Review

Thielemann slaat, mept en geselt

Archieffoto van Christian Thielemann op het Bayreuth Festival met Katharina Wagner (r). Foto EPA

Toen Christian Thielemann in 2004 Generalmusikdirektor werd van de Münchner Philharmoniker had hij grootse plannen. Als opvolger van de onvergetelijke en onvergelijkbare Sergiu Celibidache en van James Levine zag hij een lange samenwerking voor zich, waarin hij de dames en heren uit München nog verder in de vaart der volkeren zou opstoten. Misschien zou hij zelfs aan de schaduw van de grote Celi kunnen ontsnappen en zou zijn naam net zo onlosmakelijk verbonden zijn aan het Beierse orkest als Karajan aan Berlijn, Szell aan Cleveland, Ormandy aan Philadelphia en Haitink aan Amsterdam.

Maar het liep anders. In een artistiek-organisatorisch conflict met de intendant van de Münchenaren dolf Thielemann het onderspit. Hij wilde alleenheerschappij over het orkest, maar het stadsbestuur beschikte anders. Het gevolg: dit is Thielemanns laatste seizoen in München. En tot overmaat van ramp passeerden de gezusters Wagner hem ook nog voor de nieuwe Ring des Nibelungen in Bayreuth in 2013, waar dat jaar de tweehonderdste geboortedag van Richard Wagner wordt gevierd. Thielemanns troost: in 2012 wordt hij de nieuwe chef van de Dresdner Staatskapelle.

Thielemann (51) wil graag een belangwekkende representant van de Duits-Oostenrijkse dirigeertraditie zijn en ziet zichzelf als de erfopvolger van Furtwängler en Karajan. Dat beeld is te flatteus. Aan successen en wapenfeiten in Thielemanns carrière geen gebrek, maar de weg naar de harten van het publiek heeft hij nog niet gevonden. En dat heeft alles te maken met zijn bijna griezelig autoritair ogende gestiek. Thielemann slaat de maat. Hij mept, zwiept, geselt. En daar komt schreeuwerigheid van, zoals in gisteravond in Brahms Vierde symfonie. Of dichtslibbende tutti's bij de fortes in Schrekers Nachtstück, een schitterend, briljant georkestreerd fragment uit de opera Der ferne Klang, waarin Thielemann in de eerste minuten op fraaie wijze nachtelijke parfums wist op te roepen in het Concertgebouw.

Maar we waren natuurlijk gekomen voor de Amerikaanse super?sopraan Renée Fleming en haar vertolking van Mahlers Rückert-Lieder en voor de onvermijdelijke traan bij Ich bin der Welt abhanden gekommen, wellicht Mahlers allermooiste lied. Maar die traan kwam niet. Was er nog resterende ergernis over Thielemanns onverdedigbare snelle tempo in Um Mitternacht, waarin Fleming bij het triomfale slot totaal door het orkest werd bedolven?

De althobosolo in Ich bin der Welt was niettemin fabelachtig mooi, en zo ook het zinnetje 'Ruh' in einem stillen Gebiet', dat Fleming onwaarschijnlijk teder en troostend zong. Maar ook hier speelde het orkest te luid. (ERIK VOERMANS)

Wereldberoemde Symfonieorkesten. Münchner Philharmoniker o.l.v. Christian Thielemann. Soliste: ?Renée Fleming (sopraan). Werken van Schreker, Mahler, Brahms. Gehoord: 25/10, Concertgebouw.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden