PlusAchtergrond

Topsportleerlingen op het Calandlyceum: alles voor die ene droom

De topsportleerlingen op het Calandlyceum hebben allemaal dezelfde droom: groot worden in hun sport. Dankzij een aangepast lesrooster en vrijstelling van bepaalde vakken kunnen ze elke dag twee keer trainen. ‘Natuurlijk heb ik weleens geen zin, maar ik weet waar ik het voor doe.’

Beeld Dingena Mol

De Ajax-jongens uit hun klas zijn verwend, daar zijn de vier meisjes uit de brugklas van het Calandlyceum het over eens. De twee turnsters, een basketbalster en een judoka zijn de enige meiden in een klas met veertien jongens, van wie het merendeel voetbalt bij Ajax.

“Ze worden thuis opgehaald met een Tesla, en na school staat er een bus voor ze klaar om ze naar het trainingscomplex De Toekomst te brengen. Hun voetbalkleren worden zelfs voor ze gewassen,” zegt turntalent Nikki van Hall (13). “Toen we een rondleiding kregen bij Ajax heb ik na afloop gevraagd hoe dat zit, dat alles voor de jongens is geregeld, terwijl wij het allemaal zelf moeten doen. Het komt omdat Ajax veel geld heeft.”

Nikki’s dag begint om half zes. Na het ontbijt fietst ze naar het station van haar woonplaats Utrecht, daar neemt ze de trein naar Amsterdam (twee overstappen). Dan pakt ze de bus naar Sportpark Ookmeer in Osdorp, om acht uur begint de training. Die duurt tot tien uur. Dan, hup, op de fiets naar school, samen met twee klasgenoten, zo’n tien minuten verderop.

Na de lessen, die om kwart voor twee stoppen, fietst ze weer terug naar het sportpark voor de middagtraining. Rond half negen ’s avonds is ze weer thuis. “Twee tot drie avonden per week logeer ik bij een teamgenoot in Amsterdam, dan kan ik uitslapen tot kwart voor zeven. In het weekend heb ik wedstrijden en maak ik huiswerk voor de rest van de week.”

Nikki traint 28 uur per week, negen keer. De bloedblaren op haar handen en blauwe plekken op haar polsen bewijzen hoe zwaar het allemaal is, maar Nikki lijkt er niet mee te zitten. “Ja, natuurlijk ben ik weleens moe of heb ik soms geen zin, maar ik weet waar ik het voor doe.” Ooit hoopt ze de Olympische Spelen te bereiken, maar voor nu is haar doel om juni volgend jaar in de NK-finale te staan en in Jong Oranje te komen.

De NK konden dit jaar door corona niet doorgaan en er werd niet meer getraind in de sporthal. Alleen al dat reizen miste ze niet, maar verder vond ze het vreselijk niet meer te kunnen trainen. Wel ging ze elke zondag met haar moeder naar het park voor extra krachttraining. “Turnen is mijn leven, ik heb geen interesse om de stad in te gaan.“

Beeld Dingena Mol

Huiswerk

Nikki zit in 2 vwo, in de speciale LOOT- klas (Landelijke Organisatie Onderwijs Topsport) van het Calandlyceum, de enige Topsport Talentschool in Amsterdam, die leerlingen begeleidt van vmbo-t-, havo- en vwo-niveau. Tieners zoals Nikkie, die de top in hun tak van sport willen bereiken, besteden veel tijd aan trainingen en wedstrijden. In de aparte klas voor topsportleerlingen met een LOOT-status, die ze krijgen van hun eigen sportbond wanneer die hen als (groot) sporttalent beschouwt, krijgen ze de kans om school met hun sport te combineren. Toetsen kunnen dan worden verschoven of ze mogen hun huiswerk later inleveren als ze een belangrijke wedstrijd hebben, en schoolwerk kan ook in het buitenland worden bijgehouden. Ze hebben twintig lesuren per week, tien minder dan de andere leerlingen, en doen eindexamen in één vak minder.

Op het Caland krijgen de sporters tot en met het zesde jaar een aangepast lesrooster en vrijstelling van bepaalde vakken. Zo kunnen ze hun diploma halen en tegelijk proberen de beste te worden in hun sport. Probéren, benadrukt Kees van Nuland, al 27 jaar coördinator van de LOOT-leerlingen. “De helft haalt het niet. In de vierde scheidt het kaf zich van het koren; blijven ze volledig voor hun sport gaan, of worden andere zaken zoals een vriendinnetje of uitgaan belangrijker? Veel leerlingen blijken uiteindelijk niet geschikt voor topsport, of ze krijgen te maken met blessures. Als een leerling het niet redt en ze niet in Amsterdam wonen, blijven ze niet hier.”

Hij ziet meestal snel wat voor vlees hij in de kuip heeft. “De kinderen die het redden zijn straight, lopen nooit te draaien. Nikki is er zo eentje, zij heeft pure gedrevenheid voor haar sport. Terwijl zij straks geen miljoenen gaat verdienen, zoals een Ajax-speler. De sport kost haar alleen maar geld.”

Op de school lopen jaarlijks zo’n 200 tot 250 topsportleerlingen rond, afkomstig uit het hele land. Dat aantal groeit, mede door de samenwerking met de sportbonden van onder andere judo, rugby en basketbal en met Ajax. Leraren van het Calandlyceum reizen drie keer per week naar De Toekomst om daar les te geven. Basketballers uit de eerste en tweede klas trainen op de Basketball Academie Amsterdam, in de school zelf.

Van Nuland laat de Wall of Fame zien. Voetballers Bryan Roy, Nigel de Jong, ­Gregory van der Wiel en Lieke Martens, tennisser Martin Verkerk, volleyballers Myrthe Schoot en Nimir Abdelaziz en talloze andere topsporters behaalden hier hun diploma. Van Nuland: “Zonder diploma kom je niet op de muur, dan pronken we niet met je.”

In het kantoor van de LOOT-coördinatoren is het een komen en gaan van leer­lingen. Een topsnowboarder die de hele wereld over reist en in 5 vwo zit, wordt geholpen met het plannen van zijn huiswerk en toetsen, net als een schaatster.

Het enige judomeisje uit Nikki’s klas stormt overstuur het kantoor binnen. Ze is het geplaag van een van de jongens helemaal zat. Onderbouwcoördinator Tanja Nobel kalmeert haar. “Jij weet ook dat de jongens op deze leeftijd kinderachtiger zijn dan de meiden. Ze zijn gewoon jaloers op jullie werkhouding. Door een beetje te pesten, voelen ze zich dan beter.” De plaaggeest wordt door Nobel het kantoor in geroepen, na een kort gesprek moet hij zijn excuses aanbieden aan de judoka.

Naut.Beeld Dingena Mol

Meer en Vaart

Vanaf 4 havo en vwo kunnen topsportleerlingen die meedoen aan een programma van het Centrum voor Topsport en Onderwijs (CTO) een kamer krijgen in de flat Meer en Vaart, vlak naast de school. De CTO’s – er zijn er vijf in Nederland – zijn een initiatief van NOC*NSF en het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport). In de Amsterdamse flat gaat het om voetballers, basketballers, roeiers, zwemmer, rugbyers en honkballers.

Honkballer Naut Kragt (19) is net klaar met school. Hij speelt in het eerste team van de hoofdklasse bij de Amsterdam Pirates. Eerst zat hij op een reguliere middelbare school in Amstelveen, maar dat was niet meer te combineren met de topsport. Hij werd toegelaten op de CTO-klas van het Calandlyceum.

Vorig jaar deed hij in vier vakken eindexamen, dit jaar moest hij nog drie vakken halen en inmiddels heeft hij zijn vwo-diploma op zak. Deze zomer zou hij naar Texas te verhuizen om daar verder te honkballen bij Ranger College, waarvoor hij een scholarship heeft gekregen, maar door corona is dat avontuur in elk geval uitgesteld tot januari.

Naut.Beeld Dingena Mol

“Tijdens de lockdown heb ik met mijn broertje in de tuin en in het Amsterdamse Bos getraind. Ik baalde wel dat ik moest wachten. Precies op het moment dat we met het wedstrijdseizoen van start gingen, brak corona uit en konden we niks meer doen.” Na de versoepelingen kwam er dan nog wel een versnelde competitie en bereikte Naut met de Pirates de Holland Series, maar toen was corona er weer en werd het seizoen abrupt en definitief stopgezet. Zijn hoop om landskampioen te worden was vervlogen.

Naut kwam niet zoals andere topsportscholieren uit Overijssel of Brabant naar het Caland, maar uit Badhoevedorp. Toch woonde hij drie jaar lang in de flat naast de school. Met andere honkballers uit zijn team en ook basketballers op dezelfde gang. “Het was een goede voorbereiding op het college-leven in Amerika; daar smeren mijn ouders mijn brood ook niet. Ik ben hier zelfstandig geworden. Alleen in de weekenden ging ik nog naar huis.”

Met zoveel jonge gasten bij elkaar, en topsportende meiden op andere gangen, was dat soms niet té gezellig? “Eigenlijk niet,” zegt Naut: “Natuurlijk zaten we weleens tot laat te gamen, maar feestjes hielden we er niet. Daar heb je alleen jezelf mee bij een training of wedstrijd de volgende dag. Iedereen op school heeft dezelfde droom: om verder te komen in de sport. Onze coach kwam ook iedere avond even checken of alles goed ging.”

Naut.Beeld Dingena Mol

Het laat maken met vrienden doet hij nog altijd niet, ook niet nu hij weer thuis woont. “Ik offer mijn sociale leven op voor een groter doel. Al weet ik dat het maar heel weinig Nederlandse spelers is gegeven, ik wil er alles aan doen om in Amerika de Major League Baseball te bereiken. Die droom is in ieder geval al een stukje dichterbij gekomen.”

Eigen keuze

De ochtendtraining zit erop. Nog een krachtige zwaai om los te komen van de ene bruglegger en de andere bruglegger weer vast te pakken. Nikki – in een blauw turnpakje van Adidas, haar blonde haren strak in een staart gebonden – is klaar met de oefening op de brug. Haar trainster Claudia Werkhoven, die samen met haar man Wolther Kooistra de turn­opleiding runt, is tevreden: “Nikki pikt het snel op.”

Ze vindt het bijzonder dat kinderen in Nederland kiezen voor turnen als topsport. “In het voormalige Oostblok was turnen een weg naar een beter leven, hier in Nederland is het een keuze. Op hoog niveau turnen is geen garantie voor een glansrijke carrière. De kinderen die dit doen hebben allemaal ambitie en een droom. Ze willen iedere dag het beste uit zichzelf halen. Er is veel ellende in de turnwereld, maar bij ons staat het plezier van het kind centraal.”

Nikki is 13 – een interessante leeftijd, zegt Werkhoven. “Meisjes worden vrouw, hun lichaam verandert. Het kan een breekpunt in hun sportcarrière betekenen. We gaan zien waar het schip strandt.”

Nikki.Beeld Dingena Mol

Nikki’s handen en benen zijn wit van het magnesiumpoeder. Ze spuit er water op met een plantenspuit die ze altijd bij zich heeft in haar sporttas. “Ik heb last van eczeem, het water verkoelt.” Ze wil de ­dubbele salto nog oefenen. “Ik ben nog niet tevreden, vandaar.”

Leerlingen van de ALO (de Academie voor Lichamelijk Opvoeding), die deze ochtend ook les hebben in de sporthal, ­kijken vol bewondering naar de acrobatische sprongen. Dat er veel ogen op haar zijn gericht maakt haar wel wat meer gespannen, zegt Nikki, maar het is een goede oefening voor de wedstrijden.

Na haar training kleedt ze zich snel om voor school. Met een loodzware tas op haar rug trapt ze tegen de wind in langs de Sloterplas naar school. Zoals altijd zijn de drie turnmeiden nét iets te laat voor de les. Dat moeten ze altijd melden. “Als je het vergeet, moet je voor straf vijftig cent betalen, dat gaat naar de CliniClowns”.

Dat ze later iets anders zou moeten gaan doen dan turnen – daar denkt ze ­liever nog niet over na. “Turnen is mijn leven, het vliegen en springen door de lucht geeft me een goed gevoel. Als ik op vakantie ben, verveel ik me snel. Dan ­probeer ik toch altijd ergens te turnen.

Nikki.Beeld Dingena Mol

De afgelopen maanden kregen we alleen online trainingen, op kracht en lenigheid, maar ik miste mijn teamgenoten en het trainen op de toestellen. In augustus mochten we eindelijk weer beginnen; ik kon kiezen voor twee of drie weken zomervakantie. Ik ging voor twee, zo graag wilde ik weer aan de slag.”

Meer weten over LOOT-scholen: www.stichtingloot.nl of www.calandlyceum.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden