PlusExclusief

Theater tussen de zure bommen: Dronken Mensen speelt een ‘boerensekskomedie’ in de Kesbekefabriek

Dronken Mensen in de Kesbeke fabriek met De Drang, v.l.n.r. Justus van Dillen, Teunie de Brouwer (zittend), Linde van den Heuvel en Jasper Stoop. Beeld Randy Fokke
Dronken Mensen in de Kesbeke fabriek met De Drang, v.l.n.r. Justus van Dillen, Teunie de Brouwer (zittend), Linde van den Heuvel en Jasper Stoop.Beeld Randy Fokke

In tafelzuurfabriek Kesbeke speelt Dronken Mensen theatervoorstelling De drang. Terwijl de lucht van ­uitjes en piccalilly als een gezellige aanwezigheid in de loods hangt, ziet het publiek aan cafétafeltjes de personages door het leven spartelen.

Lorianne van Gelder

Linde van den Heuvel (36), actrice, laat even haar tieten zien. Het zijn prachtige borsten, van siliconen gemaakt. “Ze zijn zo koud, ik moet ze nog even opwarmen.”

Het is sowieso koud in de loods van Kesbeke, de Amsterdamse tafelzuurfabriek in Bos en Lommer. Tijdens de repetities krijgt de verslaggever al een dekentje aangeboden, regisseur Xander van Vledder zit met zijn jas aan, en Van den Heuvel is dus haar nepborsten aan het opwarmen. Pas als ze even onderweg zijn met het repeteren wordt het warmer, dan mag de afritsbroek van acteur Justus van Dillen ook een maatje korter.

(Voetnoot van Van Dillen: voor de voorstelling zijn er heaters, zodat het publiek het niet koud krijgt.)

Hoe een groep acteurs die zich Dronken Mensen noemt in een tafelzuurfabriek terecht kwam? Het begon allemaal met een gezellig ensemble acteurs bij Toneelschuurproducties. Daar ontmoetten Linde van den Heuvel, Xander van Vledder en Justus van Dillen elkaar in een voorstelling (Friedrich Schillers Don Carlos, voor de liefhebbers) van Nina Spijkers in 2016. Ze konden het op toneel uitstekend met elkaar vinden, maar, niet onbelangrijk, nog beter samen in de kroeg. En ze delen een liefde voor het treurige en tegelijk geestige gestrompel van de mens door het leven, en een gemeenschappelijke bewondering voor bijzondere plekken en repertoire: bestaande toneelstukken opnieuw spelen.

Oos Kesbeke: ‘Je moet als bedrijf ook een beetje teruggeven aan de stad.’ Beeld Randy Fokke
Oos Kesbeke: ‘Je moet als bedrijf ook een beetje teruggeven aan de stad.’Beeld Randy Fokke

Toen corona in 2020 al hun werk stillegde, zochten de drie acteurs elkaar weer op en dachten ze: wat kunnen we nou maken dat leuk is, repertoire is én een beetje gezellig? Dat werd Dronken mensen, een toneelstuk van Ivan Vyrypaev, in de Nassaukerk in Oud-West. Het was in caféopstelling, zodat er genoeg afstand kon worden bewaard, maar ook gedronken kon worden.

“Mensen bleven zitten voor een wijntje en een hapje en ze hadden toevallig ook een voorstelling gezien,” zegt Van den Heuvel, die inmiddels een zwarte pruik en enorme donker omrande bril heeft opgezet; in combinatie met die borsten is ze nu onherkenbaar.

In de Vlaamsche pot

Dronken Mensen, de naam van het stuk, bleef. Zo heet nu het gezelschap. “Dat is toch leuk? Dat jij in je agenda een afspraak met dronken mensen hebt?” zegt Van den Heuvel. En na de Nassaukerk wilden ze weer een locatie ergens in Amsterdam. Want het theater dat zij maken mag toegankelijk zijn. Over het verdriet en de blijdschap van de spartelende mens, maar wel de schouwburgen uit, de gewone Amsterdamse gebouwen in.

Die ambitie bleek overigens lastiger dan gedacht; vind maar eens een ruimte in de stad die vier weken ‘s avonds open mag zijn. Plus een week extra, voor de repetities en montage van de voorstelling. De Centrale Markthallen leken bijna rond, en toen... toen toch niet. “Iedereen zegt: ‘leuk, iets met kunst’, maar als je dan praktisch wordt, kan het ineens niet meer,” zegt Van den Heuvel.

Uiteindelijk kwamen ze uit bij de Kesbekefabriek, waar ze hartelijk werden onthaald door eigenaar Oos (64) en zijn zoon Camiel Kesbeke (24). Bij de Amsterdamse firma voor tafelzuren zijn ze wel wat gewend. Baantjer werd er al eens opgenomen, net als de komedieserie In de Vlaamsche pot. Er was laatst nog een wijnproefevenement van Thérèse Boer en Astrid Joosten en duizenden renners van de Urban Trail denderden door de fabriek.

Honderd pallets

Kesbeke senior is er nuchter over, hij vindt het leuk hoor, al die nevenactiviteiten. Maar het is ook wel een operatie. “We moesten een hele loods leegmaken. Het is passen en meten, maar je moet als bedrijf ook een beetje teruggeven aan de stad. Anders krijg je de deksel op je neus.”

In De drang krijgt een stel bezoek van broer Fritz,  zedendelinquent. Beeld Randy Fokke
In De drang krijgt een stel bezoek van broer Fritz, zedendelinquent.Beeld Randy Fokke

Nu is er dus De drang (1994), een boerensekskomedie van de Duitse schrijver Franz Xaver Kroetz over een uitgeblust stel dat in de bloemen- slash uitvaartbranche werkt en wordt opgeschud door de komst van zedendelinquent en broer Fritz.

“Wat gebeurt hier dan?” vraagt een werknemer met haarbeschermhoesje die net uit de productieruimte komt. “Theater?” Niet iedereen is nog op de hoogte.

Wel moest de loods die nu wordt gebruikt door het theatergezelschap dus eerst worden leeggehaald. Augustus en september zijn namelijk augurkenoogst- en inmaakmaand en de grote ruimte stond vol met pallets augurken.

In twee dagen tijd reed werknemer Frans Slagt (69) – ‘ik ben eigenlijk al drie jaar met pensioen, en woon boven de fabriek’ – met een steekkarretje een paar honderd pallets met potten uit de loods. “Ik vind het leuk hoor, toneel,” zegt hij. Tussen het repeteren door keken de acteurs vol bewondering naar de steekwagentalenten van Slagt.

Vieze wc’s

In de loods is het pikdonker als de garagedeuren dicht zijn. De pallets die ze als decor gebruiken, zijn bedekt met zwart plastic. Van den Heuvel, Van Vledder en Van Dillen doen bijna alles zelf, met hulp van een productieleider, wat techniek, en onmisbare decor- en kostuumontwerper Kevin Pieterse. Ze bouwden een bar, regelden licht en geluid, en ontdekten twee wc’s achterin de loods. “Die waren al achttien jaar niet gepoetst,” zegt Van den Heuvel. “Maar nu zijn ze spic en span. En het scheelt weer een dixi.”

Groot voordeel is dat Van den Heuvel behalve actrice ook uitbater is van Bar Mimi, geliefd café bij acteurs en kunstenaars in de Potgieterstraat. Haar hoef je niet te vertellen hoe je gastvrij moet zijn, waar je bier en fris kunt inkopen of hoe je gasten die te diep in het glaasje hebben gekeken de deur wijst. Ze heeft zelfs weleens goede vriend Van Dillen bezopen de deur uit moeten zetten. “Handig, ja, die ervaring,” zegt ze. Ook voor de voorstelling Dronken Mensen: “Het was een perfect onderzoeksveld. Genoeg beschonken gasten om me heen.”

Justus van Dillen als Otto en Linde van den Heuvel als Hilde. Beeld Randy Fokke
Justus van Dillen als Otto en Linde van den Heuvel als Hilde.Beeld Randy Fokke

Zure lucht

Terwijl de zure lucht van de augurken, uitjes en piccalilly als een gezellige aanwezigheid in de loods hangt, vloekt Xander van Vledder even. “Regisseren is een kutbaan.” Van Vledder wilde per se de eerste drie voorstellingen van het gezelschap regisseren. Hij moet deze middag de verschillende scènes logisch en mooi aan elkaar verbinden.

In De drang spreken de acteurs – behalve Van Dillen en Van den Heuvel ook Teunie de Brouwer (29, tevens werknemer van Bar Mimi) en Jasper Stoop (26) – een zelfbedacht dialect. Het hangt tegen Zeeuws aan, nog net verstaanbaar. Van den Heuvel speelt Hilde, die getrouwd is met Otto (Van Dillen), haar broer Fritz (Stoop) is de zedendelinquent, en Teunie speelt het meisje dat bij hen werkt. Meer nog dan een verhaal over boeren is het een ‘stuk over het doorstrompelen van de mens’.

Dat er ook gastacteurs bij zijn, is een herhaling van de succesformule bij de eerste voorstelling. “Toen waren het vooral vrienden,” zegt Van den Heuvel. Ook De Brouwer en Stoop vallen daaronder. “We casten toch een beetje op basis van of we het ook buiten het toneel goed met elkaar kunnen vinden. En je moet ook een beetje kunnen hosten, we zijn niet alleen acteurs,” voegt ze toe.

null Beeld Randy Fokke
Beeld Randy Fokke

Ook willen de Dronken Mensen graag de Amsterdamse horeca steunen. Met het nabijgelegen No man’s art gallery spraken ze af dat er een theatermenu voor de voorstelling wordt geserveerd, en tijdens de show zijn er biertjes van brouwerij Oedipus. Van den Heuvel: “Je kunt ook Grolsch serveren, maar waarom zou je dat doen als je ook iets Amsterdams kunt kiezen?”

Tafelzuur is er uiteraard ook in overvloed. En het Kesbekepersoneel, ongeveer 25 mens sterk, komt kijken.

De Drang, t/m 6 november in de Kesbekefabriek, kaartjes via Theater Bellevue.

Kesbekefabriek

‘Een boerenseksspel tussen de zure bommen, zo kun je het noemen,” lacht Oos Kesbeke (64) directeur en eigenaar van de Kesbekefabriek. Oos is de derde generatie van de Kesbekefamilie. Zijn grootvader Charles begon in 1948 de zuurinleggerij in een keldertje aan het Waterlooplein. Zijn vader Camiel bouwde het bedrijf verder uit, en wist de fabriek voor Amsterdam te behouden, terwijl andere tafelzuurfabrieken omvielen. Sinds 1999 leidt Oos het bedrijf, en inmiddels zit zijn zoon Camiel ook aan de chief-tafel, in een fantastisch kantoor dat voor de helft bestaat uit een aquarium, waar twee klassieke Harley Davidsonmotoren staan en waar uiteraard een uitstalling is van het assortiment aan zuren dat Kesbeke maakt.

In de wintermaanden worden de Amsterdamse uien, wortels, selderij, kappertjes, piccalilly en mixen ingelegd, in de zomer de augurken en komkommers. Inmiddels gaat het niet meer om alleen de traditionele tafelzuren, maar zit er ook kimchi in het aanbod.

Camiel (24) en zijn vader Oos (64) Kesbeke in hun kantoor omgeven door een aquarium.

 Beeld Randy Fokke
Camiel (24) en zijn vader Oos (64) Kesbeke in hun kantoor omgeven door een aquarium.Beeld Randy Fokke

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden