PlusAchtergond

Toen hij ernstig ziek werd, raakte Bas verstrikt in een bureaucratisch oerwoud

Beeld Lin Woldendorp

Zo fladder je door het leven, zo kijk je de dood in de ogen. Een ernstige bacteriële infectie veranderde alles voor verpleegkundige Bas van Huizen (43). Bijkomend probleem: het bureaucratische oerwoud waarin hij terechtkwam.

Het was een bezoekje aan de sportschool in februari vorig jaar zoals Bas van Huizen dat zo vaak bracht. Deze keer zou hij nooit vergeten.

Van Huizen was een sportieve vrijgezel, die midden in het leven stond. Met zijn appartement in het hart van de Jordaan als uitvalsbasis. Elke dag was hij aan het sporten. Boksen, roeien, hardlopen, surfen – Van Huizen was van vele markten thuis. ’s Avonds was hij vaak op pad met vrienden en vriendinnen.

Als verpleegkundige had hij altijd vaste contracten ­gehad, bij het AMC en het VU-ziekenhuis. Maar toen hij die dag in de sportschool een boksbal tegen zich aan kreeg en z’n stuitje brak, zat hij in een opleidingstraject van ­zeven maanden bij een kliniek voor plastische chirurgie in Zuidoost. Pas daarna lonkte een vaste baan.

Met dat vooruitzicht was hij na het ongeluk blijven doorwerken, al voelde hij zich bepaald niet honderd procent. Pas toen hij steeds hogere koorts kreeg ging hij naar zijn huisarts, die hem doorstuurde naar het OLVG Oost.

Daar kreeg hij dramatisch nieuws: hij lijdt aan necrotiserende fasciitis, ook bekend als de vleesetende bacterie. Het is een infectie die zich zeer snel (in de loop van uren tot dagen) verspreidt. Een levensbedreigende aandoening.

Zijn artsen zagen dat het te laat was om de ziekte te stoppen. Het beste wat ze nog konden doen was de zaak vertragen. Van Huizen: “Ze zeiden vrijwel meteen: je gaat waarschijnlijk overlijden.”

“Mijn prognose is niet heel goed. Mijn organen zijn aangetast. Daar maak ik me wel zorgen over.”

Veertig operaties

Veel tijd om de onheilstijding te laten bezinken was hem niet gegund. Er volgde een tien uur durende operatie, waarbij hij een stoma kreeg. Hij lag anderhalve week op de ic en daarna 3,5 maand op de afdeling chirurgie.

In medisch opzicht is hem nooit meer rust gegund. Het aantal operaties loopt inmiddels tegen de veertig, waarbij het er soms om spant of hij het zal overleven. Hij was bijna vaker in het OLVG dan thuis. Zeker in de periode tot begin dit jaar werd hij steeds opgenomen met complicaties als gevolg van zijn stoma en de drains op zijn rug.

Deze maand is het weer raak, met een buikoperatie. ­Eigenlijk had hij bedacht dat hij dat niet meer wil. “Het is niet te doen, al die operaties. Als verpleegkundige weet ik iets te veel van de lijdensweg die kan volgen.”

Er was een euthanasietraject in gang gezet, maar sinds de stoma en drains operatief zijn verwijderd, staat dat on hold. “Ik heb nu meer kwaliteit van leven. Tot dan toe moest de thuiszorg heel vaak langskomen om mijn wonden en drains te verzorgen.”

Voedselbank

Tussen de bedrijven door overleed zijn vader. En wordt hij geplaagd door geldzorgen. Nu zijn spaargeld op is, komt de Voedselbank een keer per week eten brengen. ­Zoals Van Huizen zegt: “Dat is wel een dingetje. Dat vind ik wel heftig.”

Mede dankzij de wisseldiensten met toeslagen die hij draaide, was hij gewend meer dan genoeg geld te hebben voor een druk sociaal leven. Nu leeft hij van een ziektewetuitkering, waarvan ruim twee derde opgaat aan de huur van 1150 euro per maand.

Via maatschappelijk werk diende hij in augustus vorig jaar een aanvraag in voor een eenmalige woonkostentoeslag. Die werd geweigerd omdat hij volgens de gemeente en ook volgens de nadien ingeschakelde ombudsman ­genoeg middelen had om rond te komen.

Hij heeft overwogen te verhuizen naar Leusden, naar zijn familie. “Maar ik ben gebonden aan het OLVG, waar mijn artsen zitten en ik heel vaak naartoe moet. Soms met spoed. En als ik ooit weer kan werken, heb ik hier veel meer kans op een baan.”

Kan hij dan ooit nog werken? “Ik accepteer het alternatief niet. Dat zou wel heel heftig zijn.”

Ruim zeven maanden geleden zette Van Huizen een ­ander traject in, voor het verkrijgen van een urgentieverklaring om een goedkopere woning te krijgen. Daarmee heeft hij voor zijn gevoel een bureaucratisch oerwoud ­betreden, waarin hij het spoor al snel bijster raakte.

Zijn maatschappelijk werker moest bij de gemeente steeds dezelfde stukken aanleveren, omdat ze niet zouden zijn aangekomen – zelfs niet toen ze aangetekend waren verstuurd.

Complex dossier

Met de belastingdienst, waar een aanvraag is ingediend voor kwijtschelding, verloopt de communicatie even moeizaam. “De dienst zegt steeds: die aanvraag hebben we niet ontvangen,” zegt Kathleen Vijent, maatschappelijk werker bij Centram. “Of dat we slecht bereikbaar zijn of onvolledige gegevens overleggen. Ook voor de urgentieverklaring vraagt de gemeente steeds aanvullende gegevens.”

Na maanden te hebben gebedeld om een mondelinge ­afspraak, kon Van Huizen twee weken geleden terecht bij een loket van stadsdeel West. Daar zeiden ze dat een ­urgentieverklaring nog wel zes maanden op zich kan laten wachten. Terwijl Van Huizens huisbaas de huur per 1 januari heeft opgezegd. De inmiddels drie keer aangeleverde verklaring dat hij schuldenvrij is, moet nog een keer verstuurd. En o ja, of zijn behandelend artsen – die eerder al verklaringen opstelden in de hoop de zaak vlot te trekken – een medische verklaring kunnen afgeven, die een GGD-arts moet beoordelen.

“Al die tijd heeft de gemeente nooit eens gebeld om te vragen hoe het met me gaat. Ja, een paar keer hebben ze geïnformeerd wat ik nou precies heb. En of ik écht niet weer kan werken. Ik zou niets liever willen.”

Het gepieker – kan hij een zoveelste taxirit naar het ziekenhuis betalen? – komt zijn gezondheid niet ten goede.

Kathleen Vijent: “In heel uitzonderlijke situaties moet je maatwerk leveren. Wij zijn steeds als standaardgeval ­behandeld. Laatst liep de zaak weer vertraging op omdat de Dienst Wonen de eerdere afwijzing van de woonkostentoeslag wilde hebben. Terwijl het door hun eigen apparaat is afgewezen.”

Na vragen meldde zich vorige week het gemeentelijke ‘maatwerkontwikkelteam’, opgericht voor complexe dossiers als dat van Van Huizen. Vijent had voor het eerst het gevoel dat serieus werd getracht hem te helpen. Maar ook bij nadere bestudering komt hij niet in aanmerking voor ­financiële hulp. Vijent: “Zijn inkomsten zijn te hoog. De gemeente houdt geen rekening met kosten die hij bijvoorbeeld maakt vanwege zijn medische behandeling.”

Wijkverpleegkundige Léoni Koster van Buurtzorg komt sinds anderhalf jaar bij Van Huizen over de vloer. “De laatste maanden denk ik steeds vaker: hoe is het mogelijk? Als er niks gebeurt, staat hij in januari op straat. Hij is zo vaak geopereerd en heeft zo vaak moeten herstellen. Hij heeft nooit de ruimte en rust zich daarop te focussen. Hij heeft alleen maar zorgen over huisvesting en financiën.”

‘We kunnen niet iedereen optimaal helpen’

Een woordvoerder van het stadsbestuur mailt namens de gemeente: ‘Het is duidelijk dat deze casus een schrijnende situatie betreft. Wij kunnen helaas nooit ingaan op individuele gevallen. Wel kunnen we melden dat het dossier is overgedragen aan een speciaal team: het ‘maatwerk­ontwikkelteam’. Dit team wordt ingezet om dossiers die vast zitten of complex zijn verder te helpen [...] Onze middelen als ­gemeente zijn helaas begrensd, dit betekent dat we niet iedereen optimaal kunnen helpen. Wij ­betreuren het ten zeerste als ­iemand die om onze hulp vraagt zich niet gehoord voelt. Iedereen die hulp nodig heeft moet immers kunnen rekenen op de stad.’

Het team heeft inmiddels vast­gesteld dat Bas van Huizen niet in aanmerking komt voor financiële tegemoetkoming. Zijn aanvraag voor een urgentieverklaring valt buiten de bevoegdheden van het team.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden