PlusAchtergrond

Theater Tuschinski bestaat 100 jaar: zo veranderde de grote verbouwing het mooiste filmpaleis

Het 100-jarige Theater Tuschinski. Beeld
Het 100-jarige Theater Tuschinski.

Na grondige opknapbeurten toont het 100-jarige Theater Tuschinski weer zijn volle glorie. Architect Kees Doornenbal bracht achttien levensgrote vrouwen in de grote zaal tot leven. En kunstenaar Liesbeth Stinissen gaf zaal 2 de ‘vrolijkheid’ terug.

Toen ik eind jaren negentig mijn eerste opdracht kreeg voor de verbouwing van Nöggerath, wist ik al: ooit ga ik Tuschinski doen. Dat heb ik altijd in mijn achterhoofd gehouden.”

Op de plek waar in 1907 de eerste Nederlandse bioscoop werd gevestigd door Franz Anton Nöggerath, creëerde architect Kees Doornenbal (1955), directeur/eigenaar van Rappange & Partners Architecten bv, begin deze eeuw Tuschinski Arthouse: drie zaaltjes met in totaal 375 stoelen en een ruime foyer. In het pand zit nu de cocktail- en borrelbar Bar Abraham. “Recent ingericht door mijn dochter Sofie,” meldt Doornenbal trots. “De bar dompelt mensen onder in de cocktailbarsfeer uit de tijd van de klassieke films, maar met een eigentijdse twist.”

Doornenbals droom kwam in 1998 uit. Nadat het project Tuschinski Arthouse tot een goed einde was gebracht, werd Rappange & Partners gevraagd voor de grootscheepse renovatie van het vlaggenschip. “Tuschinski verkeerde eind vorige eeuw in deplorabele staat. Het plafond in de grote zaal kwam naar beneden, dus een grondige aanpak was vereist. Alle Pathébioscopen moesten voldoen aan de standaard van het Franse moederbedrijf: comfort, goede stoelen, goede beeld- en geluidskwaliteit en luchtbehandeling. Maar het is natuurlijk wel een monument. Dat maakt alles ingewikkeld. Er mag bijvoorbeeld niet in de muren worden gefreesd.”

Abraham

Doornenbal heeft iets met oude gebouwen. “Dat is een afwijking. Ik ben nu bezig met het Binnenhof. Het gaat niet om mij, het gaat er niet om iets achter te laten. Het gaat om het gebouw. Als ik klaar ben, moeten mensen zich afvragen wat ik eigenlijk heb gedaan. Dat is het grootste compliment dat je me kunt geven: als je niet kunt zien wat er precies is gebeurd.”

Het uitgangspunt bij de renovatie van Theater Tuschinski was: terug naar de tijd van Abraham Tuschinski. “Alles wat hij van 1921 tot 1936 heeft gedaan, was heilig. We zijn teruggegaan naar de laatste laag van Tuschinski – of die nu mooi was of niet – en wat daarna is gedaan, hebben we weggehaald. De enige uitzondering is de schildering boven het grote doek in zaal 1: daar zitten nog twee lagen onder, maar dit kent iedereen, dus dat hebben we laten ­zitten.”

De oude cabaretzaal La Gaîté. Beeld
De oude cabaretzaal La Gaîté.

Muren en wanden, zo’n negenhonderd lampen, en zelfs het authentieke Würlitzer­orgel onder het podium werden in oude glorie hersteld. Nicotinelagen werden weggepoetst, er werd airconditioning aangelegd en er werden nieuwe stoelen geplaatst. De stoffen liet Doornenbal maken in dezelfde fabriek waar Tuschinski ze in 1921 van betrok.

Krabsporen

Tijdens de uitvoerige verbouw- en restauratiewerkzaamheden werd een bijzondere vondst gedaan: bij het verwijderen van een vernislaag op het tweede balkon kwamen afbeeldingen van achttien levensgrote, geometrische vrouwspersonen tevoorschijn, in 1931 aangebracht door de Rotterdamse schilder-decorateur Pieter den Besten (1894-1972).

“In 1931 gaf Tuschinski, die zich werkelijk met ieder detail bemoeide, een aantal jonge Nederlandse kunstenaars – J. Kromhout, Chris Bartels, Jaap Gidding, Dirk Jan van der Laan en Pieter den Besten – de opdracht het theater opnieuw te decoreren. In de jaren die volgden, is hij aan de verfraaiing van het theater blijven werken, maar in 1936 zorgde de crisis ervoor dat hij afstand moest doen van zijn bioscoop. En de nieuwe directie, gevoelig voor de sobere stijl van die dagen, heeft de muurschilderingen laten verdwijnen onder een zalmkleurige verflaag.”

De verflagen zijn verwijderd met kleine krabbertjes, wat – van dichtbij – duidelijk zichtbare sporen heeft achtergelaten. “In de kunstwereld zouden die krabsporen niet kunnen, maar als je de verflagen onomkeerbaar wilt weghalen, moet het onder een microscoop, millimeter voor millimeter. Dan was je voor een piepklein vlakje vijfentwintigduizend euro kwijt geweest en daar hadden we het budget niet voor. Daarbij komt: het blijft een bioscoop. We hebben geen museum willen maken van Theater Tuschinski.”

De teruggevonden schilderingen van Den Besten kwamen zeer goed van pas bij het volgende grote project in 2019: de reconstructie van de zalen 2 – de voormalige cabaretzaal La Gaîté – en 6. Daarvoor riep Doornenbal de hulp in van Liesbeth Stinissen (1963), die eerder verantwoordelijk was voor de restauratie van de Parisienzaal in het Vondelparkpaviljoen. Doornenbal kende haar al: ze heeft, onder veel meer, in zijn huis een plafond op doek aangebracht – dezelfde techniek als in Tuschinski moest worden toegepast – in de stijl van het roemruchte architectuur- en kunsttijdschrift Wendingen, dat in de jaren twintig vanuit zijn huis werd uitgegeven.

Bar Abraham. Beeld
Bar Abraham.

“Zaal 2 is in 1941 uitgebrand. Na de oorlog is er een simpel zaaltje in getimmerd en bij de restauratie is dat zo gebleven. Terwijl La Gaîté toch de meesterproef was van Pieter den Besten. Daar moesten we dus wat mee.” “Het is een reconstructie, géén restauratie,” benadrukt Stinissen, die werd opgeleid als schilder aan de Koninklijke Academie van Beeldende Kunsten in Den Haag. “Er was ooit iets, dat was er niet meer, en ik heb het weer teruggebracht.”

Dat terugbrengen was bepaald geen sinecure. Omdat er slechts twee zwart-witfoto’s en een aantal piepkleine schetsen bewaard zijn gebleven, deed Stinissen eerst een half jaar onderzoek naar de stijl van Den Besten. “Hij was in zijn tijd niet zo’n bekende naam. De kennis die ik opdeed, stelde me in staat die vage foto’s beter te duiden. Wat is zijn taal en wat is zijn ontwikkeling? Want als je thuis bent in de materie, kun je makkelijker verbanden leggen. Een uitdagend stijlkenmerk van Pieter den Besten is dat hij zich nooit ­herhaalt. Dat maakte het onderzoek extra intensief.”

Vrolijkheid

Veel van Den Bestens werk, en dan met name in zijn geboortestad Rotterdam, is verloren gegaan bij het Duitse bombardement in 1940, maar in een achterzaaltje in Grand Café Centraal in Gouda is wél een enorme schildering bewaard gebleven, weet Stinissen. “Die heeft Den Besten in 1924 aangebracht. Daar heeft hij ook allerlei dames en art deco-ornamenten door elkaar verweven. Maar het is werk van iets latere datum; de muurschildering in Tuschinski heeft hij in 1919 gemaakt en dat kun je zien. Er zitten wel bepaalde ­elementen in, maar het is nog niet echt art deco te noemen. Het zit tussen jugendstil en art deco in. Dat vind ik mooi om te zien. Het is nog niet helemaal uitgekristalliseerd en je ziet Den Besten zoeken naar zijn eigen vorm.”

Stinissen ontdekte al snel de rode lijn in Den Bestens decoraties in Tuschinski. “Hij heeft La Gaîté, dat betekent vrolijkheid in het Frans, de energie willen meegeven die in het uitgaansleven van de roaring twenties toepasselijk was. Daarbij heeft hij de podiumkunsten als uitgangsthema gekozen, met jongleurs, goochelaars en drôlerie, drama, klassieke muziek en jazz. Het gebruik van Griekse theatermaskers maakt dit thema helemaal af. Hij heeft zo’n bijzondere hand. En hij herhaalt niets. Alles is uniek, alles is anders. Er is geen stipje gespiegeld of gedraaid – dat maakt het levendig, het zorgt voor een enorme beweeglijkheid.”

Nadat ze alles in kaart had gebracht, is ­Stinissen gaan schetsen. “De decorateurs gebruikten normale kwasten en penselen. Ik werk op schaal, met een piepklein penseeltje. Vervolgens wordt dat ingescand en dan uitvergroot en geprint op doek. Zo ziet het eruit alsof het – gewoon – geschilderd is. Die kwaststrepen zijn belangrijk, daardoor herken je het handwerk, al is het doek gedigitaliseerd.”

De foyer beneden. Beeld
De foyer beneden.

Toen de tekening klaar was, moesten de kleuren nog worden bepaald, en ook daarvoor heeft Stinissen goed naar Den Bestens bewaard gebleven werken in Tuschinski en Gouda gekeken. “Ik ben eindeloos bezig geweest met het vinden van de juiste kleuren en tinten, en als het eenmaal op de muur zit, vraagt iedereen: moest je daar nu zo lang over nadenken? Maar er was helemaal niks in kleur en je moet er ook nog rekening mee houden dat er kunstlicht op komt. Dus toen er bij de verbouwing bouwlampen op de muren waren gericht, waren er wel mensen die schrokken, maar met kunstlicht is het nu precies goed. Het was ontzettend spannend, want het is best een grote zaal en het zijn heel veel werken en er zijn ook nog nieuwe lambriseringen, stoelen en verlichting aangebracht, dus ik kon me niet precies voorstellen wat het zou worden, maar ik vind het prachtig. Echt Tuschinski. Het is gewoon heel veel!”

“La Gaîté was een variétézaal”, zegt Doornenbal. “Er zat een vide in: het plafond was in het midden open. Dat is nu niet meer zo, dat vonden ze bij Pathé ook iets te wild, maar die vorm hebben we wel laten terugkeren in het plafond.”

Mooiste bioscoop

De inspanningen van Doornenbal en ­Stinissen zijn niet onopgemerkt gebleven. Eind 2020 werd Pathé Tuschinski door de International Cinema Technology Association (ICTA) verkozen tot Classic Cinema of the Year. En begin 2021 werd Tuschinski door het Britse blad Time Out op de eerste plaats gezet van een lijst met de vijftig mooiste bioscopen ter wereld. De gereconstrueerde muurschilderingen kregen een speciale vermelding en bij de ronkende tekst stond een afbeelding van de door ­Stinissen aangepakte zaal 2, merkte Doornenbal direct op. “Ik vind dat terecht. Tuschinski stond voor overdaad, ook toen mensen dat oubollig vonden. En in zaal 2 komt dat het beste tot uiting. Dat was Pieter den Bestens levenswerk.”

Stinissen: “Ik weet het niet, maar het was wel opvallend. De Nederlandse media plaatsten een foto van zaal 1 bij het nieuws over de bekroning, terwijl in Time Out en op de internationale nieuwssites een foto van zaal 2 stond. Maar wees eerlijk: daar is de sfeer van Tuschinski het meest aanwezig. De overdadige luxe is nergens zo goed voelbaar als in zaal 2 – ook niet in zaal 1 en zelfs niet in de hal, met de prachtige ­pauwen van Paul Gidding.”

Passanten

Ondanks de bekroningen valt er nog genoeg te vertimmeren aan Tuschinski, vinden de architect en de kunstenaar. “Het is nooit klaar”, zegt Doornenbal. “Dat is helemaal in lijn van Abraham Tuschinski, maar het geldt voor alle goeie gebouwen. Theater Tuschinski staat er over honderd jaar nog, Stinissen en ik zijn passanten. Over dertig jaar loopt hier een andere architect te oreren. Dat moeten we goed beseffen bij ons werk: alles wat je ­vernietigt, is weg. Voor altijd.”

null Beeld

Met de toenmalige Pathédirecteur Lauge Nielsen had hij al plannen gemaakt voor wat er moest gebeuren met alle ruimtes die nu leegstaan, waaronder zaal 5, wat ooit de privé-screeningruimte van Abraham Tuschinski was.

“Omdat het budget voor de verbouwing beperkt was, hebben we een deel van de grote zaal niet kunnen doen. Er zit nog van alles verborgen achter schrootjes en dikke lagen verf, maar daar gaan we hopelijk ook nog een keer mee aan de slag. En omdat de reconstructie van zaal 2 duurder werd dan was voorzien, moest zaal 6 eenvoudiger worden uitgevoerd. Daardoor is onder meer het plafond niet uitgevoerd zoals Stinissen het had bedacht. Ach, doe het dan maar over vijf jaar, heb ik gezegd. Het zijn financieel niet de beste tijden, dus ik snap dat Pathé nu niet staat te trappelen. Maar je verdient het zeker terug, want iedereen vindt het fijn om in een echte Tuschinskizaal te zitten.”

Theater Tuschinski 100 jaar

Dit artikel is een voorpublicatie uit Theater Tuschinski 100 jaar, een door (film)journalist Robbert Blokland samengesteld koffietafelboek, uitgegeven in samenwerking met Pathé Tuschinski. Daarin wordt stilgestaan bij de geschiedenis van het majestueuze gebouw waarmee de Joods-Pools-Nederlandse bioscoopondernemer Abraham Tuschinski zijn grote droom realiseerde. Acteurs, regisseurs en direct-betrokkenen – van Jeroen Krabbé en Femke Halsema tot Joop van den Ende en Barry Atsma – delen hun persoonlijke ervaringen met de bioscoop of leggen uit wat het filmpaleis voor hen betekent.

Theater Tuschinski 100 jaar, uitgeverij Kyosei, €37,50.

Eeuwfeest met klassiekers

Het eeuwfeest van Theater ­Tuschinski wordt door Pathé ­gevierd met een reeks aan bijzondere activiteiten. Tijdens de ­jubileummaand keren oude en moderne klassiekers terug in ­Tuschinski – van Charlie Chaplin-films, Soldaat van Oranje en Turks Fruit tot La Vita è Bella, Inside Out en Fight Club. Regisseur ­Jérôme Diamant-Berger vertelt over zijn documentaire Tuschinski’s Dream, portier Fritz – die bij de opening in 1921 op het bordes van Tuschinski stond – keert terug in een audiotour, en Schindler’s List krijgt een muzikale inleiding door Maestro Jules.
Meer informatie op pathe.nl/bioscoop/tuschinski.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden