PlusReportage

Vader, moeder en 7 kinderen: bij dit gezin is er non-stop reuring in huis

Het gezin Cudogham-Ormskerk aan de ontbijttafel. Beeld Carla Kogelman
Het gezin Cudogham-Ormskerk aan de ontbijttafel.Beeld Carla Kogelman

Vaak krijgen ze te horen: hoe dóén jullie dat toch, met zeven kinderen? Vader en moeder van het gezin Cudogham-Ormskerk hebben het antwoord: flexibel zijn, loslaten. Zeker in tijden van covid en lockdowns. Een ‘heerlijk’ huishouden in woord en beeld.

De 7-jarige Twiggy houdt een glazen pot omhoog met daarin wat groene bladeren. Ze drukt haar ogen nog net niet tegen het glas. “Kun je ze zien?” Ze wijst naar de lichtbruine streepjes met iets wat lijkt op poten. “Ze zijn nog heel klein.” De baby-wandelende takken zijn de laatste gezinsuitbreiding. Oet, Drap, Kap en Lap. Gekregen van een buurmeisje. Leuk, hè? “Papa wilde ze eerst niet.” Natuurlijk niet, roept Iven Cudogham (43), en hij lacht. “Ik heb ook al zeven kinderen!”

Het gezin Cudogham-Ormskerk bestaat uit meer leden dan het Amsterdams gemiddelde van 1,74 kinderen en dat wordt achter de voordeur van de woning van ruim honderd vierkante meter in het ­centrum meteen duidelijk. Loop je langs manden die uitpuilen van (sport)schoenen en met een boog om de winterjassen heen, dan kom je bij de trap die leidt naar een deel van de slaap­kamers en de woonkeuken met uitzicht op het IJ en Noord.

Daar wijst moeder Cynthia Ormskerk (41) naar het schoolboek van Twiggy op de keukentafel; haar leeswerk van vandaag is nog niet af. Haar 14-jarige zoon Kik zit op de bank, die is vandaag vrij. In de door een kast gesplitste slaapkamer maakt dochter Pixie-Lien (10) aan de ene kant een ­taaltoets en volgt Loïs (13) aan de andere kant een online geschiedenisles. In noodvaart komt ook Seven (5) de trap af, en voorzichtig laat de 3-jarige Oos zich zien. Nummer zeven, de 18-jarige Jazz, is er niet. Hij mag, ondanks de lockdown, sinds kort naar school vanwege de eindexamens.

Het was al een huis vol, maar door de lockdown is het nog net iets voller. Iven, ondernemer en kinderboekenschrijver, en Cynthia, eigenaar van een kinderkook­studio, konden elkaar voor corona af­wisselen. Werkte de een, dan was de ander bij de kinderen. Nu is hij de buitenbaas en zij de binnenbaas, een afspraak die staat sinds dag één, zegt Iven. “Of eigenlijk was het dag twee. In het begin dacht ik nog: zo, die thuislessen gaan we eens even goed aanpakken met zijn tweeën. Ik bemoeide me overal mee, maar dat werkte helemaal niet. Ik heb daar het geduld niet voor en dacht: fuck it, we gaan gewoon naar buiten. Cynthia pakte dat veel beter op en zo is het voor iedereen duidelijk.”

Oos en Seven. Beeld Carla Kogelman
Oos en Seven.Beeld Carla Kogelman

In het weekend laten ze het los, maar dit systeem werkt doordeweeks goed, zegt ook Cynthia, die door corona geen workshops kan geven. “In de klas heb je ook niet twee juffen die een staartdeling elk op hun eigen manier uitleggen.”

Als binnenbaas houdt zij de schoolschema’s in de gaten en bepaalt ze wanneer er geluncht en gespeeld wordt. En de buitenbaas? Die lacht. “Ik doe eigenlijk alle leuke dingen: speeltuin, park.” Maar dit moet ook worden gezegd: “Hij springt voortdurend bij. We zijn inmiddels een geoliede machine.”

Koopavond

De twee waren 15 en 17 toen ze elkaar leerden kennen in Zaandam. “In het jaar dat Ajax alles won.” Hij viel haar op toen hij zijn krantenwijk liep; ze besloot hem op te zoeken op het pleintje waar hij voetbalde. Iven: “Donderdag, koopavond, om 21.15 uur. We kletsten wat op een bankje en toen hebben we gekust.”

Cynthia met haar dochters Loïs (l) en Pixie-Lien (r). Aan tafel: Seven (l) en Twiggy. Beeld Carla Kogelman
Cynthia met haar dochters Loïs (l) en Pixie-Lien (r). Aan tafel: Seven (l) en Twiggy.Beeld Carla Kogelman

Cynthia was 22 jaar – ze studeerde nog, net als Iven, toen Jazz werd geboren. Gepland. “Ik kende haar net 24 uur, toen wist ik al dat ze ooit in Amsterdam wilde wonen met zes kinderen,” zegt Iven. “Dat waren er wel veel, maar ik dacht: het zal wel los­lopen.”

Cynthia’s moeder was directeur in een kraamcentrum. “Toen ik klein was, keek ik daar altijd in de kaartenbakken,” zegt ­Cynthia. “De grote gezinnen vond ik heel interessant.” Dat dit was wat zij ook wilde, werd haar toen al duidelijk. “Maar goed, zoiets kun je wel willen, het moet natuurlijk ook lukken en kunnen.”

Oos schuift onder de bank vandaan met een fles in de ene hand en een bal in de andere, terwijl Pixie-Lien wordt teruggestuurd naar haar kamer. “Je hebt toch een toets?” Vanaf de keukentafel klinkt door de computer een voorlezende juf. Naast Seven dreunt Twiggy woordjes op.

“Mensen vragen vaak hoe we het doen,” zegt Cynthia. Zeker nu sommige ouders het moeilijk vinden om alles te combineren. “Flexibel zijn en niet te krampachtig vasthouden. Loslaten werkt soms beter.”

Kik en Twiggy bewonderen hun wandelende takken. Beeld Carla Kogelman
Kik en Twiggy bewonderen hun wandelende takken.Beeld Carla Kogelman

En het helpt dat ze allebei bakken vol energie hebben, zeg Iven. “Ik heb heus weleens gedacht: hoe gaan we dat nou weer fiksen? Als zzp’er vroeg ik me soms af hoe we het over een halfjaar gingen doen, financieel gezien. Op die momenten heb je ook de rust en het vertrouwen nodig dat het goed komt. Ik hou in mijn achterhoofd dat we hoger opgeleid zijn, en als het moet vinden we wel ergens een vaste baan. Daar ligt misschien niet je hart, maar het brengt brood op de plank. Prima.”

Heel erg gestructureerd is het gezin nooit geweest, maar een bepaalde mate daarvan is volgens Cynthia wel noodzakelijk. Iedereen heeft een eigen bak waarin spullen worden bewaard. Sommige dingen hebben een vaste plek, zodat je niet steeds alles hoeft te zoeken. “Goed sorteren haalt de stress weg.” Verder kent de ochtend een strak schema, maar dat volgt iedereen inmiddels vanzelf. “We hebben maar één bad­kamer, dus daar wordt gedoucht en tandengepoetst. Dingen als haren kammen en opmaken gebeurt op de eigen kamer. Gelukkig hebben we wel twee toiletten, dus daar zijn geen wachtrijen.”

Bonte was

Wat logistiek betreft kent de lockdown juist voordelen. Cynthia: “We hoeven ze niet naar school te brengen of naar sportclubjes, en denk eens aan al die broodtrommels die ’s ochtends klaargemaakt moeten worden. Thuis is het nu wel meer werk en de boodschappen gaan er keihard doorheen, maar voor een groot gezin is deze tijd eigenlijk heel overzichtelijk. De was doe ik nu gewoon tussen de ­bedrijven door. Veel bonte was voor de kinderen, gelukkig. Dat scheelt een hoop sorteerwerk.”

Het gezin Cudogham-Ormskerk in 2017. Beeld Carla Kogelman
Het gezin Cudogham-Ormskerk in 2017.Beeld Carla Kogelman

Het grootste verschil met ‘voor corona’ is misschien wel dat iedereen veel meer thuis is. Iven: “Eigenlijk vind ik dat heel leuk. Je bent nooit eenzaam, hier is altijd reuring.” Ja, je moet iets innovatiever zijn, en flexibeler. “Want met kinderen is het als met water, dat kun je niet tegenhouden. Dus moet je erin meegaan.” Ook als hij eigenlijk moet werken. “Ze gebruiken mijn laptop voor school en zij hebben voorrang. Ik check op een ander moment wel in, als iedereen in bed ligt. Dat deed ik hiervoor ook al.” Hij zag de zon afgelopen jaren regelmatig opkomen. “Ik boek ook weleens een hotel, of ik roep overdag gewoon: ‘Ik ben er niet!’ en ga dan stiekem in een van de slaapkamers werken.”

Rond lunchtijd gaat de bel: de broodjes zijn er. Een beetje de lokale ondernemers steunen, zegt Cynthia en Iven. “We bestellen soms wat, dat is makkelijker, sneller. Wij zijn toch al snel een uur verder met het smeren van broodjes, dan moeten de eersten alweer de les in.”

Het is voor iedereen het sein om uit zijn hoekje te komen. De hagelslag en vegetarische smeerworst gaan over en weer; toetsen en middagplanning worden besproken. Niet al het brood haalt de mond. “Bij ons kun je van de grond eten. Er ligt hier genoeg.”

De oudste zoon van het gezin, Jazz. Beeld Carla Kogelman
De oudste zoon van het gezin, Jazz.Beeld Carla Kogelman

Maar geen vlees, ook al is niet iedereen vege­tariër. Dat komt dit huis niet in, zegt ­Cynthia. “Ik hou globaal rekening met wat iedereen lust en lekker vindt, anders is er geen beginnen aan.” Gelukkig zijn het allemaal makkelijke eters. “Bijna alles komt langs en dan is het soms maar kijken wat er opgaat.”

Kruip-door-sluip-door

Iven haalt een bezem onder de tafel vandaan. Pixie-Lien en Loïs verdwijnen weer in hun nu nog gedeelde slaapkamer voor de laatste loodjes van school. Het volgende coronaproject, noemt Cynthia die kamer. Om de oudere kinderen meer privacy te geven, zijn in sommige ruimtes al schuifdeuren en muurtjes geplaatst, waardoor het een kruip-door-sluip-door van kamertjes en bedsteeën is. De kamer van de meisjes is binnenkort aan de beurt, maar echt rustig is het in huis niet vaak, zegt Cynthia. “Loïs moest laatst voor school een yogales doen en dat filmen. Die kleintjes willen dan ook meedoen en de hele klas ziet dat. Ach, als ze er later op terugkijken, moeten ze er vast om lachen.”

Vlak voor de herfstvakantie kreeg de hele club corona. “Pittige dagen, de een na de ander werd ziek,” zegt Cynthia, en dat betekende twintig dagen binnen zitten op een bovenverdieping zonder tuin met al die verschillende karakters. “Je zag toen bijvoorbeeld duidelijk dat Loïs heel zorgzaam is, die heeft veel geholpen met dingen zoals koken.”

Pixie-Lien in haar door een kast gesplitste slaapkamer. Beeld Carla Kogelman
Pixie-Lien in haar door een kast gesplitste slaapkamer.Beeld Carla Kogelman

En zo zijn ze allemaal heel verschillend. De gemene deler? “Nou, we hebben niet zeven lezers,” zegt ze, terwijl een kaartspel op de bank is veranderd in stoeien en Iven een telefoongesprek probeert te voeren met Oos in zijn nek.

“Ik denk echt wel af en toe: aargh! En ik kan gek worden van het geluid,” zegt Iven. “Ook zonder die lockdown. Iedereen praat door elkaar, dan komt er weer iemand pingelend op een gitaar binnen. En dan hoor ik mezelf ook nog graag praten.” Het is een kwestie van relativeren. “Ik ben blij als iedereen ’s avonds weer thuis is, dat neem ik niet voor lief. Het klinkt zoet­sappig, maar staan we met z’n allen weer gezond op, dan is het een goede dag.”

Wel zou hij best groter willen wonen, ook als dat buiten Amsterdam is. “Maar wat moet ik daar ’s avonds als iedereen in bed ligt?” zegt Cynthia. “Nee, ik hou van deze stad en vind die prikkels heerlijk.

Het geeft me het gevoel dat ik meer ben dan alleen moeder.” Dus blijft het gezin voorlopig hier.

Theater

“Het begrip ‘tijd voor jezelf’ is voor iedereen anders,” zegt Cynthia. “Ik kan dat gevoel uit kleine dingen halen. Als iedereen aan het spelen is en ik een kopje koffie kan drinken, dan geniet ik.” Voor Iven is dat anders. “Wat zij met dat koffietje heeft, heb ik niet. Ik denk meer in hokjes: tijd voor de kinderen, tijd voor werk, tijd voor mij. Ik moet het hebben van langsgaan bij een vriend, wijn drinken, beetje kletsen.”

Van links af: Oos, Iven, Loïs, Cynthia en Pixie-Lien. Beeld Carla Kogelman
Van links af: Oos, Iven, Loïs, Cynthia en Pixie-Lien.Beeld Carla Kogelman

Toen dat nog kon, gingen ze ook ­geregeld samen ergens wat eten of naar het theater. Dan pasten de oudere kinderen op, of de kleintjes sliepen bij opa. Die een-op-eentijd bouwen ze ook in voor elk kind. “We denken veel na over de ­aandacht die we geven en nemen ze dus apart mee naar het museum, of ik ga met alleen de meiden een dagje winkelen.”

Ook als ze ergens met z’n allen binnenkomen, is er aan aandacht geen gebrek. In het buitenland zijn ze een attractie. Iven: “In Italië dachten ze dat ik een bekende voetballer was. Dat moest toch wel, als je genoeg geld hebt om zoveel kinderen te onderhouden. En toen waren het er pas zes. Maar ook hier zie je mensen de koppen tellen.”

Ze zijn het gewend, zegt Cynthia. “Ik vind het ook niet gek. In de Biblebelt kennen ze dit misschien, in Amsterdam zie je het niet veel.” Zelden zijn mensen bang ernaar te vragen. Gaan er zeven kinderen tegelijk in de bakfiets? “Nee, de oudsten fietsen zelf.”

Seven, aan tafel met moeder Cynthia, heeft lol achter de laptop.  Beeld Carla Kogelman
Seven, aan tafel met moeder Cynthia, heeft lol achter de laptop.Beeld Carla Kogelman

Ook gehoord: hebben jullie genoeg bedden? “Serieus?” En aan Iven: of ze allemaal van één vrouw zijn. “Ik besprak het eens met een witte vriend – we hadden toen allebei vier kinderen – maar hij had die vraag nog nooit gehad. Ik denk niet dat zo’n vragensteller, wit en zwart trouwens, slechte bedoelingen heeft, maar ik vind het toch een heftige en persoonlijke vraag.”

Andere vraag: is het tegenwoordig wel verantwoord zoveel kinderen te hebben, gelet op het milieu en de overbevolking? Eigenlijk worden ze daar nooit op aangesproken. Cynthia: “De meeste mensen die we kennen weten wel dat we heel bewust leven. We hebben geen auto, doen alles met de fiets, vliegen zo min mogelijk en eten geen vlees.”

Soms willen mensen weten of het met religie te maken heeft. “Ook niet,” zegt Cynthia. “Ik vind het gewoon heerlijk. Zwanger zijn vind ik niet erg, gebroken nachten ook niet en ik vind opvoeden leuk. Dat proces, van baby tot volwassen persoon, is het leukste wat er is. Ik zou er best nog een willen.”

Even blijft het stil, maar dan bedankt Iven toch. “Zeven is een geluksgetal, het is goed zo.”

Bovendien hebben ze net vier pasgeborenen in huis. De net vrijgelaten Oet, Drap, Kap of Lap dreigt zoek te raken tussen alle kinderhanden.

Carla Kogelman

Fotograaf Carla Kogelman (59) begon ruim tien jaar geleden met het volgen van het gezin Cudogham-Ormskerk. Haar neefje zat in de klas met de oudste zoon Jazz. Ze bracht dagen met het gezin door, thuis, maar ook tijdens ballet- en judolessen en een vakantie in Friesland, om zo de dynamiek van het steeds groeiende gezin vast te leggen op beeld. Ze volgt ook andere ­gezinnen. “Kinderen volgen terwijl ze opgroeien doe ik het liefst. De groeps­dynamiek en de verhoudingen onderling zijn zo interessant en binnen elk gezin anders. Het zijn die wildere en gestolen momenten uit het dagelijkse leven waar ik het voor doe.”

Loïs, in haar kamer aan de andere kant van de scheidingswand. Beeld Carla Kogelman
Loïs, in haar kamer aan de andere kant van de scheidingswand.Beeld Carla Kogelman
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden