Plus Film

Three Identical Strangers is vreemder dan fictie

‘Three Identical Strangers’ toont aan dat de realiteit vaak vreemder dan fictie is. De documentaire geeft een verassend diepe inkijk in dit onwaarschijnlijke verhaal dat, naar mate de documentaire vordert, steeds onwaarschijnlijker wordt.

Beeld Periscoop Film

Stel, je moet na een lange vakantie weer naar school en je wordt begroet door andere leerlingen. Jongens schudden je de hand, meisjes planten een kus op je wang. “Hey ­Eddy!” zeggen ze, “hoe was je zomer?” Alleen heet je helemaal geen Eddy. En je hebt deze mensen nog nooit gezien, want je bent net verhuisd en dit is pas je eerste dag.

Het overkomt de dan 19-jarige Robert Shafran in 1980. Net als hij aan zichzelf begint te twijfelen, realiseert een klasgenoot zich wat er aan de hand is. Robert moet een tweelingbroer zijn van Eddy Galland, die net als hij is grootgebracht door adoptieouders. De jongens ontmoeten elkaar, hebben onmiddellijk een klik en belanden op de voorpagina van een lokale krant. Als David Kellman het artikel onder ogen krijgt, valt zijn kaak op de vloer. Hij ziet zichzelf op de foto. Maal twee. Hij is het derde lid van een drieling die elkaar nooit heeft gekend.

Three Identical Strangers

Regie Tim Wardle
Te zien in Arena, De Balie, Cinecenter, City, Filmhallen, Lab111, The Movies, Studio K, Tuschinski

Three Identical Strangers begint als een feelgood-sprookje. De jongens zijn dol op elkaar. Ze brengen veel tijd samen door en draven op in zo’n beetje elke Amerikaanse talkshow, waar ze steeds weer mogen herhalen dat ze inderdaad dezelfde lievelingskleur hebben, dezelfde sigaretten roken en op dezelfde meisjes vallen. In het New Yorkse nachtleven buiten ze hun roem bij de dames maximaal uit. Ze beginnen zelfs een eigen restaurant: Triplets. Het geld stroomt binnen.

Toch hangt er al aan het begin van deze spectaculaire, grappige, verrassende en ontroerende documentaire ­narigheid in de lucht. Er klopt iets niet. Waarom zijn ze uit elkaar gehaald? Omdat het moeilijk zou zijn om drie jongens in één gezin te plaatsen, zoals het adoptiebureau ­beweert? Maar waarom wisten ze dan überhaupt niet van elkaars bestaan af? Waarom wisten zelfs hun adoptie­ouders niet dat hun zoons twee broertjes hadden?

Het antwoord op die vragen gaan we hier natuurlijk niet verklappen, want Tim Wardle heeft met grote precisie een prachtig mysterie in elkaar gedraaid, dat zijn geheimen heel gedoseerd prijsgeeft. Hij gaat gelukkig niet sensatiebelust te werk. Het hart van de film zijn de interviews met de broers zelf, fantastische vertellers die hun verbazing over de verschillende twists in hun levensverhaal zeer smakelijk opdienen. De aanvankelijk zo luchtige toon verandert langzaam, tot je in sciencefiction beland denkt te zijn. Of juist in een lugubere geschiedenis.

Fraai ook hoe, wanneer het sprookje toch geen sprookje blijkt te zijn, de drieling uiterlijk steeds verder uit elkaar groeit. De een wordt dikker, de ander kaler. En dat niet ­alleen: ook de kleuren, de sigaretten en de meisjes blijken oppervlakkige overeenkomsten tussen jongens die aan de binnenkant eigenlijk behoorlijk verschillend zijn. Maar ze delen wel een geschiedenis die vreemder is dan fictie.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool.nl.