PlusAchtergrond

Theo Baart fotografeert van Westpoort tot Westknollendam

Aalsmeerderdijk, Haarlemmermeer.Beeld Theo Baart

Voor zijn boek Groot-Amsterdam, metropool in ontwikkeling ging landschapsfotograaf Theo Baart op zoek naar sporen van de hoofdstad in de polder. ‘Je kunt beter vreemdgaan met de buurvrouw dan de omvang van Schiphol ter discussie stellen.’

Als landschapsfotograaf Theo Baart achter het stuur zou zitten van een bus met Japanse toeristen, zou hij de groep hier mee naartoe nemen. Niet naar de Zaanse Schans met zijn molens en klompen, maar naar de dijk langs het Noordzeekanaal, met uitzicht op de gemeentegrens van Amsterdam en Haarlemmermeer. “Er is hier zo veel te zien,” zegt Baart enthousiast over het industriële decor. “Het is chaos natuurlijk, maar de chaos vertelt een dramatisch verhaal.”

Onder meer het verhaal van een oude burenruzie. Het havengebied met zijn windmolens en zwarte bergen steenkool wordt aan de andere kant van de gemeentegrens naar de kroon gestoken door Het Groene Schip, een indrukwekkende wal van 650.000 ton verpakt puin. “Het is een opgestoken vinger naar de buurman. Er ligt een convenant dat de haven mag uitbreiden op het grondgebied van Haarlemmermeer. Dat kan nog, maar het is wel heel vervelend dat dat ding daar ligt.”

Om de situatie goed in beeld te brengen, maakte Baart een foto van het landschap vanaf het dek van een passerend schip. Het resultaat heeft een plek gekregen in zijn nieuwe boek, Groot-Amsterdam, metropool in ontwikkeling. De inhoud is spannender dan de titel doet vermoeden: de maker ging als een ontdekkingsreiziger op pad om in beeld te brengen hoe ver de invloed van Amsterdam reikt. In het noorden kwam Baart uit bij Westknollendam, in het zuiden bij het ­lintdorp Rijsenhout.

Zelden mooi

De foto’s in het boek laten industrieterreinen zien, bouwland, kantoren, infrastructurele werken en verlaten parkeerterreinen. “Mooi is het zelden of nooit,” erkent hij. “Ik wil dat de foto’s goed zijn, maar met esthetiek heeft het weinig te maken. Als je goed kijkt, zie je wel dat de metropool Amsterdam een enorme variëteit aan landschappen heeft. Dat heeft te maken met onze vroegere delta van kleine steden en nederzettingen. Dat vergroeit nu met elkaar, maar die rijkdom is er nog steeds.”

Internationaal opererende bedrijven, zoals het Spaanse Inditex, vestigen hun distributiecentra in Lelystad, omdat het goed bereikbaar is vanuit Schiphol.Beeld Theo Baart

In het boek zit drie jaar arbeid. De fotograaf gaat grondig te werk. Hij verdiept zich in de geschiedenis van het landschap, en de plannen voor de toekomst. Hij gaat naar informatiebijeenkomsten, inspraakavonden en praat met planologen. Alles nog zonder camera. “Al mijn projecten gaan over hoe wij onze omgeving inrichten. Ik leg een relatie tussen plekken en grotere ontwikkelingen. Wat betekenen de energietranstitie, de digitalisering en de enorme bouwopgave voor het landschap?”

Ontwikkelingen die nu vaak nog onzichtbaar zijn, maar het landschap ­drastisch zullen veranderen. “Er wordt nu gefilosofeerd over de bouw van een waterstof­fabriek op de plek van Tata Steel,” geeft Baart als voorbeeld. “Als dat ooit doorgaat, wordt die prachtige oude polder hier aan de overkant van het Noordzeekanaal één groot industriegebied. Alle bedrijven die hoogcalorische energie nodig hebben, ­willen dan zo dicht mogelijk bij de bron zitten. En niemand gaat dat ­tegenhouden.”

Tikkende tijdbom

Bij de research voor zijn werk stelt Baart zich op als geïnteresseerde leek. “Ik ben voor dit boek naar een tweedaags symposium geweest over de problematiek van het veenweidegebied. Ik zat daar als een verdwaalde geest tussen allemaal experts. De bodemdaling is een tikkende tijdbom vanwege de enorme uitstoot van CO². De problemen zijn gigantisch en krijgen nauwelijks aandacht. Ik had na twee sprekers het angstzweet op mijn rug staan.”

Na het plenaire gedeelte begonnen de workshops. “Ik sloot me aan bij een workshop over communicatie. Drie dames ­bleken een presentatie te hebben voorbereid over hoe we boswachters konden inspireren tot het schrijven van blogs over de natuur. Ik heb na een tijdje toch maar mijn vinger opgestoken. We hebben net gehoord dat de wereld in brand staat en nu gaan we paaseieren schilderen? Hoe gaan we dit slechte nieuws delen met het Nederlandse volk? Dat was niet ­voorbereid.”

Achtersluispolder, Rijshoutweg, Zaanstad.Beeld Theo Baart
Vuilstortplaats Het Groene Schip vormt een barrière tussen recreatiegebied Spaarnwoude (Haarlemmermeer) en het Westelijk Havengebied (gemeente Amsterdam). Beeld Theo Baart

Het veranderende landschap loopt als een rode draad door het werk van Baart, die in 1957 in Amsterdam werd geboren maar zijn jeugd doorbracht in Hoofddorp. “Mijn vader werkte als onderwijzer in de Kinkerbuurt. Mijn ouders zochten een huis met een tuin, net als de rest van Nederland indertijd. Mijn vader solliciteerde naar een huis en kreeg daar een baan bij, dat van hoofd van de openbare lagere school in het eerste nieuwbouwwijkje van Hoofddorp.”

Slaperig dorp

Hoofddorp was toen nog een slaperig dorp dat aan de vooravond stond van een stormachtige ontwikkeling. “Er kwamen enorme nieuwe wijken bij. Ik fietste naar de middelbare school en zag het landschap voor mijn ogen veranderen. Door de import veranderde ook de bevolking. De oude bewoners werden een minderheid. Bij ons in de straat zaten een katholieke kapper en een gereformeerde kruidenier. De nieuwkomers gingen gewoon naar de kapper en de winkel.”

Baart probeerde dat proces vast te leggen met de camera. De serie die dat op­leverde, bleek een entreekaart voor de Rietveld Academie. “Ook het werk waarop ik afstudeerde, ging over Hoofddorp. Ik kan zonder cynische blik naar het alledaagse kijken. Ik woon er tegenwoordig zelf ook weer. Ik kijk er pragmatisch naar; het is gebruikslandschap. Toen mijn ouders naar Hoofddorp verhuisden, sprak mijn moeder somber van een tweejarig experiment. Ze is nu 94 en woont er nog steeds.”

Spaarndammerdijk, Haarlemmermeer. De aanvliegroute naar Schiphol beschermt het open polderlandschap.Beeld Theo Baart

Hoofddorp bleef een bron van inspiratie. Baart maakte onder meer twee fotoboeken over het veranderende landschap rondom de luchthaven Schiphol. “De enorme groei van Amsterdam is de katalysator van de verandering, met aan de ene kant de haven en aan de andere kant de luchthaven. De haven is de machinekamer van de stad. Over de omvang van het ­economische belang van Schiphol lopen de meningen uiteen, maar de luchthaven legt in elk geval een enorm beslag op het landschap.”

Dat laatste wordt duidelijk tijdens de autorit van Westpoort naar de volgende stop: het dorp Rijsenhout in Haarlemmermeer. Het kost een klein half uur om voorbij Schiphol te rijden. Onderweg passeren we Rijk en Rozenburg, twee dorpen die eerder moesten wijken om uitbreiding van de luchthaven mogelijk te maken. “Veel ­dorpelingen zijn indertijd in Rijsenhout neergestreken maar voelen nog steeds de hete adem van Schiphol in de nek.”

Ook dit dorp is een speelbal van de grote ontwikkelingen, vertelt de fotograaf. “Toen Aalsmeer na de oorlog heel succesvol werd met de bloementeelt, kwam er een schaalsprong naar Rijsenhout. Hier kwamen de rozenkwekers. Die zijn allemaal weg. De kinderen van de kwekers zijn met hun bedrijf naar Afrika vertrokken. Waar de karkassen van de kassen stonden, worden nu in hoog tempo grote grijze dozen neergezet: dozen voor de logistiek en dozen voor datacenters. Allemaal voor Amsterdam.”

De noordoever van het Noordzeekanaal, tussen Westzaan en Nauerna, en tegenover de havens van Amsterdam. Hier komt de uitbreiding van bedrijventerrein Hoogtij.Beeld Theo Baart
Westzijde, Koog aan de Zaan, Zaanstad.Beeld Theo Baart

En er komt nog veel meer bij, zoals de borden langs de kant van lege kavels in de omgeving beloven. “Zoals de Amsterdamse haven aan de andere kant zijn tentakels uitspreidt, zo doet Schiphol dat aan deze kant. Er gaan nog veel meer grote grijze dozen bijkomen. Aan de noordkant is een enorm bedrijventerrein gekomen. Er is geen voetpad en de stoep is een halve meter hoog. Het gebied is niet erg vriendelijk voor wie er niets te zoeken heeft.”

Perverse situatie

De vierduizend inwoners van Rijsenhout hebben de meeste last van de reservering van grond voor een extra landingsbaan die parallel moet komen te liggen aan de Kaagbaan. “Het dorp wil dat de voorzieningen op peil blijven. Daar is woningbouw voor nodig. Maar het dorp zit op slot, enkel en alleen om Schiphol te ­faciliteren.” Baart spreekt van een ­perverse situatie. “Schiphol heeft zes banen. Bij Lelystad ligt baan nummer zeven. Moet er dan ook nog een achtste baan bij komen?”

Het leidt in het kleine Rijsenhout tot machteloosheid en wrokkigheid, vertelt de fotograaf. “De datacenters verbruiken enorm veel stroom. Er moet nu een nieuw tussenstation worden gebouwd, maar de inwoners verzetten zich tegen de plannen. Ze gooien uit pure frustratie de kont tegen de krib, en ik kan me dat eerlijk gezegd levendig voorstellen. Dat tussenstation komt er uiteindelijk toch wel, maar dan een paar kilometer verderop en voor een paar miljoen euro meer.”

J.P. Heije

Baart wil het veranderende landschap vastleggen met de koele blik van de neutrale waarnemer, maar als het over Schiphol gaat, kan hij zijn ergernis niet verbergen. “Schiphol dicteert het landschap. Akkoord, maar kan het misschien een beetje intelligenter? De luchthaven is een ouderwets concept. Het economisch belang is omstreden, maar daar mag niet over worden gesproken. Je kunt beter vreemdgaan met de buurvrouw dan de omvang van Schiphol ter discussie stellen. Het is een taboe.”

Na een korte pauze. “We hadden het net over de landschappelijke rijkdom van dit gebied. De paradox is dat de polder open is omdat er vliegtuigen overheen komen. Hier vlakbij ligt Abbenes, een klein dorp waar J.P. Heije begraven ligt, die van de J.P. Heijestraat. Echt een pareltje, maar alleen omdat op zeshonderd meter hoogte de vliegtuigen passeren. De boel zit daar al veertig jaar op slot. Dus zo is het ook wel weer: dit arcadische ­landschap wordt u aangeboden door Schiphol.”

Landschapsfotograaf Theo Baart.
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden