Review

Thomas Rosenboom - Zoete mond ****

Thomas Rosenboom. Foto GPD

Hoe dichter Thomas Rosenboom in zijn historische romans onze eigen tijd nadert, hoe meer afscheid lijkt te moeten worden genomen. In zijn nieuwste roman, Zoete mond, belanden we in het midden van de jaren zestig van de twintigste eeuw. De auteur, die in 1956 geboren is, heeft die periode zelf meegemaakt en toch lijkt ze ver, ver van ons verwijderd te zijn. Alles is veranderd: het gevoel voor humor van de mensen, de gemeenschapszin, de rol van de autoriteiten. In Zoete mond wordt een wereld opgeroepen die niet meer bestaat, een wereld waar je je nauwelijks nog een voorstelling van kunt maken. Maar dankzij Rosenboom komt die toch weer tot leven.

En dan vooral door het romanpersonage Jan de Loper. Deze man, die eigenlijk Jan Florian van Zuylen Rothaar heet, geboren in 1900, heeft het patent op een vorm van humor die tot in de jaren vijftig misschien nog wel aansloeg, maar die in de loop van Zoete mond al oubollig en versleten raakt; de man dreigt in volledige vergetelheid te sterven. En terecht, ben je geneigd te denken, want wat is hij vervelend en wat probeert hij krampachtig de aandacht te trekken met zijn belegen grappen! Toch zit een wending in de roman die ervoor zorgt dat je uiteindelijk sympathie krijgt voor deze in drankzucht eindigende humorist.

Zijn tegenspeler is de dierenarts Rebert van Buyten. Hij wordt geïntroduceerd in een spetterend hoofdstuk, waarin we hem aan het werk zien in zijn praktijk in Angelen, een door Rosenboom gecreëerd dorpje aan de Rijn. Een moeder en haar dochtertje komen langs met een halfvolle kom water: 'In die kom dreef een helder oranje, maar dode goudvis.' Rebert is niet voor één gat te vangen, want in alle rust verklaart hij de goudvis bewusteloos; hij moet nader worden onderzocht: 'Morgen tussen de middag kunnen jullie terugkomen voor de uitslag.' De dode goudvis wordt 'opgenomen'. En dat is niet het eerste dier: 'Beneden waren er drie konijnen in opname, allemaal goed gezond, elk in een afzonderlijk hok.'

Deze bijzondere dierenartsenpraktijk is zeker één van de charmes van Zoete mond. Het is een onzinpraktijk - kinderen tonen vrijwel uitsluitend hun gezonde huisdier aan Rebert - en er worden geen rekeningen betaald. En toch is het een praktijk waarin wonderen worden verricht, want het meisje gaat de dag na haar bezoek met een levende vis naar huis. De huiveringwekkende leegte wordt met fantasieën opgevuld en zolang iedereen daarin gelooft is er niets aan de hand.

Rosenboom heeft enige tijd nodig om te laten zien dat Rebert van Buyten zelf in feite óók een lege man is. Na het hoofdstuk waarin we hem als een Victor Frankenstein met dood en leven in de weer hebben gezien, volgt een langdurige flashback, waaruit Rebert tevoorschijn komt als een man zonder eigenschappen. Uiteindelijk belandt hij in Angelen en daar begint de strijd met die andere man die de inhoudsloosheid van zijn leven heeft opgevuld met dromen: Jan de Loper. De olijkerd en de dierenarts belanden al dan niet gewild in een duel om de titel van populairste man van het dorp. Om dit verhaal te verhevigen, heeft Rosenboom verder een onbereikbare vrouw, Laura Banda, tussen de twee heren geschoven.

Intussen kondigt de nieuwe tijd zich aan. Hoewel Rosenboom er niet voor heeft gekozen herkenningspunten te planten, zien we in deze roman de groeiende tol van de tv en de reclame, melden hippies zich en komen we de eerste jogger tegen. Die zaken benadrukken alleen maar dat in Zoete mond een wereld wordt opgeroepen die al met al toch voorgoed voorbij is, en dat stempelt deze nieuwe roman van Rosenboom tot een weemoedige. (ARIE STORM)

Thomas Rosenboom - Zoete mond ****
Querido, € 22,50.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden