PlusPortretten

Twintig jaar huwelijksgelijkheid: zij trouwden al in de allereerste nacht

Op 1 april 2001 werd het burgerlijk huwelijk ook mogelijk voor partners van gelijk geslacht. Deze paren waren de eersten in Amsterdam: ze werden om middernacht getrouwd door burgemeester Job Cohen.

‘We vallen er niet meer zo buiten als eerst, alleen maar omdat we homo of lesbo zijn’

Dolf Pasker (61) en Gert Kasteel (59), Weesp.

Gert Kasteel (L) en Dolf Pasker. Beeld Ivo van der Bent
Gert Kasteel (L) en Dolf Pasker.Beeld Ivo van der Bent

“Ja, omdat jij overal aanzit. O nee, wacht, nu gaat het wel goed.” Het ­gebakkelei van Gert Kasteel en Dolf Pasker is er eerder dan de beeld­verbinding via Zoom. Pasker is nogal adigitaal vindt Kasteel, Pasker erkent dat overigens ruiterlijk. En Pasker voegt eraan toe dat ze een kibbelend stel zijn. Maar een stel zijn ze, twintig jaar later nog steeds.

Inmiddels hebben ze Schellingwoude verruild voor Weesp, na een kleine tussenstop in Epe, waar ze het na een paar jaar alweer voor gezien hielden. Nog even de voltooiing van de gemeentelijke herindeling afwachten en dan zijn ze weer Amsterdammers.

De twee hebben niks te mopperen maar doen dat niettemin toch graag, zeggen ze. Corona mag nou wel eens een keer voorbij zijn, zodat ze weer eens lekker een dag kunnen troetelen in een luxe sauna in Zuid-Limburg. Afgelopen jaar hebben ze zich gestort op het aanleggen van hun tuin: kippenkok timmeren, kipjes houden, vijver graven – het leverde Kasteel bijna een tennisarm op, maar ze hebben wel mooi alles zelf gedaan in een wijkje waar de hoveniers af en aan ­rijden.

Achteraf heeft het huwelijk dat ze twintig jaar geleden aangingen meer betekenis gekregen, zegt Pasker. Ze waren in die tijd al ‘partnerschaps­geregistreerd’, de meeste ­zaken waren daarmee juridisch afgedekt en het huwelijk was in dat opzicht een vervolmakende stap.

Dat ze langs een haag van cameraploegen het stadhuis in zouden wandelen toen ze daar om middernacht elkaar het jawoord gaven, hadden ze niet verwacht. De BBC was warm en hartelijk, de Italiaanse omroep keek er al wat moeilijker bij, bij de Poolse cameraploeg droop de afstandelijkheid er vanaf, vertelt Pasker. Dat hij dit jaar aan een Braziliaanse tv-zender mag vertellen dat ze twintig jaar ­later nog steeds gelukkig zijn met elkaar, is van niet geringe betekenis, beseft hij.

Pasker vertelt dat hun vaders het ­prima vonden dat hun zoon homo is. Maar allebei de vaders waarschuwden dat het niet makkelijk zou worden voor hen. De vader van Kasteel, ­opgegroeid in een tijd dat je ontslagen kon worden op grond van je geaardheid, had zelfs geld apart gelegd. Want je kon niet weten. Het raakt Pasker. “Waarschijnlijk omdat ik besef dat het goed is gekomen. We vallen er niet meer zo buiten als eerst, alleen maar omdat we homo of lesbo zijn.”

Twintig jaar samen is een beetje een non-jubileum, wat Kasteel betreft. Over vijf jaar mag de krant zich gerust nogmaals melden. Kasteel: “Als wij oud mogen worden, worden we samen oud.”

‘Ons huwelijk was niet maar een feestje en nu is het klaar. Er gaat nog steeds ontzettend veel mis’

Hélène Faasen (54) en Anne-Marie Thus (51), Maastricht.

Hélène Faasen (L) en Anne-Marie Thus. Beeld Ivo van der Bent
Hélène Faasen (L) en Anne-Marie Thus.Beeld Ivo van der Bent

Laatst ving Hélène Faasen een gesprekje op van leerlingen op de school waar ze actief is, het ging over haar. Ze bespraken dat Faasen een van de eerste vrouwen ter wereld is die trouwde met een andere vrouw: “Dat kon vroeger nog niet.”

Sterker nog: samen met haar partner Anne-Marie Thus was zij het ­allereerste lesbische koppel ter wereld dat officieel in het huwelijk trad. Die nadruk is hier niet van belang, wat Faasen ontroerde was ervaren dat er nu een generatie is voor wie het vanzelfsprekend is dat gay koppels met elkaar kunnen trouwen. De periode ervoor ­leren ze kennen uit de ­geschiedenisboeken.

De eigen kinderen zijn inmiddels 20 en 19 en het koppel (ze leerden elkaar kennen op 5 december 1998, een opzetje van wederzijdse vriendinnen) is van Amsterdam naar Maastricht verhuisd, waar je zo met de hond in de natuur bent.

Een huwelijk staat voor meer dan alleen maar een trouwboekje en ringen, het is niet zo dat het huwelijk zelf je ­gelukkiger maakt, zegt Faasen. Je hebt met elkaar afgesproken dat je dat stapje extra zet voor elkaar, ook als het een keer wat ingewikkelder wordt: “Niet dat het allemaal zo dramatisch was. Maar we hebben wel twee kinderen die de puberteit doormaakten, en iedereen vindt wel eens ­iemand even niet zo leuk, of er wordt wel eens een afwasmachine niet op tijd uitgeruimd.”

Ook de buitenwereld neemt hun relatie serieuzer, constateren de vrouwen. Nog een verschil met twintig jaar ­geleden: de reactie ‘o ja, twee vrouwen, dat kan tegenwoordig ­natuurlijk ook’ horen ze nog maar sporadisch.

Dat er inmiddels in nog 29 landen getrouwd kan worden, had Faasen destijds niet verwacht. Thus vindt dat het ‘beter had gekund’, en constateert dat er zorgwekkende ontwikkelingen gaande zijn waar ze twintig jaar geleden evenmin op hadden gerekend. Zoals lhbtq-vrije zones in ­Polen en Hongarije, landen die deel uitmaken van de EU.

De aandacht die er vandaag weer is voor hun ‘ja-ik-wil’ van destijds, gebruiken ze dan ook graag om aan te geven dat het veel te vroeg is om achterover te leunen en onszelf te feliciteren met hoe progressief we zijn. In Nederland laat onder meer een goede meerouderschapsregeling nog steeds op zich wachten, stippen de vrouwen aan.

Faasen: “Ik weet nog heel goed dat op de dag dat wij trouwden in Egypte een groep homomannen werd ge­arresteerd omdat ze samen feest ­vierden op een boot. Het heeft iets ­cynisch dat ons twintig jaar later ­gevraagd wordt hoe het met ons is, terwijl waarschijnlijk helemaal niemand zich afvraagt hoe het nu met die mannen is. Ons huwelijk was niet maar een feestje en nu is het klaar. Nee, er gaat nog steeds vreselijk veel mis.”

Een vriend wist in 1965 wie Rogmans zou kunnen opvrolijken. Jansen: ‘Dat doe ik nu nog steeds’

Ton Jansen (92) en Louis Rogmans (83), Amsterdam.

Louis Rogmans (L) en Ton Jansen. Beeld Ivo van der Bent
Louis Rogmans (L) en Ton Jansen.Beeld Ivo van der Bent

Ze dachten hetzelfde toen Ton Jansen eind maart vorig jaar met corona een ambulance in werd geholpen: we zien elkaar niet meer terug. Maar vier dagen later was Jansen ­alweer thuis. Flink wat klachten nog, dat wel.

Zo fit als hij eerst was, is hij een jaar later nog steeds niet. Zeker in het begin was het zwaar. Louis Rogmans moest hem uit bed trekken, zelfstandig opstaan lukte niet. In de bad­kamer tanden poetsen en scheren, zittend op een kruk. Hulp met sokken aantrekken en veters strikken. Jansen is normaal gesproken degene die kookt – na 56 jaar samen is de onderlinge rolverdeling wel duidelijk. Ze weten geen van beiden meer wat ze in die eerste periode hebben gegeten en waar dat vandaan kwam, wel nog dat Rogmans regelmatig met een maaltijd bij Jansen aan bed kwam. “Onwezenlijk,” is het woord waarmee Rogmans die weken omschrijft.

Inmiddels zit Jansen lekker onderuit met wat kussens op de bank volop verhalen te vertellen over vroeger. Over dat café bijvoorbeeld waar ze graag kwamen maar waarvan de naam zich even niet wil aandienen. ­Boven de deur stond een beeld van een witte uil. Als er een hetero binnenkwam, ging er een lampje branden in de uil en dan wist iedereen dat hij een beetje op zijn tellen moest passen. “Homoseksualiteit was nog strafbaar in die tijd,” zegt Rogmans.

Op 6 november 1965 leerden ze elkaar kennen, in het COC. De moeder van Rogmans was net overleden; ­goede vriend Mans vond dat hij niet thuis moest blijven zitten kniezen. Mans wist precies wie Rogmans zou kunnen opvrolijken. En dat was Jansen. “Eigenlijk vrolijk ik hem nu nog steeds op,” grinnikt Jansen.

Ouder worden, ze vinden er allebei geen klap aan. Samen zijn ze 175, ­rekent Jansen met enig gevoel voor dramatiek voor. Zoveel vrienden zijn al overleden. Vroeger als een van beiden jarig was, stond het hele huis mutje vol, bier was niet aan te slepen. Door corona kunnen ze niet eens meer het huis uit om een keer uit eten te gaan, wat mensen bekijken om zich heen. Dat missen ze enorm.

Rogmans: “Je bent jong, tot je op een dag in de spiegel kijkt en ziet: nu is het zover, nu ben ik een ouwe zak. Ik kan niet eens meer doen alsof ik jong ben. Heel plotseling gebeurt dat.” Jansen vindt dat je sowieso niet te vaak in de spiegel moet kijken. En tegen Rogmans: “Je bent best wel een mooierd. Je hebt best een mooi koppie nog. Trouwens, als je ­gezond bent, dan ben je al mooi.”

De dood en hoe het moet als Jansen er niet meer zou zijn, het is wel iets waar Rogmans veel over nadenkt, al is het niet vanzelfsprekend dat Jansen als eerste zal gaan. Maar als dat wel gebeurt, wil Rogmans het liefst meteen met hem mee. “Springen we samen van het Hilton,” stelt Jansen voor. Maar dat durft Rogmans dan weer niet.

Op 1 april 2001 geven Dolf Pasker (links) en Gert Kasteel elkaar een zoen nadat zij in het huwelijk zijn getreden. Hélène Faasen en Anne-Marie Thus staan klaar om elkaar het ja-woord te geven. Beeld ANP
Op 1 april 2001 geven Dolf Pasker (links) en Gert Kasteel elkaar een zoen nadat zij in het huwelijk zijn getreden. Hélène Faasen en Anne-Marie Thus staan klaar om elkaar het ja-woord te geven.Beeld ANP

20.000 keer ja­

Klokslag middernacht op 1 april 2001 voltrok Job Cohen, destijds burgemeester van Amsterdam, de eerste vier huwelijken tussen geliefden van gelijk geslacht in de Boekmanzaal van het stadhuis: een wereldprimeur. Van een van de vier stellen overleed een van de partners kort voordat ze tien jaar getrouwd zouden zijn. De andere drie koppels zijn nog steeds samen.

Volgens het CBS gaven sindsdien twintigduizend koppels van gelijk­ ­geslacht elkaar het jawoord. Koploper is Amsterdam, waar het bij 45 van de 1000 huwelijken om stellen van gelijk geslacht gaat. Landelijk is dat 17 op de 1000.

Het Nederlandse voorbeeld is inmiddels gevolgd door 28 landen, waaronder Zuid-Afrika (2006), Verenigde Staten (2015), Taiwan (2019) en veel Latijns-Amerikaanse staten. Meest recent stelde Costa Rica het huwelijk open voor paren van gelijk geslacht (mei 2020).

De term ‘homohuwelijk’, die veel wordt gehoord, is eigenlijk incorrect. Hij suggereert dat er een apart huwelijk bestaat voor gay koppels, dat is niet het geval. De term biedt bovendien geen ruimte voor biseksuele personen, die nog steeds bi zijn, ook als ze een huwelijk aangaan met iemand van het eigen geslacht. En er zijn non-binaire personen van wie hun paspoort wellicht aangeeft dat het gaat om een huwelijk tussen twee personen van hetzelfde geslacht, maar die zichzelf niet met het ene of het ­andere geslacht identificeren.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden