PlusInterview

Twan Huys: ‘Ik had in mijn carrière nooit meegemaakt dat iets niet lukte’

Toen de stekker uit RTL Late Night werd getrokken, begon presentator Twan Huys (56) te wandelen door Nederland. Een aanrader, al kan nu niet iedereen tegelijk de natuur in. Gelukkig hebben we zijn boek Wandellust nog. ‘Vorige week liep ik nog in de Mariapeel. Heel bevreemdend.’

Beeld Martin Dijkstra

Precies een jaar geleden kwam er een einde aan het grote commerciële avontuur van de gelauwerde televisiejournalist Twan Huys bij RTL Late Night. Opeens was de nieuwsjager zelf het nieuws en lag er midden in de nacht in de bosjes voor zijn huis in Amsterdam een fotograaf om het ultieme plaatje van de afgang te maken.

“Ik had in mijn carrière eigenlijk nooit meegemaakt dat iets niet goed lukte,” zegt Huys. Het zondagskind, Amerikacorrespondent, succesvol presentator van programma’s als Nova, Nieuwsuur en College Tour, was zichzelf tegengekomen.

Wandelen is het beste medicijn, wist de Griekse arts en wijsgeer Hippocrates. Huys voegde de daad bij het woord, nam familie, vrienden en bekenden op sleeptouw en schreef er een boek over: Wandellust.

Verrassend.

“Je bent niet de eerste die dat tegen me zegt.”

Twan Huys in een rode jopper door bos en hei.

“In het boek spreek ik met Caspar Janssen, de wandelschrijver van de Volkskrant. Die zegt: vroeger was wandelen niet sexy en nu wel. Maar ik wandel mijn hele leven al, daar schaam ik me niet voor. Ik vind het hartstikke leuk. Weet je: wandelen helpt tegen stress en de kans dat je in het bos een rare ziekte oploopt, is ook niet zo groot.”

Behalve als je een teek…

“Verdomme, daar gaat mijn punchline.”

Heeft u ook zo’n stappenteller?

“Ik haat apparatuur als ik wandel. Je moet gewoon niks bij je hebben als je buiten bent. Ik heb een groep vrienden met wie ik ren. Iedereen heeft zo’n horloge dat alles bijhoudt en een hartslagmeter. Behalve ik. Daar krijg ik alleen maar stress van.”

Helpt wandelen u ook om de stress rond het coronavirus te beteugelen?

“Natuurlijk wil iedereen graag de natuur in, dat geldt ook voor mij. Het is volop lente en voor even lijkt alles normaal. Vorige week liep ik nog in de Mariapeel. Heel bevreemdend. Het was alsof er niets aan de hand is in de wereld. Maar Staatsbosbeheer en Natuurmonumenten waarschuwen voor de enorm grote toeloop. Daar moeten we allemaal juist nu goed naar luisteren.”

Ik las dat u een eik heeft geknuffeld.

“Hahaha.”

Best een ontboezeming.

“Ja.”

Dat zou u vroeger nooit zo hebben opgeschreven.

“Nee, dat klopt. Zeker niet. Ik heb een wandeling gemaakt met prinses Irene. Die is heel openhartig geweest over haar verhouding met bomen en met de natuur en is er vervolgens hard om uitgelachen. Dat is een kras op haar ziel. Nu is het heel gewoon. Je wilt het vast niet geloven, maar onderweg kom ik veel mensen tegen die even hun armen om een boom slaan.”

U gaat het ook vaker doen?

I don’t know.

Wat was uw favoriete wandeling?

“Tiengemeten, een eiland in het Haringvliet. Het is niet zo’n superieur wandelgebied als Terschelling of Zuid-Limburg, maar hier had ik nog nooit van gehoord. Dat vind ik te gek, dat je op zo’n postzegel als Nederland toch nog een onbekend gebied kunt treffen. Echt: het is onvoorstelbaar leuk. Ik heb tijdens mijn correspondentschap gelopen op Hawaï en op Block Island, maar dit had ik wel eerder mogen doen. Nederland is krankzinnig mooi. In de praktijk was dit project nog honderd keer leuker dan ik had bedacht op papier.”

Hersenonderzoeker Shane O’Mara beweert dat je een beter humeur krijgt van wandelen.

“Dat is absoluut zo. Als het goed is loop je in mooie gebieden en – heel verrassend – in Nederland is het bijna altijd goed weer. Ik heb vrijwel alles in de zon gelopen. Alleen al de zuurstof zorgt ervoor dat je beter functioneert. Het leuke is ook: als je onderweg met iemand praat…”

Kijk je alle twee dezelfde kant op.

“Ja, dat verhoogt de kwaliteit van de conversatie. Je spreekt veel vrijer als je niet ziet hoe de ander reageert op wat je zegt.”

U zou het een keer op televisie moeten proberen.

“Je raakt aan iets waar ik mee speel. Er is een BBC-journaliste die een wandelprogramma maakt op de radio.”

‘Er moest kennelijk eerst iets misgaan in mijn professionele bestaan,’ schrijft Huys. ‘Een harde klap maakte plotseling ruimte en tijd voor deze lange wandelingen.’

Hoe hard was die klap?

“Ik was wel even in de war, vooral vanwege de publieke aandacht. Ik was gewend mijn werk te doen en afgerekend te worden op wat ik deed en niet op wie ik persoonlijk ben.”

Wat ging er mis bij RTL?

“Op die vraag zijn vele antwoorden mogelijk. Het lastige is alleen: ik weet het niet precies. Natuurlijk heb ik me afgevraagd wat er is gebeurd, maar ik kwam al snel tot de conclusie dat dat niet zo zinvol is. Misschien is het een karakterdefect, maar ik ben vooral benieuwd naar het volgende dat ik ga doen.”

U wilt zoiets toch niet nog een keer meemaken?

“Die kans is er niet. Tenminste: niet op die manier.”

U schrijft dat u zich heeft laten verleiden.

“Ik ben gevallen voor het avontuur. Ik mocht voor de commerciële televisie een journalistiek programma maken.”

U schrijft ook dat u carte blanche kreeg.

“Ja.”

Maar die kreeg u niet.

“Als de kijkcijfers niet in orde zijn, verdwijnt de carte blanche. Zo gaat dat.”

Neemt u iemand iets kwalijk?

“Nee.”

Ook uzelf niet?

“Dat zou heel raar zijn. Moet ik mezelf kwalijk nemen dat ik een risico heb genomen en het avontuur ben aangegaan?”

Misschien was u te goed van vertrouwen?

“Totaal niet.”

Iedereen kon zien dat het programma niet bij u paste.

“Daarom is het ook gestopt.”

Wanneer kwam het moment dat u het zelf zag?

“Er is niet één moment aan te wijzen. Het programma heeft de wind nooit mee gehad.”

Opeens zat u aan tafel met Gordon en Patty Brard.

“De mensen die je nu noemt, waren vaker te zien bij de publieke omroep dan bij mij.”

Maar bij u werkte het niet.

“Nee, dat klopt.”

Dat moet u toch ook hebben gezien?

“Zeker. En dan probeer je het alsnog goed te krijgen. Maar zoals ik net al zei: het heeft helemaal geen zin om daarover na te denken. Dan wordt het een zelfkwelling.”

Dat was het al. De kwelling was op het scherm te zien.

“Reden te meer om niet te verlengen.”

U heeft niet zelf de stekker eruit getrokken.

“Nee, dat heeft de zender gedaan.”

Had u liever de gifbeker helemaal leeggedronken?

“Ja, ik ben een ongeneeslijke optimist. Maar weet je wat het is: al voordat het programma begon, kreeg het slechte publiciteit.”

Had dat met u te maken?

“Die vraag moet iemand anders maar beantwoorden.”

Het zondagskind dat eindelijk ook eens…

“Dat zou kunnen. Wat denk jij?”

Ik denk van wel.

“Here we go. Iemand vertelde me dat tennisser Steffi Graf iemand in dienst had die voor haar alle slechte stukken uit de kranten knipte voordat zij ze kreeg. Daar moest ik erg om lachen. Het zou leuk zijn als je elke dag een tien haalt, maar dat is niet mogelijk. Dat heb ik me altijd gerealiseerd. De vraag die nu nog rest is: heb je er spijt van?”

Hij kijkt even over de tafel. “Staat die op je briefje? Nee? Nou: het alternatief is dat je nooit iets probeert waarvan je niet weet wat de afloop zal zijn. Dat is pas erg.”

Beeld Martin Dijkstra

Na het einde van RTL Late Night was u even spoorloos.

“Op aanraden van mijn vrouw ben ik het land uitgegaan, naar vrienden in New Hampshire. De beste beslissing die ik had kunnen nemen. Het was mooi weer, er lag sneeuw. Door de jetlag werd ik elke ochtend om vijf uur wakker en ging ik een paar uur wandelen.”

Toen u vertelde wat er was gebeurd, zei een van uw vrienden, Camilla, lachend: when the ego cries, the soul rejoices – wanneer het ego huilt, verheugt de ziel zich.

“Die vond ik heel mooi.”

Wat betekent het volgens u?

“Dat als ik het ego had laten prevaleren, ik niet zo veel trek had gehad in dit gesprek.”

Zat uw ego erg in de weg?

“Ze verraste me met die opmerking. Botsen het ego en de ziel dan? Zijn die in gevecht? Het antwoord is: ja. Eigenlijk zei ze: jammer voor je ego, maar het is wel bevrijdend en schept ruimte voor iets nieuws. Als je blijft zitten waar je zit, gebeurt er niks. Dan zit je alleen maar heel lang te zwelgen in zelfmedelijden. Het gekke was: ik had niet verwacht dat de lucht zo snel zou opklaren. Als je er middenin zit, is het heel heftig, dan denk je dat de hemel op je dak valt. Maar als je even afstand neemt is het zo weg. Net parfum.”

Televisie drijft toch op ego en ijdelheid?

“Dat hoor ik vaak van mensen van de schrijvende pers. Ik snap wel waar dat vandaan komt, maar als je een stuk schrijft voor de krant is het niet anders. Het hoort bij iedereen die iets maakt of iets betekent. Bij College Tour heb ik een parade van interessante mensen aan me voorbij zien trekken. Ze zijn allemaal onderuit gegaan en zijn allemaal weer opgestaan. Het is een enorm cliché, maar waar het om gaat is: hoe sta je op en wandel je door?”

Bent u een ander mens geworden?

“Ik denk het niet. In mijn boek citeer ik schrijver Arnon Grunberg: ‘Niet opgeven. Bestrijd je angsten door te doen waarvoor je bang bent. Voel je niet miskend. Leer afwijzingen niet persoonlijk te nemen, hoe moeilijk dat ook is. Een leven zonder afwijzingen is saai en vermoedelijk on­mogelijk.’”

Kijkt u alweer naar talkshows?

“Na Late Night heb ik een soort talkshowvakantie genomen en ik ben natuurlijk ook druk geweest met het wandel­project. Inmiddels kijk ik weer.”

Ooit gedacht dat er een term als talkshowoorlog kon ontstaan?

“Ik heb vroeger veel verslag gedaan van oorlogen. Ik associeer dat woord met hele andere zaken dan praatprogramma’s. Maar ik begrijp dat het clickbait is. Het is gewoon een geliefd onderwerp om over te schrijven. Ik beklaag me daar geen seconde over.”

Wat vindt u van de huidige talkshows?

“Voor die vraag hebben we goede specialisten in Nederland: recensenten.”

U bent nu te zien bij Buitenhof.

“Het past me als een handschoen.”

Doet het u goed om weer terug te zijn op televisie?

“Ik heb even geaarzeld, omdat ik dacht: is het niet te vroeg? Ik was ook nog niet klaar met mijn boek. Maar de eindredacteur die me belde deed dat heel slim. Ze zei: we hebben Frans Timmermans voor de uitzending. Het begon meteen te gisten in mijn hoofd. Ik realiseerde me dat ik nog steeds verliefd ben op dit vak. Al zie ik ook de ironie van de omweg die ik heb genomen om terecht te komen bij een program­ma waar ik heel graag werk en waar ik ­precies kan doen waar ik goed in ben.”

In Wandellust heeft u het met journalist Caspar Janssen over het verlies van zijn dochter.

“Een van de indrukwekkendste gesprekken in het boek. Voor hem was het, nadat het was gebeurd, bijna niet meer mogelijk om interviews te maken met mensen die zich beklagen over kleine dingen. Dat heeft me enorm getroffen. Bij mij is een televisieprogramma niet gelukt. Soit. Dat hoort erbij. Maar wat hem is overkomen. Dat zijn de echte drama’s die je leven veranderen.”

U schrijft dat hij is gaan wandelen om te ontsnappen.

“Dat zegt hij zelf.”

Hoe zit dat met u?

“Ik zou mijn tegenslag niet met die van hem willen vergelijken. Ik ben gaan wandelen omdat ik af wilde van de hectiek en de ongewenste aandacht. Maar iedereen in mijn omgeving is gezond, ik ben niets verloren. Ik kan nog steeds doen waar ik goed in ben.”

U vraagt hem of hij terugverlangt naar het paradijs van zijn jeugd.

“Als je bedoelt of ik weer wil wonen waar ik vandaan kom: nee.”

U schrijft anders met opvallend veel liefde over de Limburgse Peel.

“In die zin is het een zelfonderzoek geweest. Ik heb nooit in Nederland gewandeld en ik ben nooit terug geweest naar de gebieden waar ik als kind veel kwam. Ik ben er nu geweest met een van de leukste mannen van Limburg, zo niet van Nederland: Jack Poels, de zanger van Rowwen Hèze.”

Die er altijd is blijven wonen.

“Wat ik vroeger niet begreep. Hoe kan dat? Er gebeurt daar niets. Ik hou van het gebied, maar ik wilde door. Ik was nieuwsgierig en ik wilde van alles meemaken. Ik had niet de indruk dat ik daar als journalist mijn werk kon doen. Hoe kun je daar nou je hele leven blijven wonen? Maar wat blijkt? Jack is net terug uit Japan. Daar ben ik nooit geweest. En binnenkort gaat hij vissen in Ierland. Hij doet van alles, alleen zal zijn vertrekpunt altijd America blijven.”

Beeld Martin Dijkstra

Heeft u iets gevonden wat u kwijt was?

“Er is iets bijgekomen: die wandelingen door Nederland. Weet je wat het is: ik vind het als journalist leuk om andermans verhalen naar boven te hengelen. Daar hoef je niet heel ver voor te gaan. Als RTL Late Night was gelukt, was ik nooit die wandelingen gaan maken. En als ik die wandelingen niet was gaan maken, was ik er nooit achtergekomen hoe mijn oom, keurmeester in een slachterij, een varkenshart meenam naar de cardioloog om te zien of de man wist waarover hij het had. Hij had een hartinfarct gehad. Stress op zijn werk, zei hij tegen me. ‘Gelukkig ben jij daar net aan ontsnapt.’ Dat zijn de verhalen die je hoort als je met je familie op stap gaat in de natuur. ”

Gaat u het nu allemaal anders doen?

“Ik ben te oud om mezelf nog heel erg te veranderen. Ik kan wel zeggen dat ik het wil, maar het gebeurt toch niet. Wat ik wel zoek is een betere balans. Niet alleen maar bezig zijn met mijn werk. Maar ja, als ik een goed verhaal tegenkom, dreigt toch nog vrij snel de obsessie. Daar doe ik niks meer aan. Een goede vriend van me zei: veel mensen vluchten voor hun afkomst en gaan naar het buitenland, maar het omgekeerde is ook waar. Als je uit een leuk gezin komt, geeft dat je de kracht om het avontuur te zoeken.”

Hoe oud zijn uw kinderen?

“Elf en dertien.”

Door al uw dadendrang voelden ze zich wellicht tekortgedaan?

“Ze hebben in elk geval gezegd dat het fijn was dat het afgelopen was met RTL Late Night, hahaha.”

Ik kan me goed voorstellen dat ze stonden te applaudisseren.

“Dat is ook zo. Ik was anderhalf jaar lang thuis, zonder er te zijn. Dat is geen goed idee.”

U heeft uw eigen vader vroeger verweten altijd leraar Engels te zijn gebleven op de lts in Horst.

“Dat klopt, ja. Toen ik twintig was en mezelf nog moest bewijzen heb ik hem voor de voeten gegooid dat hij niet ambitieus genoeg was. Dat zou ik nu nooit meer tegen hem zeggen.”

Uw kinderen gaan u later vast ook van alles verwijten.

“Wat? Het omgekeerde?”

Misschien wel.

“Wat dat betreft is het afgelopen jaar een goede correctie geweest. Ik heb nog nooit zo veel tijd doorgebracht met mijn gezin.”

Dat kan helend zijn.

“En louterend. Helend en louterend.” 

Twan Huys: Wandellust. Uitgeverij Prometheus, €19,99.

Twan Huys

24 maart 1964, Sevenum

1976-1980
Jacob Merlo (mavo), Hors

1980-1982
Jerusalem (havo), Venray

1983-1986
Academie voor de Journalistiek, Tilburg

1987
Verslaggever bij Regionale Omroep Zuid (nu L1)

1987-1992
Verslaggever bij STAD Radio Amsterdam

1992-1999
Verslaggever voor Nova

1999-2007
Correspondent voor Nova in Washington en New York

2007-2010
Presentator Nova

2007-2018
Presentator College Tour

2010-2018
Presentator Nieuwsuur

2018-2019
Presentator RTL Late Night

2020
Presentator Buitenhof

Twan Huys publiceerde onder meer de boeken Ik ben een New Yorker (2006), Over geluk (2010) en De Clintons (2016). Hij woont met zijn vrouw Cheryl, dochter Dylan Rose en zoon Jack in het centrum van Amsterdam.

Een jeugdfoto van Twan Huys.
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden