PlusEssay

Tom wordt jong vader. En daar heeft iedereen een mening over

Grosfelds vriendin is zeven maanden zwanger.Beeld Ted Struwer

Journalist Tom Grosfeld (25) en zijn vriendin (26) verwachten hun eerste kind. Dat ze jong voor het ouderschap kozen, riep heel wat vragen op in hun omgeving. Maar waarom wordt die keuze eigenlijk vreemd gevonden?

Het was net na mijn 25ste verjaardag, in mei 2019, dat mijn vriendin en ik besloten: we gaan proberen een kind te krijgen. Het plan om daar op relatief jonge leeftijd mee te beginnen, sluimerde al langer door ons hoofd en dit voelde als een natuurlijk moment. We waren ruim vijf jaar samen, woonden in een huurappartement met extra slaapkamer, hadden allebei werk, waren tevreden met onze levens en zagen onszelf wel samen oud worden. En eerlijk gezegd was onze kinderwens zo sterk dat we geen maand langer konden wachten.

Na drie maanden was het gelukt. Nog eens drie maanden later vertelden we het aan onze familie, vrienden en omgeving.

Dat leverde ontroerende momenten op, maar ook verwarring. Zodra ik het nieuws deelde met mensen die iets verder van me af stonden – collega’s, oude studievrienden, kennissen – kwam steeds de vraag: was het bewust? Want we waren nog zo jong. Vaak moest ik mezelf verantwoorden of verdedigen in zo’n gesprek: nee, we vinden het niet zonde. We hoeven niet eerst een maand naar Thailand. Inderdaad, we wonen nog in een huurappartement. Het voelde alsof ik had aangekondigd dat ik een enkeltje gevangenis had geboekt.

De reacties verwonderden me, al vond ik het niet vervelend. Ik zou ook verbaasd zijn als ik die ander was. We zijn 25 en 26, en hoogopgeleid. In Nederland zijn vrouwen gemiddeld 29,9 jaar wanneer ze hun eerste kind krijgen. Hoogopgeleide vrouwen zijn gemiddeld vier jaar ouder, mannen nog eens drie jaar ouder. Kortom: mijn vriendin is acht jaar jonger dan de vrouwen in haar sociale netwerk die voor het eerst een kind krijgen, ik zo’n twaalf jaar jonger dan de mannen.

Maar toch: als er één plek is waar je het anders kunt doen dan de rest, is het Amsterdam. Waarom moet ik me dan verantwoorden? Als ik het vraag aan filosoof en schrijver Maarten Doorman, zegt hij dat het lijkt alsof mensen tolerant zijn, maar dat ze je het laten voelen als je afwijkt van de norm. Daarmee ondermijn ik bepaalde keuzes die mijn sociale groep impliciet maakt. En daar worden ze zich bewust van. Dat roept de vraag op waarom onder hogeropgeleiden zo’n sterke sociale norm bestaat voor wanneer je een eerste kind krijgt. En waarom die de medische norm lijkt te overstijgen: de vruchtbaarheid van vrouwen neemt immers gestaag af na hun dertigste, en in rap tempo na hun 35ste.

Volgens Gert Stulp, socioloog aan de Rijksuniversiteit Groningen, heerst er in Nederland een huisje-boompje-beestjecultuur. Mensen willen pas aan kinderen beginnen als er zekerheid is: een koopwoning, vast contract, stabiele relatie. “Onzekerheden in het leven leiden tot uitstelgedrag. De huizenmarkt is niet gunstig, er komen meer flexcontracten. Als je niet weet waar je over een paar jaar staat, stel je kinderen krijgen uit.” Dat geldt vooral voor hoger­opgeleiden: zij studeren langer, nemen de tijd een goede baan te vinden en willen eerst in zichzelf en die baan investeren.

Voor je het weet ben je de dertig voorbij.

Eerst zekerheid

Financiële stabiliteit weegt ook zwaar. Dat is voor vrouwen die carrière willen maken een duivels dilemma. Uit onderzoek van het Centraal Planbureau naar de arbeidsparticipatie en economische zelfstandigheid van vrouwen (2019) blijkt dat de man 6 procent aan inkomen verliest na de geboorte van het eerste kind en de vrouw maar liefst 45 procent. Veel vrouwen halen die ‘child penalty’ niet meer in.

Bij het horen van die sociaal-economische, praktische factoren om het ouderschap uit te stellen, vraag ik me af wat zwaarder weegt: de wens om eerst een koophuis en vast contract te hebben, of het idee dat je pas aan kinderen ‘hoort’ te beginnen wanneer je de dertig bent gepasseerd. Mijn vriendin en ik vonden dat vaste contract of koophuis niet zo belangrijk. Wat voor mij een grotere rol speelde, was de gedachte dat ik op mijn 25ste vader zou worden. Dat leek niet te kloppen. Niemand die ik kende deed zoiets. Voordat ik me moest verantwoorden bij anderen, had ik mezelf al op het matje geroepen. Wanneer mensen me feliciteren met mijn aanstaande vaderschap, zeg ik zelfs vaak: “Ja, we zijn natuurlijk jong, maar…”

Volgens filosoof Lammert Kamphuis zijn die praktische overwegingen voor veel koppels wel echt de reden dat ze hun kinderwens uitstellen. “Alleen: ze kunnen die overwegingen een grote rol laten spelen, juist omdat die sociale norm bestaat. Hoogopgeleide twintigers die zich in andere kringen bevinden, neem de streng gereformeerde kerk, krijgen wel jong kinderen. Daar heerst een andere norm, dus wegen de praktische redenen minder zwaar.”

Volgens de norm

Een andere praktische reden om het ouderschap uit te stellen, die zich waarschijnlijk minder laat beïnvloeden door de sociale norm, is het niet hebben van een partner. Dat stond al in een rapport van het ministerie van Volksgezondheid in 2007: ‘Relatieontbinding en echtscheiding zijn belangrijke factoren die ervoor zorgen dat mensen minder kinderen realiseren of hun kinderen later krijgen dan zij eigenlijk zouden willen.’

De afgelopen tien jaar is dat een nóg rommeliger fenomeen geworden. Volgens Carien Karsten vinden veel twintigers en dertigers het moeilijk een partner te vinden. “We gaan van scharrel naar kwarrel (‘kwaliteitsscharrel’, red.) en het duurt lang voordat mensen besluiten zich te binden. De opkomst van Tinder speelt daarin een grote rol. Je denkt telkens: zou er een nog leuker iemand rondlopen?”

Relaties sneuvelen of komen dus niet van de grond. Op je 26ste, 28ste, 30ste: de fase waarin je over kinderen zou kunnen nadenken. Aan de andere kant zijn veel hoogopgeleide mensen dan nog helemaal niet bezig met binden. Karsten: “Ze willen vrijheid, ervaringskapitaal verzamelen. Een feestje, festival, wereldreis. Vooral mannen schieten in de kramp als hun partner het onderwerp kinderen aansnijdt. Terwijl ik denk dat vrouwen de biologische behoefte om een kind te krijgen meestal voelen als ze ergens in de twintig zijn. Als je het blijft uitstellen, hoe dicht sta je dan nog bij dat gevoel?”

Economische keuze

Onderzoek van het CBS staaft de observatie van Karsten. Van alle stellen die in 2000 ging samenwonen, was binnen vijf jaar een op de drie geen koppel meer. In 2015 was bijna de helft uit elkaar. Jan ­Latten, oud-hoofddemograaf bij het CBS, schrijft in een opiniestuk in NRC dat onze blik op liefde verandert. Hij haalt de Amerikaanse onderzoeker Valerie Oppenheimer aan: ‘Het samenwonen en uit elkaar gaan is een mogelijke tussenstap op het langere traject naar maatschappelijke volwassenheid. Het is niet opportuun om je als twintiger definitief te binden, omdat ieders maatschappelijke kansen nog niet zijn uitgetrild.’ De Amerikaanse arbeids­socioloog Richard Sennet beweert zelfs dat we door de flexibele arbeidsmarkt leren dat loyaliteit niet meer past bij de moderne economie. Dat zou zo ver gaan dat het ook ons privéleven beïnvloedt.

Ik vind het angstaanjagend dat we langzaam op economische, rationele wijze ons liefdesleven vormgeven. Het past naadloos in de neoliberale samenleving, waarin we onszelf beschouwen als kapitaal waarin we moeten investeren om er het maximale uit te halen. Alsof we een werknemer zijn van onze eigen bv.

Psychotherapeut Karsten: “Kinderen krijgen is geen prestatie en wordt daarom niet beloond. Dat zie je terug in de inrichting van de maatschappij: geen gratis kinderopvang, nauwelijks vaderschapsverlof, vrouwen die thuisblijven en hun plek op de carrière­ladder uit het zicht verliezen.”

Kunnen we dan geen andere keuze maken? Tegen de stroom in zwemmen, dat doen wel meer mensen, toch? Volgens Doorman is dat een illusie: “Er bestaat een enorme discrepantie tussen de vrijheid die we denken te hebben om ons te ontwikkelen, en hoe het in de praktijk gaat: iedereen doet hetzelfde.”

We zijn vrij zolang we ons niet commiteren, zegt Kamphuis. Zo zien we vrijheid. Ook wel: negatieve vrijheid. Als er geen kind is, zijn er geen beperkingen, dus meer vrijheid. We zijn daarom geneigd onze opties open te houden. Want wat als er een betere baan of partner is? Er bestaat ook positieve vrijheid. Die ontstaat wanneer je je ergens aan committeert. Dat kan een kind zijn, maar ook een marathon. Doordat je dingen moet laten, kun je aspecten van jezelf ontwikkelen waarvan je anders geen weet had. Toch wordt dat vaak niet als vrijheid gezien – je zit immers ergens aan vast. Kamphuis: “Maar het is juist een vrije keuze. Je leeft je vrijheid, je leeft je keuze. Dat is vrijheid als zelfontplooiing.”

Lang jong blijven

Het klinkt alsof het bijna onmogelijk is om als hoogopgeleid koppel vroeg aan kinderen te beginnen. Je moet losbreken uit de sociale norm, de praktische zaken min of meer voor elkaar hebben, de paradox van vrijheid doorprikken, durven kiezen en je niks aantrekken van wat de neoliberale samenleving van je eist. En je zou het bijna vergeten: je moet het ook nog écht willen.

Een groot deel van mijn vriendengroep moet er niet aan denken. Of ziet het pas voor zich over een jaar of tien. Laatst nog zei een vriend: met kinderen is je leven voorbij. Die beeldvorming is volgens ­Doorman de reden dat veel koppels het uitstellen: “We vertellen onszelf graag dat we vrije mensen zijn, zonder verplichtingen, alleen bezig ons te ontwikkelen. We willen niet burgerlijk zijn. We doen alsof we bohemiens zijn en altijd zo blijven. Want we leven fantastisch, groots, avontuurlijk. Het gezinsleven past niet in dat verhaal.”

De populaire cultuur bevestigt dat beeld. Neem de Amerikaanse tv-serie Sex and the City. Een belangrijke stap in de emancipatie, want de serie gaf een luchtige kijk op het leven als dertiger in de stad met een carrière en vriendinnen als basis voor geluk. Volgens filosoof Stine Jensen kleeft daar ook een keerzijde aan. “Bijvoorbeeld het moment dat een van de vrouwen, Miranda, een kind krijgt. Het beeld herinner ik me nog scherp: Miranda achter een babyboek, haar gezicht dat uitstraalt: gevangenis.”

In lijn met die beeldvorming ligt volgens Kamphuis onze anti-agingcultuur. “We willen wel oud worden, maar het niet zijn. Toffe opa’s klimmen, sjouwen en fietsen. Vijftigers zeggen bijna verontschuldigend: ik voel me nog dertig hoor. We willen zo lang mogelijk jong blijven. Daar hoort vroeg kinderen krijgen niet bij.”

Dat is terug te zien in hoe mijn generatie over volwassen worden denkt: we verzetten ons ertegen. In mijn woonkamer hangt een poster met de tekst: ‘Don’t grow up, it’s a trap’. Grapje, en ook weer niet. We zien volwassenheid niet als iets waar we langzaam in groeien, maar als gedragsvorm. Als we een kast kopen bij Ikea, een avond niet naar de kroeg gaan of onze belastingaangifte doen, zeggen we ironisch: ‘Ik voel me zo volwassen.’ Oftewel: ik deed net iets wat we associëren met die vermaledijde volwassenheid, maar geen zorgen, ik trap er niet in.

Ook de traditionele vormen van volwassenheid stellen we uit. Onderzoek van het CBS laat zien dat we later afstuderen, op kamers gaan, een vaste baan vinden, trouwen en een huis kopen. Volgens de Amerikaanse generatie-expert Jason Dorsey nemen millennials de tijd te onderzoeken wat ze met hun carrière willen en wachten ze langer met het aangaan van een serieuze relatie. Er ontstaan twee groepen dertigers: getrouwd met twee kinderen en vrijgezel met twee huisgenoten. Is dat erg?

Grosfeld: 'Nee, we vinden het niet zonde. We hoeven niet eerst een maand naar Thailand.'Beeld Ted Struwer

Te laat

Het is evident dat iedereen lekker zelf mag weten of en wanneer hij aan kinderen begint. Het gevaar is alleen dat als je te lang wacht, het misschien niet meer lukt. Journalist Larissa Pans schreef het boek Onbeperkt vruchtbaar, over uitgesteld moederschap, ivf-behandelingen en het leed van ongewenste kinderloosheid. Toen ze aan het boek begon, zag ze het als feministische verworvenheid om de zwangerschap te kunnen uitstellen. Daar is ze van teruggekomen.

“Ongewenste kinderloosheid is een groot probleem. We zijn te veel gaan geloven in onze eigen maakbaarheid. We stellen het ouderschap uit en als het niet lukt, leunen we op de technologie die het voor ons moet oplossen. Maar het verdriet is zo ontzettend groot wanneer het dan niet lukt. Twee keer: eerst wordt iedereen om je heen moeder, daarna oma. En er is het minder zichtbare verdriet: twee of drie kinderen wensen, en er maar één krijgen.”

Frank Broekmans, gynaecoloog en hoogleraar voortplantingsgeneeskunde aan het UMC Utrecht, zegt dat veel vrouwen de kinderwens zonder veel consequenties kunnen uitstellen van 25 naar 33 jaar. “Op je 25ste heb je ongeveer 5 procent kans op onvruchtbaarheid, op je 33ste is dat 15 tot 20 procent.” Daarna neemt de kans snel toe. Op 35-jarige leeftijd krijgt slechts 65 procent van de vrouwen een kind binnen een jaar; op 38-jarige leeftijd lukt dat maar de helft. “Natuurlijk, je kunt naar de dokter, en de helft van de vrouwen die spontaan niet zwanger worden zal het uiteindelijk wel lukken, met of zonder ivf-behandeling,” zegt Broekmans. “Maar veel koppels hebben geen accuraat beeld van de samenhang tussen leeftijd en verminderde vruchtbaarheid.”

Broekmans merkt dat de alarmbellen bij vrouwen (en hun partners) van 37 of 38 jaar vaak niet afgaan. “Die moeten wij dan helaas laten rinkelen. Ze beseffen niet dat uitstellen het risico op blijvende ongewenste kinderloosheid vergroot. Soms is het al te laat. Dat heeft gevolgen voor de levenskwaliteit: een verhoogde kans op werkloosheid, een depressie of drankprobleem. Mensen die op hun sterfbed liggen, denken aan hun kinderen, of aan de kinderen die ze niet hebben gekregen.”

Journalist Pans denkt dat het mantra dat je als vrouw zelfstandig moet zijn en je zaakjes op orde moet hebben voordat je aan kinderen begint, wellicht te goed in de hersenen is ingeprent. “We moeten dat beeld loslaten. De pil bracht ons emancipatie, maar de keerzijde is dat we onszelf ermee hebben als we te lang wachten. Sommige werkgevers vergoeden nu zelfs ivf-behandelingen en het invriezen van eicellen, zodat vrouwen carrière kunnen maken. Dat is toch de omgekeerde wereld? Ze moeten die banen zo inrichten dat vrouwen kinderen kunnen krijgen. Bovendien speel je met je vruchtbaarheid.”

Voor haar boek interviewde Pans veel fertiliteitsartsen. Die zeiden tegen haar: als jij het wilt, en je partner wil het, doe het dan gewoon. Niet eerst alles perfect willen organiseren, dan ben je te laat. Pans: “We moeten niet onderschatten hoe moeilijk deze generatie het heeft op de arbeidsmarkt en huizenmarkt. Maar dat perfectionisme zit er zo sterk in. Alles moet geweldig zijn: een mooi huis, perfecte baby­kamer, nieuwe keuken, duurste kinderwagen. Daar mag meer realisme in.”

Vergrijzing

Onszelf een spiegel voorhouden is geen slecht idee, maar de overheid kan ook een belangrijke rol spelen in het stimuleren van (vooral hogeropgeleide) koppels om eerder aan kinderen te beginnen. Dat is hoognodig, vindt socioloog Gert Stulp. “Vooral omdat we weten dat er een sterk verschil bestaat tussen het aantal kinderen dat koppels willen, en hoeveel ze er krijgen. De ongewenste kinderloosheid neemt toe. Dat kun je verhelpen door er actief beleid op te voeren. Het makkelijker maken om het werkende en familieleven te combineren. Daarvoor is wel een cultuuromslag nodig: het kind verzorgen moet niet meer primair op de vrouw aankomen. Mannen moeten minder werken, langer ouderschapsverlof krijgen en dat ook durven op te nemen.”

Annemieke Hoek, gynaecoloog en hoogleraar voortplantingsgeneeskunde in het Universitair Medisch Centrum Groningen, vult aan: “De kinderopvang moet gratis worden. Dat zou een basisvoorziening moeten zijn, net als de basisschool. Ook zzp’ers zouden een basisverzekering moeten krijgen voor ziekte en zwangerschap. Dat zijn investeringen die je doet als maatschappij om te zorgen dat zoveel mogelijk mannen en vrouwen aan het arbeidsproces kunnen meedoen en tegelijkertijd kinderen kunnen opvoeden.”

Want dat is in Nederland heel slecht geregeld, zegt Marli Huijer, hoogleraar publieksfilosofie aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. “Onze maatschappelijke structuur is niet gericht op het model van twee ouders die allebei drie of vier dagen werken. Daar moet je als samenleving veel meer op inzetten. Het is niet alleen een plicht om het voor jonge koppels aantrekkelijk te maken om kinderen te krijgen, we moeten ook inzien dat de samenleving er baat bij heeft. Nieuwe aanwas is nodig; we vergrijzen. Je mag hopen dat de baby­boomers niet onvoorstelbaar lang leven.”

Aan de andere kant: de technologie staat niet stil. Het laten invriezen van eicellen kan in de nabije toekomst worden geoptimaliseerd, zegt gynaecoloog en hoogleraar Frank Broekmans. “Nu kunnen we zo’n twaalf tot veertien eicellen invriezen en is het onzeker of je daarmee zwanger kunt worden. In de toekomst kunnen we waarschijnlijk uit één reepje eierstok­weefsel veel meer eicellen en embryo’s kweken. Dat zou bijna een garantie op zwangerschap geven. En een verzekering voor het geval je het spontaan probeert, maar het niet lukt. Het zou een doorbraak zijn. Maar zover zijn we nog niet.”

Hoogleraar Huijer is kritisch op die technologische ontwikkelingen. “Daardoor krijgen we de illusie dat we ons niet hoeven bezighouden met zoiets ouderwets als een biologische klok die tikt en ons vertelt dat we niet meer zo vruchtbaar zijn. Maar onze biologische klok is in zoveel miljoenen jaren tot stand gekomen, dat het moeilijk is om daar met technologie tegenop te boksen. De technologische regie over zwangerschappen veroorzaakt bovendien nu al veel angst. Doe je geen NIP-test, dan ben je bang dat je kind met het downsyndroom wordt geboren.”

We kunnen onszelf ook wat minder aantrekken van de overheid en werkgevers die stimuleren om carrière te maken tussen je dertigste en veertigste, vindt Huijer. “We gaan mee in de maatschappelijke trend, maar pas door erop te reflecteren, is het mogelijk te denken: kan het anders?”

Keuze gemaakt

De steeds boller wordende buik van mijn vriendin is het bewijs dat het anders kan. Ze is nu zeven maanden zwanger. De ‘was het bewust’-vraag wordt nog zelden gesteld, onze omgeving overspoelt ons met leuke, bemoedigende reacties. Hoe dichterbij de geboorte van onze zoon komt, hoe trotser ik ben dat we acht maanden geleden de schroom van ons afschudden en besloten ervoor te gaan. Al besef ik dat niet iedereen die keus heeft, of in de positie verkeert waarin een kinderwens reëel is.

Dit is dan ook geen pleidooi om met zijn allen op onze 25ste aan kinderen te beginnen. Het uitgestelde ouderschap is een complex terrein. Het is, denk ik, goed om ons te realiseren dat we onbewust door tal van factoren worden beïnvloed om relatief lang te wachten met kinderen. En dat, als je graag aan kinderen wilt beginnen als koppel, je het gewoon moet doen. Voor mij is het nu al het waanzinnigste dat ik ooit heb meegemaakt. Daar kan geen vast contract tegenop. 

'Hoe dichterbij de geboorte van onze zoon komt, hoe trotser ik ben dat we acht maanden geleden de schroom van ons afschudden en besloten ervoor te gaan.'Beeld Ted Struwer
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden