Marcel de Nooijer: ‘Ik had graag meer begrip gezien voor de omvang van onze problemen.’

PlusInterview

Topman Transavia: ‘Een vliegtuig is echt iets anders dan een theater’

Marcel de Nooijer: ‘Ik had graag meer begrip gezien voor de omvang van onze problemen.’Beeld Marc Driessen

Luchtvaartmaatschappij Transavia zou met Marcel de Nooijer (52) een topjaar tegemoet gaan. Het liep anders. Nu er weer een beetje wordt gevlogen, geeft de nieuwe topman zijn eerste interview. 

Rij na rij staan ze naast elkaar, de wit-groene Boeings van Transavia. Roerloos, over de platforms van Schiphol verspreid. Ook op Schiphol-Oost, waar het hoofdkwartier van de op een na grootste luchtvaartmaatschappij van Nederland staat.

Zo vol als het op de platforms is, zo leeg is het op kantoor. De receptie is onbezet, in de kantine wordt één stoel gebruikt. Toch is het er drukker dan het in tijden is geweest nu Transavia na bijna drie maanden stilstand weer stapje voor stapje aan het vliegen gaat.

Voor Marcel de Nooijer, die begin dit jaar als topman Air France-KLM, KLM Cargo en Martinair en vanuit een toppositie in de raad van bestuur van Air France-KLM overstapte naar de grootste vakantiemaatschappij van Nederland, is het een achtbaanrit geworden.

“Dit zou het beste jaar ooit worden. We zouden over het miljard omzet gaan,” zegt de luchtvaartveteraan in zijn eerste interview als Transaviatopman. “We hadden nieuwe groeiplannen, zouden een nieuwe basis in Brussel opzetten, vaker vanuit de regio gaan vliegen, de vloot vernieuwen, duurzaamheid verder oppakken, een recordaantal passagiers vervoeren. En toen brak Covid-19 in al haar hevigheid uit. Al die plannen waren meteen weg.”

Wanneer kreeg u het gevoel; dit gaat mis?

“Eind februari, toen op Tenerife een hotel in quarantaine ging. Tot dan dachten we: als het in China onder controle komt, zal corona Europa niet raken. Nou, het heeft ons vol geraakt. Er ontstond zo veel onduidelijkheid bij passagiers, bij overheden en bij onszelf, dat we niet anders konden dan stoppen. Dat is voor een vliegbedrijf een ongelooflijk heftig besluit. Ook omdat je niet overziet wat de lengte van die freeze is.”

En dan ben je plotseling manager van een bedrijf met 2200 werknemers en 42 toestellen die stilstaan, terwijl het geld de kas uitwaait. Is het nog wel leuk?

“Leuk is niet het goede woord. Ik hou van de luchtvaart en de mensen die er werken. En Transavia is erg zelfstandig, met eigen commissarissen. Een eigen maatschappij leiden, ook al zijn de banden met KLM sterk, is wel heel aantrekkelijk. Ook als het tegenzit.”

“Op de dag dat we stopten, zijn we beziggegaan met de herstart. Dan ben je tegelijkertijd bezig een crisis te managen, een bedrijf overeind te houden en – met alle onzekerheden – na te denken over de toekomst. Van de manier waarop iedereen bij Transavia dat nu doet, raakt mijn batterij weer opgeladen. Ik krijg wel een adrenalinekick door dit avontuur.”

“We vliegen sinds 4 juni weer, naar Malaga en Faro, en elke week komen daar bestemmingen bij. Deze maand groeien we van 4 procent naar 25 procent, deze zomer willen we naar 75 procent. Maar het is bestemmingen toevoegen, geen frequenties. In die wereld zitten we nog niet. De capaciteit blijft beperkt.”

De overheid zegt: je moet niet reizen als het niet nodig is. U zegt: kom alsjeblieft reizen.

“Als de overheid negatieve reisadviezen opheft, waarom zou je dan niet naar die landen toe mogen? Zeker als het risico op besmetting gelijk is aan hier boodschappen doen. Ik ben ervan overtuigd dat vliegen op een veilige manier kan. Met de luchtreiniging aan boord, mondkapjes, beperken van de catering. De kans op besmetting is wel bijzonder klein.”

“Ik ben bewust meegegaan op onze eerste vlucht naar Faro. Om aan de bemanning en passagiers te laten zien dat ik er achter sta. Niet hen het risico laten lopen terwijl ik op kantoor zit. En ik wilde zien hoe het gaat. In Faro temperaturen ze reizigers. Daar doen we in Nederland heel krampachtig over, maar dat zou enorm helpen om het vertrouwen in vliegen groter te maken. Daar moet je als overheid dan wel in investeren.”

Vervolgens wordt de luchtvaart tegenover theaters gezet, of reisbussen, de horeca. Met het beeld: in de lucht mag alles, maar wij mogen niks.

“Ik heb begrip voor ondernemers die vechten voor hun bedrijf, maar luister goed naar ons verhaal. Een vliegtuig is echt iets anders dan een theater of een club. Die hebben geen luchtfilters, daar wordt de hele atmosfeer niet om de drie minuten ververst. Daarmee zeg ik niet dat het ongezond is in een theater, dat moeten anderen beoordelen. Ik vind het jammer dat we zo in een hullie-zulliediscussie komen.”

Toch duiken her en der verhalen op van volle gangpaden, reizigers die hun mondkapje afdoen en bemanningen die niet ingrijpen.

“Je hebt als passagier de verantwoordelijkheid niet te reizen als je je niet goed voelt. En alle regels te volgen. En bij excessen wordt wel degelijk ingegrepen. Er is nu behoefte bij een groot deel van onze klanten om te gaan vliegen. We zien dat de boekingen de goede kant opgaan. En als je het niet aandurft, moet je vooral niet op pad gaan. Bij ons is het mogelijk tot twee uur voor vertrek je boeking af te blazen.”

Dat hebben jullie wel moeten leren, gezien de strijd om de vouchers, waarin jullie uiteindelijk moesten buigen.

“Die discussie is moeizaam verlopen, mild gezegd. De buitenwereld, ook de politiek en de Europese Commissie, beseft onvoldoende hoe groot de klap is. Wij hebben tussen half maart en midden juni 8500 vluchten geannuleerd. Dat zijn 1,8 miljoen passagiers. Al die mensen terugbetalen terwijl vliegtuigen aan de grond staan; dat zou het einde betekenen.”

“Het beeld dat we de regels eventjes hebben opgeschort om er zelf beter van te worden, klopt echt niet. Die regels zijn niet geschreven voor een crisis als deze. We hebben passagiers juist zekerheid geboden. Ze konden met die vouchers opnieuw boeken en als dat niet lukte, zouden we na twaalf maanden terugbetalen. Ik vind dat in deze situatie fair. Maar in de politiek en in Brussel was onvoldoende mededogen. Ik had graag meer begrip gezien voor de omvang van onze problemen.”

Over mededogen gesproken. Allerlei groepen, binnen en buiten de politiek, stellen allerhande eisen aan de luchtvaart in ruil voor overheidssteun. Tot het inperken van activiteiten aan toe.

“Het continu opwerpen van nieuwe hindernissen doet geen recht aan de huidige crisissituatie en geen recht aan de behoefte van Nederlanders om op reis te gaan. Zeker niet als ze worden afgedwongen met overheidshulp als stok achter de deur.”

“Transavia is opgezet om vliegen bereikbaar en betaalbaar te maken voor iedere Nederlander. Daar horen regels en beperkingen bij, van het maximum aantal vluchten op vliegvelden tot de tickettaks die er volgend jaar bijkomt. Maar niet tot in het oneindige. Om te investeren in duurzaamheid, moeten we toch eerst geld kunnen ­verdienen.”

Schade onvermijdelijk

Zestig procent minder luchtreizigers dit jaar, een omzetdaling van 5,4 miljard euro en 178.000 banen op de tocht van Nederlanders die direct en indirect afhankelijk zijn van de luchtvaart. Brancheorganisatie Iata is uiterst somber over de gevolgen van de coronacrisis voor de Nederlandse luchtvaartsector.

Transaviatopman Marcel de Nooijer waagt zich nog niet aan zulke rekensommen. “Daarvoor is het veel te vroeg. We zitten nog midden in de crisis. De afgelopen maanden hebben grote gevolgen voor dit bedrijf, de volgende maanden ook. Dát er consequenties zijn, ook voor de omvang van dit bedrijf, is onvermijdelijk. Transavia zal door deze crisis komen, maar niet zonder schade.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden