PlusInterview

Unseen-directeur Van der Lee: ‘De fotobeurs staat weer centraal’

Na een periode van festivalisering en een faillissement, keert Unseen bij de doorstart terug naar de essentie: de fotografiebeurs. De directeur, Roderick van der Lee (42), is een oude bekende. ‘We doen nu minder, met meer focus.’

Roderick van der Lee: ‘De jonge generatie fotografen gaat verder in het nadenken over wat fotografie is en kan zijn.’ Beeld Robin Alysha Clemens
Roderick van der Lee: ‘De jonge generatie fotografen gaat verder in het nadenken over wat fotografie is en kan zijn.’Beeld Robin Alysha Clemens

Het mag gerust de kunstbeurscomeback van het decen­nium worden genoemd Na het faillissement vorig jaar ­januari leek het gedaan met Unseen. De organisatie van Art Rotterdam nam vervolgens de boedel over, maar toen strooide corona roet in het eten, waardoor er afgelopen september toch geen fotobeurs kon worden gehouden in de Gashouder op het Westergasterrein. Nu is er dan toch een doorstart, met een oude bekende aan het roer: Roderick van der Lee, een van de oorspronkelijke oprichters.

Van der Lee was tot vorig jaar directeur van Photo London. Hij pendelde wekelijks tussen de Britse hoofdstad en Amsterdam, waar zijn vrouw en twee dochters wonen. Dat viel zwaar. Brexit en de aanzwellende coronapandemie gaven het laatste zetje; hij pakte een van de laatste vluchten voor de lockdown terug naar huis. Toen het telefoontje kwam met de vraag of hij Unseen weer op de rails wilde zetten, had hij zijn handen vrij. “Een ongelukkige, gelukkige samenloop van omstandigheden,” noemt de nieuwe, oude directeur het.

Ruimte voor experimenten

Onder Van der Lee’s leiding keert Unseen terug naar de kern waar het in 2012 allemaal om begonnen was: de beurs. Het is niet meer de ‘photo fair with a festival flair’, zoals Unseen zich jarenlang afficheerde. “Dat concept is verzonnen in een tijd dat beurzen een beetje verstild ­waren,” brengt Van der Lee in herinnering. “Paris Photo was nog steeds prachtig, maar ook statig en statisch. Wij wilden er energie in brengen. Maar die slogan is een eigen leven gaan leiden en het festival werd steeds groter, met twee keer per jaar een magazine, een online platform en een ­stevige randprogrammering. Nu doen we minder maar met meer focus, en de beurs in het middelpunt.”

De hernieuwde nadruk op verkoopbaarheid gaat volgens Van der Lee niet ten koste van de experimenteerdrift waar Unseen om bekend staat. “De zoektocht naar de grenzen van de fotografie en de vraag of die grenzen überhaupt bestaan, zijn traditioneel onderdeel van Unseen. Voorheen was innovatief werk – doorgaans niet het meest commerciële – te zien in de stands van deelnemers die daar echt een risico mee namen. Nu hebben we een aparte sectie in het leven geroepen waar het experiment wordt samengebald: Unbound.”

Dozen, zoutkristallen en modder

De 700 vierkante meter grote tentoonstelling in het Transformatorhuis knipoogt met zijn titel naar de Unlimited-sectie van Art Basel, de non-profit afdeling van ’s werelds grootste kunstbeurs. “Alle deelnemers konden een voorstel indienen. Marcel Feil, die achttien jaar artistiek ­directeur was van Foam, heeft de selectie gemaakt. Het gaat om veertien grote installaties die duidelijk maken dat fotografie verder gaat dan een rechthoekige afbeelding op papier. Thomas Albdorf, bijvoorbeeld, begon ooit met het fotograferen van sculpturen die hij maakte van kartonnen dozen. Nu heeft hij dat proces omgedraaid en maakt hij sculpturen waar hij foto’s van dozen opplakt.”

“De jonge generatie fotografen is heel reflexief bezig met het vak,” stelt Van der Lee. “In een tijd dat iedereen foto’s kan maken, en goede ook, gaan zij verder in het nadenken over wat fotografie is en kan zijn. Die vormnieuwsgierigheid is vergelijkbaar met de modernistische formele schilderkunst uit de jaren zeventig. Er wordt vaak teruggegrepen op oude technieken, zoals de cyanotypes die in de eerste helft van de negentiende eeuw zijn uitgevonden. Of er wordt iets heel nieuws uitgeprobeerd.”

“Zo gebruikt Ilanit Illouz zoutkristallen uit de Dode Zee om afdrukken te fixeren van de vallei die ze daar fotografeerde: het landschap is onderwerp en materiaal tegelijk. Lucas Leffler gaat nog verder. Hij schepte modder uit de beek achter een oude Agfafabriek, waarin jarenlang zilverbromide was gedumpt waarmee negatieven werden ontwikkeld. Die modder zet hij in om eigen foto’s te ontwikkelen, een proces waar geen printer aan te pas komt.”

Hedendaagse fotografen zijn niet alleen bezig met het ‘hoe’, maar ook met het meer geëngageerde ‘waartoe’, dat kunstenbreed een impuls heeft gekregen met Black Lives Matter, MeToo en het dekolonisatiedebat. “Maar minder op de j’accuse-manier, zoals je in de schilderkunst ziet,” volgens Van der Lee. “Het gaat meer om het verbeelden van de eigen achtergrond en cultuur. In het werk van ­Lisandro Suriel klinken bijvoorbeeld zijn Caraïbische roots door, een soort autobiografische magie die ongelooflijk intiem is. Inhoudelijk gaat hedendaagse fotografie meer over verbinding dan activisme.”

Hernieuwd historisch bewustzijn

Die verbinding geldt ook voor de geschiedenis van het ­medium fotografie zelf, dat inmiddels bijna twee eeuwen oud is. “Tot niet zo lang geleden werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen documentaire, straat-, mode- en kunstfotografie. Tegenwoordig heet het allemaal hedendaagse kunst, die toevallig de vorm aanneemt van fotografie. Daarmee is een groot gat ontstaan met de klassieke beeldbepalers van de twintigste eeuw, zoals Ansel Adams, Richard Avedon en Helmut Newton. Maar de makers van nu hebben een hernieuwde interesse voor het werk van hun voorgangers. De oorsprong van dat werk is daarbij minder relevant. Als een beeld goed is en iets zegt over de tijdgeest, maakt het niet uit of het gemaakt is voor een tijdschrift of een galerietentoonstelling.”

Het hernieuwde historisch bewustzijn vindt op Unseen een plekje in de sectie Past Present, waar vintage fotografie weerwoord krijgt van hedendaagse makers. Michael Somoroff reageert op het wereldberoemde project Menschen des 20. Jahrhunderts van August Sander (1876-1964), dat op de beurs wordt gepresenteerd door de galerie van Sanders kleinzoon Julian. Met Photoshop verwijderde hij de personen uit de archetypische jaren dertig, portretten van handwerkers, boeren en vrouwen. “Er blijft verrassend veel herkenbaars over,” vindt Van der Lee. “Wat je weer doet afvragen hoeveel materiaal je nodig hebt om een portret te maken.”

Met dit soort onderdelen hoopt Unseen ook in ingedikte vorm relevant en onderscheidend te blijven in het veld van fotografiebeurzen, dat de laatste tien jaar behoorlijk uitdijde. “Paris Photo blijft ­wereldwijd het hoogste podium voor oude en ­hedendaagse fotografie,” erkent Van der Lee. “Er is in ­diverse steden geprobeerd een lokale variant op te zetten, maar in Sjanghai en San Francisco waren die beurzen een kort leven beschoren. Unseen is bewust geen nationale kopie van Paris Photo maar een aanvulling.”

“Dat dat lukt, komt door de goede voedingsbodem voor fotografie in Nederland. Ons land telt maar liefst vijf fotomusea, en beursdeelnemers merken dat onze bezoekers goed zijn ingevoerd. Dat maakt het voor ons mogelijk te kiezen voor een iets afwijkend aanbod, zoals de Erika ­Deák Gallery uit Boedapest, waar nu veel interessante dingen gebeuren. Dat soort couleur locale van hoog niveau is veel interessanter dan weer een New Yorkse galerie die werk van de bekende namen brengt.”

Groter dan ooit

Met 65 deelnemers, waarvan de helft uit het buitenland, is de negende editie van Unseen groter dan ooit. Het aanbod bestaat uit fotografie van nieuw talent en niet eerder vertoond werk van gevestigde namen. “Er zijn al foto’s te koop voor minder dan 1000 euro, en 20.000 euro is zo’n beetje de bovengrens,” zegt directeur Roderick van der Lee. “Die schappelijke prijzen zitten een beetje versleuteld in het concept.”

Het aantal bezoekers komt dit jaar niet boven de 12.000 uit, de helft minder dan gewoonlijk. Dat heeft te maken met de timeslots die horen bij de nog steeds geldende coronamaatregelen, waar ook de CoronaCheck­app onder valt die bezoekers moeten tonen bij binnenkomst. Om zich te kwalificeren als doorstroomlocatie, moest Unseen het horecaplein naar buiten verplaatsen. De fotoboekenbeurs en de Unboundsectie vinden plaats op een aparte locatie.

Ondanks de beperkingen kunnen de meeste deelnemers niet wachten tot de opening. “Voor corona werd geklaagd dat er te veel beurzen waren en maakten galeriehouders scherpe keuzes. Maar de stemming nu is euforisch. Er zijn galeries die in september een hattrick doen: eerst Photo London, dan Unseen en daarna afsluiten met Photo Basel.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden