PlusPortretten

Twee Amsterdamse familiebedrijven: ‘Deze zaak betekende alles voor papa’

Ze zeggen: houd privé en werk gescheiden. Toen interieurwinkel La Bella en Surinaams eethuis Spang Makandra werden getroffen door een persoonlijk drama, bleek het familiebedrijf juist hun redding.

Glenn Moestadja (58) met zijn zonen Gian (links, 33) en Budi (rechts, 27). Beeld Jorgen Caris

Spang Makandra

Glenn Moestadja (58) met zijn zonen Gian-Carlo (links op de foto, 33) en Budi (rechts, 27)

“Een vriend nam me mee naar een feestje bij haar thuis. Het was haar verjaardag. Ik ging ’s avonds nog naar een ­ander feestje, maar belandde om vijf uur in de ochtend weer bij haar thuis. Ze vroeg of ik trek had in saoto soep. Toen dacht ik: een vrouw die om vijf uur ’s ochtends saoto voor me wil maken? Ik kon geen nee zeggen.”

Zo ontmoette Glenn Moestadja in 1990 zijn vrouw Toekini. Vijftien jaar later runden ze samen een succesvol eethuis: Warung Spang Makandra (Spang voor intimi). “Zij begon de zaak al in 1978, met haar broer. In 1990 kwam ik erbij.” Moestadja kocht de broer van zijn vrouw uit en gaf zijn studie chemische technologie ervoor op. Dat was op één voorwaarde: “Dat het van ons samen werd.”

Maar in 2011 overleed Toekini. Ze had longkanker. Zoon Budi was toen 18, zijn halfbroer van vaders kant, Gian-Carlo, 24. Na haar overlijden had Moestadja nog maar één doel: zorgen dat het Spang Makandra van zijn vrouw werd voortgezet. “Zij is de koningin van Spang Makandra. Dit was het enige wat ik nog voor haar kon doen.”

Vier jaar eerder, in 2007, had dochter Rachel (38) al borstkanker. Ze overwon de ziekte, maar die is nu voor de derde keer terug en uitgezaaid naar haar hersenen. Zij had een eigen restaurant op de Rozengracht, Rosie’s. Onlangs opende Moestadja daar de vierde vestiging van Spang. “Omdat ze zelf niet meer kan werken, zit er nu een Spang waar eerst haar Rosie’s zat. Alle inkomsten gaan naar haar. Zo heb ik voor alle drie iets achtergelaten.” Zijn zoons staan ieder in een eigen vestiging van Spang.

Spang was een van de eerste warungs (eethuizen) van Nederland. Na de onafhankelijkheid van Suriname in 1975 kwamen veel Javaanse Surinamers naar Nederland.

Ze brachten traditionele gerechten mee. Nederland maakte kennis met de Javaanse keuken. De eerste Spang Makandra, aan de Albert Cuyp, was meteen razend populair.

Budi Moestadja, zoon van Glenn en Toekini, heeft daar een verklaring voor: “Mijn vader is heel goed met mensen, ze komen speciaal voor hem. Mijn moeder kon als de beste koken. Ze waren de perfecte combinatie.”

De periode na het overlijden van zijn moeder was moeilijk voor hem. Op zijn werk werd hij er continu aan herinnerd – hij werd immers omringd door familie. Alle 57 werknemers van Spang zijn familie of vrienden.

Maar dat steunde hem ook. Bovendien is Spang niet ­alleen achter de toonbank een familie. “Het is hier een warm bad. Veel klanten komen al lang en voelen ook als ­familie. Iedereen was met ons begaan.”

Daarin ligt de kracht van een familiebedrijf ten opzichte van een regulier bedrijf, denkt Budi Moestadja. “Wij stralen een familiegevoel uit, waardoor mensen graag terugkomen.”

Waar Glenn Moestadja altijd de praktische zaken regelde, had Toekini de regie over het eten. Alle koks die nu voor Spang koken, hebben dat van haar geleerd.

“In haar eten leeft zij voort,” zegt Gian-Carlo Moestadja. Ook hij zette zijn verdriet opzij om te zorgen dat de zaak van Toekini bleef bestaan. “Dat hoor je te doen voor ­iemand die altijd voor je heeft gezorgd.”

Moeder Maudy Bommels (60) met haar kinderen Carmen (25) en Jordy (35).Beeld Jorgen Caris

La Bella

Maudy Bommels (60) met haar kinderen Jordy (35) en Carmen (25)

“Hier liggen de voetsporen van papa.” Carmen Bommels zit op een van de banken van interieurzaak La Bella, opgericht door haar ouders. Nog geen drie maanden geleden overleed haar vader plotseling, op 60-jarige leeftijd. Haar wereld stortte in, maar met haar moeder zet ze nu de ­onderneming voort. “Papa zou zelf zeggen: hoofd omhoog en borst vooruit.”

Vader René Bommels probeerde een ruzie op straat te sussen, waarbij hij op de grond viel. De klap die hij kreeg werd hem fataal. Hij liet een vrouw en twee kinderen achter, maar ook een succesvolle winkel op het Buikslotermeerplein die zijn vrouw Maudy en dochter Carmen nu runnen.

“Deze zaak betekende alles voor hem, hij was elke dag aan het werk,” zegt Carmen Bommels. Die werkdrift heeft hij aan haar doorgegeven. Het drama vond plaats op een vrijdag, op maandag stond zij alweer in de winkel. René Bommels lag nog in het ziekenhuis. “Zo’n sterke kerel als mijn vader, die gaat niet dood, dacht ik. Nu denk ik: hoe kon ik zo stom zijn. Het ging helemaal niet goed met hem.” Acht dagen later overleed hij.

“Maar ik heb geen spijt dat ik hier alweer zo snel stond. Papa had hetzelfde gedaan. De winkel stond bij hem voorop, die ging koste wat kost open. Zelfs op de dag dat mijn oma overleed. Dus bleven we niet met z’n allen rond zijn bed zitten.”

“Tijd om te rouwen is er nog niet,” zegt Maudy Bommels. “Ik voel me nog steeds een soort robot. Ik sta op de automatische stand, om te overleven. We moeten wel: anders verliezen we de zaak.”

Ze hebben er steun aan dat ze het samen, als familie, doen. Carmen Bommels: “Als ik een verdrietig moment heb, kan ik een knuffel halen bij mijn moeder. Daar haal ik kracht uit.” Dat geldt ook voor Maudy Bommels. “Carmen begrijpt mijn verdriet als geen ander. Als ik even niet meer kan, hoeft dat ook niet. Dan ga ik een eindje lopen en een potje janken. Die vrijheid geven wij elkaar. Bij een baas gaat dat minder makkelijk.”

René Bommels was ook leverancier voor Heineken. Op de dagen dat hij voor de bierbrouwer werkte, kwam hij daarna in de winkel staan. Zijn dochter: “Na vieren heb ik nog altijd het idee dat papa kan binnenkomen. Dan denk ik: waar blijf je nou?”

Daarbij komt dat hij de bezorging deed én op de tweede verdieping een beddenafdeling had. “Dat was echt zijn ding. Ik heb boven twee bedjes staan, maar ik heb geen idee wat die kosten. Voor dat soort dingen hebben we papa nodig.” De bezorging heeft de vriend van Carmen voor nu op zich genomen.

Ook bij La Bella hebben ze een band met de klanten. Maudy Bommels: “Mensen schuiven hier aan voor een kopje koffie. Ouderen die eenzaam zijn komen even kletsen. Ze voelen zich welkom.” Hoe dat komt? “Wij zijn ­anders dan andere winkels, wij zijn een familie. Dat merk je.”

Vanuit de buurt krijgen ze veel steun. “Het is hartverwarmend hoeveel mensen hier binnenstappen om ons te troosten,” zegt Carmen Bommels. “We krijgen van alle kanten hulp aangeboden. Maar uiteindelijk kan niemand je helpen als je ’s avonds thuiskomt en papa’s lege plek op de bank ziet.”

Daarnaast was de betrokkenheid ook confronterend. Een pilaar midden in de winkel hing vol met rouwkaarten, de tafels stonden vol boeketten. Die hebben ze mee naar huis genomen. “Het was te moeilijk om er hier de hele dag naar te kijken.”

Loyaal en betrouwbaar

Roberto Flören, hoogleraar aan de Nyenrode Business Universiteit, doet sinds 1992 onderzoek naar familiebedrijven. Toen werden die vaak gezien als saai en niet-innovatief. Na de eeuwwisseling sloeg dat om: door de financiële crisis kwam er veel kritiek op aandeelhouders en nam de waardering voor familiebedrijven toe.

Uit cijfers van de Nyenrode Business Universiteit blijkt dat Nederland 277.200 familiebedrijven telt, dat is 71 procent van alle bedrijven in Nederland. In Amsterdam is dat 45 procent, blijkt uit cijfers van het CBS.

Volgens Flören ligt de kracht van een familiebedrijf in een combinatie van factoren. Het gaat vaak om een kleine, hechte groep mensen die lang in het bedrijf blijft. Daarom is snel rendement niet nodig en is er meer ruimte voor diepte-investeringen. Familie­bedrijven worden vaak gekarakteriseerd als loyaal en betrouwbaar. Dat zorgt volgens Flören voor goede binding met de klanten.

Het overlijden van een familielid heeft niet alleen impact op de familie, maar ook op het bedrijf. Daar ligt de zwakte van het familiebedrijf, volgens Flören. Het kan het hele bedrijf doen instorten. Toch gebeurt het vaak dat andere familieleden dat niet laten gebeuren. Het kan dan zelfs werken als bindmiddel om te kunnen overleven.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden