PlusAchtergrond

Twee keer per week Ajax thuis op de buis: als bezoek van een trouwe vriend

null Beeld Ted Struwer
Beeld Ted Struwer

Het door corona aanvankelijk kleurloze – want publiekloze – voetbalseizoen, ontwikkelde zich tot één van de memorabelste aller tijden, ondervond schrijver en Ajaxfan Menno Pot.

Ajax-Heerenveen op zondag 18 oktober 2020, dat moest hem ­worden: mijn eerste Ajaxwedstrijd in het stadion sinds Ajax-AZ (0-2) op 1 maart, de laatste thuiswedstrijd voordat het voetbalseizoen 2019-2020 abrupt werd beëindigd door corona.

Het virus leek in de nazomer bijna verdwenen. Het voetbalseizoen mocht beginnen (iets later dan normaal, halverwege september) en publiek was beperkt welkom in de stadions, zolang de coronaregels konden worden nageleefd.

Dat betekende voor Ajax: ongeveer 12.000 mensen per thuisduel. Elke seizoenkaarthouder kreeg één van de eerste vier thuiswed­strijden toegewezen. Ik ‘kreeg’ Ajax-Vitesse op 26 september, de verjaardag van mijn vriendin. Ik ruilde met een wildvreemde, want dat mocht van Ajax: hij Vitesse, ik Heerenveen.

Die transactie pakte voor hem gelukkiger uit dan voor mij. Twee dagen na Ajax-Vitesse (hij appte nog een fotootje) besloot de regering dat de voetbaltribunes toch weer dicht moesten, in eerste ­instantie voor drie weken. Geen Ajax-Heerenveen dus. Het bleek pas het begin.

Het laatste seizoen waarin ik geen enkele Ajaxwedstrijd bijwoonde was 1982-1983. Toen was ik zeven, acht jaar en sowieso nog nooit bij Ajax geweest. Na mijn eerste wedstrijd in september 1983 verstreek nooit meer een seizoen waarin ik Ajax geen enkele keer in ­levenden lijve zag voetballen.

Nu doemde een voetbalseizoen zonder stadionbezoek op, al hield de KNVB de moed er nog in: de onderlinge topwedstrijden tussen Ajax, PSV, AZ en Feyenoord stonden pas ná de winterstop gepland, want dan zou publiek vast weer welkom zijn. Ik moest het nog zien. In de appgroep spraken mijn vrienden en ik direct al de vrees uit dat we op 1 maart 2021 konden stilstaan bij een vol jaar zonder Ajax­wedstrijd.

Straf ritme

Het werd inderdaad een seizoen zonder verwachtingsvolle fietstochtjes en metroritten naar de Johan Cruijff Arena. Zonder het ­geouwehoer (of juist de vertrouwde zwijgzame aanwezigheid) van mijn vrienden, naast me op Noord B. Zonder biertje in de zondagse ochtendzon bij café ’t Loosje. Zonder gonzende drommen supporters op de Arenaboulevard.

Seizoen 2020-2021 werd een televisieseizoen. Ik werd er aanvankelijk chagrijnig van, vooral toen op 1 oktober Liverpool uit de kom kwam als tegenstander in de groepsfase van de Champions League. Ajax-Liverpool, mythisch affiche, voor het eerst sinds 1966. In een lege Arena. Ajax naar Anfield. Zonder fans. Dood in de pot.

Knorrig liet ik aan iedereen die het wilde horen weten dat dit seizoen me koud ging laten. Leuk dat er voetbal was, het was beter dan niks, maar daar was ook alles mee gezegd. Ik zou kijken, natuurlijk, maar het zou me weinig tot niets doen, dat wist ik zeker. Na de hondsberoerde start van het publiekloze tijdperk (1-0 verlies in ­Groningen) wist ik het nog zekerder.

Het werd, tot mijn verbazing, tóch een memorabel en bijzonder seizoen, ten dele (maar niet uitsluitend) omdat Ajax er zo’n goed ­seizoen van maakte. De ploeg raakte snel op stoom, begon aan een zegetocht in de eredivisie, boekte een bizarre overwinning van 0-13 in Venlo en was na vier groepsduels aardig op weg naar overwintering in de Champions League.

Zonder topwedstrijden tegen de titelconcurrenten was de eerste helft van de eredivisiecampagne soms wat al te simpel. Toch werd het me ook dierbaar, dat straffe ritme van tweemaal per week Ajax op tv, in een tijd waarin verder haast niets mocht: geen kroeg, geen restaurant, geen boeken- of platenwinkel, geen reis, geen concert.

Ik kon niet naar Ajax, dus kwam Ajax naar mij, zo ging het al snel voelen: Ajax was een vriend, die ik wegens corona weliswaar niet kon omhelzen, maar die wel trouw bij me op bezoek kwam. Tweemaal per week: biertje op woensdagavond, koffie op zondag, via het signaal van de hoofdsponsor. Begin november moest ik voor het eerst aan mezelf opbiechten dat het in al zijn huiselijkheid wel zijn charme had.

Euforie

Het werd nog mooier, nadat december (zoals zo vaak bij Ajax) een dosis chagrijn had gebracht: uitschakeling in de Champions League door verlies tegen Atalanta (0-1) en kostbaar eredivisiegeknoei ­tegen FC Twente (1-2) en Willem II (1-1). In de appgroep maakten we ons met escalerend pessimisme klaar voor de hervatting in 2021, te beginnen met de thuiswedstrijd tegen PSV.

Vanaf januari zouden de krakers elkaar in hoog tempo opvolgen in een voetbalkwartaal als een snelkookpan. Een vormcrisis, zoals Ajax die in de eerste maanden van 2019 en 2020 had, kon het hele seizoen in enkele weken de nek omdraaien.

De nieuwjaarsdip bleef uit. Ajax stond op en rechtte de rug. Het ­ongekend intense wedstrijdprogramma vol competitiekrakers, ­bekertoppers (wéér AZ, wéér PSV) en Europa Leagueduels tegen ­Lille en Young Boys, kreeg de trekken van een achtbaanrit in mijn ­eigen huiskamer. Tijd om op adem te komen was er nauwelijks, want daar diende de volgende kraker zich alweer aan.

Ajax bleef ongeslagen in januari, daarna ook in februari en maart. Terwijl een historisch goed Ajaxkwartaal zich ontvouwde, realiseerde ik me bij het aanbreken van ‘oogstmaand’ april dat de club me door de donkerste lockdownmaanden van de tweede coronagolf heen had gesleept, bij gebrek aan ander vertier. Euforie in plaats van somberte, dankzij Ajax. De club bood houvast.

Voor het eerst was daar ook de gedachte dat het misschien juist zo memorabel was omdát ik het alleen via de tv kon volgen, meestal met zoontje Niek (8) naast me en verse koffie binnen hand­bereik. Ik volgde Ajax, terwijl buiten de bomen langzaam groener werden.

Natúúrlijk ga ik weer naar het stadion, zodra het mag. Ik zal er ­intens van genieten. Ik heb er bewust voor gekozen om op 25 april ­tegen AZ níet te horen tot de 7500 toeschouwers, het eerste Arenapubliek sinds 26 september. Geen zin in proefevenementen. Ik voltooi dit unieke sabbatical season in stijl. Thuis.

Ik had niet vermoed dit ooit te zullen schrijven: het was een memorabel tv-seizoen. Het was knus. Het was spannend. Het had iets. Voor één keertje dan.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden