Plus

Trainen voor het NK armworstelen: ‘Elke vinger train je apart’

Zeg nooit armpje drukken. En nee: armworstelen is geen caféspelletje. De leden van Amsterdam Armwrestling strijden zaterdag op het NK. Herman Feberwee (62): ‘Qua kracht doe ik niet onder voor jongere mannen.’

Trainings­partijtje tussen Petros Barmpotidis (links) en Boris Yeuthukovich. In het midden Herman Feberwee. Beeld Renate Beense

Vertrokken gezichten, strakke kaken, opeengeperste lippen. Imposante biceps bollen op. Aderen zwellen. Het bloed stijgt naar het hoofd. En dan een kreet waarin alle krachtsinspanning is samengebald. De arm die ten slotte tegenstribbelend neergaat.

Herman Feberwee (62) en Boris Yeuthukovich (49) staan tegenover elkaar aan de armworsteltafel in Amsterdam Buitenveldert Sportclub. Allebei oersterke zwaargewichten en lid van Amsterdam Armwrestling. De twee zijn al ­jaren bevriend en delen een liefde voor armworstelen. ‘Armpje drukken’ heet het in de volksmond ook wel, maar zo zullen Feberwee en Yeuthukovich het nooit noemen. “Armpje drukken is voor amateurs. ­Iedere man heeft dat in de kroeg weleens gedaan. Wij ook. Maar dat is toch wat ­anders dan professioneel armworstelen,” zegt Feberwee, in het dagelijks leven artdirector en illustrator.

Ruim dertien jaar geleden raakte hij in de greep van de nichesport. “Boris, die ik van de sportschool kende, was begonnen met armworstelen en wist mij ook enthousiast te krijgen. Ik train vijf keer per week en doe mee aan alle toernooien.”

Yeuthukovich werkte in zijn geboorteland Wit-Rusland als directeur van een sportschool en deed jarenlang aan kickboksen. Na verschillende blessures besloot hij zich toe te leggen op armworstelen. Inmiddels is hij vijftienvoudig Nederlands Kampioen en staat hij bekend als de grootmeester van het armworstelen. Hij beaamt dat ­bescheiden, maar schuift meteen daarna zijn vriend Feberwee naar voren: “Hij werd vorig jaar tweede bij het wereldkampioenschap in Turkije. Ik ben trots op hem.”

Feberwee behaalde die plek in de categorie 60-plus, de senior grandmasters, in de gewichtsklasse plus 100 kg. Ongeveer twintig mannen doen daaraan mee, van wie de zes sterksten overblijven.

Feberwee beschouwt het armworstelen niet alleen als een strijd tegen krachtige Russen, Grieken of Fransen, maar ook een tegen de ouderdom. “Die strijd ga je uiteindelijk verliezen, maar je kunt hem wel zo lang mogelijk volhouden. In oktober word ik 62, maar ik ben sterker dan toen ik 25 was. Armworstelen kun je tot op hoge leeftijd doen. Qua kracht doe ik niet onder voor jongere mannen. Wel merk ik dat mijn snelheid en herstellend vermogen minder worden.”

Armworstelaars aan de top zijn volgens Yeuthukovich ­allemaal boven de veertig en vijftig jaar. Zelf is hij ook bijna vijftig, maar overtollig vet en verslapte spieren heeft hij tot nu toe verre van zich weten te houden. “Dit houdt me jong. Het is beter dan met een biertje op de bank hangen.”

Gebroken armen

Achter in de sportzaal traint Harrie Maas (51) met ­gewichten. Een rode gloed in zijn hals, aangespannen ­pezen. Zijn lange haar is samengebonden in een paardenstaart. Elke week rijdt hij vanuit de Belgische grensplaats Poppel naar Amsterdam om te trainen. Het is de dichtstbijzijnde mogelijkheid.

Maas begon in 1989 als 15-jarige jongen met armpje drukken in de kroeg. Als stratenmaker had hij met het sjouwen van bakstenen flink wat kracht opgebouwd. “Ik was geen grote jongen, maar versloeg alle grote kerels. Die kracht zit kennelijk in mijn genen.” Een jaar later werd hij Nederlands kampioen tot 65 kilo.

Dankzij de film Over the Top met Sylvester Stallone uit 1987, waarin armdrukken in competitieverband een ­belangrijke rol speelt, was de sport tijdelijk erg populair. “Later zakte dat weer in. Toen ben ik gestopt. Toch liet het armworstelen me nooit los. Als je ergens goed in bent, wil je het nu eenmaal graag doen.”

Armworstelaar Harrie Maas: ‘Ongetraind beginnen, zonder warming-up, is onverantwoord.’ Beeld Renate Beense

Maas staat bekend om zijn ijzersterke ‘hook’, een krachtige buiging met de pols die ervoor zorgt dat je hand in ­deze positie blijft. “Door te klemmen, kan de ander niet meer uit mijn greep komen,” legt Maas uit. “Tegenstanders die me niet kennen, verras ik ermee. Anderen weten het van me en proberen het met eigen slimmigheidjes te voorkomen.”

Collega’s die er lucht van hebben gekregen dat Maas meedoet aan wedstrijden dagen hem vaak uit op de werkvloer. Nooit gaat hij daar op in. “Ongetraind beginnen, zonder warming-up, is onverantwoord. Juist dat veroorzaakt de negatieve ideeën die sommige mensen over deze sport hebben. Ze horen verhalen over gebroken armen. Dat gebeurt alleen als je de techniek niet goed beheerst.”

Sportkleding verplicht

In het verleden speelde het Nederlands Kampioenschap zich regelmatig af in kroegen of partycenters. De strijders droegen soms gewoon een overhemd of colbertje. Een stevige slok bier voor en na de wedstrijd was geen uitzondering.

Zo gaat het er tegenwoordig niet meer aan toe. Het dragen van sportkleding is verplicht. Ook wordt het NK aanstaande zaterdag in Sportcentrum Papendal in Arnhem georganiseerd, een sportievere omgeving dan de cafés van voorheen. Onder aanvoering van Frans Swaalf, voorzitter van de Nederlandse Armworstelbond (NLAB), is armworstelen nu onderdeel van de Koninklijke Nederlandse Krachtsport en Fitnessbond (KNKF).

Feberwee: “Zo maken we een professionaliseringsslag. We willen af van het imago van kroegspel. Om nieuwe aanwas te creëren, hebben we bijvoorbeeld een werving onder studenten van de TU Delft gedaan. Die gaan het armworstelen daar starten. Ook in Eindhoven wordt een club ­opgericht. Van de bond krijgen ze een armworsteltafel.”

In Nederland zijn drie armworstelverenigingen actief. Amsterdam is met tien leden momenteel het kloppend hart van de Nederlandse armworstelwereld, met leermeester Yeuthukovich als belangrijke trekpleister.

Wat ook helpt zijn de YouTubefilmpjes van de Canadese armworstellegende Devon Larratt en de langharige krachtpatser Jujimufu. Op aansprekende, humoristische wijze brengen zij de sport onder de aandacht. “Veel jongens kijken daarnaar en willen het vervolgens ook gaan doen.”

Petros Barmpotidis (30) bijvoorbeeld, die sinds twee maanden bij Amsterdam Armwrestling traint. Twee keer per week rijdt hij ervoor vanuit Den Haag naar Amsterdam. “Op internet zag ik armworstelvideo’s. Dat sprak me aan. Ik ben sterk en heb lange armen, dus deze sport past wel bij me. Het is al te laat om nog goed te worden in kickboksen, maar met armworstelen kan ik als 30-jarige nog een eind komen.”

Ook Tomar Iwan (23), student kunstmatige intelligentie, raakte erdoor gefascineerd. Tijdens een fitnessuurtje in Buitenveldert daagde een van de armworstelaars hem uit voor een krachtstrijd. “Ik vind mezelf vrij sterk, maar als je hiermee begint, ben je ineens weer een broekie. Het werkt enorm op je pezen. Die moet je sterk maken. De krachtmeting en technieken om de ander te slim af te zijn, maken de sport mooi. Je moet het zelf beleven om het te snappen.”

De breedgeschouderde Kristo Vermaak (42) kan het armworstelen goed gebruiken bij zijn werk als tandarts. Niet zozeer om armpje te drukken met zijn patiënten, wel om zijn spieren en pezen sterker te maken en overbelasting te voorkomen. “In mijn werk til je dagelijks instrumenten op en houd je je arm lange tijd gebogen. Hierdoor krijgen veel tandartsen last van RSI of het carpaletunnelsyndroom.”

Bodybuilding vond hij maar saai. “Armworstelen is veel interessanter. Het gaat niet alleen om de grote spieren, maar je oefent ook je polsen en vingers. Elke vinger train je apart om daar kracht in te ontwikkelen.”

Volgens Feberwee kan iedereen zich in principe verbeteren in de sport. “Kijk maar naar mij. Ik werd na mijn veertigste alleen maar sterker. Maar enige fysieke aanleg en doorzettingsvermogen zijn wel belangrijk. Je moet het niet erg vinden om pijn te lijden en daar doorheen te bijten.”

De mannen doen zaterdag allemaal mee aan het Nederlands Kampioenschap, waar circa zestig deelnemers om de eerste plek zullen strijden. Om pijntjes te verminderen doet Feberwee het deze training rustig aan. Langs de kant moedigen zijn clubgenoten hem aan nog een keer met Yeuthukovich aan de armworsteltafel te gaan staan. “Kom op, mannen! Clash of the titans!” 

Spelregels

Er mag links -en rechtshandig worden gestreden. Alle deel­nemers worden gewogen in de loop van de competitie. Bij het inwegen mogen zij kiezen of zij aan een hogere gewichtsklasse willen deelnemen.

Zodra de scheidsrechter ‘go’ heeft gezegd, mag alles behalve het optillen van de elleboog. Het is verplicht om de beugel of knop op de armworsteltafel met de vrije hand vast te houden. Het kussen waar de elleboog op leunt heet de ‘peg’, het kussen aan de zijkant waar de arm van de tegenstander op geduwd wordt, is de ‘pin’. Heb je een ‘pin’, dan heb je gewonnen.

Een veelgebruikte techniek is de Top Roll, waarbij via het draaien van de pols de hand van de ­tegenstander wordt opengedraaid en de weerstand wordt gebroken.

Wekelijks een overzicht van de nieuwste hotspots, uitgaanstips, films en restaurants in je mailbox? Schrijf je dan nu in voor de Uit-nieuwsbrief van Het Parool.

Ook leuk: volg @hetparool op Instagram.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden