Plus Lijstje

Train je klimspieren op deze kuitenbijtertjes in Amsterdam

De fietser die zijn klimspieren wil testen, heeft in Amsterdam niets te zoeken. Toch zijn er met een beetje fantasie rond de stad (kleine) cols te vinden.

Beeld Ted Struwer

Tegen een berg op fietsen is een kwestie van een lange adem. Je moet in je ritme komen. Je moet energie sparen. Je moet zorgen dat je tot minstens halverwege op halve kracht rijdt. Je moet voldoende water bij je hebben en een fiets met de mogelijkheid om terug te schakelen naar een wel héél truttige versnelling. Je moet blijven trappen, ­anders kom je niet omhoog.

Wie in Amsterdam probeert omhoog te fietsen, heeft daar in elk geval allemaal geen last van. De stad kent geen bergen en hooguit een verdwaalde steile brug (die over de Prinsengracht bij de Amstel!). Ja, je hebt de IJtunnel die een behoorlijk aantal meters aaneen een beetje helling heeft, maar die is vooralsnog slechts voor fietsers tijdens ov-stakingen.

Rond de stad zijn er echter wél mogelijkheden voor wie hoogtemeters wil vreten. Natuurlijk, het zijn beperkte ­mogelijkheden, voor de echte klimmers stelt het allemaal niets voor. En ‘bergen’ zijn het ook al niet, op één uitzondering na: de Amsterdammer die een colletje wil pakken, moet het doen met bruggen (zie kaders).

Kuitenbijtertjes

De klimfietser die dat allemaal voor lief neemt, die domweg de beperkingen van het vlakke land accepteert, die kan best uit de voeten rond de stad. Het is kort en inderdaad niet altijd even krachtig, maar als je maar hard ­genoeg fietst, lijkt het met een beetje fantasie net echt. Kijk maar eens op Strava, de app die veel wielrenners gebruiken om de statistieken van hun tochten geregistreerd te krijgen en te delen met anderen. Wie hard gaat, bijvoorbeeld op het Kopje van Bloemendaal of om het even welke brug of viaduct in de omgeving van de stad, die kan misschien wel King of the Mountain worden: degene met de snelste tijd van iedereen. Dit gáát ergens over.

Nogmaals: het zijn geen Alpencols of Dolomietenpasso’s, ze komen zelfs nog niet in de buurt van Ardennenklimmetjes. Maar als je maar hard genoeg gaat, zijn het wel degelijk kuitenbijtertjes.

Fietsend op deze Amsterdamse beklimmingen kun je als hobbyfietser even, met de nadruk op even, de illusie hebben dat je daar rijdt, in je bolletjestrui.

Dat je na zo’n machtige demarrage afstand hebt genomen van dat groepje echte klimmers. Eerst hangen ze nog even aan het elastiek, maar al gauw breken ze en laten ze je gaan. Ze zien je wegrijden. Ze willen wel mee maar ze kunnen niet. Jij bent vandaag de bergkoning van Amsterdam.

1. Kopje van Bloemendaal
19,2 kilometer van de Dam

Lengte: 1500 meter
Hoogte: 43 meter
Gemiddelde stijging: 2,2 procent
Maximale stijging: 7,3 procent

De enige ‘echte berg’ waar de Amsterdamse-trimfietser-op-een-rondje op terecht kan. Maar een berg is het natuurlijk niet, het is een kopje. Je ontbeert er bovendien een klassieke topervaring, je weet vooral dat je boven bent als je de onlangs ­teruggeplaatste brievenbus passeert: daarna begint het weer omlaag te lopen. 

Toch zou het te gemakkelijk zijn om ­lacherig te doen over deze Amsterdamse col: Gerrie Knetemann trainde hier niet voor niets in voorbereiding op de ­Alpenreuzen. En probeer er maar eens volle bak naar boven te beuken: geheid dat je jezelf en de man met de hamer ­tegenkomt. Ook fijn is de noordelijke afdaling, met aan het eind die overzichtelijke bochten en dat gladde asfalt.

2. Amsterdamse brug/Schellingwouderbrug
3,9 kilometer van de Dam

Lengte: 600 en 630 meter
Hoogte: beide 11 meter
Gemiddelde stijging: 1,6 procent
Maximale stijging: onbekend

Het zijn twee bruggen, die zo in elkaars verlengde liggen dat je de een nauwelijks zonder de ander kunt zien. Toch is hard fietsen van de ene naar de ander beklimming onmogelijk: halverwege staan de stoplichten ter hoogte van de IJburglaan vrijwel continu op rood. Het is altijd fijn om op beide bruggen zo snel mogelijk naar boven te rijden. 

Wie de oostelijke beklimming pakt, laat op de Amsterdamse Brug de stad achter zich: het fietsen kan nu echt beginnen. Kijk je op Strava, waarop wielrenners tijden bijhouden, dan zie je dat de snelste tijd hier is geklokt door­ ­iemand die met bijna 50 kilometer per uur naar boven raasde.

3. Nesciobrug
5,4 kilometer van de Dam

Lengte: 410 meter
Hoogte: 12 meter
Gemiddelde stijging: 2,3 procent
Maximale stijging: 3,8 procent

Fiets je hier richting IJburg dan maakt de beklimming een wonderlijk ruime bocht door een haag van hoog riet. Die bocht is nodig om de twaalf hoogtemeters die je scheiden van de top te kunnen overbruggen. Was het hier de Alpen, dan had je het het begin van een stevige col kunnen noemen, maar omdat je vierhonderd meter verderop al boven bent, is het goed te doen. 

Onderweg zijn ook nog twee horizontale stukken ingelast zodat mensen die het allemaal te steil vinden even de druk op de spieren kunnen verlichten. De brug wordt intensief gebruikt, dus afdalen (vooral aan deze zijde) moet behoedzaam.

4. Fietsbrug Nigtevegt
14,2 kilometer van de Dam

­­­­­­Lengte: 354 meter
Hoogte: 10,4 meter
Gemiddelde stijging: 2,7 (oost) en 2,3 (west)
Maximale stijging: 3,1 (oost) en 2,6 (west)

Als er zoiets zou zijn als een lievelingscol in de buurt van Amsterdam, zou dit ’m zijn. De oostelijke klim kan zich meten met een minuscuul Alpe d’Huezje: twee haakse bochten en dan ook nog twee heuse haarspeldbochten. Het is het gevolg van ruimtegebrek: de weg naar boven moest letterlijk worden opgevouwen om toekomstige woningbouw niet in de weg te zitten. 

Gelukkig maar, want op de Liniebrug, zoals ie officieel heet, kun je je als vlakkelandfietser voor eventjes (heel eventjes, maar toch) een beetje zo’n Colombiaanse klimmer wanen. Trimmers die snakken naar hoogtemeters nemen ’m soms drie, vier keer achter elkaar, het zal je verbazen hoe zwaar dat is. Uit het zadel, in de beugels en knallen maar.

5. Hollandse Brug
17,0 kilometer van de Dam

Lengte: 1100 meter
Hoogte: 13 meter
Gemiddelde stijging: 1,2 procent
Maximale stijging: onbekend

Vanaf de carpoolplek van Muiderberg draai je in een mooie, wijde bocht richting de snelweg. Eenmaal op het rechte stuk verandert het karakter van de klim, want charmant is het niet hier, met het langsrazende verkeer van de A6 aan de andere kant van de vangrails. 

En de stijgingspercentages zijn ook al niet om over naar huis te schrijven: vals plat, hooguit een heel klein beetje steiler. Maar wie hard omhoog gaat, kan helemaal stukgaan. Dat weet ook topsprinter Dylan Groenewegen, die hier enkele keren per week traint achter de brommer van zijn vader – tot kotsen toe.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden