Plus Interview

Toparchitecten: ‘De binnenstad kan wel weer wat opschudding gebruiken’

Geen architectenbureau drukte de laatste ­decennia zo’n sterk stempel op Amsterdam als Benthem Crouwel. Crouwel: ‘Ik probeer nog weleens iets wat ik niet snap. Jan gaat niet verder dan wat hij snapt.’

Jan Benthem (l) en Mels Crouwel. Benthem: ‘Ik heb wel een tijd nachtmerries over gebouwen gehad.’ Beeld Marie Wanders

Als je er oog voor hebt, zie je ze overal. Onderweg van huis naar het kantoor van Benthem Crouwel Architecten, gevestigd op Bedrijventerrein Schinkel, telt de verslaggever al tien ontwerpen van hun hand. Benthem Crouwel is het bureau van megaprojecten als het Centraal Station, Schiphol en de Noord/Zuidlijn. Maar ook ontwierpen ze voor de stad – uit een héél lange lijst – de Ziggo Dome, bruggen, hotels, het nieuwe Stedelijk Museum en de uitbreiding van het RAI-complex.

Zonder overdrijven: Amsterdam zou er anders uitzien zonder Benthem Crouwel. Een wandelingetje door de stad moet de naamgevers van het bureau, Jan Benthem (67) en Mels Crouwel (66), vervullen van trots.

Ach, ach, kom, kom, doen de twee. “Als een gebouw eenmaal is opgeleverd, is het niet meer van ons. Dan zit onze taak erop en is het van de gebruikers,” zegt Crouwel. “Maar,” zegt hij toch een beetje trots, “we hebben wel veel gedaan in Amsterdam. Ik denk dat je wel twee dagen bezig bent, als je al onze ontwerpen hier wilt zien.”

Samen afgestudeerd

In de rest van Nederland staan eveneens veel gebouwen van hun hand, in het buitenland ook de nodige, maar het zwaartepunt van hun oeuvre ligt toch in de stad waar ze werden geboren en zijn opgegroeid. Bedrijventerrein Schinkel is niet het mooiste stukje Amsterdam, maar de omgeving heeft voor zowel Crouwel als Benthem grote nostalgische waarde.

Mels Crouwel, zoon van grafisch ontwerper Wim Crouwel (medeoprichter van het invloedrijke ontwerpbureau Total Design), woonde in zijn jeugd op een woonboot aan de Schinkelkade. Het ouderlijk huis van Jan Benthem stond aan de James Rosskade, waar nu de A10 is. “Mijn ­vader was opgeleid als scheepsbouwkundig ingenieur, maar hij leidde de rekenkamer op het Luchtvaartkundig Laboratorium, hier vlakbij. Ik herinner me goed dat hij ponspapier mee naar huis nam, waar wij mee mochten spelen.”

Als jongens kenden Benthem en Crouwel elkaar niet. En later in Delft, waar ze Bouwkunde studeerden, kregen ze pas helemaal aan het eind van de rit met elkaar te maken. Benthem: “We studeerden af op het zelfde onderwerp: de uitbreiding van de Tweede Kamer. Hoogleraar Har Oudejans stelde voor dat wij een koppel zouden vormen.”

Ze pasten goed bij elkaar, bleek snel. Crouwel: “Oudejans kende mijn vader. Hij wist dat Jan en ik een zelfde achtergrond hadden. Het was de wereld van Goed Wonen, van eerlijk, simpel en rechttoe rechtaan functionalisme. Socia­lisme hoorde er ook bij.”

Benthem: “Onze ouders geloofden in een mooie toekomst, het was de tijd van de wederopbouw.”

Verbouwinkjes voor vrienden

Toen Benthem en Crouwel afstudeerden en in 1979 een ­eigen bureau oprichtten, zag de toekomst er minder stralend uit. Gevraagd naar wat ze voor ogen hadden met hun bureau Benthem Crouwel, antwoordt Benthem: “We ­wilden gewoon werken, maar het was crisis en er was ­nauwelijks iets te doen. We hebben jarenlang alleen verbouwinkjes gedaan. Een badkamer ontwerpen voor een vriend of een familielid, dat werk. Het was al heel wat toen we het ontwerp voor een verbouwing op de Keizersgracht mochten doen. Een garage op de begane grond moest een woning worden. Keukenblokje erin, nieuwe voorgevel.”

Crouwel: “Ik liep er laatst nog langs. Ze hebben ermee ­lopen rommelen, het heeft een andere kleur. Van de opdrachtgever hebben we nog steeds geld tegoed: duizend gulden. Dat is ons daarna nooit meer overkomen.”

Hun eerste echt grote klus in Amsterdam was het ­kantoor van Wagon Lits met daaraan vast een Ibishotel, vlak bij het CS, dat in 1992 werd opgeleverd. Aan het werk voor Schiphol was Benthem Crouwel toen ook al. Hoe kwam een nieuw bureau aan zo’n grote opdrachtgever? “O, dat is heel geleidelijk gegaan,” zegt Crouwel. “Ons eerste ontwerp daar was een fietsenstallinkje. En daarna volgden nog veel meer van die kleine dingen.”

Toen ze voor het echt grote werk op Schiphol werden gevraagd, wilden ze eerst nee zeggen. Benthem: “Op een dag had ik een afspraak met de directie. Met één directeur, dacht ik, maar toen ik er kwam zat de hele top van ­Schiphol aan een tafel, wel een man of vijftien. Een van die mannen begon de toekomst van de luchthaven te schetsen. Schiphol ging enorm uitbreiden en daar zochten ze een architectenbureau voor. ‘Maar wij weten helemaal niets van luchtvaart,’ zei ik nog. Maakte niet uit, ze wilden frisse, jonge architecten. We hebben pas ja gezegd nadat we zeker waren dat we zouden worden bijgestaan door goede adviseurs.”

Zonder smoesjes

Wat kenmerkt ontwerpen van Benthem Crouwel? “Dat er goed over is nagedacht en dat ze netjes zijn ontworpen,” zegt Crouwel. “Als je ons een vraag stelt over een gebouw, kunnen we die altijd beantwoorden zonder smoesjes te hoeven verzinnen.”

Functionalisten noemen ze zichzelf. Sober en doelmatig ontwerpen, daar gaat het om. De term calvinistisch valt zelfs. Vooral dat laatste verbaast nogal. Veel van hun ontwerpen – neem de stations van de Noord/Zuidlijn – stralen toch juist een enorme luxe uit?

Benthem: “Vindt u die stations niet functioneel dan?”

Crouwel: “Als iets goed doordacht en goed gemaakt is, ziet het er tussen heel veel andere dingen al snel luxueus uit. Wij hebben het idee dat als iets goed functioneert, het er ook automatisch goed uitziet.”

Station Amsterdam Centraal. Beeld Rink Hof (111305)

Onderlinge verschillen

De vorm en het uiterlijk van een gebouw worden bepaald door de functie ervan, leert het functionalisme. De speelsheid van de door Benthem Crouwel ontworpen ‘Badkuip’ bij het Stedelijk Museum lijkt daar nogal haaks op te staan.

We zien het verkeerd, volgens Crouwel: “Functionalisme betekent natuurlijk niet meer precies hetzelfde als vroeger. Maar de Badkuip is veel functionalistischer dan je denkt. Die klep zit erop zodat de zon niet in de benedenverdieping schijnt. De van boven naar beneden schuin aflopende vorm is omdat er binnen een theateropstelling in zit. Die knik die aan de kant van het restaurant zit, is omdat daar de aula is. Elk detail heeft een functie. Dit is de vorm waar we, alle eisen van de opdrachtgever serieus ­nemend, logischerwijs op uitkwamen. Het is als met het ontwerp van een auto: je kunt wel een beetje styleren, maar je zit altijd vast aan een carrosserie en vier wielen.”

Kunnen ingewijden aan een ontwerp van Benthem Crouwel zien wat van Benthem is en wat van Crouwel? Nee, vinden ze allebei. Nou, vooruit, ze geven toe dat Benthem misschien iets meer ingenieur is en Crouwel iets meer kunstenaar. “Maar daarin verschillen we echt maar zo’n klein beetje van elkaar,” zegt Crouwel, waarbij hij ­tussen duim en wijsvinger een afstand van hooguit een centimeter aangeeft. “En ik wil nog weleens iets proberen wat ik niet snap. Jan gaat niet verder dan wat hij snapt.”

Het Stedelijk Museum Beeld ANP

Benthem: “Ik hoor altijd dat als wij kijken wat de anderen op het bureau aan het doen zijn, we onafhankelijk van ­elkaar precies hetzelfde zeggen.” Ze benadrukken dat Benthem Crouwel allang geen tweemansbedrijf meer is. Naast de naamgevers zelf heeft het bureau nog vijf partners. Crouwel: “Het bedrijf is inmiddels overgedragen aan de partners. Wij blijven nog vijf jaar, daarna kijken we op welke manier we eventueel nog verder gaan.”

Verschil met Rotterdam

Hebben de twee architecten nog iets op hun verlanglijst staan? “Een stadion had me wel wat geleken,” zegt Crouwel. Benthem: “Dromen over gebouwen? Ik heb er wel een tijd nachtmerries over gehad. Dat er niets deugde en alle vloeren scheef waren. Heb ik gelukkig geen last meer van. Ik zou nog wel een gebouw willen ontwerpen boven metrostation Rokin. Het zou mooi zijn als daar iets heel spraakmakends kwam, de binnenstad kan wel weer wat opschudding gebruiken.”

Hun ontwerp voor de Noord/Zuidlijn kreeg vier belangrijke architectuurprijzen. Heel eervol, vinden ze. Benthem: “Maar voor ons ontwerp voor het Centraal Station in Rotterdam kregen we er wel vijftien.”

Als het gaat om bouwen in Rotterdam of Amsterdam, gaan alle clichés op, zegt Crouwel. “In Rotterdam vindt ­iedereen alles leuk. In Amsterdam is iedereen aan het zeuren. Maar als Amsterdammers eenmaal iets omarmen, zie de Noord/Zuidlijn, gaan ze er ook helemaal voor.”

Zelf hebben Benthem en Crouwel nooit de minste twijfel over de Noord/Zuidlijn gehad, ook niet toen in 2008 de zogeheten wevershuisjes op de Vijzelgracht als gevolg van de aanleg van het station daar begonnen te verzakken. De door de gemeente opgekochte monumentale panden kwamen eerder dit jaar in de verkoop. Mels Crouwel wist als anonieme, hoogste bieder een van die kluspanden te bemachtigen. Hij wil er zelf gaan wonen.

“En dan ga ik volop genieten van de Noord/Zuidlijn en de herprofilering van de buurt.”

Schiphol (vanaf 1992)

Waar je als van vakantie terugkerende Nederlander ineens wordt overvallen door chauvinisme. Het ondergrondse treinstation, Schiphol Plaza, controle­torens, het WTC, een parking, lounges en nog veel meer: allemaal Benthem Crouwel.

Centraal Station (vanaf 1996)

Nog zo’n megaklus. Benthem Crouwel tilde het uit de 19de eeuw stammende station van Cuypers naar de 21ste eeuw met onder meer winkelpassages in het gebouw zelf en een compleet busstation erachter.

Foam (2002)

Het Fotografiemuseum Amsterdam huist in een prachtig gebouw, maar het zijn de foto’s aan de wanden die altijd de hoofdrol spelen.

Ziggo Dome (2012)

Het vijfsterrenhotel onder de mega­popzalen. Ook wie er nooit binnenkomt, kent het gebouw van de uit 840.000 ledlampjes opgetrokken videowall op de buitengevel.

Stedelijk Museum (2012)

De nieuwe vleugel had al snel een bijnaam. Niet alle Amsterdammers vinden de ‘Badkuip’ mooi. Het is waarschijnlijk Benthem Crouwels meest omstreden ontwerp.

Fletcher Hotel (2013)

Landmark langs de A2, dat er komend vanuit de richting Urecht uitziet als een moderne stadstoren: hoog, rond, blauw. En voorzien van ronde ramen.

Datacentrum A4 (2017)

Blikvanger op het Amsterdam Science Center, te zien vanaf de A10. Dertien verdiepingen hoog gebouw als uit een sciencefictionfilm. De ‘zilveren’ gevel lijkt er elke keer dat je er langskomt anders uit te zien.

Noord/Zuidlijn (2018)

Recent nog een Amsterdammer horen zeuren over de Noord/Zuidlijn? Nee, hè? Het lijkt of echt iedereen de door Benthem Crouwel ontworpen stations mooi vindt.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden