PlusGeschiedenis

Tijdens de Koude Oorlog moest de stad binnen 24 uur kunnen worden ontruimd

Ook Schiphol zou moeten worden ontruimd. Er werd een cirkel getrokken rond het vermoedelijke ‘grondnulpunt’.

Tijdens de Koude Oorlog trof het stadsbestuur in het geheim voorbereidingen om alle Amsterdammers binnen 24 uur te evacueren. Journalist Mark Traa ging in de archieven op zoek naar de plannen.

Het heeft iets van schatgraven, het zoeken in archieven. Het vraagt om een hoop geduld, maar af en toe is het ook raak. Journalist Mark Traa (51) vond in het Stadsarchief de plannen die het stadsbestuur eind jaren vijftig liet maken om alle 800.000 Amsterdammers binnen een etmaal te evacueren in het geval van een Russische aanval. De zoektocht was fascinerend, vertelt Traa. “Ik heb met kaarten in mijn hand gestaan die sinds de jaren zestig niet meer ­waren bekeken. Dat kun je voelen aan de manier waarop het papier is gevouwen. Iemand heeft ze in een doos gestopt en daarna is er nooit meer naar gekeken. Ik vind schrijven leuk, maar zoeken en vinden is minstens zo interessant.”

De Koude Oorlog heeft al langer de belangstelling van Traa, redacteur van het populair-wetenschappelijk tijdschrift Quest. Tien jaar geleden publiceerde hij De Russen Komen. “Voor dat boek had ik ook al eens naar de noodplannen in het land gekeken. Wat was er voor de burgers geregeld? Alle grotere gemeenten waren door de regering verplicht om voorbereidingen te treffen. In eerste instantie ging dat om de evacuatie van zo veel mogelijk mensen. In Gouda vond ik een kaartsysteem met van elke huis een plattegrond, het aantal inwoners en het aantal vluchtelingen dat daar in geval van nood nog bij kon. Dat moet een monnikenwerk zijn geweest. Ambtenaren zijn daar jaren mee bezig geweest, zonder dat de mensen om wie het ging er ook maar iets van wisten. Het was allemaal geheim.”

Papieren exercitie

Niet alle gemeenten gingen even grondig te werk. In ­Amsterdam werd welgeteld één ambtenaar belast met het maken van een plan, volgens Traa een aanwijzing dat in de hoofdstad geen prioriteit werd gegeven aan het evacuatieplan. “Ik vermoed dat men wel begreep dat het in hoge ­mate een papieren exercitie zou blijven. De opdracht was eenvoudig: hoe krijgen we alle Amsterdammers binnen 24 uur de stad uit? Daar moest een plan voor komen. Aan het begin van de Koude Oorlog was het idee: we moeten vluchten. In het tweede deel verschoof de aandacht naar schuilen, vanwege de atoomdreiging. Vanaf het begin van de jaren zestig werden in het hele land schuilkelders ­gebouwd.”

De Munttoren als doelwit

De noodplannen van de gemeenten gingen uit van een Russische aanval zoals die door de legerleiding werd voorzien. In het hele land waren de potentiële doelwitten in kaart gebracht. Traa: “Een aantal lag voor de hand: vliegvelden, kazernes, havens. Maar er werd ook rekening mee gehouden dat de grote steden doelwit konden zijn. Dus ook Amsterdam. Militairen overlegden met de burgemeester en de commissaris van de koningin. Het Centraal Station en de Munttoren waren aangewezen als waarschijnlijke doelwitten voor de Russische bommen. Met dat scenario moest het stadsbestuur aan de slag.”

Amsterdam met wijkindeling. Volgens het plan zou alles binnen de rode lijn worden ontruimd.Beeld Stadsarchief

De ambtenaar die in Amsterdam het evacuatieplan op zijn bordje had gekregen, was Hein Siedenburg uit ­Amstelveen. “Hij had een goede achtergrond,” vertelt Traa. “Hij was Engelandvaarder en had in Londen deel uitgemaakt van de staf van prins Bernhard. Hij kon wel een geheim bewaren. Ik heb zijn dochter gesproken. Die wist van niets. Ik heb haar alles moeten vertellen. Het verbaasde haar. Zij herinnerde haar vader als realistisch, creatief en kritisch. Voor het evacuatieplan was hij juist eindeloos in de weer geweest met het maken van staatjes. Hij had een lijst gemaakt met hoeveel Amsterdammers in welke dorpen konden worden opgevangen. Als een cijfer tijdens een overleg werd aangepast, kon hij het hele plan opnieuw uittikken. Het was strafwerk.”

In de archieven vond Traa niet alleen de plannen, maar ook de stukken die een beeld geven van de voorbereidingen. De notulen bijvoorbeeld van de geheime vergaderingen waar werd gesproken over de plannen van de ambtenaar. “Een kleine kern was van alles op de hoogte, een groep van enkele tientallen ambtenaren mocht aanschuiven wanneer hun expertise nodig was. Een vergadering behandelde de evacuatie van Noord, Siedenburg presenteerde dan zijn voorstellen. Zoveel mensen naar Alkmaar, zoveel mensen naar Medemblik. Je proeft de frictie in de notulen. Als de plannen om de een of andere reden ­moesten worden aangepast, betekende dat weer maanden extra werk.”

Onderhandeling over plekken

Siedenburg moest werken met de informatie die hem door de civiele en militaire autoriteiten werd voorgeschoteld. De moeizame samenwerking tussen die partijen maakte zijn opdracht extra lastig. Traa: “De militairen ontdekten bijvoorbeeld dat het Olympisch Stadion was gereserveerd voor de opvang van gewonden. Nee, zei de legerleiding dan, daar willen wij onze vrachtwagens neerzetten. Op die manier werd onderhandeld over allerlei plekken in de stad. Ik heb een hele correspondentie gevonden over het Tropeninstituut, waar in de kelder een noodhospitaal moest worden ingericht. Allemaal voor het geval dat. Het was alleen theorie, maar wel tot in detail uitgewerkt.”

Evacuatiekaart uit 1963. De kleur van een stadsdeel gaf aan waarheen de bewoners zouden kunnen vertrekken.Beeld Stadsarchief

Amsterdam moest met een evacuatieplan komen, maar het was aan de regering en de legerleiding om het in ­werking te stellen. Dat moest gebeuren per telegram. Alle steden hadden een eigen code. Die van Amsterdam was twee een. Als de voorbereidingen voor een ontruiming in werking moesten worden gesteld, stuurde Den Haag een telegram naar de burgemeester met de tekst: ‘Anton Anton twee een’. Als moest worden opgeschaald kwam er een nieuw telegram: ‘Gerrit Gerrit twee een’. Traa: “Als er daadwerkelijk moest worden ontruimd, volgde een derde telegram met de tekst ‘Wandelstok twee een’. Dat was het sein om de stad te verlaten volgens het gemaakte plan.”

Advies bij atoomaanval

Siedenburg werkte twee jaar aan zijn plan, daarna nam hij afscheid van de gemeente om directeur te worden van het Prins Bernhard Fonds. Hij werd opgevolgd door Jacob Caspers, ook een ambtenaar met militaire ervaring. Traa: “Caspers had het relatief makkelijk. In zijn periode was de aanval met conventionele middelen vervangen door een aanval met een atoombom. Iedereen begreep wel dat het geen zin meer had om alles tot achter de komma uit te rekenen. Er was veel scepsis over een rampenplan, ook bij de bevolking. Er waren huis-aan-huisfolders verspreid met adviezen in het geval van een atoomaanval. Daar werd lacherig over gedaan. Iedereen wist natuurlijk van de verwoesting die de atoombom tijdens de oorlog in Japan had aangericht.”

Dat besef daalde halverwege de jaren zestig ook bij het stadsbestuur in. Het werk aan een evacuatieplan houdt op. Traa: “Ik heb geen besluit kunnen vinden, maar op een gegeven moment wordt er geen papier meer gepro­duceerd. Het was doodgebloed. Ik denk dat niemand de ­illusie had dat hiermee honderdduizenden levens konden worden gered. Het was toch vooral een ambtelijk verhaal.” De verleiding is groot om met terugwerkende kracht de spot te drijven met de berg werk die voor niets is verzet, maar dat vindt Traa te makkelijk. “De dreiging was reëel in die jaren. Het is nu absurd, bizar en surrealistisch, maar het zegt wel iets over de angst waarmee mensen toen ­leefden.”

Brief van de minister van Binnenlandse Zaken uit 1955.Beeld Stadsarchief

Het tijdschrift Quest over de Amsterdamse evacuatieplannen ligt in de winkel.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden