PlusExclusief

Theoloog Christa Anbeek over hoe we omgaan met dood en verlies: ‘Even had ik de illusie dat ik de dood had bezworen’

Christa Anbeek: ‘Je kunt rennen naar de andere kant van de aarde, toch blijf je kwetsbaar voor verlies.’ Beeld Daphne Lucker
Christa Anbeek: ‘Je kunt rennen naar de andere kant van de aarde, toch blijf je kwetsbaar voor verlies.’Beeld Daphne Lucker

Journalist Nynke Sietsma verloor eind 2020 haar vierjarige zoontje Berend. In deze serie spreekt ze mensen over hun ervaring en omgang met de dood en verlies. In de tweede aflevering: bijzonder hoogleraar en theoloog Christa Anbeek (60).

Nynke Sietsma

Over deze serie

Na het overlijden van haar zoontje Berend is freelance journalist Nynke Sietsma (41) nieuwsgierig naar hoe anderen denken over de dood, het hiernamaals en verlies. In maart 2020 werd Berend ernstig ziek. Hij bleek een agressieve vorm van kanker te hebben. Tegen de verwachtingen van de artsen in overleed hij eind oktober van dat jaar op vierjarige leeftijd. Nynke, haar echtgenoot en dochter van vijf jaar bleven achter met de vraag: waar is Berend nu? Met deze serie hoopt ze iets meer grip te krijgen op het grootste mysterie van het leven: de dood.

Christa Anbeek sleepte de dood jarenlang onder haar arm mee het leven door. Toen ze nog theologiestudent was, overleden haar vader, haar moeder en haar broer binnen één jaar. Haar vader en broer pleegden suïcide.

De dood werd haar levenswerk. Anbeek promoveerde op de dood, deed de predikantsopleiding, werkte in de psychiatrie als geestelijk verzorger en schreef een drieluik over de dood. Noodgedwongen eigenlijk, want na haar boek Overlevingskunst uit 2010, een zoektocht naar de diepere zin van de dood, was ze er al klaar mee. De diepere zin vond ze niet. “Eigenlijk weigerde ik ook gewoon antwoord te krijgen, hoor,” zegt ze lachend. “Niets was goed genoeg.”

Ze schreef het boek na het plotselinge overlijden van haar levenspartner Peter; hij stierf in 2007 aan een hartstilstand tijdens een wandeling in de Spaanse bergen. De tijd met hem typeert ze als de gelukkigste van haar leven. “Ik zou wel even aantonen dat alle filosofieën en theorieën doekjes voor het bloeden waren, ook religie.”

Toch volgden er nog twee boeken. Met Ada de Jong, die haar hele gezin voor haar ogen zag verongelukken, schreef ze in 2013 de aangrijpende bestseller De berg van de ziel. Klaar nu, dacht Anbeek, hoog tijd om die dood uit haar leven te bannen. Maar toen presentator Wim Brands, door wie ze uitgebreid is geïnterviewd, en schrijver Joost Zwagerman, met wie ze een gesprek zou hebben, suïcide pleegden, scheurde de wond van de zelfdodingen van haar vader en broer weer open. Ze kon niet meer. Fysiek en geestelijk was ze op. Haar kleinzoon Joseph deed haar uiteindelijk langzaam weer opkrabbelen. Het kijken naar zijn spel, zijn verwondering en levenslust werkten helend.

En toen schreef u wéér een boek over de dood: Voor Joseph en zijn broer.

“Ja, dat ging er opnieuw over – maar niet alleen over de dood, hoor. Ik ben in retrospectief misschien wel dertig jaar bezig geweest om de dood te bezweren, achter me te laten. Even had ik de illusie dat het me was gelukt. Door mijn twee kleinkinderen had ik het spelen en plezier als levenskunst ontdekt. Maar je kunt rennen naar de andere kant van de aarde, toch blijf je kwetsbaar voor verlies. Je zult moeten blijven incasseren dat de dingen anders lopen dan je had gehoopt en had gedroomd. Niet alleen voor jezelf, maar vooral voor je kinderen.”

“Mijn oudste kleinzoon Joseph kreeg een ernstig ongeluk met de fiets. Hij heeft blijvend letsel aan zijn been en loopt mank. Het is totaal anders dan wat jullie is overkomen met Berend, maar het was wel ontwrichtend. Weer dat besef: ons bestaan is fragiel.”

Heel fragiel.

“Je krijgt geen garanties. Het enige wat ik wél kan doen, is een belofte afleggen aan mijn dochter en kleinkinderen. Dat ik alles zal doen om bij ze te blijven en niet voortijdig af te haken. Ik zal hem koesteren zolang ik leef. Zoals in jouw geval met Berend, ook al is hij er niet meer. En ook al doet dat pijn.”

“Dat vond ik lastig aan het gesprek tussen jou en Jotika Hermsen in de vorige aflevering. Dat jij je zou moeten onthechten aan het verlangen naar Berend. Omdat het pijn doet. Ik heb liever die pijn, denk ik dan. Ook met het idee van wedergeboorte heb ik moeite. Dat hij bij een andere moeder ergens op de wereld aan tafel zit. Scheur dat boeddhisme aan flarden, denk ik dan.”

Ik moet lachen om uw felheid. Tegelijkertijd verbaas ik me, want u bent zelf zenboeddhist geweest. Het idee van wedergeboorte komt dan toch niet als een verrassing?

“Nee. Maar zenboeddhisten zien geloof in wedergeboorte als een vorm van gehechtheid. Ook zien ze het leven en de dood als één geheel. Er is zelfs een woord voor. En ze hebben ook wel gelijk, maar…”

U kunt het niet uitstaan.

“Nee. Je kunt allerlei mooie inzichten formuleren, maar ze helpen niet.”

Heeft u wel iets aan het zenboeddhisme gehad toen u ontroostbaar was?

“Door te mediteren leer je te voelen en te zien wat er is. Dat golvende verdriet om Peter kon ik daardoor beter vertrouwen. Eerder heb ik weleens gedacht: als ik toegeef aan het verdriet, ga ik dood. Dan huil ik mezelf dood.”

Maar dat gebeurde niet.

“Nee. Ik wist: straks stopt het huilen en voel ik weer iets anders. Zo gaat dat met rouwen. Op een gegeven moment moet jouw dochter eten en moet jij naar de keuken lopen. Dan sta je dus op, ga je uit de pijn. Ik zie daar een vergelijking in met zen. Zenmeditatie duurt heel lang, je zit daar maar en gaat door allerlei lagen van emoties, maar je staat ook weer op van je mat.”

Nynke Sietsma met zoontje Berend.
 Beeld privéarchief
Nynke Sietsma met zoontje Berend.Beeld privéarchief

Zou je kunnen zeggen, met alles wat u nu weet, dat je je kunt voorbereiden op de dood van iemand van wie je houdt?

“Nee, dat is nou precies het probleem met de dood. Het is meer een druppel die te vaak op dezelfde plek valt. Je bent weer net zo kwetsbaar. Ik had in mijn tijd als zenboeddhist een lerares, Mimi. Ze was als een tweede moeder voor mij en werd ziek. Ik dacht aanvankelijk: dit is anders dan toen mijn familie overleed. Dat was plotseling en mijn vader en broer hadden het bovendien ook nog eens zelf gedaan. Niet dat ik ooit echt boos op ze ben geweest, wel diep teleurgesteld. Omdat ik dacht dat we samen iets van het leven zouden maken.”

“Op het overlijden van Mimi kon ik me tenminste voorbereiden. We spraken in de laatste periode van haar leven intensief met elkaar. Dat waren waardevolle gesprekken. Maar toen stierf ze. En voelde ik me weer net zo in de steek gelaten.”

Dat had u niet verwacht.

“Totaal niet! Toen Peter plotseling overleed, was dat gevoel van verlatenheid er ook weer. Ik was zo totaal verslagen. Op een veel dieper niveau besefte ik hoeveel ik van hem hield, dat mijn liefde voor hem in mijn vezels was gaan zitten. Lichamelijk bleken we veel meer verbonden dan ik eerder had beseft. Fysiek ben je compleet beroerd als de ander wegvalt. Begrijp me niet verkeerd, we hielden ook al intens van elkaar toen hij nog leefde.”

Ze houdt even in. “Ik was trouwens wel blij dat we de laatste dag geen ruzie hebben gehad. Dat had best wel kunnen gebeuren, we hadden een temperamentvolle relatie. Ik was zo kapot na zijn overlijden. Toch was ik na verloop van tijd ook boos. Hij was nog getrouwd, we waren al negen jaar samen maar hij had zijn scheiding nog steeds niet geregeld. De papieren lagen nog in de la, ze waren al getekend, hij moest ze alleen nog naar de notaris brengen. En dan een beetje op de valreep doodgaan, ja zeg.”

Anbeek denkt even na en zegt dan: “Dat lijkt me bij een kind anders, nog intenser. Een kind zit helemáál in je lijf, Berend kwam nota bene úit je lijf. Niet dat we een vergelijking moeten maken natuurlijk. Het is niet te vergelijken.”

Over die verlatenheid die u voelde, kan ik wel iets zeggen. Voor mij voelt het precies andersom. Ik was zijn moeder, hij was afhankelijk van mij. Het voelt eerder alsof ik hém heb verlaten. Wij hebben hem hier niet kunnen houden. Terwijl ik ook wel weet dat we er niets aan konden doen.

We zijn even stil.

Hoe denkt u over troost?

“Troost is dat je in de diepte durft te kijken. Niet jezelf afvallen, zo van, het valt wel mee. Durf de pijn en het verdriet te zien en te erkennen. Ook bij de ander.”

Christa Anbeek

Christa Anbeek (60) is theoloog en bijzonder hoogleraar remonstrantse theologie aan de Vrije Universiteit. Sinds 2021 is ze tevens bijzonder hoogleraar Women and Care for the Future aan de Radboud Universiteit. Daarnaast is ze schrijver. Haar boek Voor Joseph en zijn broer werd in 2019 het beste spirituele boek van het jaar.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden