbiness uitstralen, daar hou ik van. Het is van belang dat je met mensen kunt en wilt praten zonder dat je drempels opwerpt. Als ik voor een bewonersgroep ga staan in een enorm pak, dan vind ik dat behoorlijk afstandelijk. Maar ik ga ook niet supershabby naar een sponsorbijeenkomst. Dat kameleontische vind ik wel prettig.”

Wilde u vroeger als jongetje al architect worden?

“Eigenlijk wel, al is het een beetje op een neer gegaan. Ik weet nog dat ik bij de verkenners zat. We hadden geld nodig voor het jaarlijkse kamp, dus gingen we een kermis organiseren. Bezoekers konden voor een kwartje in een reuzenrad en dat heb ik toen gemaakt.”

Hoe groot was dat?

“Acht meter hoog, alles geknoopt met touw. Het was een populair ding. Het andere jaar hebben we een spookhuis gemaakt. Dus we moesten een parcours ontwerpen. Hoe gaat de bezoeker door het donker? Dat deden we samen met het blindeninstituut in Grave, om kennis op te doen hoe onzichtbare architectuur zou kunnen zijn. We moesten ook alles door de brandweer laten goedkeuren. Tien was ik.”

Tien?

“Ja. Ik heb een plaatselijk architect gevraagd hoe ik het allemaal moest tekenen. Toen heb ik van hem een soort spoedcursus gehad om die bouwaanvraag te doen. Dat was leuk.”

De meeste kinderen van tien doen zulke dingen op schoenendoosniveau.

“Dat is eigenlijk hetzelfde. Op de middelbare school ben ik toch een beetje gaan twijfelen. Ik zat in de leerlingenraad, daar moest ik bij ouders geld bij elkaar zien te praten voor een schooltheater. Toen zeiden een paar mensen dat ik advocaat moest worden en eigenlijk vind ik dat nog steeds fascinerend. Die logica van justitie, vooral om te kijken waar de waarheid en rechtvaardigheid zit. Waar zit de moraal, waar ga je over de schreef, waar niet?”

De Oosterlingen, Amsterdam, 2021. Beeld
De Oosterlingen, Amsterdam, 2021.

“Iets anders wat speelde was dat mijn ouders een tuincentrum en bloemisterij waren begonnen. Dus ik moest met mijn broertje gewoon meewerken. Het was in de jaren zeventig. Op de televisie zag ik nieuws over de Club van Rome, die een nieuwe omgang met de natuur voorstond. Ik was wel ontvankelijk voor de apocalyptische gedachtes die er waren. Die hebben me aan het denken gezet om iets met de natuur te gaan doen.”

Aanvankelijk koos u voor de tuinbouwschool.

“Dat was de School voor Tuin- en Landschapsinrichting in Boskoop. Ik ging erheen met het idee om een basis te leggen voor later, het was een hbo-opleiding. Daarna ben ik naar de TU Delft gegaan. Het is natuurlijk prachtig dat ik een soort drieluik heb gedaan: landschapsarchitectuur, stedenbouw en architectuur. Daar ben ik nog steeds blij mee. In Delft moest ik gaan werken omdat mijn vader het niks vond dat ik iets anders ging doen dan landschapsarchitectuur. Die had gewild dat ik bij het bedrijf kwam. Toen dacht ik: dan betaal ik het zelf wel. Dus heb ik een jaar of vier bij de gemeente Amsterdam gewerkt als ambtenaar bij de groenvoorziening.”

Maar uiteindelijk bent u in Rotterdam gaan wonen.

“Dat was in dezelfde tijd. Ik ging met de trein op en neer naar Amsterdam, dat was goed te doen voor die twee dagen per week. Op een gegeven moment ging ik steeds drie maanden studeren en dan drie maanden in het buitenland werken. Eerst in New Delhi, later in Kenia en Soedan.”

Rooftop Park Jaarbeurs, Utrecht, 2019. Beeld
Rooftop Park Jaarbeurs, Utrecht, 2019.

Wat was zo aantrekkelijk aan Rotterdam?

“Ik vind het gewoon een prettige stad. Het is nog niet zo vol en toen al helemaal niet. Als je je mond opentrekt, gebeurt er ook iets. Ik heb in de Noorderstraat in Amsterdam gewoond toen ik stage liep bij landschapsarchitecten Bakker en Bleeker op de Herengracht. Dat was leuk, maar in Rotterdam moest nog wat gebeuren, je kon er meer experimenteren. Het was ook op het moment dat een bureau als OMA en het Nederlands Architectuurinstituut er zich vestigden. Dus ik dacht: hier kan je net iets meer doen. Hetgeen gebleken is. Hoewel, nu bouwen we meer in Amsterdam dan in Rotterdam.”

MVRDV ontwerpt gebouwen heel erg op basis van data. Tegelijkertijd wilt u mooie dingen maken. Gaat dat samen?

“Het moet wel. Ik heb dat geleerd van Van Eesteren. Hij gebruikte statistiek om aan te tonen hoe het verkeer zich zou ontwikkelen, hoeveel groen hij nodig had, hoeveel mensen er zouden kunnen gaan wonen en wat voor soorten mensen dat zouden kunnen zijn. Hij bediende zich al van data en dat is alleen maar toegenomen. Hoe dichter we bouwen, hoe meer mensen op de planeet komen, hoe meer dat ook gaat gebeuren. Je wilt bijvoorbeeld uitrekenen hoeveel voedsel je produceert, hoeveel zuurstof je produceert.”

U wilt steden groener maken. Jullie hebben bijvoorbeeld in Taiwan een markt gemaakt waar de producten op het dak worden verbouwd.

“Dat is net opgeleverd. Het landschap op het dak ziet er uit als een boerenlandschap, met een centrale boerderij annex restaurant. Op elke hoogtering van het terras komt een andere productie. Bananen, ananassen, een ring met tomaten. In het restaurant kun je ze eten. Het dak is met name om te laten zien welke producten beneden te koop zijn.”

Die vergroening is een soort missie?

“Onze architectuur is bekend van het uitvergroten, waardoor dingen nog zichtbaarder en begrijpelijker worden. Zo’n boerderij op een dak in Taiwan, dat snap je in een keer. In Valley en Depot Boijmans Van Beuningen zie je de vergroening ook. Die bijnaam De Pot drukt het ook nog eens letterlijk uit. Gebouwen moeten we in de toekomst zien als potten. We hebben wel eens uitgerekend. Als je alle platte daken in de wereld groen zou maken, dan levert dat een graad koeling op.”

Het is mooi dat gebouwen zo groen zijn, maar de woningen in Valley op de Zuidas zijn peperduur. Maakt u zich geen zorgen om de veranderende sociale structuur van zo’n stad als Amsterdam? Een huis kopen is onbereikbaar geworden voor mensen met een modaal inkomen.

“Voor een gezonde stad is voldoende en betaalbare woonruimte nodig voor iedereen. Helaas hebben wij in Nederland, en dat geldt voor meer landen, het prachtige systeem van de woningbouwcorporaties verzwakt en verlamd. Daardoor is wonen een luxe geworden, en dat is fout omdat het een universeel recht is om goede woonruimte te hebben. Wij werken zelf veel aan sociale en betaalbare woningbouw, op dit moment bijvoorbeeld in Den Haag, Bordeaux en Parijs.”

Winy Maas: ‘Je moet iets bouwen om een bijdrage te leveren aan een land.’ Beeld Maarten Kools
Winy Maas: ‘Je moet iets bouwen om een bijdrage te leveren aan een land.’Beeld Maarten Kools

“In veel steden bestaan goede ideeën, van percentages betaalbare woonruimte tot een huurplafond, maar dat heeft allemaal nog niet het gewenste effect. Er is een echte wooncrisis, vandaar mijn roep om de woningbouwcorporaties in ere te herstellen. Er moet naast de vrije sector, waar veel te weinig aanbod is, vooral ook weer worden gebouwd zonder winstoogmerk. Dat helpt tevens tegen verdere ­polarisatie in de samenleving.”

U pleit voor een groene wereld, maar ondertussen stapt u wel steeds in het vliegtuig om naar al die ecologische projecten te gaan.

“Ik vlieg minder door corona. Opdrachtgevers accepteren het nu ook meer om te zoomen. Dat neemt niet weg dat ik toch naar verschillende plekken moet gaan als ik internationaal wil ­werken. Je moet elkaar toch gezien hebben, af en toe kunnen overleggen. En een beetje in de politieke situatie ter plekke kunnen stappen.”

Market, Tainan (Taiwan), 2016. Beeld
Market, Tainan (Taiwan), 2016.

“Je moet het doen om een verschil te maken en een bijdrage te leveren aan een land. In Albanië of Armenië kun je iets neerzetten dat als voorbeeld werkt voor lokale architecten en burgemeesters. Het kan inspirerend werken en dat rechtvaardigt ook om er heen te gaan.”

Is er een discussie onder architecten om meer lokaal te werken?

“Ik vind het ook heerlijk met de fiets naar mijn werk te gaan en om het Depot te maken, om de hoek van mijn huis. Maar de productieketens zijn nog internationaal. Er is uitwisseling nodig om dingen die elders goed gaan hier toe te passen. En vice versa.”

Zoals?

“Ik denk aan de ruimtelijke aanpak waarmee in China naar het ontwerpen van treinen wordt gekeken. Dat doen ze met een enorme frisheid.”

Denkt u dan nooit, wat doe ik nog in Nederland?

“China is natuurlijk een dubbelzinnig land. Er zijn mogelijkheden, maar aan de andere kant zijn er ook veel beperkingen in het politieke systeem. Xi Jinping kan gewoon zeggen: ik wil geen gebouwen meer met een uitgesproken vorm. Voor mij is het wel belangrijk om in China te werken, maar ik hoop daarmee toch een genuanceerd beeld te geven. De wereld van de Chinezen, die VPRO-serie van Ruben Terlou, was voor mij ook een eyeopener. Fantastisch hoe hij met mensen sprak. Zo kon je horen hoe Chinezen denken. Hoe ze ook kritiek hebben en humor. Dat vond ik echt waanzinnig om mee te maken. Gebouwen kunnen een rol daarin hebben. Zoals onze bibliotheek in Tianjin, die mensen aantrekt en dus aanzet om te lezen. Omgekeerd wordt het Depot in China gezien als iets bijzonders en inspirerend. De schaal is daar groter. Maar als de schaal groter is, loert ook het risico dat dingen niet gaan gebeuren.”

Plannen verdwijnen nogal eens in de prullenbak. Is dat niet frustrerend?

“Het is de kunst om aan veel verschillende projecten te werken, zodat het niet erg is dat er hier en daar eentje afbrokkelt.”

U schiet eigenlijk met hagel.

“Ik wel, maar niet elke architect heeft dat. Peter Zumthor maakt één gebouw per vier jaar. Dat is een andere houding. Ik ben van huis uit dol op acceleratie en verscheidenheid.”

Welke gebouwen zijn er echt gelukt?

“Bijna allemaal. Tainan Spring in Taiwan is bijvoorbeeld een openbaar plein als een stadslagune met een vijver. Als je ziet hoe dat gebruikt wordt, dat is echt emotionerend. Er gaan zoveel mensen midden in de stad uit de kleren, dat is heel bijzonder voor een Aziatische cultuur. En het verkoelt de stad, dat raakt echt iets. In Seoul hebben we een arboretum-park aangelegd op een voormalig viaduct van een kilometer lang. Die planten zijn nu zo groot geworden, het is echt een botanische brug.”

En Valley?

“Dat gebouw kun je als het ware beklimmen. Voorbijgangers kunnen vanaf de straat via de buitentrappen naar de vallei op de vijfde verdieping lopen en te midden van al die overstekken en terrassen staan. Ik denk dat dat ook een snaar raakt.”

null Beeld

Winy Maas

17 januari 1959, Schijndel

1965-1971 Paulusschool, Schijndel
1971-1977 Gymnasium Beekvliet, Sint Michielsgestel
1977-1982 Rijks Hogere School voor tuin en landschapsinrichting, Boskoop
1982-1990 TU Delft, architectuur en stedenbouw
1993 Oprichting MVRDV
2000 Nederlandse paviljoen Expo 2000 Hannover
2005 Boek: Km3, Excursions on Capacities
2010 Gastdocent Massachusetts Institute of Technology
2007-heden Hoogleraar TU Delft
2011 Chevalier de la Légion d’honneur
2013 Glazen Boerderij, Schijndel
2014 Markthal Rotterdam
2014-heden Stedenbouwkundige en architect Bastide-Niel, Bordeaux
2015 Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw
2016 Crystal Houses in PC Hooftstraat, Amsterdam
2017-2022 Supervisor voor binnenstad Eindhoven
2021 Depot Boijmans Van Beuningen, Rotterdam
2022 Valley, Amsterdam

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden