Thomas Rosenboom

PlusInterview

Thomas Rosenboom over zijn dagelijkse wandeling: ‘Ik krijg het benauwd als ik het niet doe’

Thomas RosenboomBeeld Jakob Van Vliet

Thomas Rosenboom (64) schreef een mooi boekje over zijn dagelijkse wandeling door Amsterdam. Hij begon met wandelen omdat hij niet binnen kon zitten zonder eerst buiten te zijn geweest. ‘Ik krijg het benauwd als ik het niet doe.’

We zitten. We zitten in de woonkamer van de schrijver en we staan ook niet op om te gaan wandelen. “Ik heb al een klein stukje gelopen vanochtend, naar de Amstel, om nu hier rustig te kunnen zitten.”

Voor Thomas Rosenboom aan de dag begint, móét hij hebben gelopen, ‘weer of geen weer en ongeacht verdere plannen’, schrijft hij in De grote ronde. Anders gaat het niet, en dat liefst 23 jaar lang.

“Ik krijg het benauwd als ik het niet doe. Ik heb weleens het een of ander ongemak, dat ik een poosje niet goed ter been ben bijvoorbeeld, en als ik dan een paar weken niet zo’n eind kan lopen, krijg ik een opgeblazen gevoel. Dan voel ik me gewoon niet lekker.”

Wandelen als remedie. En voor Thomas Rosenboom is het ook een ritueel, al verschilt de beleving naar gelang de periode waarin hij leeft.

“Mijn leven heeft twee gezichten. Er zijn periodes dat ik aan een boek schrijf, en er zijn periodes dat ik niet aan een boek schrijf. En die periodes lijken helemaal niet op ­elkaar. Dat schrijven gaat bij mij altijd met veel spanning gepaard. Een soort bezetenheid, verliefdheid. Dat is echt niet zo prettig na verloop van tijd, met die onzekerheid die er ook bij komt kijken. Gaat het wel lukken? Wordt het wel wat? En dat jaren achter elkaar…”

“Ik heb dan altijd na zo’n schrijfdag een versnelde hartslag, en spierpijn en een opgeblazen gevoel. Ik zit totaal niet ontspannen aan mijn bureau, en dan is dat wandelen een soort tegenwicht. In periodes dat ik niet aan een boek bezig ben en ook nog niet iets nieuws aan het bedenken ben, dan is het wandelen gewoon lekker, zoals het voor ­iedereen is.”

Maar Rosenboom loopt wel elke dag dezelfde route; vanuit zijn woning aan de Oudezijds Voorburgwal, recht ­tegenover hotel The Grand, naar het IJ, en dan via de Prinsengracht, de Amstel, het Rokin, en binnendoor weer naar zijn huis.

“Dat heeft natuurlijk iets dwangmatigs. Als ik aan het schrijven ben, denk ik voortdurend aan het boek. Dan heb ik niet veel belangstelling voor de omgeving. Dan is het fijn dat ik me niet hoef af te vragen waar ik heen zal gaan. Dan loop ik bijna prevelend over straat als het goed gaat.”

Over dwangmatigheid gesproken; hij moet ook altijd eerst naar het IJ, naar het water, uit een soort verlangen eerst een weids uitzicht te moeten hebben, en uit een soort opstandigheid. Vanuit Nijmegen kwam Rosenboom meer dan veertig jaar geleden naar de hoofdstad en voelde dat er op hem als provinciaaltje werd neergekeken – dus keert hij dagelijks de drukke stad een moment de rug toe.

De naaktlezer

23 jaar lang het IJ zien en dan verder. Het verveelt hem nog steeds niet. Lees wat Thomas Rosenboom meemaakt in De grote ronde: de confrontatie met ‘de naaktlezer’ met zijn ‘pindakaaskleurige huid’, de ergernis over de vrouw met haar zeepbellen, de kans een jagende sperwer te aanschouwen, zijn speurtocht naar boomklevers en boomkruipers, en het aanschouwen van de tragische meerkoeten en zwanen (‘de zwaan is een mooi dier, maar hij zit ­gevangen in de stad’).

Thomas Rosenboom: ‘Ik heb niet het idee dat mijn leven erg leeg is nu ik niet schrijf.’ Beeld Jakob Van Vliet

“Nee, het verveelt nooit. Als ik op een bankje in het park ga zitten, verveel ik me binnen vijf minuten. En dan ga ik me zorgen maken, over geld, ruzies en zo. Als ik loop, neemt dat lopen me net voldoende in beslag om me geen zorgen te maken.”

Als hij gaat wandelen, neemt hij nooit een ­notitieboekje mee. “Anders ga ik met voorbedachten rade op stap, dan is het de goden verzoeken, dan ga je er eigenlijk al vanuit dat er iets in je opkomt dat de moeite van het noteren waard is, een mooie zin, of een verbindende scène, en dat verpest dan het wandelen.”

Wat niet wil zeggen dat er niets gebeurt tijdens het wandelen. Lees over de ontstaansgeschiedenis van zijn ­bekendste roman, Publieke werken uit 1999 waarmee hij de Libris Literatuurprijs won. Als hij niet elke dag dezelfde wandeling had gemaakt, was dat boek er nooit ­gekomen.

Hij heeft dan ook nooit nagedacht over een nieuwe route – ‘dit is de grootste lus die je in het oude centrum kunt ­lopen en duurt zo’n anderhalf, twee uur’ – en hij doet niet aan avondwandelen. Ook aan het eind van de dag, na ­gedane arbeid, zit een flinke voettocht er niet in.

Geen natuurtalent

“De laatste jaren schreef ik altijd op de uitgeverij, ik had daar een kamer op zolder. Om een uur of half zeven moest ik weg, dan werd er schoongemaakt en afgesloten. Dan liep ik, met al die spanningen in mijn lijf, meteen naar huis, want dan had ik ook enorme zin in een biertje, om de spanning kwijt te raken. Ik ben geen natuurtalent, zo ­iemand als Picasso. Ongelofelijk productief, en dan nog dat gedoe met al die vrouwen, elke avond discussiëren in het café. En zo iemand drinkt er dan ook bij, maar hij geniet er echt van. Ik moet er echt heel hard voor werken.”

Hij kijkt even uit het raam, peinzend. Zijn laatste roman, De rode loper (een stuk tapijt, niet een wandelaar) verscheen alweer acht jaar geleden, in 2012. We hebben wel weer zin in een nieuwe Rosenboom. Is hij aan het schrijven aan een nieuwe roman?

Beeld Jakob Van Vliet

“Nee, momenteel niet. Een jaar na De rode loper ben ik aan iets nieuws begonnen. Ik heb daar een paar jaar aan gewerkt, heb een schema gemaakt, zoals ik altijd doe, en vlot de eerste vier hoofdstukken geschreven. Door lichamelijke ongemakken, een verkering die aan en uit ging, kon ik me er een tijd niet op concentreren. Daarna ben ik er gewoon weer mee in contact kunnen komen. En toen heb ik mijn vrouw ontmoet, zijn we getrouwd, en hebben we gezamenlijk een huis gekocht. Voor het eerst in mijn ­leven woon ik samen. Dit is voor mij allemaal nieuw en heel ­geweldig. Dus ik heb niet het idee dat mijn leven erg leeg is nu ik niet schrijf.”

Een gelukkige schrijver, een wandelende nog wel, wat heb je er eigenlijk aan?

“Het is niet zo dat ik het besluit heb genomen te stoppen met schrijven. Ik ben gestopt zoals het ook kan stoppen met regenen, en dan gaat het een poosje later toch weer opnieuw regenen.”

“Ik vind het ook helemaal niet iets dramatisch als ik nooit meer iets zou schrijven. Het heeft me altijd veel moeite gekost, dus ik kan ook met een zekere voldoening terugkijken op wat ik heb geschreven. Als ik het einde haalde van een roman, had ik het gevoel dat ik iets bevochten had, er iets onder had gekregen.”

Donkerblauwe sneakers

Dus loopt Thomas Rosenboom elke dag ontspannen zijn rondjes. Hij kleedt zich er niet speciaal voor. “Speciale wandelkleren heb ik niet, maar als ik ga lopen heb ik wel altijd dezelfde donkerblauwe sneakers van het Franse merk Spring Court aan. Toen mijn vrouw die aan me gaf vertelde ze erbij dat John Lennon ze in de witte versie droeg op de hoes van Abbey Road.”

“Al heeft het schrijven van dit boekje me wel het gevoel gegeven van dat ik het nog kan, en dat zeg ik in alle ­bescheidenheid. Dit is geen roman en het was niet zo zwaar, en ik heb ook dagen gehad die eindigden met die maagkramp, een beetje spierpijn, dat gevoel van opgeblazenheid. Ik ben wel toegewijd en enthousiast geweest toen ik De grote ronde schreef.”

Er gloort nog hoop voor de Rosenboomfans.

Thomas Rosenboom: De grote ronde. Verschenen in de ­wandelboekenreeks Terloops bij uitgeverij Van Oorschot, €12,50. 

Twee keer Librisprijs

Thomas Rosenboom studeerde Nederlands en debuteerde in 1983 met de verhalenbundel Bij de mensen thuis. Voor de historische romans Gewassen vlees (1994) en Publieke werken (1999) ontving hij de Libris Literatuurprijs. Die laatste roman, onder meer over de twee huisjes waar het Victoria Hotel omheen moest bouwen, wordt als zijn magnum opus gezien. In 2004 schreef hij het Boekenweekgeschenk Spitzen. Zoete mond (2009) en De rode loper (2012) waren zijn laatste twee romans.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden