PlusInterview

Thomas Acda: ‘Ik ben géén BN’er’

Thomas Acda: ‘Ik kan er in Amerika erg van genieten dat niemand mij kent.’Beeld Linda Stulic

Muzikant, acteur en schrijver Thomas Acda (53) weet dat hij geen Slauerhoff is, maar dat is prima. Met zijn tweede roman Scenario heeft hij ‘gewoon een goed verhaal’ willen vertellen. In de hoop dat zoveel mogelijk mensen het lezen. ‘Weet je: ik ben een neuroot. Ik ben zo’n man die propjes opraapt.’ 

Voor mensen met een lichte smetvrees zitten er ook pluspunten aan corona, vindt Thomas Acda. Fijn dat de mensen een beetje afstand houden. En zo beleefd ook. “Al kun je nu weer gewoon de tering krijgen als je zegt dat je een mondkapje om doet, omdat je geen zin hebt je vader van 85 te besmetten.”

Acda – muzikant, acteur, schrijver – heeft zelf in elk geval goed door kunnen werken. Na Onderweg met Roadie (2015) ziet vrijdag zijn tweede roman het levenslicht: Scenario. Een hallucinant avontuur van een liedjesschrijver en een acteur, die Nederland achter zich hebben gelaten om in New York een cursus scenarioschrijven te volgen bij de beroemde docent Seth Michael Donsky. Per toeval ontdekken ze dat hun buurman wordt afgeperst, wat een geweldige kans lijkt op te leveren voor het schrijven van een script.

Ooit las Acda de logline van de obscure misdaadkomedie Palookaville uit 1995: They fought the law, the law didn’t notice. “Zo is het ook in mijn boek. Die jongens hebben geen idee wat ze aan het doen zijn. En als ze het eenmaal doorhebben, hebben ze hun zaken nog niet onder controle.”

Minstens vijf plotwendingen zitten er in het verhaal. “Dat vond ik grappig,” zegt Acda, terwijl hij naar het thermoskannetje thee kijkt, dat zijn pr-medewerker voor zijn neus zet.

Hij: “Wat zit erin dan?”

Zij: “Een zakkie.”

Hij: “Lekker, dat is mijn lievelingssmaak.”

Welke van de twee hoofdpersonen wilt u het liefst zijn?

“Ik ben ze alle twee, ik heb mezelf opgesplitst. De een is ijdel en heeft daar totaal geen last van, de ander is absoluut niet ijdel en heeft daar veel last van. De een ligt rustig op de bank chinees te eten en is daar zeer tevreden mee, de ander is voortdurend op zoek naar nieuwe avonturen.”

Moeten we verder graven?

“Naar de grote thema’s? Eigenlijk had ik gehoopt dat jij me die kon vertellen, want dan had ik dat slim in andere interviews kunnen gebruiken.”

Hij pakt zijn bril en pulkt met het pootje in de thermoskan met thee. “Hoe krijg ik dat zakkie nou te pakken?”

Vijf jaar geleden is het alweer dat hij en Paul de Munnik uit elkaar gingen. Goede vrienden zijn ze nog steeds, maar hij ‘weet zeker dat ze nooit meer bij elkaar komen’. Hoe pijnlijk de breuk ook, er is na twintig jaar samenwerking ruimte ontstaan in zijn hoofd voor nieuwe dingen, zegt Acda. Deze keer heeft hij ‘gewoon een goed verhaal’ willen schrijven.

Zonder pretenties?

“Ik heb vijf keer de marathon van New York gedaan. Dan weet ik ook dat ik niet ga winnen, maar het is wel erg leuk om mee te maken. Mijn psychiater zei: ‘Slauerhoff bent u niet.’ Dat is zeker waar, maar verhalen vertellen doe ik al mijn hele professionele leven. Ik mag het niet zeggen van de uitgeverij, maar de kiem is gelegd door John Irving. Die vroeg zich af: gaat er nog eens iemand een verhaal verzinnen of moet ik tot in lengte van dagen ieders kleine jeugdprobleempjes tot mij nemen?”

Misschien is roem een thema?

“Ik kan er in Amerika inderdaad erg van genieten dat niemand mij kent. Sterker: ik kan me er enorm aan ergeren als ik na vijf uur wandelen in Yellowstone Park twee Nederlanders tegenkom die met me op de foto willen. Dan is de hele ervaring weg van uren wandelen in de natuur. Soms denken mensen ook dat ze grappiger moeten zijn dan ik, maar dat zijn ze gewoon niet. Mijn gezin zegt altijd: we vinden het hartstikke leuk om met jou over straat te lopen, als we er maar niet twee of drie meter achteraan komen.”

Want?

“Dan horen ze iedereen over mij praten.”

Dat lijkt me hilarisch.

“Op het hoogtepunt van Acda en De Munnik liep ik met mijn vrouw door Groningen. Na een half uur wilde ze naar huis. Zegt ze: dit is niet te doen, je moet een boodschap inspreken, je moet een selfie doen, je moet een witz maken. Voor mij is het een tweede natuur geworden. En echt veel last heb ik er allang niet meer van. Ik ben 53, dus die enorme sexiness die bij roem kan horen is er ook wel van af.”

U heeft alleen nog de nadelen?

“Die meisjes zeggen tegenwoordig tegen me: mijn moeder was zo’n fan van u. Wás, niet eens ís.”

U hebt in 2006 zelf nog les gehad van Donsky, de docent uit uw boek.

“Een enorm portret, een dankbaar karakter. Op internet vind je niet veel van hem, behalve dat hij een keer een homo-erotische film heeft geregisseerd. Die heeft hij mij nog trots gegeven. Hij was ontslagen op de NYU en nam wraak door naar de, lager aangeslagen, New York Film Academy te gaan. Na acht jaar wilde ze hem terug bij de NYU en heeft hij dat geweigerd. Zo’n man. Wie heb je daar nou mee behalve jezelf? Ik vind die koppigheid een heel goede eigenschap.”

‘Ik blijf het zeggen: ik ben géén BN’er.’Beeld Linda Stulic

“Hij was ook grappig, op een jiddische, New Yorkse manier. Dan zei hij: ‘Ik zou tegen jullie kunnen zeggen dat ik meer vergeten ben dan jullie ooit zullen leren, maar jullie zullen het toch niet onthouden.’ De hele klas zat vol rijke stinkerds. Die kinderen kwamen binnen met een latte van $7,95, terwijl hij zich alleen koffie van een dollar bij de deli om de hoek kon permitteren. Eén keer per semester nodigde hij ons uit voor de lunch. Zaten we in zo’n heel vies restaurant zuurkool met braadworst te eten.”

Waarom bent u zo laat begonnen met schrijven?

“Ik ben heel vroeg begonnen met schrijven. Op mijn twintigste schreef ik Zitten voor de blues over een man die op een dak in de Eerste Helmersstraat mijmert over wat zich in het huis onder hem heeft afgespeeld. Geschreven als Jack Kerouac. De uitgever vond het hartstikke goed, maar hij wilde er wel graag punten en komma’s in. Toen bleef er een doodnormaal verhaaltje over, meer een theatermonoloog dan een roman.”

En twintig jaar later dacht u: kom, ik probeer het nog eens?

“Vijftigduizend stuks verkocht, e-books meegerekend.”

Dat is veel.

“Dat is heel veel.”

Vindt u dat belangrijk?

“Ik doe het niet voor de kat z’n viool. Ik bedoel: ik schrijf voor mijn lol, maar dan moeten zoveel mogelijk mensen het lezen. Ik vind het raar als iemand zegt: maakt mij niet uit hoeveel ik er verkoop. Allemaal leuk om de gevierde schrijver te zijn, maar daar kun je niet van eten.”

NRC Handelsblad schreef over Onderweg met Roadie

“…weer een BN’er die zo nodig een boek moet schrijven. Een klassieker. De rest gunde me het succes wel.”

Was het jaloezie?

“Ik blijf het zeggen: ik ben géén BN’er. BN’ers zijn mensen van wie je denkt dat je weet wat ze doen, maar het bij nader inzien eigenlijk niet zeker weet. Ik ben bekend omdat ik op een podium sta, niet omdat ik op tv kan raden hoeveel aapjes ik in een filmpje heb gezien. Ik denk dat mijn vader me dood zou schieten als hij me zo zag. Die zegt: ‘Ik prostitueer me nog liever dan dat ik zoiets zou doen.’ ‘Als heroïnehoer achter het Centraal Station,’ mag ik er dan graag achteraan zeggen. Ik ben de trotse weigeraar van Expeditie Robinson en Wie is de mol? En vooral van De slimste mens. Waarom zou ik daarin gaan zitten?

Omdat het een leuk programma is.

“Ik kijk er graag naar. Ik kijk graag naar al die programma’s.”

Zolang u er zelf maar niet in hoeft?

“Ik zal je vertellen: ik ben als eerste gevraagd voor de rol van Maarten van Rossum. Nou vind ik Philip Freriks een geweldige kerel, al heb ik hem nog nooit ontmoet, maar ik ga toch echt niet met zo’n belletje in een stoel tegenover hem zitten om af en toe een wijsheid ten beste te geven.”

Ik las laatst in Libelle

“Zo, jij leest intelligente bladen.”

…dat al uw geld is opgegaan aan drugs en scheidingen.

“Hahaha, daar heb ik enorm veel plezier om gehad.”

Heb ik wat gemist?

“Dat gaat om een interview dat ik had met Vice. Het was een grap. Een grap! En zo heeft die jongen het ook opgeschreven. Ik had nog nooit van Vice gehoord, maar dat bleek een blad voor jongeren van 18 tot 21. Nou heb ik met Snelle door New York gelopen, dus ik snap de jeugd inmiddels iets beter. Hun grootste belangstelling gaat uit naar geld en welke schoenen ze daarvoor kunnen kopen. Die jongen van Vice vraagt me: hoe geef jij je geld uit? Ik zeg: joh, dat is te saai voor woorden. Ik zet het op de bank en keer vervolgens mezelf een salaris uit. Daar betaal ik dan, het zal je verbazen, de hypotheek van, want de bank vindt het ontzettend leuk als je elke maand de hypotheek betaalt.”

Jeugdfoto van Thomas Acda.

“Dat vond hij inderdaad een beetje saai, dus ik zeg: schrijf nou maar gewoon op dat ik al mijn geld heb uitgegeven aan drugs en echtscheidingen, want dat snappen die lezers van jou tenminste. Dat heeft hij gedaan. Precies zo. Als je dan het begin en het einde weghaalt hou je natuurlijk een leuke quote over voor De Telegraaf en RTL Boulevard. En kennelijk ook voor Libelle.”

Heeft u er nog last mee gekregen?

“Ik ben ambassadeur van de stichting ALS Nederland. Die belde meteen op. ‘Zeg, wat heb ik nou toch gelezen?’ Die drugs dus. De scheidingen vonden ze niet zo erg. Ik ging daarna een huis kopen. Zei de makelaar: we hebben een negatieve media­melding gekregen. Ik zeg nog: een recensie? Bleek dat ze uit moesten zoeken of mijn geld niet uit misdaad kwam of werd besteed aan terrorisme.”

“Op Radio 1 zouden ze me een keer interviewen over mijn nieuwste cd, maar ze hadden toevallig ook net een item over vervuilde xtc, waaraan kinderen dood gingen. Of ik vond dat drugs getest moesten worden. Natuurlijk vind ik dat. Ik heb liever een levend kind dan een dood kind. Maar wat wordt dat dan: Thomas Acda is voor legalisering van xtc. Mij interesseert het geen fuck, maar de bank schreef me dat ze genoodzaakt waren om te vragen hoe ik aan mijn geld kwam voordat ze me een hypotheek konden geven.”

“Ik heb die mevrouw, ik zal haar naam niet noemen, teruggeschreven: ‘Normaal ben ik daar als Nederlander ietwat bescheiden over, maar ik zal het even uit de doeken doen. Ik heb twee miljoen platen verkocht, ik heb gespeeld in twaalf uitverkochte theatershows en in twaalf televisieseries en 35 speelfilms en ik heb een bestseller geschreven. Hartelijke groeten, Guus Meeuwis.’ Bekijk het even lekker.”

“Mijn management heeft gevraagd of ze dat stuk van de site van Vice af moesten laten halen, maar dat wilde ik niet. Die jongen had het keurig opgeschreven en mij maakt het niet zoveel uit waar ik in kom. Ik moet cd’s verkopen. Als je kijkt naar mijn Instagram, zie je dat mijn grootste fanbase 18 tot 25 jaar is. Nou jij weer.”

Knap hoor.

“Ik verbaas me daar zelf ook hogelijk over. Het kan bijna niet anders dan dat die jongeren de cd’s van hun ouders hebben gepikt. Nou ja, Jeuk was ook vrij populair onder de jeugd. En All Stars leeft ook weer. Dus zo raar is het helemaal niet, meneer Wiegman! Wil je nog koffie voordat ik je eruit lazer?”

Heeft u er moeite mee dat u zoveel ouder bent dan uw publiek?

“Ik heb ook nog steeds fans van mijn leeftijd hoor. Maar het klopt: veel theaterdirecteuren viel het ook op dat er naar mijn laatste show veel jonge mensen kwamen. Waarschijnlijk willen ze me steunen omdat mijn geld op is. Of omdat ze denken dat ze na afloop gratis drugs krijgen.”

“Ik moet zeggen: Paul en ik hebben in onze tijd volop genoten van het popsterrenleven. Maar drugs? Nee. Er was wel een moment… We hadden al drie optredens en interviews gedaan en moesten daarna nog naar Winschoten. Ik zat in die auto en had geen idee waar we heen gingen. Ik liet me tegen Paul ontvallen dat ik nu begreep waarom mensen aan de cocaïne gaan. Ik wist niet meer waar ik het vandaan moest halen. Paul belde onze agent en zei: ‘We doen vanavond nog en dan houden we ermee op.’ Dat had hij keurig gezien. Ik was volkomen kapot en heb een week plat gelegen. Volgens mijn vrouw lag ik dieper in bed dan een normaal mens.”

Wanneer was dit?

“In 2000, het jaar dat mijn broer overleed. Je hebt van die jaren. In 2015 was het ook zo: Acda en De Munnik stopte, mijn eerste boek kwam uit en mijn moeder overleed.”

Hij herinnert zich hoe hij als kleine jongen stiekem de platen van zijn vader draaide, omdat op zondagochtend de radio pas om zeven uur begon met de Ko de Boswachtershow. In een la vond hij opeens het trouwboek van zijn ouders en wie stond daar als getuige op de foto? Piet Keizer! De beroemde linksbuiten van het grote Ajax! Acda: “‘Gewoon een goede vriend van vroeger,’ zei hij. Had hij nooit verteld. Na het uitgaan gingen ze ’s ochtends ontbijten bij Schiller en ging Piet naar het stadion. Dan brachten ze later zijn tas, zodat ze konden doorlopen om gratis de wedstrijd te zien. Ik was daar enorm trots op toen ik het eenmaal wist.”

‘Ik ben nu eenmaal van het genieten en morgen verdienen we het wel weer terug.’Beeld Linda Stulic

Zijn vader, een reclameman, is inmiddels 85 jaar oud. “Hij is vrij fit, daar ben ik blij om. Hij heeft zijn eigen land om groenten op te verbouwen. Daar hebben we ons kostelijk mee vermaakt deze zomer. Ik heb nog een mooie quote voor je: Thomas Acda heeft al zijn geld uitgegeven aan wortelzaadjes en planken voor de kas van zijn vader.”

Heeft u weleens ergens spijt van gehad?

“Dat zal best, maar ik ben intelligent genoeg om dat te blocken in mijn hoofd. Ik heb veel geld uitgegeven. Dat je denkt: dat had ook wel wat zuiniger gekund. Maar spijt? Ik ben nu eenmaal van het genieten en morgen verdienen we het wel weer terug.”

“Ik had wel wat meer als mijn vader willen zijn. Die had de ballen om op woensdag tegen zijn gezin te zeggen: zaterdag gaan we verhuizen. Hij was Amsterdam-Noord helemaal zat. Toen zijn we vertrokken naar De Rijp. Ik ben, toen ik terug was in Amsterdam, nooit meer weggegaan. Dat krijg ik er bij mijn gezin niet doorheen.”

Uw zoon is anders wel in Utrecht gaan studeren.

“Ja, natuurlijk. Dat is een heel leuke stad. Als ze het zelf mogen bepalen, doen ze het wel. Maar die twee vrouwen bij mij thuis krijsen de hele boel bij elkaar als ik ze zeg dat we eens buiten de stad moeten kijken. Maar ik heb makkelijk lullen, want ik woon niet in Holysloot, dus weet ik ook niet wat ik ga missen als ik daar woon.”

Holysloot, dat vindt u…

“Dat vind ik wel ver genoeg van Amsterdam, ja. Hoewel? Toen ik voor de eerste keer in Rotterdam kwam, bij Hotel New York, dacht ik: hier kan ik wel wonen. De Kop van Zuid. Mooi man. Uitkijken over de Maas. Daar is tenminste echt vrachtverkeer.”

Bent u een curlingvader?

“Wat is dat?”

Een vader die alles voor zijn kinderen wil rechtstrijken.

“O, nou, absoluut. Het probleem is: ik ben een kind van mijn moeder. Die had drie zoons, ik zit nu thuis met een vrouw en een dochter. Dan los je voor zo’n kind een probleem op, loop je weg van tafel en dan hoor je ze met zijn tweeën beginnen over precies hetzelfde probleem. Ze praten liever over problemen dan ze op te lossen. Dat kan ik niet! Ik moet oplossen! Ik los op!”

“Weet je: ik ben een neuroot. Ik ben zo’n man die propjes opraapt. Ik ben gefascineerd door het feit dat mijn gezin twee dagen lang langs een onderbroek in de woonkamer kan lopen zonder hem op te rapen. Als het mijn onderbroek is, krijgen ze wat respijt, maar als het die van mijn dochter is, denk ik: waarom? Al geef je hem maar een trap opzij. Zoals Al Bundy al zei: ‘Women, you can’t live with them and you can’t kill them.’”

Thomas Acda

6 maart 1967, Amsterdam

1973-1979 Leeghwaterschool, de Rijp
1979-1984 RSG Purmerend
1984-1985 D’Witte Lelie, Amsterdam
1989 Toneelschool, Amsterdam
1990-1994 Kleinkunstacademie, Amsterdam
2006 Cursus scriptschrijven, New York Film Academy

Thomas Acda vormde tussen 1995 en 2015 met Paul de Munnik een van de succesvolste duo’s van Nederland. Ze maakten vijf theatervoorstellingen en acht albums.

Een greep uit het andere werk:
Theater: Fiddler on the roof (2017), Motel (2018)
Film: All Stars (1997), Lek (2000), In Oranje (2004) Alles is Liefde (2007), All Stars 2: Old stars (2011)
Televisie: Dit was het nieuws (1996-2000 en 2011-2014), All Stars (1999-2001), Penoza (2010), Flikken Maastricht (2010-2013), Jeuk (2014-2018), Klem (2020) en All Stars & Zonen (2020)
Romans: Onderweg met Roadie (2015) en Scenario (2020)

Thomas Acda woont in het centrum van Amsterdam met zijn vrouw (Esmé Wekker) en dochter (Lucy) van 9. Uit zijn eerste huwelijk heeft hij een zoon (Finn) van 19.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden