Plus Reportage

Theater over koloniaal verleden: ‘Met een kleur ben je meteen verdacht’

De doorwerking van het koloniaal verleden in het heden is het thema van de theatervoorstelling Wie is Baas? De teksten werden aangeleverd door leerlingen uit de Bijlmer.

De generale repetitie voor Wie is Baas? in de theaterzaal van de Open Schoolgemeen­schap Bijlmer, met acteurs en tekstschrijvers. Beeld Dingena Mol

Halverwege de voorstelling barst actrice Karlijn van Kruchten heupwiegend uit in een swingend Surinaams lied: Faya siton no bron mi so, no bron mi so (Vuursteen brand mij niet zo, brand mij niet zo,). Ze leerde het liedje ooit op school, vertelt ze, maar ontdekte pas veel later dat de vuursteen uit de tekst staat voor de hete steen waarmee slaven bij aankomst op de plantage werden gebrandmerkt. Hm, ja, dat zingt toch net even anders.

De doorwerking van het koloniaal verleden in het heden is het thema van de voorstelling Wie is Baas? die maandag in theater De Krakeling zijn première beleeft. In het stuk van Studio 52nd worden voortdurend lijnen ­getrokken van vroeger naar nu: van de handel in mensen en de welvaart die dat Amsterdam opleverde tot de ervaringen van de nakomelingen van de tot slaaf gemaakten met subtiele en minder subtiele uitingen van racisme in de stad van nu, honderden jaren later.

Dat laatste uit de eerste hand, want het theaterstuk kwam tot stand in samenwerking met leerlingen van de Open Schoolgemeenschap Bijlmer (OSB). Tien vmbo-leerlingen leverden de teksten aan die de basis vormen van een voorstelling die het ene moment doet lachen en het volgende moment doet huiveren. En soms tegelijk, zoals bij de terloops geplaatste opmerking dat de nazaten van de mensen die uit Afrika werden ontvoerd, hier te horen krijgen dat zij terug moeten gaan naar hun eigen land.

Echt gebeurd, vertelt de 14-jarige Ceyda na afloop van een generale repetitie in de theaterzaal van de OSB. “Alles wat we gezegd hebben is waar.”

Ceyda schreef een stuk over de keer dat zij in een supermarkt op IJburg werd verdacht van winkeldiefstal. “Ik was met andere kinderen, maar werd er als enige uitgepikt. Met een kleur ben je meteen verdacht. Mijn moeder was woest op de man van de winkel. Ze zei: we zetten daar nooit meer een voet over de drempel.”

De pikorde in Nederland

De jonge toneelschrijvers zijn op weg naar de voorstelling van alle kanten geholpen. Door professionele vakbroeders als dichter Akwasi, maar ook door jeugdpsychiater Glenn Helberg die met de scholieren sprak over de kleine mechanismen die de hiërarchie bepalen in een samenleving. Het is de stellige overtuiging van Helberg dat de pikorde in ­Nederland wortels heeft in het koloniale verleden: wie hier met een kleur wordt geboren, begint met een achterstand.

In de voorstelling komen daarvan allerlei voorbeelden voorbij, geplukt uit het dagelijks leven. Sherena (15) ziet bijvoorbeeld een groot verschil in de publieke reactie in het land op het moment dat een kind wordt vermist. “Als het om een donker kind gaat, wordt er niet echt serieus ­gezocht. Het zal wel weer ergens opduiken. Maar als een wit kind wordt vermist, wordt er meteen een hele zoektocht op touw gezet. Er wordt echt met twee maten gemeten.”

Awa (15) schreef over haar keuze om een hoofddoek te dragen. Ook daar wordt geregeld met argusogen naar ­gekeken. “Jullie denken dat ik een bom bij me heb omdat ik een moslim ben. Dan ga ik maar een beetje wild doen met mijn tas om te laten zien dat er geen bom in zit. Jullie denken dat mijn vader mij gedwongen heeft een hoofddoek te dragen. Mijn moeder draagt geen hoofddoek. Ik wel. Toen ik voor het eerst thuiskwam met een hoofddoek was mijn vader verbaasd.”

Verontwaardiging

Een merkwaardige ervaring deden de leerlingen op toen ze voor een schrijfweekend neerstreken in het Noord-Hollandse Tuitjenhorn. “In the middle of nowhere, heel chill,” zegt Tanisha (15) over het uitstapje naar de polder. Maar toen de schrijvers wat wilden drinken in een restaurant, werden ze niet geholpen. Amana (15): “De man achter de bar zei tegen ons dat hij het te druk had, maar er was verder niemand in de zaak. Toen zijn we weer vertrokken. We ­waren duidelijk niet gewenst.”

Renivio (15) leverde in het verlengde daarvan de boze rap aan waarmee acteur Barry tijdens de repetitie voor grote opwinding zorgt in de met klasgenoten gevulde zaal. Een fragment: “Je bent racistisch, toch is je held Kluivert. Hij scoorde ballen, terwijl jij daar huivert. Kijk naar Depay, die man heeft weer geprikt. Nu spring je op, die goal gaf je een kick. Je zei jongen sta, je ziet dat ik zit. Je probeert me te ­raken, maar het doet me niks.”

Voor hoorbare verontwaardiging in de zaal zorgt het woord neger, dat ergens voorbij komt in een lied. Dat het lied wordt gezongen door de witte Karlijn van Kruchten, maakt het ­alleen maar erger, zo blijkt uit het gesprek na afloop met de toeschouwers. “Het N-woord is disrespectvol en bedoeld om de donkere mensen eronder te houden,” legt een meisje uit. “Als donkere mensen het onderling gebruiken, krijgt het woord een andere betekenis.”

Een mooi voorbeeld daarvan is de scène waarin acteur Barry Emond en actrice Cherella Gessel spelen dat zij eigenaar zijn van een plantage. Een kopje thee drinkend, nemen zij de ­eigenschappen van de slaven door. De ene na de andere beledigende opmerking komt voorbij, terwijl actrice Karlijn onderdanig in een hoekje staat te wachten tot de thee moet worden bijgeschonken. Het overwegend donkere publiek slaat het rustig gade, nu een witte actrice de hoon moet ondergaan.

Nabespreking met leerlingen van de Open Schoolgemeenschap Bijlmer. Beeld Dingena Mol

Pittig onderwerp

Het koloniale heden en verleden is een ingewikkeld thema. “Het is een pittig onderwerp,” zegt regisseur Gable Roelofsen. “Studio 52nd heeft eerder heikele onderwerpen met jongeren behandeld, zoals armoede en grensoverschrijdend seksueel gedrag. Maar dat was anders, ik vermoed omdat over die onderwerpen meer gedeelde ­basiskennis bestaat. Deze voorstelling is echt een zoektocht naar wat werkt en wat niet werkt. Wij komen ook nu nog geregeld voor verrassingen te staan.”

Dat komt ook doordat de voorstelling helemaal is ­gemaakt vanuit de belevingswereld van de jongeren. In een passage over identiteit merkte een schrijver van Surinaamse komaf op dat hij geen Ghanees wilde zijn. Theatraal en thematisch interessant, maar vervelend voor de Ghanese jongeren in de zaal. “Die zin hebben we ­geschrapt,” zegt Roelofsen. “Sommige gevoeligheden zijn in kleinere kring best bespreekbaar, maar krijgen in een zaal een te heftige lading.”

Juist om die reden worden op de scholen waar het stuk wordt gespeeld na afloop ook gesprekken georganiseerd. Roelofsen: “Dat doen we een paar dagen na de voorstelling. Een vmbo-docent op de OSB vertelde dat vanwege het beperkte aantal uren de geschiedenisles uitsluitend over de 20ste eeuw gaat. Deze leerlingen leren dus alles over de Holocaust, en niets over slavenhandel en slavernij, terwijl dat hun geschiedenis is. Onze gezamenlijke ­geschiedenis. Wat dat betreft is de voorstelling ook een ­inhaalslag.”

Wie is Baas? Theater De Krakeling. Maandag 23/9, 13.00 en 19.30 u. Dinsdag 24/9, 14.00 en 19.30 uur.
Voor meer speeldata: www.studio52nd.nl

Studio 52nd

Studio 52nd, tien jaar geleden opgericht door Fanneke Verhallen, maakt theater samen met kinderen en jongeren. Die leveren ook de teksten aan. In een periode van enkele maanden van schrijven en repeteren komt een voorstelling tot stand. Het gezelschap richt zich op groepen die niet vaak worden gehoord: jongeren die opgroeien in ­armoede, jongeren in detentie, jongeren in een behandelcentrum. Soms zijn de onderwerpen lichter van toon. In Amsterdam-Oost maakte Studio 52nd een voorstelling met kinderen over hun ideale buurt.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden